Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

Uit Verleden, het Heden
6e Jaargang No. 23                                   Januari 1937

Tijdschrift der Vereeniging „Families Mol(l)".
Uitgegeven onder Verantwoordelijkheid van het Bestuur.
Secretariaat; Westerbaenstraat 93, Den Haag,

Dit nummer wordt ook gezonden aan ex-leden en -donateurs.
Het uitkomen van het Januari-nummer werd vertraagd, doordat ds tegelijkertijd te zenden notulen der jaarvergadering per rondschrijven door alle ter vergadering geweest zijnde personen moesten worden gearresteerd.
Secretaresse

BESTUUR:
1937 ARDINA HELENA Moll, Westerbaenstr. 93, Den Haag, secretaresse,
1937 EVERT Moll Evertszoon, v. Beuningenstr. 4, Den Haag, zonder functie,
1938 JACOB Moll, Begijnekade 2, Utrecht, penningmeester.
1938 JOHANNA CORNELIA Moll, Weduwe L, Boer, Emmalaan 6, Apeldoorn, zonder functie.
1939 WARNAR Moll Jzn., Meenkschelaan 16, Driebergen, voorzitter. (De jaartallen wijzen het jaar van aftreden aan.)

VERZOEK VAN DEN PENNINGMEESTER.
Alle Leden, die ƒ 5.- en meer contribueeren, (voortaan te noemen gewone leden), en alle Donateurs (minimum-donatie is voortaan ƒ 10.-), en al diegenen, welke tot nu toe donateur (met een donatie van minder dan ƒ 10.-) waren, en die donatie niet wenschen te verhoogen tot ƒ 10.- minstens, doch de voorkeur eraan geven nu zich aan te melden als buitengewoon lid, zullen den penningmeester dankbaar stemmen, indien zij hunne respectievelijke bijdragen spoedig, liefst vóór l Maart a.s., aan den penningmeester op diens Postgiro-nummer 108622, Utrecht, overzenden!
Buitengewone leden betalen minstens ƒ 1.- contributie. Het spreekt echter vanzelf, dat deze kleine bijdrage tot het slagen der Vereeniging bedoeld is alleen voor dezulken, wier finantieele omstandigheden werkelijk niet van dien aard zijn, dat zij meer kunnen bijdragen. De penningmeester hoopt, dat men - zoo maar eenigszins mogelijk - ter wille van het hoogstaande doeleinde der Vereeniging (Fondsvorming!) in de meeste gevallen zal overgaan tot het gewone lidmaatschap in plaats van het buitengewone. Beide soorten van leden hebben echter dezelfde rechten.
J. MOLL, Penningmeester.
Utrecht, Begijnekade 2. Postgiro 108622.

Pagina 2 nog te Scannen en toe te voegen

stellen. De voorwaarden zijn uiterst billijk. De netto-baten van advertentiegelden dragen bij aan de hier na te noemen Fondsvorming!
Zij, die advertentiën aanbrengen, zullen commissieloon ontvangen.
4. De in de vergadering van 26 December 1936 aangenomen wijzigingen van Statuten en Huishoudelijk Reglement zullen te zijner tijd aan Leden en Donateurs worden rondgezonden.
De aandacht wordt erop gevestigd, dat:
a. thans het doeleinde, rakende de behartiging van geestelijke en stoffelijke belangen, op den voorgrond is gesteld;
b. getracht zal worden een fonds te vormen, dat moet dienen om in de toekomst de practische en/of theoretische opleiding van naamdragers en nakomelingen te bevorderen;
c. eene „belangencommissie" is ingesteld, welke het onder b. genoemde speciaal ter hand zal nemen. Deze commissie - onder presidium van Mevrouw A. H. MOLL, Westerbaenstraat 93, Den Haag - zal iederen raad, alle wenken, toezeggingen van bereidheid tot medewerking gaarne in ontvangst nemen. Het bestuur meent met den meesten aandrang de Leden en Donateurs en eventueele belangstellenden te mogen uitnoodigen deze commissie in hare taak te steunen met raad en daad!
d. de minste bijdragen van Donateurs voortaan ƒ 10.- per jaar zullen moeten zijn;
Voor hen, die niet meer dan ƒ l,- of althans minder dan ƒ 5.- wenschen te contribueeren, is de gelegenheid opengesteld zich bij het Secretariaat als Buitengewoon Lid aan te melden;
e. de contributie der Gewone Leden minimum ƒ 5.- per jaar blijft. (Donateurs welke zich als Buitengewoon Lid willen zien ingeschreven, gelieven zich spoedig aan te melden!)
5. Zij, die voor het winnen van Leden, Donateurs etc. moeite willen doen, kunnen op aanvrage bij het Secretariaat exemplaren van de hierbij ingesloten circulaire gratis verkrijgen. Zij, die vóór 30 Juni a.s. der Vereeniging minstens één gewoon lid, of vijf buitengewone leden, of één donateur aanbrengen, zullen van het Bestuur als blijk van erkentelijkheid, (bij wijze van premie) ontvangen drie keurige zincographiën, voorstellende afbeeldingen der in Utrecht gehouden tentoonstelling onzer Vereeniging.
6. Het Bestuur vestigt de aandacht op de verschillende Uitgaven der Vereeniging, welke alle beoogen de Fondsvorming (hierboven in 4 b. bedoeld) te versterken.

