OVER DEZE WEBSITE  |   GASTENBOEK  |   AANRADERS  |   DISCLAIMER  

Tekst   Foto's
HOME     HAARLEMMERMEER      DORPEN     T OUDE BUURTJE     PERSONEN     ZOEKPLAATJES     FOTOALBUMS     FILMS    
»  1 - de Eerste Huizen
»  2 - Hoofdweg
»  Hoofdweg 671 - Raadhuis - Bouw
»  Hoofdweg 671 - Raadhuis - Inwoners
»  Hoofdweg 677 - Dokterswoning
»  Hoofdweg 679 - Burgermeesterswoning
»  Hoofdweg 681 - van der Stadt
»  Hoofdweg 683 - v Arkel - Esselink
»  Hoofdweg 685 - 687 - Gerdina’s Lust en Steenheg
»  Hoofdweg 689 - Notariswoning
»  Hoofdweg 691 - 693 - Doopsgezinde Kerk
»  Hoofdweg 695 - 699 - Villa’s
»  Hoofdweg 705 - de Veenhoeve
»  Hoofdweg 711 - de LTS
»  Hoofdweg 711 - Sloop van de LTS
»  Hoofdweg 719 - 721 - Huizen van Scheppingen
»  Hoofdweg 723 - de Gasthof
»  3 - Langs de Genie
»  het Fort en Geniedijk
»  het Zwembad
»  de IJsclub
»  4 - Raadhuislaan
»  Raadhuislaan 003 - Kantongerecht
»  Raadhuislaan 011 - Sam de Koning
»  Raadhuislaan 012 - vd Helm
»  Raadhuislaan 013 - 014
»  Raadhuislaan 015 - 018
»  Raadhuislaan 018 - Bruis v Leeuwen
»  Raadhuislaan 018 - Groenteveiling
»  Raadhuislaan 019 - 020
»  Raadhuislaan 021 en Verder
»  5 - Fortweg
»  Fortweg 002-10
»  Fortweg 003-11
»  Fortweg 012-26
»  Fortweg 013-23
»  Fortweg 025-29
»  Fortweg 031
»  Fortweg 033+ en 028+ St Anthonius v Padua
»  Fortweg Fam v Hamelsveld
»  Fortweg Fam Koolbergen
»  Fortweg Fam Schelvis
»  Fortweg Fam Stokman
»  6 - Kruislaan
»  Kruislaan 001-07
»  Kruislaan 002-14
»  Kruislaan 011-15 en Fam Mesman
»  Kruislaan 016-18 en kruidenier Oldenburg
»  Kruislaan 017-23
»  Kruislaan 020-30
»  Kruislaan 025-31
»  Kruislaan 032-42
»  Kruislaan 033
»  Kruislaan 035-37
»  Kruislaan 044 Sociale Wekplaats
»  Kruislaan 044 Fam v Kalmthout
»  Kruislaan 052 het Witte Kerkje
»  Kruislaan 054 Horizon
»  7 - Nieuwbouw
»  Jeugdherinneringen Jan Mesman
»  Deel 1
»  Deel 2
Kruislaan 32-36
Wel, dan gaan we nu even terug naar de overzijde, daar waren we gestopt bij de familie Wies. Steken we daar de Fortweg weer over, was het eerste huis drie onder één kap. In het derde huis weet ik nog dat daar de familie Kreeft in woonde, (niet dezelfde dus als die helemaal aan het begin van de Kruislaan, of het enigszins familie was van elkaar dat weet ik ook niet.
In de andere twee woningen woonden dan deze en gene.
Ik weet nog wel dat er in het middelste huis een tijd twee mensen, in mijn ogen al niet meer zo jong, woonden en die kwamen volgens mij uit Zeeland, aan het taaltje te oordelen dan, hé. Bij het melk venten kwam ik dus ook daar aan de deur en deze mensen spraken mij aan met U, nou was ik nog maar een jong ventje dus je snapt dat ik dat héél apart vond. Toen ik dat thuis vertelde, hoorde ik dat zij, waar zij vandaan kwamen, dit zo gewoon waren. En ik moet zeggen, eigenlijk klonk het héél mooi en beleefd. Wat dat betreft is er wel zo het één en ander veranderd, en niet altijd ten goede.