UITGAVEN der VEREENIGING FAMILIES MOL(L).
(ten doel hebbende Versterking van het Fonds bij de Statuten bedoeld).
1. Catalogus der verschillende objecten, behoorend tot het Museum der Vereeniging, Prijs ƒ 0.25 ongefr. Deze catalogus bevat tevens opgaaf der voor tentoonstelling tijdelijk afgestane producten van arbeid en van geestesschepping van Naamdragers. Interessant op velerlei gebied.
2. Lof der Liefde, Muzikale compositie voor piano en zang of viool, in drie canzonen, gecomponeerd door Piet Schmidt Moll, naar het gedicht van gelijken naam, vervaardigd in 1884 door Ds. Dr. Evert Moll Anthonyszoon, (Mede verkrijgbaar in den Muziekhandel). Prijs ƒ 1.50 ongefr. (Wederverkoopers genieten rabat, mits bij de Vereeniging rechtstreeks besteld) Zeer geschikt voor Zanggezelschappen, Kamermuziek, Intieme voordracht in Familiekring. Zeer aan te bevelen, zoowel om de voortreffelijke muziek als om den schoonen inhoud.
3. Over hef ontstaan der figuren in de oudste Mol(l)-wapens. Brochure van Wr. Moll Jzn., verklarend de mystieke en geestelijke beteekenis der heraldische figuren, met tal van bijzonderheden. Prijs ƒ 1.50 ongefr. Voor iederen naamdrager van belang. Dit werkje verschijnt binnenkort in kleine oplaag. Zij, die zich een exemplaar wenschen te verzekeren, gelieven zich ten spoedigste daartoe bij het Secretariaat te melden.
4. Orgaan der Vereeniging Families Mol(l) „Uit Verleden, het Heden". Prijs voor niet bij de Vereeniging aangeslotenen ƒ 2.- per nummer en ƒ 7.50 per jaarabonnement franco. (Voor Leden en Donateurs der Vereeniging kosteloos.) Genoemd orgaan bevat o.m. genealogische gegevens. Mochten die later afzonderlijk worden uitgegeven, dan wordt de prijs gewijzigd.
5. Zincographieën en Fotografische Reproducties van Objecten uit het Museum der Vereeniging. Alleen verkrijgbaar voor de bij de Vereeniging aangeslotenen, tegen overeen te komen prijzen, afhankelijk van het object.
6. Mededeelingen over en Wetenswaardigheden betreffende diverse Naamdragers Mol(l) uit Oude Archieven verzameld. Prijs telkens afzonderlijk te regelen. Deze mededeelingen etc. worden - bij wijze van proef - in getypten vorm op verzoek vervaardigd. Men gelieve zich daartoe in verbinding te stellen met ons Bestuurslid Wr. Moll Jzn., te Driebergen. (Slechts voor aangeslotenen verkrijgbaar.)

No. 23, Januari 1937, GENEALOGISCH gedeelte.

Afstammelingen van HENDRIK Evertz. Moll gedoopt te Velp 16 Mei 1709 (zie No. 21 pagina 5, gen. ged.)
EVERT Moll geb. 26 Febr. 1730 te Velp overleden Velp, 26 Mei 1806 gehuwd te Renkum 10 December 1767 met GEERTRUIDA VAN DOMSELAAR gedoopt Renkum 11 Maart 1742 overleden Rosendaal (G.) 7 Febr. 1833 dochter van Gerrit Gysbertszoon v, D. en Anna Maria Opdal.

WILLEMYNE Moll gedoopt Velp 8 Maart 1733 jong overleden.

LUBBERTUS Moll gedoopt Velp 15 Januari 1736 jong overleden.

JURRIANA Moll gedoopt Velp 8 December 1737 overleden Westervoort 3 Juli 1770 gehuwd te Westervoort 28 Mei 1769 met CORNELIS BROUWER.

LUBBERT Moll gedoopt Velp 24 Juni 1741 overleden 31 Januari 1811  gehuwd
a. te Ellecom 18 October 1767 met JOHANNA HERMSEN  weduwe van Hendrik Jacobs, overleden Ellecom 24 December 1768,
b. te Spankeren 3 September 1769 met LUYTJE EVERDINA BREUNISSE gedoopt te Spankeren 2 Maart 1739 overleden Westervoort 26 Augustus 1819 dochter van Evert Br, en Tryntje Reynders

WILLEMINA Moll gedoopt 26 September 1745 Velp overleden Westervoort 30 December 1769

Afstammelingen van ANTHONY Evertszoon Moll gedoopt Velp 7 Augustus 1710 (zie No. 21 pagina 5, gen, ged.)

JURRIANA HENDRIKA Moll gedoopt Arnhem 16 September 1753

EVERT Moll gedoopt Arnhem 30 Maart 1755 overleden 19 Juli 1805 Nijmegen gehuwd a. 6 April 1785 Voorst met CATHARINA KNIPSCHAER  geboren Arnhem ca, 1766 overleden Maassluis 11 October 1790 dochter van Jacob Kn. en Willemina van der Wiel.
b. 15 April 1792 Maassluis met ANNA PIETERNELLA SCHELVISVANGER gedoopt Maassluis l July 1757 overleden Balgooyen 15 July 1798 dochter van Cornelis Sch. en Alida Molenaar,
c. 23 April 1800 Nijmegen met WILLEMINA VAN WAENEN  weduwe van Jan Hendrik van Dorp gedoopt Maassluis 5 Maart 1766 overleden Balgooyen 20 Juli 1806 dochter van Dominé Cornelis v. W. en Catharina de Koning,

HENDRIKA Moll gedoopt Arnhem 9 Januari 1757 overleden Harderwijk 22 Januari 1828
gehuwd te Voorst 9 November 1783 met Dr. ALBERTUS HUYSMAN gedoopt Harderwijk 25 Mei 1757 overleden Harderwijk 27 Maart 1820 zoon van Jan Christiaan H. en Alberta Appeldoorn,

LEENDERT Moll gedoopt Arnhem 21 Januari 1759
(Wordt vervolgd.)

ARCHIVALIA en BIJZONDERHEDEN betreffende de in de Rubriek „Genealogisch Gedeelte" vermelden: (Vervolg van No. 22, October 1936.)

i.z. HENDRIK Hendrikszoon Moll (No. 21, April 1936, pag. 5). Op pagina 9 van No. 21 vermeldden wij reeds, dat hij op jeugdigen leeftijd (25 jaar oud) in Nederlandsch Oost-Indië overleed als dienst genomen hebbende bij de Oost-Indische Compagnie.

i.z. HENDRIK Evertszoon Moll (No. 21, pagina 5).
Voor zoover wij konden nagaan te Velp komt hij aldaar onder de lidmaten der Nederd, Herv. Kerk voor nog in 1748. Wij konden aldaar zijn overlijden, noch dat van zijn echtgenoote vinden, veronderstellen dus dat hij omstreeks 1748 uit Velp vertrokken is. Vermoedelijk was hij varende en had daardoor te maken met het veer te Renkum, In Utrecht vinden wij dat HENDRIK Moll op 27 December 1735 een kind laat begraven in de Claeskerk aldaar, welk kind ,,nalaat vader en moeder"; Niet onwaarschijnlijk is het, dat dit kind is WILLEMYNE Moll (in dit No. 23 vermeld i.d. 1733).

i.z. ANTHONY Evertszoon Moll (No. 21, April 1936, pag. 5). In het kerkboek der Ned, Herv, Kerk te Arnhem wordt vermeld op 22 October 1752 dat de moeder van Anthony Moll (Jurriana Weelse, weduwe van Anthony Schuylenburg) toestemming geeft tot zijn huwelijk, zoo ook de bruidsvader Leendert Viervant. Zijn vrouw Maria Elisabeth Viervant getuigt als weduwe bij den doop in 1786 en 1790 te Maassluis van kinderen van haar zoon Evert Moll. Uit een opgaaf, vermeld in een brokje „stamboom" door een zijner afstammelingen nagelaten (en thans in ons archief aanwezig zijnde), lezen wij, dat hij te Arnhem het ambt van bode bij het Gerechtshof aldaar bekleedde. In hem moeten poëtische gaven aanwezig zijn geweest.

i.z. DERK Evertszoon Moll (No. 21, April 1936, pag. 6) is ons archief voorshands nog zeer weinig ingelicht: Wij vonden in de gemeente Rheden, dat hij 1770 daar lidmaat was der Ned, Herv. Kerk, gekomen uit Stad aan het Haringvliet, en gewoond hebbend ook in Nieuwpoort en Oud-Beyerland, Hij was toen reeds met zijn tweede echtgenoote gehuwd. In 1770 vertrok hij met zijn vrouw uit Rheden naar Velp.

i.z. JACOBUS Evertszoon Moll (No. 21, April 1936, pag. 6) kunnen wij thans nog slechts alleen meedeelen, dat hij te Den Haag overleden is als glazenmaker en daar een dochter moet nagelaten hebben.
(Wordt vervolgd.)