Kruislaan 38-42
Na deze drie woningen kreeg je een tweede drietal. In de eerste woonde ene Kauffman. Zij hadden een zoon en die noemden we "kattepult" dat is een zelfgemaakt schiettuig van vooral elastiek waarmee je van alles kon wegschieten, en hij had die blijkbaar, die naam krijg je natuurlijk niet zo maar. Van hem leerden we ook van gummi ringen, geknipt van een ouwe binnenband van een fiets, (die bietsten we bij de fietsenmaker) en daar maakte we dan een balletje van, ja, en die stuiterde best hoor. Ik kan mij herinneren dat bij hen "Beslag" werd gelegd op de inboedel, zeker achterstand met de huur of zoiets. Maar op het moment van de openbare veiling, die binnen in het huis werd gehouden stroomde het hele huis vol met buren, vrienden en goeie kennissen. Want de volgende truc werd uitgehaald. Toen die notaris bijvoorbeeld de linnenkast aanbood, was er direct iemand die daar 10 cent voor bood, voor de lol bood een ander dan 15 cent en zo werd dan tenslotte het ding voor 20 cent verkocht. Dat is natuurlijk hélemaal niks, ook voor die tijd was het een hondefooi, maar ja een échte bieder was er niet, daar was dus voor gezord. Enfin, toen dan alles was "verkocht" sloot de notaris de boel, inde de opbrengst en verdween. Degene die de veiling had geëist had dus maar een fractie van z'n centen gekregen. De spullen werden nog wel op het trotoir gezet om door de "kopers" te worden opgehaald. Maar zo was de notaris de straat uit of alles werd weer terug het huis in gedragen en de eigenaar gaf alle "kopers" hun paar centen die ze betaald hadden mooi terug, en dat was dan dat.
Jaren later waren Tiny en ik in een tuincentrum en kwamen bij de koffiehoek, en gingen daar even zitten en namen ieder een bekertje choco. Nu zat er nog een ander echtpaar, we raken aan de praat en wat bleek; dat was Kattepult en zijn vrouw. Zij waren wel een paar jaar ouder dan wij. Ja en waar heb je het dan zo over, niet waar. Waar ze woonden, of ze zich konden redden, etc. Toen vertelde ze dat ze eigenlijk ridder te voet waren geworden. Zij hadden al hun spaargeld, ja, duizenden guldens in aandelen belegd, ja eigenlijk maar in één fonds (dat is nooit verstandig, maar ja) en dat bedrijf (nou meen ik dat dat Fokker was) dat was dus failliet en zij waren al hun spaarcenten kwijt. Niks meer, dat is toch triest hé.

Naast deze familie Kauffman woonde in het huis in het midden, ene Jan Kok met vrouw en zoon, ook Vader Jan was een aparte man hoor. Hij werkte vroeger, toen zij nog jong waren, met Persoon, die woonde naast hem, in de derde woning dus.
Zij waren eens aan het bomen rooien, (en zo sterk allebei als een beer), dat ze een fors stuk boomstam wegdroegen naar een plek waar die zou opgehaald worden. Maar dat ding was zo verrekte zwaar, dat Persoon hem niet meer houwen kon. Dus zijn eind plofte op de grond maar Jan Kok had die stam nog vast, dus die kreeg daardoor een dreun te verwerken met gevolg dat ie zijn rug kraakte, dat is nooit meer goed gekomen.
Hij vermaakte zich met wat lichte klusjes, ja, rijk hadden ze het niet. Hij vertelde eens dat hij een tegel waar een hoek vanaf was weer heel kon maken. Dat deed ie door beide breukvlakken in te smeren met natte cement, zonder zand erin. En dan op het juiste moment de zaak aaneen te drukken. Ik heb dat nooit geprobeerd na te doen. Maar hij was eens bij ons achterom van de melkzaak, ik weet niet meer wat hij nu eigenlijk kwam halen, maar hij vertelde dat hij ook wel had meegeholpen met een brug te bouwen. En zei hij, ik sloeg grote draadnagels met mijn blote handen zo in het hout, dus zonder een hamer te gebruiken. Ja hoor, Jan, zeg ik je kunt het leuk vertellen, maar dat geloof ik niet. Je begrijpt, hij wilde wel een bewijs leveren. Nu hadden wij een kelderluik, gemaakt van minstens drie centimeter dikke planken. Ik vraag, "Hoe groot moet die spijker zijn, Jan." Hij zegt; "Geef maar de grootste die je hebt." Dus ik kom met een draadnagel aan van zo'n 12 centimeter lang. En Jan zegt: "Mooi, die is goed." Hij pakt z'n zakdoek, slaat hem twee keer dubbel, legt hem in de palm van zijn hand. Zet de spijker met de kop in het midden grijpt met z'n vingers de spijker, gaat met één knie op het luik knielen, zwaait zijn hand met die spijker erin van ter hoogte van zijn gezicht en ramt in één klap die spijker tot op een paar centimeter na, zo het hout in. Ik wist niet wat ik zag, hoe bestaat het? En 't is toch écht gebeurt hoor. Een aparte vent, zoals ik al zei.