Dat het Vereenigingsarchief, ondanks het zeer aanzienlijke werk, door wijlen den heer L, Boer aan den genealogischen uitbouw van den z.g. Velper-stam geleverd, en ondanks alle kosten en moeiten door de andere nog in leven zijnde ex-functionarissen der Vereeniging aan dien stam besteed, nog zoo weinig stof tot commentaren onder de Rubriek „Archivalia en bijzonderheden" biedt, is te betreuren. Het zal onzen Leden en Donateurs evenwel niet verwonderen, wanneer zij rekening houden met het feit, dat de practijk van het vorig Bestuur hoofdzakelijk zich wendde tot kerkboeken (welke weinig bijzonderheden leveren) en dat het lezen van oude handschriften in stedelijke en gerechtelijke registers veelal werd nagelaten. Wat tot dusver aan „Bijzonderheden" bij dezen stam door ons werd gepubliceerd in 21, 22 en 23, is voornamelijk getrokken uit de opgaven van ons tegenwoordig bestuurslid Wr. Moll Jzn,, die helaas geen tijd en gelegenheid heeft kunnen vinden om de personen van dezen stam nader te leeren kennen, waar hij - zooals U t.z.t. zal blijken - zich al geruimen tijd bezig houdt met het naspeuren omtrent naamdragers uit andere z.g. stammen. Ook zijn eenige der oudste genealogische gegevens (tot dusver i.z. Velper stam gepubliceerd) aan zijn onderzoek te danken.
Genoemde Heer Wr. M. hoopt later gelegenheid te kunnen vinden ook de boeken van Arnhem en andere ter zake noodige plaatsen te kunnen lezen e n bewerken, .... indien al niet uit de kringen der leden en donateurs daarvoor eerder medewerking en hulp komt?

ARCHIVARISCH MENGELWERK.
(Vervolg der beschouwingen in No, 22, pag, 8 en 9 in zake het woord Mol(l).)
In het vorig nummer noemden wij eenige voorbeelden van het voorkomen van het woord, dat onzen geslachtsnaam weergeeft, in diverse talen. Steeds wijst de beziging van dezen „klank" op de beteekenis van week, zacht, fijn.
Wij kunnen aan de gegeven voorbeelden nog toevoegen: het Duitsche „Moll" en het Italiaansche „molle" (= drappo) werden gebezigd en worden nog gebruikt voor een bepaald weefsel van zijde, ook van wol. Ook hier dus weder toegepast op iets, dat zacht, week en iijn verdeeld aandoet of aanziet.
Verder vinden wij, dat in Duitschland wordt gesproken van moll, möll en mul (aan den Rijn), van moll en muil (in het Hessische), in de beteekenis van: rijp, zacht, week. In het Kaerntnisch zijn moul en moulet, in het Kimbrisch zijn mul, in Tirolsch: mol en in het Oostfriesch: mol en mul, allen in beteekenis gelijk aan: week, rijp, zacht.
Waar derhalve in tal van talen en dialecten de voornaamste beteekenis van het woord mol(l) duidt op den toestand of op de eigenschap van: week, fijn, daar meenen wij, dat die beteekenis de juiste vertaling van het begrip, dat met den klank ,,mol(l)" wordt aangeduid, teruggeeft. Wanneer dezelfde klank voorkomt of gebezigd wordt voor een instrument, voor een dier, of voor een product, dan komt het ons voor, dat zulks voortspruit uit verrichting, uiterlijke hoedanigheid of toegepast procédé, omdat die bewerking of verrichting of indruk alle gekenmerkt worden door het resultaat: weekheid, zachtheid.
Wanneer de gekiemde graankorrel geweekt, „mout" of molt genoemd wordt, als het instrument ter weekmaking van de harde graankorrels „molen" of molle genoemd wordt, het dier, dat de harde aarde in fijne weeke massa opwerpt „moude-werper", nu: mol, genoemd wordt, dan is die benaming te danken aan den verwekten indruk: n.l. week, zachtmaking, dus: moll, moul, mul etc. Het instrument „molen", het dier „moudewerper", Maulwurf, het product „moll" (drank), doen de werking of is ontstaan door de werking van „mollen", d.i.: weekmaken.
Het woord mollen als werkwoord (behalve in de bargoensche gebruikwijze), vinden wij slechts in de ruwe, maar kernrakende volksuitspraak terug, welke - hoewel grof realistisch - zoo juist de beteekenis van het woord „mol" en van het daarvan afgeleide werkwoord „mollen" teruggeeft. Die volkszin luid:
„gefarzt ist nicht gemollet, hofirt ist nicht geschworen!" (het uitstooten van gas (in het menschelijk lichaam) staat niet gelijk aan „week geworden zijn", (hoewel veel indruk makend); zoo staat vleierij niet gelijk aan duurzamen eed van trouw),
Ook in het Fransche: moëlle (- medulla) vinden wij verband met de idee „weekheid", het beteekent merg, pulp en oorspronkelijk duidde men er het celweefsel van den schors der boomen mede aan (fijn verdeeld, zacht). Alvorens van de taalkundige beschouwingen af te stappen, willen wij nog vermelden, dat Moll of Molle ook nog voorkomt heden ten dage voor een bepaalde maat bier. Waar die Berlijnsche uitdrukking wel stammen zal, niet uit oorspronkelijk de grootte van het glas of van den pul, maar uit de benaming van den drank zelf, welke dan later op den vorm van het glas, waarin opgediend, werd toegepast, meenen wij, dat wij weinig beteekenis hieraan hebben toe te kennen. Mocht het woord oorspronkelijk betrekking hebben op den vorm van de kom, waarin de drank werd toegereikt, dan ligt het sterke vermoeden voor de hand, dat wij hier terug moeten gaan naar het begrip „molen": De oorspronkelijke molen was niet anders dan een groote steenen kom (waarin de steenen kogel, die het graan moest verbrijzelen, werd rondgewreven). De vorm van de kom, herinnerend aan den oud-Germaanschen molen, bepaalde dan den naam van het voorwerp waaruit gedronken werd.
Datzelfde vinden wij ook in de benaming Mol of Moll voor een nap, dienende voor het bewaren van geldstukken; ook hier speelt de herinnering aan den vorm van molle of molen (dus het voorwerp, dat voor het mollen gebruikt werd door den molle(r)) een rol.
Ook wanneer wij nu spreken van een „mal", dan roepen wij de herinnering aan molen wakker, want de mal is in buitenomtrek gelijk aan de binnenholte van den vorm, als het ware gelijk aan den „malenden" steen in de „mol".
De Engelschen zeggen: The proof of the pudding is in the eating".
Wij hebben ons tot nu toe bewogen op taalgebied, pogende daar het „begrip" mol(l) te benaderen. Nu dienen wij ons wel rekenschap te geven van wat eigenlijk de aanleiding zal geweest zijn van de toepassing van het vóór herhaaldelijk aangeduide begrip mol(l) op den mensch Mol(l) (en varianten van dien naam). Dan moge in de eerste plaats gememoreerd worden, dat in de tijden, die wij nu „primitief" noemen, de gedachten, handelingen en het geheele leven der menschen minder dan in latere tijden beinvloed werd door de materieele overwegingen, (in verhouding tot hun geestelijken aandrift) dat de oorsprong van „namen" meer in geestelijken, dan in materieelen zin is te zoeken. Een bewijs voor die stelling vinden wij in het bestudeeren van „voornamen": van bijna alle is de geestelijke ondergrond te erkennen. Zouden dan „bijnamen" (latere familienamen) een anderen grondslag hebben? Daar zien wij geen enkele reden voor.
Wij spreken hier uitsluitend over zeer oude namen, niet over in de middeleeuwen ontstane namen, maar over die namen, welke reeds eerder bestonden,
Karaktereigenschappen, gemoedsstemmingen, streven van den mensch bepaalden zijn bijnaam, waren inderdaad een aanleiding tot naamgeving. Niet ieder had een naam = bij- of familienaam. De voornaam was de algemeen gebruikelijke en in het algemeen ruimschoots voldoende. Bij oogenschijnlijk uitzonderlijke eigenschap of uiting van den enkeling, afwijkend van het gangbare gros zijner genoten en vermoedelijk door hen onbegrepen (want de begrepenen zijn de speciale aanduiding niet behoevend), werd een kenschetsende naam gegeven. Namen als Colonna (de zuil), De Groote, Leeuwenhart, e.d, duiden daarop.
De tegenstelling tot het gangbare benoemde den mensch. Moed, heldhaftigheid, krijgszucht e.d. waren door oorzaken van noodzakelijkheid zoowel als door daarbij betoonde nuance dikwerf reden tot bijnaam, maar meer nog dan de krijgszuchtige kwam de overleg plegende, de vreedzaam overwinnende in aanmerking voor eene benoeming, juist omdat hij door zijn hooger geestelijk en zedelijk optreden de aandacht extra trok. De tegenstelling tusschen het bruut onberedeneerd krachttype en den wijsgeerig handelenden mensch is wel de meest frappante. Is het niet zeer aannemelijk, dat de eerste naamdrager Mol(l) zijn naam kreeg, omdat hij beredeneer der, overwegender, liefderijker, philosophischer was dan zijn tijdgenooten? Dat hij daarom aldus genoemd werd? Moedig, maar geduldig en bezonnen volhardend vermolde hij, waar de ander sloeg; waar de laatste door eigen kracht zich wilde redden, vertrouwde hij op hoogere leiding en wendde zich tot den Oorsprong des Zijns. Deze hypothese van den oorsprong des naams lijkt wellicht gezocht of overdreven .... maar zij sluit aan bij de hiervoor vertolkte taalkundige beteekenis van den naam, en .... zij sluit (zooals wij zien zullen) volkomen aan bij de gegevens omtrent den naam, die de heraldiek ons biedt. Zoo heel dwaas kan de hypothese (uit den aard der zaak moet het wel een onderstelling blijven) dus niet zijn.