Nou daarnaast woonde dus Persoon. Zoals ik al zei, toen niet meer, maar je zag nog wel aan hem dat ie toen die jong was, dat het een beer van een vent moet zijn geweest. En dat terwijl zijn vrouw juist héél erg klein was. Ja, ze zeggen vaak: "Op elk potje past een dekseltje." Klopt!! Zij hadden naar ik meen drie kinderen. Twee weet ik zeker. Arie en Martien. Arie is getrouwd en woonde met z'n gezin in de Raadhuislaan. Martien, was ongeveer van mijn leeftijd, kan een paar jaar tussen hebben gezeten, maar Martien was niet helemaal in orde. Hij was vreselijk aardig, hoor. Hij zat op de lagere school bij mij in de klas. Het was geen goeie leerling, ik denk dat ie ook wel een paar keer is blijven zitten, maar hij kon wel heel goed rekenen, dat wel. We liepen nogal eens samen van school naar huis, en dan had hij nog al eens de gewoonte dat hij zei dat hij een raadseltje kende. En hoewel ik dat natuurlijk al vaak gehoord had, zei ik dan: "Oh. ja.?" en dan begon hij. "'t Is geel en het staat op één pootje?" En als ik dan antwoorde: "Een kanarie, die op één poot staat." moest hij altijd hartelijk lachen, want dan moest het antwoord zijn: "Een glaasje advocaat." Maar zei ik nu als eerst, - een glaasje advocaat, dan riep ie dat het een kanarie op één poot was. En dan had ie een schik, ja, er zat beslist geen kwaad in.
Toen zijn vader was overleden, ik meen dat ze toen al, of net erna, in een "aanleun woninkje" van de Meerstede woonden, is hij nog lang bij zijn moeder gebleven. Maar toen die té oud werd en het werk niet meer aankon is Martien overgeplaatst naar een tehuis in Heemstede of daar in die omgeving. Martien had het daar niet naar zijn zin, hij miste zijn lieve moeder, en liep weg uit het huis en kwam weer bij zijn moeder, maar ja, dat zeg ik dat kon niet meer dus een paar dagen later ging hij weer naar dat andere tehuis. Hij is toen nog weer 'ns weggelopen daar, maar hoe, dat wist niemand, maar hij is in de Kruisvaart terecht gekomen en verdronken, dat was echt triest. Zo zie je, hoe moeilijk het ook is voor de ouders, het is toch raadzamer een dergelijk kind op tijd en héél langzamerhand te doen gewennen dat hij tenslotte het ouderlijk huis verlaat en op den duur dus permanent in een tehuis woont waar hij goed verzorgt en begeleid wordt. Maar... dat dat verschrikkelijk moeilijk is, voor iedereen, dat is wel te begrijpen. Als ouders wil je zeker zo'n kind zo graag beschermen, niet waar.