Er bestaat evenwel een andere mogelijkheid, al achten wij die niet zoo heel waarschijnlijk. Het is n.l, niet te ontkennen, dat ook beroepen aanleiding tot naamgeving zijn geweest. Evenwel moet in de zéér vroege tijden het beroep wel iets buitengewoons zijn geweest, wilde het op derden zoodanigen indruk maken, dat naamgeving er door ontstond, er zou anders geen reden voor geweest zijn. (Wij bedoelen steeds zoodanigen naam, dat die door afstammelingen werd verdergevoerd, respectievelijk derden dienzelfden naam ook aan de afstammelingen gaven). Nu is het mogelijk dat de eerste naamdrager geestelijke was of priester of iets dergelijks en dat zulk een plaats in de maatschappij hem den naam bezorgde, maar dan gaat toch óók de kern der hierboven geuite gedachte in zulk een geval geheel op, aan den naam blijft dan een geestelijken ondergrond van oorsprong kleven. Men heeft wel eens gedacht aan de mogelijkheid, dat de eerste Mol(l) een molenaar was, en daarom den naam droeg. Wij moeten dat denkbeeld echter verwerpen als reden van naamgeving, immers in dat geval zou de naam Molle of Moller een der oudste moeten zijn inplaats van Mol(l), buitendien is het moeilijk te aanvaarden, dat het beroep molenaar van zoo bijzonderen aard was, dat het oorzaak van onzen familienaam kon zijn. Wel is niet uitgesloten, integendeel vrijwel zeker, dat de naam Mol(l) gewijzigd (min of meer vertaald) is in namen, die op molen en molenaar duidden: (Molendino, Moller, Moliaart, Muylman, etc.) en ook, dat onder de Mol(l)-naam-dragers molenaars in opvallende mate voorkwamen, hetgeen zelfs aanleiding gaf in latere jaren tot den naam Mulder! Dit alles achten wij evenwel geen oorspronkelijke oorzaken van naamgeving. Heraldische gegevens maken het onwaarschijnlijk, dat aan den naam Mol(l) een anderen dan een geestelijken oorsprong verbonden is.
Het pad der hypothese verlatende, wenden wij ons thans tot de zichtbare gegevens der wapenfiguren van Mol(l)’s. En, den theoretischen grondslag, door de taalkundige beteekenis van het woord Moll gelegd, vervolgende, zoeken wij in de heraldiek ook naar de geestelijke beteekenis der wapenfiguren .... en, vinden de bevestiging van de hoofdzaak van het reeds aangevoerde; n.l. dat het oudst bekende heraldische Moll-teeken is een kruis, gevormd door 5 ruiten (De ruit: het teeken van „voortgezet leven"; nauw verwant aan het Runenschrift, (één ruit en vier halve ruiten in bepaalden vorm opgesteld geven het woord Mol in Runenschrift!) van rood. Zoowel door de ruitfiguur, herinnering opwekkend aan de Noorsche en Oud-germaansche godenleer, als door kruisvorm aan de Christelijke godsdienst en door de kleur aan het mystieke, n.l. de bloedkleur.
Een spoedig daarop volgend wapenfiguur der Mollen is het schild van blauw met drie zespuntige sterren, en eenige malen met het helmteeken: de mensch in elke hand een zespuntige ster omhoog houdend. Ook hier verwijzing naar Godsdienstig leven en wijsgeerigheid.
Een derde figuur vertoont het zwarte schild met drie mol-dieren van goud: Ook hier verwijzing naar Godsdienstigheid in dien zin, dat uitdrukking verleend wordt aan de Erfzonde, de mensch wroetend in het duister en toch het gouden Licht bevattend.
Er zijn nog tal van andere wapenfiguren (waarover, zoomede uitvoerig over de drie genoemden, het voornemen bestaat te zijner tijd een apart geschrift uittegeven) maar de thans vermelde zijn de oudste. Al deze figuren leiden in geen enkel opzicht naar een beroepsidee, noch naar het voorwerp van een beroep, wel echter naar een zedelijk-geestelijken ondergrond, jdie niet kan duiden op strijd, brute kracht, machtsvertoon, trotschheid, ijdelheid of iets dergelijks, maar duidelijk heenwijst naar zuivere wijsgeerige opvatting. En wat doet de wijsgeer anders dan het voor en tegen wikken en wegen, in alles het Licht zoeken, streven naar dat Licht, trachten door te dringen in de fijnste details van wat Is?
Is dat niet de zinnebeeldige voorstelling van wat de naam aanduidt als kenmerkende tegenstelling met den lichamelijk strijdenden mensch? n.l. de „weeke, zachte, fijne, milde"?
Wij meenen te mogen zeggen, dat het ontstaan van den bijnaam (later familienaam) Mol(l) is te wijten aan de wijsgeerige eigenschappen en aan het naspeurend denken, ontledend, verfijnend, dus vermollend, optreden van den eersten naamdrager. Dat die naam een waardevolle, sierende, was, mogen wij gerust veronderstellen, daar wijst het voortbestaan (verbasterd, vertaald of niet) van den naam op, al moeten wij erkennen, dat ook diverse afstammelingen hun naam in den loop der eeuwen zoodanig wijzigden of zagen gewijzigd, dat die noch in klank, noch m beteekenis ook maar iets meer op den oorspronkelijken naam geleek. Doch daarover later wel eens.
Wij blijven met alle kracht die in ons is, ons verzetten tegen het door de Genealogische vereeniging Mol(l) gepropageerde denkbeeld, dat het dier mol oorzaak der naamgeving is. Dat kan niet omdat dat dier anders werd genoemd, en omdat het oudst bekende wapenschild dat dier niet vertoont, en omdat hel dier - evengoed als de mensch - werd benoemd naar zijn eigenschap en niet de mensch naar het dier, noch het dier naar den mensch (dergelijke geestelijk veel lager staande vergelijkende naamgeving ontstond eerst in latere tijden, toen de familienaam Mol(l) reeds lang bestond. De oudste wijze van benoeming der menschen richtte zich niet naar het materieele maar naar het Hoogere, Onbegrepene).
Men moet in deze de tijdstippen goed onderscheiden en oordeelen in verband met de tijden; de verwarring en het niet door onderzoek terzakekundige van latere tijden mag niet van toepassing gebracht worden op vroegere tijden.
Wanneer een Mol(l) of de Mol zich in de zestiende eeuw Talpa betitelde, of ook wel in de zestiende en zeventiende eeuw genoemd werd „In de Mol", dan bewijst zulks niets ten aanzien van het ontstaan van den naam. Men zou dan evengoed, misschien met meer recht, kunnen zeggen, dat Mol(l) = molen of molenaar is in oorsprong, immers in de dertiende eeuw werd reeds de familienaam Moll, van der Molen en Molendino door elkaar gebruikt! Dit alles betreft echter naamsvervorming door onwetendheid omtrent de werkelijke beteekenis van den naam, in de hand gewerkt soms door het beroep van een naamdrager, en anders doordien bij dier, instrument en familienaam dezelfde eigenschappen werden benoemd, bij het dier echter in een ander woord dan het later ontstane „mol".
W. M. Jzn,
Driebergen, December 1936,

ENKELE PERSBEOORDEELINGEN der gehouden TENTOONSTELLING te Utrecht, Hotel Central, Id. 26 en 27 December 1936,
Het „Utrechtsen Nieuwsblad" zegt: FAMILIES MOLL EXPOSEEREN.
De Vereeniging „Families Mol(l)" bestaat ongeveer zes jaar Zooals de naam reeds aanduidt bestaat de Vereeniging uitsluitend uit leden wier geslachtsnaam Mol(l) luidt. Een zedelijk en maatschappelijk doel der Vereeniging is het vormen van een fonds, dat in de eerste plaats moet dienen ter tegemoetkoming in de onkosten, die leden der Vereeniging en/of hun afstammelingen noodzakelijk moeten maken voor hunne practische en/of theoretische ontwikkeling, wanneer blijkt dat zij die niet kunnen dragen. Zij tracht dit doel te bereiken door: voordrachten en lezingen, uitgave van genealogische werken, uitgave van werken en geschriften van Naamdragers Mol(l) en dier gezinsleden, het houden van tentoonstellingen, betrekking hebbend op den naam Mol(l), bevordering der samenwerking van Naamdragers op onderscheiden gebied. De Vereeniging maakt geen onderscheid in rang, stand, geloofs- of politieke overtuiging en beoogt niet het maken van winst. Gedurende de Kerstdagen heeft de Vereeniging „Families Mol(l)" een tentoonstelling gehouden in een der zalen van het hotel ,Centraal" op het Stationsplein alhier. Uit het geëxposeerde bleek, dat de naam Mol(l) niet van vandaag of gisteren dateert. Reeds in vijftienhonderd waren er menschen wier naam Moll was. Dit wordt bewezen door overdruk van handteekeningen uit oude archieven. Maar we willen het eerst eens over de moderne „Moll" ’s hebben. Ter expositie waren aanwezig verschillende werken van den kunstschilder Evert Mol en van G. Moll, alsook houtsneden van E. Moll uit Amsterdam, beeldhouwwerk en pottenbakkerskunst van Leni Moll en een schilderstuk van Mevrouw Middelman-Moll.
De naam Moll is ook door tal van mannen van de wetenschap gedragen. We noemen slechts den natuurkundige, prof. Gerrit Moll, den botanicus prof, Dr. J. W. Moll uit Groningen, prof, W. Moll, hoogleeraar in de Godgeleerdheid, ds. Joh, Moll, predikant, den stichter van verschillende onderwijs-inrichtingen te Den Haag, dr. Anth. Moll, die een belangrijk aandeel had in de tot standkoming van het Zeebad te Scheveningen. Ter expositie waren geschriften en portretten van deze Naamdragers aanwezig. We noemen verder den stichter van de tabaksfabriek „De Groenlandsvaarder" te Harlingen, die ook Moll heette, verschillende schrijvers en componisten, o.a. Feddo Mol, directeur van verschillende muziekcorpsen te Kollum, zijn zoon G. Mol, van wie verschillende bekroonde composities aanwezig waren, verder een compositie van den 17-jarigen Piet Schmidt Moll: „Lof der Liefde", waarvan de tekst werd gedistilleerd uit een dichtwerk van Dr. theol. E. Moll.
De expositie zou natuurlijk niet volledig zijn, als de K.L.M.-vlieger Jan Johannes Moll op het appèl ontbrak. Verschillende foto’s en krantenuitknipsels van den bekenden piloot waren hier aanwezig.
Het zou ons te ver voeren om alles wat deze tentoonstelling aan merkwaardigs biedt op te sommen, doch de verzameling is het bewijs van zesjarigen noesten arbeid. Ook voor hen die toevallig niet „Moll" heeten, is er op deze expositie veel interressants te zien.
„Woord en Beeld" (waarin een aardige foto van een deel der tentoonstellingswanden is geplaatst) zegt;
„een zeer merkwaardige Vereeniging is die, welke den titel draagt „Families Mol(l)", en welke zich ten doel stelt, de stamverwantschap van de dragers van den naam Mol of Moll te onderzoeken en een fonds te stichten, dat kan bijdragen in de kosten van de opvoeding van afstammelingen der geslachten Mol en Moll, Te Utrecht werd dezer dagen vanwege deze Vereeniging een tentoonstelling gehouden, waarvan wij hier een plaatje brengen. Het adres der Vereeniging is: Westerbaenstraat 93, Den Haag."
(In het algemeen was de pers niet door ons uitgenoodigd, omdat wij de tentoonstelling eigenlijk niet voor het groote publiek bestemd hadden. Nu toevallig toch een verslaggever aanwezig was, kwamen beide persuitingen tot stand. In het vervolg stelt het bestuur zich voor de pers wel te inviteeren.)