Kruislaan 44
Tsja, dan nu nog het een en ander over de "Schutse"
Naast de woning van Persoon stond een oud aftands kerkje, en die kerkgemeenschap ging wat nieuws maken. Dat gebouwtje ging gebruikt worden als een "mindervalide-werkplaats" . Voor mensen met een "vlekje" zeggen ze tegenwoordig, wat cru, vind ik. Maar de bedoeling was prima. Iemand die een lichamelijke handicap had en daarom geen reguliere baan kon krijgen werd daar werk aangeboden. Hij/zij kreeg daar dan ook een loon voor, (ietsje meer dan z'n uitkering) en zat met een groep niet al te zware en niet té moeilijk werk te doen. Een voorbeeld: voor een of andere fabriek verpakte zij drie eierdopjes in een half-open doosje en dat ging dan in een cellofaan- zakje. Ja, 't is nou ook weer niet het meest interessante klusje wat je zou kunnen verzinnen, maar ja het was toch werk, én ... het is beter dan thuis zit te niksen, zeker voor de jongeren onder hen. Hoewel ook de wat ouderen vonden daar toch veel plezier, zowel in het werk (zoals manden vlechten, netten boeten e.d,) maar daarnaast hadden ze tenminste weer contact met de buitenwereld, en dat is ook niet verkeerd. Ik liep daar alle dagen even rond en verkocht hen dan 'n kwart litertje melk, niet dat ik daar veel aan verdiende maar 'n tiental vonden dat toch wel erg lekker. Later is er in de Ter Veenlaan een geheel nieuw en mooi gebouw voor ze neergezet en konden er ook veel méér mensen een plekje krijgen. Lenie van de Pol was daar de koffie-juffrouw en ik leverde daar de liters kofiemelk.

Kruislaan 52-54
Later, nou vóór de "nieuwe Schutse" was gebouwd, was het bejaarden huis "de Horizon" gebouwd. Daarbij de eerder genoemde "aanleunwoninkjes" , 50 stuks plus een flat gebouw van 2 verdiepingen. En er werd ook "Het Witte Kerkje" gebouwd. Dat is echt een heel fraai gebouwtje, recht in het verlengde zicht van de Kruislaan.
Vóór die tijd was het nog boerenland. Ik kan mij herinneren dat er eens karwij op geteeld was. Toen dat gewas rijp en afgedroogd was werd het daar ter plekke gedorsd, een heel spektakel. Toen dat werk erop zat, verdween de dorsmachine en de oogst natuurlijk, maar de stengels bleven achter. Die waren erg houterig en zo'n 80 cm lang. Dat werd op een hoop gewerkt, dat werd een érg grote berg en toen werd die berg in de fik gestoken. Nou dat was me een fik, kolossaal, hoor. Wij jonge jongens vonden dat maar wat mooi, kun je denken.
Het was ook een plek waar de toen al wat oudere jongens gingen vliegeren, tenminste als het land kaal was. Een zoon van de schilder Klootwijk was daar erg goed in. Die had een prachtige vlieger én écht vliegertouw, héél lang. Nou stond er toen een mooie wind en die vlieger ging toch hoog, je kon hem bijna niet meer zien. Op een gegeven moment brak het touw en weg was ie. Ze zijn nog wezen zoeken, op de fiets, maar ze vonden hem niet meer terug.

Ik wil nu nog even iets vertellen over de tijd dat ik nog héél jong was, wees niet bang, ik zal mij beperken.
Oude vondst
De weg werd opengebroken, het was nog gewoon een grindpad hoor, en er werd riolering aangelegd. Van die grote dikke buizen, met aftakkingen naar elk huis. Die dingen gingen erg diep de grond in, en dat werd dan nog met de schop uitgegraven. Ik liep daar natuurlijk te struinen en vond er een houten huisje, een speelgoedhuisje met open raampjes en een deurtje, compleet intact. Dat kwam dus diep uit de grond naar boven. Dat moet ooit door een kind overboord verloren geraakt zijn in de tijd dat de polder nog "Het Haarlemmermeer" was. Dat huisje had dus al die tijd diep in de klei gezeten en prachtig bewaard gebleven, delen van de verf zaten er zelfs nog op. Ik vond het prachtig en nog wel spannend ook; de polder was toen zo ongeveer 140 jaar oud, zo lang geleden dat ie drooggemalen was. Ja, dat huisje heb ik niet meer, best wel jammer. Maar ja, mijn ouders hadden een groot gezin en hadden daar dus niet veel oog voor, en dan verdwijnt zoiets natuurlijk. (zelf ben je er dan ook té jong voor, om het te bewaren)

Spelen op straat
Toen dan het rioolaanleg klaar was werd er ook meteen een asfaltweg aangemaakt.
Daar kon je dan zo fijn op tollen. Vooral "zwiepen" ging fijn. Wat zwiepen is? Nou dan had je een priktol, je draaide het touwtje er netjes omheen, dan ging je midden op de weg staan ('t was niet druk.hé) en dan smeet je je tol toch zeker zo'n 15 a 20 meter van je af. In die zwaai moest je je tol dus de draai meegeven zodat ie op zijn punt belandde en daar in volle vaart bleef staan draaien. Dat was erg leuk om te doen.
Wat we ook wel vaak deden was "bussietrap" dan zette je midden op de straat een leeg conservenblik en iemand werd uitgekozen: die moest hem dan "zijn" de rest van de jongens en meisjes stoven weg, alle kanten op, en dan mocht degene die hem was natuurlijk niet kijken en moest tot honderd tellen, nou ja, tot twintig en daarna dertig-veertig-vijftig etc. Dan was het de kunst om zonder dat degene die 'm was dat blikje om te trappen en iedereen die al door hem was gesnapt en bij naam was geroepen waren dan allemaal weer vrij, ja en dan begon het feest weer van voor af aan.
Het gebeurde ook wel dat we "jagerbal" deden; met de bal gooien om iemand van de tegenpartij te raken, en was die raak dan was die af. Nu stonden de twee groepen wel achter een lijn ieder op zijn eigen terrein. Het gebeurde wel dat we met twee groepen van 15 of 20 kinderen dat spel speelden. Het terrein wat daarvoor precies goed was was het erf naast de bakkerswinkel van Ome Goof. Dat waren leuke momenten hoor. En kinderen waren er ook zat in de straat.

Nu ben ik nog toe aan het begin van de Kruislaan, vanaf de Hoofdweg gezien de rechterzijde. Op de hoek Kruislaan/Hoofdweg hadden we dus familie van Niel, maar daar heb ik het al over gehad.

Kruislaan 1-3
Het volgende huis was een dubbel woonhuis, met de eerste (rechts dus) de familie Kreeft. Later is een zoon daar gaan wonen. Aan de linker kant woonde Peter Totté, die werkte bij Bruis van Leeuwen, en Bruis had dat woninkje gekocht en Bruis mocht daar wonen. Hij was getrouwd met Rie, een hele aardige vrouw. Zij hadden geen kinderen, dat was jammer, maar het was een heel goed stel zo samen.

Kruislaan 5-7
Daarnaast stond weer een dubbel woonhuis, flink van formaat. Rechts woonde Roodenburg, daar weet ik eigenlijk niks van, alleen dat ze een zoon hadden die eens de Hoofdvaart was ingesprongen omdat er een auto te water was geraakt en hij heeft toen de inzittende geholpen om de droge wal weer te bereiken. Oh ja, zij hadden een auto in die tijd, (ik zal een jaar of 14/15 geweest zijn) en die stond geparkeerd op straat vóór hun huis. Zelf zaten ze in de woonkamer, en kijken op en zien nog net dat hun auto was opgetakeld met een takelwagen en die reed er mee weg. Hoe het is afgelopen weet ik nu niet meer, maar ik denk toch wel dat ze hun eigendom wel weer terug hebben gekregen. Wel een truc hé, om op die manier een auto te jatten, want van wat er zo over gesproken werd, was het jatwerk.
Naast Roodenburg woonde de familie den Boef. Ik weet alleen dat zij al grote kinderen hadden toen ik nog pas zo'n jaar of dertien was. Het leken mij altijd een wat deftige familie, niet dat ik het ook weet, hoor. Met mooie zomerse dagen, zetten ze de tuindeuren open en waren dan met een heel stel feestelijk bij elkaar en dan werd er door hen muziek gemaakt. Hawaï-muziek. Daarbij zongen ze ook de daarbij behorende liederen. Ik weet dat zo goed, want ik hoorde dan die voor ons vreemd klinkende muziek en ging dan daar op af Ik ging dan achterom bij Ome Goof, achterom bij Hannes Overbeek en stond dan in de diepe schaduw aan de achterkant van het schuurtje van Hannes, naar die muziek te luisteren en zo nu en dan even voorzichtig om het hoekje te kijken. Ik zag dan al die grote jongelui en één daarvan zat op een stoel met een instrument vóór zich, (dit op een laag soort tafeltje, en die muziek kenmerkt zich met van die lange uithalen, en hij deed dat dan door met zijn rechterhand de snaar aan te slaan,(hij had een soort ring met een haakje eraan aan zijn duim) die snaar gaf dan natuurlijk geluid, en in zijn linker hand had hij dan een glimmend huisje of kokertje van metaal en daar wreef hij dan vrij snel over de trillende snaar én (tót nu gaf dat aparte geluid. Je ziet ik heb dat zeer nauwlettend bestudeerd, toch geinig vind ik nu.

Kruislaan 11
Naast deze mensen woonde dus Hannes Overbeek. (Eigenlijk veel overbeekkies in het buurtje, ja toch.) Ach, en Hannes had een slechte gezondheid. Ik meen dat ook hij TB heeft gehad, maar in ieder geval; hij heeft zijn hele leven getobt met zijn longen.
Het echtpaar had een flink aantal kinderen. Eén daarvan was Janie. Die is bij ons komen werken, en bestierden samen met mijn vrouw, de gezins taken en de winkel. Zij heeft 10 jaar bij ons gewerkt, tot haar trouwen toe, wat praktisch gelijk viel met het moment dat wij de zaak van de hand moesten doen. Janie was een reuze griet, ze hoorde zo bij ons gezin, dat toen wij verhuisden naar Limburg, Vincent, die toen de jonste was, er absoluut niks van begreep dat Janie niet met ons mee ging, dat zegt wel iets, hé.
Janie droeg in die tijd, zo als gebruikelijk, nylon kousen. Maar zij was een harde werkster maar af en toe een beetje driest, én dat kostte dus haar kousen, als ze er al drie dagen mee deed was het veel. Ik ging regelmatig naar de grossier allerlei spullen voor de zaak halen, en dan kreeg ik geregeld de opdracht maar weer eens een pak van honderd nylon kousen voor haar mee te nemen, ja echt 100 stuks. Ook dat zegt wel iets hé.
Zij woont met haar man in Lisse. De kinderen zijn de deur uit, maar Janie is al jaren ziek, en Henk is ook al niet meer goed gezond. Ook hun kinderen is het niet altijd, wat gezondheid betreft, voor de wind gegaan. Jammer, hé; sommige mensen krijgen in hun verdere leven met veel meer ziekte en zeer te maken dan een ander.

P.S., Het leek mij aardig en wel bij dit geschrift passen, om hier een gedichtje af te drukken; wat eigenlijk mooi aansluit bij die sfeer, die ik bedoelde te bereiken. (gedichtenboek 2 -ged 8)
zondagsrust
Na de hoogmis op weg naar huis -
lopend bereiken wij onze eigen laan.
een buur, een oom en mijn vader en ik
de groten bespreken grote mensen zaken,
en met het naderen van ieders thuis
wordt hun tred aldoor langzamer, ongemerkt,
En ik, ik zie hun stappen
zie hun voeten verder naar voren geschopt
dan voor hun stap nodig is,
voor de camouflage zwaait de vooruit geschopte
voet met de punt buitenwaarts
zowel links als rechts, zowel links - als rechts ....
om aldus met de afgezwakte militaire tred
de afstand trachten te verlengen.
en ik, ook ik probeer op de grote-mensen manier te lopen.
ik kan er nu nóg om glimlachen.

 
NIEUW TOEGEVOEGDE FOTO
Hallo Jan, Op 1 oktober 1980 speelde een mix tonelisten van 8 Haarlemmermeerse verenigingen bij gelegenheid van de opening van het nieuwe Raadhuis het stuk Water, Aarde, Lucht en Leven. In totaal deden er 29 personen aan deel. Op bijgaande foto: 1: Vera Huiberts, 2: Gretha de Gier, 3: Loek Schoorl, 4: Ans van Donselaar, 5: Mia Plouwie, 6: Rene Plouwie, 7: Koos de Kramer en 8: Prins Claus
Piet Gorter
MEER OVER DEZE FOTO >>  

 
WAT WEET U VAN DEZE FOTO?
Als u iets weet over deze foto klik dan op "Meer over deze foto" en geef uw informatie door!

MEER OVER DEZE FOTO >>  

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Gesponsord door Clic2connect