BLADVULLING,
Een paar ervaringen op de tentoonstelling:
le. Een bezoekster, zich aan een der rondleidende bestuursleden voorstellende, bleek gehuwd te zijn met een Mol en vertelde, waar deze geboortig was en hoe haar eigen naam luidde. Ik was erbij tegenwoordig, hoe de voorzitter allerlei nadere bijzonderheden dadelijk uit zijn gegevens voorlas, alleen steunend op de mededeeling, dat deze dame heette Mevrouw Mol geboren .... (we noemen haar hier niet), en dat haar man Mol afkomstig was uit R....
Een goed, systematisch genealogisch archief kon aldus naamdragers met belangrijke bijzonderheden omtrent hun familie op de hoogte en de Mollen nader tot elkaar brengen.
2e. Des Zondags was er onder de bezoekers o.a. een Utrechtenaar, die terloops zei: „Een tante van mij was getrouwd met een Moll". Het vrouwelijk bestuurslid, dat hem rondleidde, vroeg naar den voornaam van dien aangetrouwden oom van dezen niet-naamdrager, en naar de streek van herkomst. En ziet; „Hier op deze foto moet hij dan zijn". Inderdaad wees de bezoeker den bedoelden persoon op een der vele aanwezige groepsfoto’s van families Mol en Moll aan. Den volgenden ochtend, toen het bestuur reeds bezig,was, de museum-eigendommen weer in te pakken, kwam de zoon van den zooeven genoemden bezoeker nog even aanloopen, om óók die groepfoto te zien. De belangstelling voor genealogisch werk was bij deze aangetrouwde familieleden van een Moll gewekt en zij hebben de Vereeniging daarna reeds in ander opzicht hulp geboden.

VOLGENDE PUBLICATIE.
Over de tentoonstelling wordt nader geschreven, en daarvan zullen foto’s verschijnen.

INHOUDSOPGAVE.
     Bladz,
Samenstelling van het Bestuur        1
Verzoek van den Penningmeester       1
Bij den Aanvang van 1937        2
Mededeelingen van het Bestuur (betreffende: Wijziging Statuten en
Huishoudelijk Reglement, Orgaan, Advertenties, Contributie, Premies, enz.) 2, 3
Uitgaven der Vereeniging        4
Genealogisch Gedeelte (Afstamming, enz.)      5, 6
Archivalia en Bijzonderheden        6, 7
Archivarisch Mengelwerk        8-12
Enkele Persbeoordeelingen der gehouden Tentoonstelling    13-14
Bladvulling (Een paar Ervaringen op de Tentoonstelling    15
Aankondiging van tentoonstellingsfoto’s, enz     15
Inhoudsopgave          16

LOSSE BIJLAGEN:
Notulen der Jaarvergadering (26 December 1936). Circulaire

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect