Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

Uit Verledent het Heden - Tijdschrift der Vereeniging „Families Mol(l)".

Jaargang No, 22 (1)                         October 1936

Uitgegeven onder Verantwoordelijkheid van het Bestuur.
Secretariaat: Westerbaenstraat 93, Den Haag.
 
Noot: Dit nummer volgt op No. 21, door het bestuur in April 1936 uitgegeven, Eenige nagebootste vereenigingsbladen (in Maart een zónder nummer en in Mei een ten onrechte genummerd No. 21) waren geen tijdschriften der Vereeniging „Families Mol(l)", doch persoonlijke uitgaven van den sinds 7 Maart 1936 reeds afgetreden redacteur Dr. W. H. Moll. Wij vervolgen in dit nummer de redactiewijze van ons (het officiëele) No. 21 en plaatsen als bladzijden 5 tot en mei 12 een genealogisch gedeelte over naamdragers Mol(l) uit vroegere tijden, aansluitend bij de stamreeks van No. 21, eveneens uit het nummer te lichten en in een afzonderlijken omslag, met volgende dergelijke genealogische mededeelingen, te bewaren. Voor nieuw toetredenden zijn, ter completatie, nog nummers 21 verkrijgbaar.
 
Geschiedenis der Vereeniging van 1 Januari 1935 tot 1 September 1936.
A. VERSLAG VAN HET VEREENIGINGSJAAR 1935.
De thans als leden der Vereeniging „Families Mol(l)" uitgetreden ex-functionarissen (secretaris, bibliothecaris, redacteur en archivaris) brachten op de twee laatste bestuursvergaderingen, welke zij bijwoonden (25 Januari en 7 Maart 1936), geen verslag uit over hunne werkzaamheden in het afgeloopen vereenigingsjaar; ook na de nederlegging hunner functies (7 Maart 1936) zonden zij aan de twee gebleven bestuursleden noch de verslagen zelf, noch de gegevens ervoor. Het tegenwoordig bestuur heeft het algemeen verslag dus moeten opstellen aan de hand van notulen, orgaannummers en andere publicaties.
Bestuur.
Bij den aanvang van het vereenigingsjaar bestond het bestuur uit de heeren: J. H. M. Mol (Culemborg), voorzitter; H. Moll (Dordrecht), ondervoorzitter; Dr. W. H. Moll (Amersfoort), secretaris; J. Moll (Utrecht), penningmeester en W. W. M. Moll (Bredevoort), De heer H. J. E, Moll (Ambon) fungeerde als vertegenwoordiger voor Indië. De bibliotheek en de redactie van het vereenigingstijdschrift „Uit Verleden, het Heden" waren in handen van Dr. W. H. Moll. ’
De heer H. Moll bedankte in October 1935 als bestuurslid;
 
de Algemeene Vergadering koos op 9 November 1935 in die vacature Mevrouw A. Helena Moll (Den Haag).
De voorzitter J. H. M. Mol gaf in de periode tusschen de bestuursvergadering van October en de Algemeene Vergadering van November 1935 reeds zijn voornemen te kennen om uit het bestuur te treden en volvoerde het op 27 December 1935; de heer J. A. Moll werd daarna waarnemend voorzitter.
De heer H. J. E. Moll bedankte als vertegenwoordiger voor Indië; de correspondentie over een opvolger had in 1935 nog geen resultaat,
De heer Dr. W. H. Moll legde, staande de Algemeene Vergadering van November, de redactie van het vereenigingstijd-schrift neer, doch nam haar in het einde van hetzelfde jaar weer op (1) Zooals bekend, wierp Dr. W. H. Moll reeds op 7 Maart 1936, dus ruim 2 maanden na hervatting der redactie, die functie weer definitief neer,
Bestuursvergaderingen,
Deze vonden 4 malen plaats (Maart, Juni, September en October), Alle werden door de heeren J. H. M. Mol, J. Moll en J. A. Moll bijgewoond, 3 ervan door den secretaris Dr. W. H. Moll, l door den ondervoorzitter H. Moll en geen door den heer W. M. M. Moll. De bestuursvergadering van September bracht groote consternatie over den betreurenswaardigen toestand van het archief en het totaal gebrek aan contact met den vertegenwoordiger en de aangeslotenen in Indië.
Ledental.
In den loop van 1935 bedankten 11 leden en 6 donateurs, terwijl 2 personen hun lidmaatschap tegen een donateurschap verwisselden. 5 nieuwe leden en 6 donateurs meldden zich aan, zoodat het aantal aangeslotenen, dat op l Januari 1935 126 had bedragen (n.l. 65 leden en 61 donateurs) (Het vorige jaarverslag vermeldt per vergissing 64 leden en 62 donateurs, aangesloten op 31 December 1934), op 31 December 1935 gedaald was op totaal 120 (n.l. 57 leden en 63 donateurs), waaronder 2 eereleden, 3 leden en 3 donateurs in het buitenland en 8 leden en 3 donateurs in Indië. (Behalve van den heer C. L. Moll te Toelangan, zijn van geen der aangeslotenen in Indië contributies of donaties over de jaren 1934 en 1935 aan den penningmeester J. Moll verantwoord, zoodat hun aansluiting al sedert bijna 3 jaren twijfelachtig is geworden.) (Ook over 1936 is geen enkele dier afdrachten uit Indië in de kas van den vereenigingspenningmeester gevloeid) Een jaarverslag over 1935 werd evenmin als over 1934 door den vertegenwoordiger ingezonden. Als vertegenwoordiger voor Zwitserland werd in September 1935 de heer R. H. Moll benoemd. (Na hetgeen zich in 1936 heeft afgespeeld, heeft de vereeniging in Zwitserland geen vertegenwoordiger meer)
Algemeene Vergaderingen,
Deze zijn op 4 Mei en op 9 November gehouden. Was de belangstelling op de 6e Algemeene Vergadering in 1934, waar Dr. W. H. Moll een rede over „Doel en Nut der Vereeniging’’ hield, reeds zeer gering geweest (naast bestuursleden was een donatrice aanwezig), de 7e jaarvergadering op 4 Mei 1935 genoot al even weinig interesse van de zijde der aangeslotenen (behalve het bestuur was er een lid tegenwoordig); de door Dr. W. H. Moll gehouden causerie over ,,De Beteekenis van Familienamen in ’t algemeen en die van onzen Familienaam in ’t bijzonder", op de agenda aangekondigd onder den titel „Van heinde en ver", werd in No. 19 van het vereenigingstijdschrift „Uit Verleden, het Heden", October 1935, afgedrukt. De 8e Algemeene Vergadering, 9 November 1935, werd bijgewoond door bestuursleden, 2 leden, l donatrice en 2 gasten.
Daar uit het jaarverslag over 1934 een groot gebrek aan belangstelling voor de vereeniging bleek en de in September 1935 geopenbaarde ongeordende toestand van het archief bovendien onvoldoende werkresultaten aan het licht bracht, stelde een der aanwezigen de vraag, of men maar niet tot opheffing der vereeniging zou overgaan. Deze vraag, die ook in vorige jaren reeds te berde was gebracht, werd opnieuw ontkennend beantwoord.
De heer Warnar Moll Jzn. (Driebergen), door het bestuur als inleider uitgenoodigd, bracht daarop aan de vergadering prae-advies uit over de middelen, die de vereeniging zou kunnen aanwenden om haar statutaire doelstellingen meer tot haar recht te doen komen, dus ten gunste van een juist en systematisch geordend archief, van meer contact tusschen de leden onderling en met het bestuur, ter bevordering van een grooter ledental en van hoogere inkomsten en tot wijziging van het vereenigingstijdschrift. De vergadering benoemde een comitié van advies, waarin mevrouw A. Helena Moll en de heeren J. Moll, Wr. Moll Jzn. en W. W. M. Moll zitting kregen en welks opdracht luidde, de denkbeelden van den inleider Wr, Moll Jzn, uit te werken tot een advies aan de vereeniging en dit ter kennis van leden en donateurs te brengen.
Hoewel op het verzoek der vergadering, om ook in het comité zitting te nemen, door twee bestuursleden, de heeren J. A. en Dr. W. H. Moll, aanvankelijk een weigerend antwoord werd gegeven, maakte de laatste er later toch nog deel van uit, doch bedankte weer na een week.
Het advies kwam 23 December klaar en werd aan het bestuur nog dienzelfden datum toegezonden, met verzoek om gunstig paeadvies en doorzending aan de leden. (Door tegenwerking der thans uit de vereeniging getreden ex-bestuursleden werd de behandeling van het advies op de ledenvergadering nog steeds belemmerd.)
Lustrum viering,
De lustrumviering ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan der vereeniging, waarvoor een der leden, op verzoek van het bestuur, een speciale revue had samengesteld, kon wegens gebrek aan belangstelling niet doorgaan.
Het Orgaan,
Het vereenigingstijdschrift „Uit Verleden, het Heden" verscheen 5 malen. Nummer 17 was geheel gewijd aan de jaarverslagen over 1934 en de adressenlijst der aangeslotenen en nummer 19 aan de causerie, door Dr. W. H. Moll op de 7e Algemeene Vergadering gehouden. In de nummers 15, 16 en 18 verschenen, behalve algemeene bestuursmededeelingen (zooals mutaties in de ledenlijst, opgaven van en dankbetuigingen voor gedane schenkingen of voor verstrekte genealogische gegevens, vergaderingsagenda en verslag, beschrijving der geconcipieerde revue, enz. enz.), eenige memoranda (over Dr. J. A. en Dr. A. Th. Moll), een curiosum over Belgische naamdragers, 4 genealogische artikelen over het Lenneper geslacht en uit Oud-Lochem, en 7 geboorte-, l verlovings-, 3 huwelijks- en 5 overlijdensberichten uit den burgerlijken stand van het jaar 1935. Het orgaan heeft in het jaar, waarover dit verslag loopt, ƒ 98.25 gekost. Blijkens de notulen der jaarvergadering van 9 November 1935 beklaagde de redacteur Dr. W. H. Moll zich opnieuw over gebrek aan medewerking aan het orgaan en verklaarde klachten te hebben gehoord, weshalve het zijns inziens dan ook te bezien stond, of het tijdschrift moest en kon blijven bestaan.
Het Secretariaat,
Er is een vrij aanzienlijk bedrag aan porti uitgegeven, n.l. door den secretaris ƒ 50.10½ voor vereenigingscorrespondentie plus ƒ 6.91 voor porti der burgerlijke stands- en andere aanvragen, door den archivaris ƒ 12.26 en door den penningmeester ƒ 0.40½-(Er zijn echter door Dr. W. H. Moll bijna geen ingekomen stukken aan het tegenwoordig bestuur overgedragen en nagenoeg geen copiën van uitgegane brieven!)
Bibliotheek.
Het aantal boekwerken, dat op l Januari 1935 117 had bedragen, was op 31 December gestegen tot 143, dus een vermeerdering met 26 werken. Eenige dier boekwerken werden door Dr. W. H. Moll zelf geschonken. Geen der aangeslotenen vroeg ooit iets uit de bibliotheek ter leen. (Aan het tegenwoordig bestuur heelt Dr. W. H. Moll slechts 52 van de zich onder zijn hoede bevindende 143 boekwerken afgedragen!)
Genealogisch Archief.
Door de medewerking van een klein aantal leden en van eenige niet-leden, en door betalingen aan archieven en gemeente-secretarieën (voor een bedrag aan leges van ƒ 176,76), werd, zooals uit de mededeelingen in het orgaan bleek, een groot aantal nieuwe gegevens verkregen, o.a. de geheel uitgewerkte stamboom Moll van Bienne (Biel) met foto’s van doop-, huwelijks- en overlijdensinschrijvingen in de kerkboeken vanaf 1550 en memoires; de Mollenstam Rucphen bewerkt vanaf 1690, enz. enz. (Ook van deze rijke schatten is nog steeds bijna niets aan het tegenwoordig bestuur afgedragen!)
De toestand.
Het einde van het jaar 1935 vertoonde dus een beeld van weinig belangstelling bij leden en donateurs; er was een onvoltallig bestuur, dat zich wel bewust was van den onregelmatigen toestand van het archief, doch waarvan 3 leden toonden, de door de 2 anderen gewenschte reorganisatiemiddelen, aangegeven in het advies van het comité, niet toegepast te willen zien. Het in het jaar 1936 uitgebarsten bestuursconflict wierp dus reeds in 1935 zijn schaduwen vooruit.
In 1936 viel het oude bestuur uiteen en bestaat het nieuw gekozene, na de ledenvergadering van 11 Juli, thans uit (in alphabetische volgorde): Mevrouw J. C. Boer, Emmalaan 6, Apeldoorn; Mevrouw A. Helena Moll, Westerbaenstraat 93, Den Haag, secretaresse en waarnemend archivaresse; E. Moll, van Beuningenstraat 4, Den Haag; J. Moll, Begijnekade 2, Utrecht, penningmeester; Wr. Moll Jzn., Meenksche Laan 16, Driebergen, waarnemend voorzitter.
Wij hopen, dat de vereeniging thans een periode tegemoet moge gaan van meer belangstelling, van werkelijke bevordering van den familieband, onderling contact en wederzijdsche hulp en genegenheid, zonder onderscheid van geloof, stand of politieke richting. Daartoe roepen wij U aller medewerking in, (Lees s.v.p. formulier.)
HET BESTUUR.
 
B. VERWIJZING NAAR HET AFZONDERLIJK RAPPORT AANGAANDE DE IN 1936 GEREZEN CONFLICTEN.
Het rapport, dat U reeds werd toegezonden, behandelt in extenso zoowel de voorgeschiedenis van de bestuursverwikkelingen, als het conflict zelf en zijn gevolgen,
Wij bevelen het in de aandacht van U allen aan en verzoeken U, het te willen bestudeeren, evengoed dengenen onder U, die van de zijde der uitgetredenen reeds op hunne wijze zijn voorgelicht (Wij zenden dit orgaannummer met het rapport o.a. ter kennisname aan de ex-bestuursleden en uitgetredenen. De inhoud en de wijze van voorlichting door en/of namens hen aan de leden in woord en geschrifte, betreffende al het voorgevallene, ging buiten voorkennis of medeweten van de overgebleven, resp. nieuwgekozen bestuursleden. Wij hopen, dat zij niet zullen voortgaan met aantijgingen achter onzen rug, doch ónze richtlijn zullen volgen, door ons te voorzien van hun uitingen over onze handelingen. Tot nu toe ontvingen wij nog niets), als hun, die terecht van meening zijn, uit de onvolledige gegevens, welke zij tot nu toe hebben ontvangen (lees daarvan de verklaring in het rapport), zich nog geen klaar oordeel te hebben kunnen vormen.
Het feit, dat er door een paar ex-bestuursleden oneenigheid is gesticht en dezen de vereeniging met eenige sympathiseerenden hebben verlaten, moge voor de overblijvenden een reden zijn, onderling des te grooter trouw te betrachten en te probeeren, de verloren krachten weer terug te winnen.
 
Rekenend op U aller genegenheid voor de vereeniging en hare grondslagen, noodigt het Bestuur U uit, de hieronder geconvoceerde bijeenkomst van leden en donateurs met Uw tegenwoordigheid te vereeren (na inzending van het ingesloten formulier wordt U een uitnoodiging toegezonden).
C. INDEELING DER BIJEENKOMSTEN op 26 en 27 Dec 1936 in Hotel Central, Stationsplein 13-14, Utrecht, (Het hotel biedt bij tijdige bestelling goedkoope gelegenheid voor maaltijd en logies.)
26 December.
10.00 - 10.30 Expositie van interessante afbeeldingen, eigen werk en andere zaken van Naamdragers Mol(l),
10.30 - 12.30: Jaarvergadering (zie agenda).
12.30 - 01.30: Koffietafel, aangeboden door het Bestuur.
02.00 - 03.45 „Beschouwing over het ontstaan van den familienaam en zijne beteekenis, o.a. toegelicht met bewijzen ontleend aan de Heraldiek", ingeleid door Wr. Moll Jzn. (afgewisseld door muzikale voordracht van verzen uit het gedicht van Dr. theol, E. Moll).
03.15 - 05.30: Voortzetting der Vergadering (zie agenda).
06.30 - 08.00 : Zoo noodig wederom voortzetting der Vergadering.
27 December.
01.00 - 05.00 : Heropende gelegenheid tot bezichtiging der Expositie, afgewisseld met verzen en muziek door Naamdragers Mol(l) en hun nakomelingen.
 
AGENDA DER JAARVERGADERING VAN DE VEREENIGING „FAMILIES MOL(L)",
te houden op 26 December 1936, te Utrecht, Hotel Central, Stationsplein 13-14. Aanvang 10.30 uur.
1. Opening. ,
2. Notulen der vorige vergadering.
3. Mededeelingen en ingekomen stukken.
4. Behandeling der jaarverslagen (betreffende secretariaat, bibliotheek, genealogisch archief en financiën).
5. Verslag van de commissie tot het nazien der boeken en benoeming commissie 1936/37 (art. 3 v. h, huish. regl.).
6. Vaststelling der begrooting (volgens art. 3 van het huishoudelijk reglement).
7. Voorzitters- en bestuursverkiezing. (Het secretariaat, Westerbaenstraat 93, Den Haag, verzoekt vóór 15 Dec. eventueele namen van candidaten)
8. Voorstel tot intrekking van verleende eerelidmaatschappen.
9. Voorstel tot opheffing van vertegenwoordigingen buiten Nederland,
10. Bespreking van maatregelen ter terugverkrijging van eigendommen der Vereeniging.
11. Voorstellen tot wijziging der statuten. (De door hel bestuur voorgestelde wijzigingen worden hierbij gecyclostileerd aan leden en donateurs(trices) toegezonden. Eventueele amendementen worden vóór 15 Dec. bij het secretariaat ingewacht)
12. Voorstellen tot wijziging van het huish. reglement. (De door hel bestuur voorgestelde wijzigingen worden hierbij gecyclostileerd aan leden en donateurs(trices) toegezonden. Eventueele amendementen worden vóór 15 Dec. bij het secretariaat ingewacht)
13. Voorstel tot instelling eener werkcommissie voor genealogischen onderzoekingsarbeid (volgens art, 6 van het huish. reglement).
14. Voorstel tot instelling eener werkcommissie voor onderlinge belangen (volgens art. l, c der statuten).
15. Behandeling van het advies, uitgebracht door het in de Algem. Verg. van 9 November 1935 ingestelde Comité.
16. Rondvraag,
17. Sluiting.
 
D. FINANCIEEL VERSLAG OVER HET VEREENIGINGSJAAR 1935,
Inkomsten:
Saldo vorig jaar                                                              ƒ  31.24½
Contributies, donaties en inningsbijdragen                       ƒ 430.71
Rente spaarbankboekje                                                  ƒ    2.50
Totaal                                                                           ƒ 464.45½
 
Uitgaven:
Porti                                                                            ƒ  69.68
Inrichting (bureaukosten, papier, enz.)                            ƒ  55,22
Jaarverslag 1934 (orgaannummer No. 17)                        ƒ  21.50
Tijdschrift der Vereeniging (Ns. 15, 16, 18 en
Dr. W. H. Moll’s Causerie van 4 Mei, als No. 19)            ƒ   98.25
Gegevens Archieven en Burgerlijke Stand                      ƒ 176.76
Zaalhuren                                                                   ƒ     6.00
Inningskosten                                                             ƒ     6.99
Saldo in kas                                                               ƒ    30.05½
Totaal                                                                         ƒ  464.45½
 
No. 22,                                                     October 1936.
Genealogisch gedeelte.
(Voor leden en donateurs(trices) zijn klemmappen verkrijgbaar, voor opberging van de , uit de orgaannummers te lichten, deelen van stamreeksen, archivalia, archivarisch mengelwerk en derg. genealogische gegevens, voorzien van losse titelbladen voor de verschillende stammen, na toezending van ƒ 0,45 aan secr. A. Helena Moll, Westerbaenstraat 93, Den Haag, Postrekening No, 290829).
 
ARCHIVALIA en BIJZONDERHEDEN betreffende de in Nummer 21 (van Goeden Vrijdag 1936) Rubriek „Genealogisch Gedeelte" vermelden:
 
i.z. JACOB Hendriksz. Moll
(zie pagina 4 van bovenvermeld nummer)
Gehuwd 31-3 1705 Utrecht, met ANNA JACOBA van Romswinckel.
Het huwelijk vond plaats in het St, Anthonie-Gasthuis, n.l. in de Kapel daarvan. Deze plaats van de plechtigheid wijst erop, dat het bruidspaar behoorde tot den deftigen stand. (Het gezin van Romswinckel behoorde tot de gezeten burgerij van Utrecht.) De bruidsvader Dirck v. R. huwde, na overlijden zijner eerste vrouw, met Antonia van Deuticom in ongeveer 1728 te Amersfoort, hij stierf vóór 1749, zijn voornoemde tweede vrouw hertrouwde te Utrecht 30-5 1750 in de Domkerk met CORNELIS Conradszoon Moll, weduwnaar van Jenneken van Gelder genaamd vd Heyden, (Over dezen Moll hopen wij later te schrijven).
Wij vonden den naam Romswinckel o.a. te Laren, waar Matthias v. R. in 1681 predikant is, en te Kuilenburg, waar in 1681 woont Johannes v. R. Matthiasz., commissaris van den keurvorst van Brandenburg, en te ’s Heerenberg, waar 1714 huwt Frederik Lodewijk v. R. met Susanna van Aalst, weduwe van Dirk Dibbets, uit Emmerik.
Voor het huwelijk gaf vader HENDRIK Moll zijn toestemming, zooals blijkt uit het door dominee Brouwer, predikant te Velp, naar Utrecht ingezonden schrijven. Dat de vader niet aanwezig was in Utrecht, geeft wel aanleiding om te meenen dat deze lichamelijk niet in staat was tot reizen (eenige jaren later was hij overleden).
Bij het huwelijk waren getuige Johan van der Kolk, „goede bekende van den bruydegom" met (voor de bruid) Dirck van Romswinckel „pater sponse".
Van Jacob Hendriksz, Moll werd door ons nog geen verdere bijzonderheid gevonden, behalve, dat uit het kerkboek van Utrecht anno 1716 blijkt, dat op 21 Februari in de Jacobikerk begraven wordt het kind van de weduwe van Jacob Moll in de Ridderschapsstraat, - wij nemen, bij gebrek aan betere gegevens, aan, dat laatstgenoemde de hier beschreven JACOB Hendriksz. Moll is, dus deze vóór 1716 te Utrecht is overleden.
 
i.z. JOHANNA MARIA Hendriksdr. Moll
(zie pagina 4 Jaargang 1936, nummer 21),
Huwde te Utrecht 13 Juni 1708 in de Domkerk, met Jacobus van Coten,
gedoopt te de Bildt bij Utrecht, zoon van Cornelis van Coten.
Zooals reeds opgemerkt werd in 1709 op 27 Januari het huwelijk overgesloten in de Roomsch-Katholieke kerk te Utrecht; beide echtgenoten waren dus tot het oude geloof overgegaan.
In de Domkerk was de getuige Hendrik Janszoon Edelcoort, buurman van den bruigom, met Anna van Bruggen, ,,haer slaepvrouw" (dus degene bij wie de bruid in huis was).
Toen woonde Van Coten buiten de Wittenvrouwenpoort, (dus aan den weg naar de Bildt).
Bij het huwelijk in de Roomsche kerk, buiten de Witte-vrouwensingel, waren de getuigen Arnoldus Schade en diens echtgenoote.
(De naam Schade, Schay, of Schadee komt herhaaldelijk in verband met Mollen uit onderscheiden takken en in diverse eeuwen voor.)
De echtgenoot Van Coten wordt in latere notities ook vermeld als genoemd wordend „van de Bilt", hetgeen erop wijst, dat hij in de Bildt een bekend persoon was; in het kerkboek der R.K. Kerk heet hij Jacobinus Cornelisse van de Bilt.
Zijn vrouw wordt ook vermeld als zich noemende „Mooi", ook wordt haar naam geschreven „Mol".
Het echtpaar liet de navolgende kinderen doopen te Utrecht, in de Katholieke kerk buiten Wittevrouwen:
4 maart 1709 Wynanda, waarvan patrina (peetemoei) Jannigje Cornelisdochter v. d. Bildt,
6 mei 1711 Henricus, peet Johanna van Coote,
16 november 1713 Cornelius, peet Gertruit v. d. Bilt.
Het schijnt, dat de vrouw na den dood van haren man verhuisde naar dat gedeelte van de tegenwoordige stad Utrecht, dat buiten de Tolsteegpoort lag en nu tot het stadsdeel hoort, waar de weg van Utrecht naar Bunnik door gaat, althans wij lezen in het begraafboek van de Geertekerk: „2 december 1770 Johanna Maria Moll, weduwe Jacobus van de Bilt buiten Tolsteegpoort, laat na mondige kinderen. Gratis."
Uit deze notitie blijkt, dat Van Coten in 1770 niet meer leefde, dat zijn vrouw toen stierf, de kinderen (hoeveel?) meerderjarig waren, doch dat het met de finantiën slecht gesteld stond.
Het schijnt, dat de familie van Johanna Maria niet in intieme verhouding tot haar stond na haar huwelijk, van die (Mollen) zijde verschijnt niemand noch bij huwelijk, noch bij doopplechtigheden. Was hier het godsdienstig leven de scheidingsklove?
 
ARCHIVARISCH MENGELWERK,
Eenige uittreksels uit acten, waarin het woord „MOL", „MOLL", „MOLT" etc. in andere beteekenis dan als bijnaam, familienaam, voorkomt.
1. (Sneek, december 1587), De molenaar (moller) Syoerdt Martensz verklaart: „... des ende waervoer ick Syurdt voer my ende myne erffgenaemen en dengenen, die nae my den voersegden meulen zullen malen als eygener, huerman offte anderszins gesette knecht offte meulener, hebben beloeft ende aengenomen, belove ende aenneme mitz dezen, dat ick ende myn naecomen als bedien zullen malen allentgene den Wesemeesteren totten weeshuyse binnen de voersechde stede voer haeren inwoenderen tzy olde offte jonge proveniers ende anderen daerinne woenend, ende den alimentatie offte aelmoesen genietend, allen grane zoewel van rogge, weyt, garst, orten, bonen, MOLT, ende anderszins ende dat sonder enige pensie offte geit daervan t’ ontfangen, mitz nochthans dat zy alle granen zelfs ter meulen zullen brengen offte doen brengen ende het meel vandien wedromme halen tot haeren eygen costen. Belovende .... (etc.)
2. (Wageningen, Augustus 1693). Aan de suppoosten, die hun bediening wederom willen aannemen, wordt een half vat MOL gegeven, om op morgen op de gesondtheyt van de Magistraat te drincken.
(Wageningen, November 1706) syn binnen (in de kamer van Burgemeesteren) gestaen Jan Alertsz, Arien Lambertsz Anthony Segelaer en REYER MOL, als gecommitteerden uyt de Burgery (zy vragen) of ’t met goetvinden en believen van de Heeren mochte wesen, dat de twee Burgercompanieen op den dank- en bededagh, die 24 November was uytgeschreven en alsdan stont geviert te worden, int geweer quamen en alsdan ook iets om te drinken mochten toegeleyt worden, (daarna volgt het besluit:) yeder Burger Compagnye te regaleren met drie tonnen MOLL en de jonge manschap met een ton MOL .... (vervolgens:) om op den voors. dank- en beededagh opt stadthuys by den anderen te komen, als wanneer aldaar om te consumeren souw gebragt worden, te weten voor haer Ed. end Achtb. ½ ancker wyn en ½ vat MOL voor de Gemeente ....
3. (Rhenen, September 1695), (Viering van inneming stadt en casteel van Namen:) de heeren van de Magistraet op ’t stadhuys, waer bestelt sall worden een ancker franse wyn neffens een halff vat MOL, soo tselve te bekomen is ....
4. (Rhenen 1570). In een verpachting van den molen staat onder meer een bepaling betreffende „’t coorn, mout offt MOLL". In latere regelen dier nota wordt dat Moll genoemd: MOEL.
5. (Rhenen, Augustus 1695). (Uit een peilbrief der accynsambtenaren): ,,Afgepeylt etc. etc. by Jacobus Valck inde Greb en bevonden alst volght: aen bier twee tonnen daer de kraen in stack en was off van een vier duym en van d’ander vyff duym, en nogh een ton MOLL, daer de kraen in stack, rnaer aff tot opleggens toe", etc. (Uit deze acte blijkt, dat de mededeeling in sommige Middelnederlandsche woordenboeken „mol = een soort bier" onjuist is, want tusschen bier en moll wordt uitdrukkelijk hier onderscheid gemaakt).
6. (Lochem, Kerkrekeningen 1629). „Hett bier, synde Nimmesche MOLL, van Hermann Vriessen gehaelt, wesende ses Cannen, facit etc.". (Dat mol(l) geen bier is, blijkt ook hier, al zou men schijnbaar moeten concludeeren tot het tegenovergestelde. Juist omdat er verschil bestaat, is bijgevoegd „synde Nymeegsche moll". Deze drank verving het bier, wanneer dat niet te krijgen was).
7. (Amersfoort, Juli 1719). De vroedschapsleden beklagen zich erover, dat de officier (van justitie) Teekman publiceert, dat hij „nog eens overgegeven hadde een gouden MOL van ƒ 1300.-, die hebben de Heeren onder haer gedeeld en ik heb er niets van gehad, maer noch wel ƒ 50.- aen kosten tekort gekomen, off ten laste van den Lande moeten brengen". Hij reflecteert daarbij op het geval „wanneer hem d’anderen tyde by diergelyke resolutie was geordonneerd onder den secretaris deser stad te brengen een opgesette MOLL, gevuld met gouden speciën, bestaende deselve in 59 pistolen, 13 dubbelde pistolen, 2 vierdubbelde pistolen en agt halve pistolen, gevonden by seker Frans gevangen major ter occasie van het visiteren van deszelfs doode lichaam". (Ofschoon hier sprake is van het dier Mol, doch zulks voor niemand een nieuw gezichtpunt kan opleveren, in zake beteekenis en herkomst van onzen familienaam, geven wij toch voorgaande acte, aangezien met de aangelegenheid, daarin vermeld, de schout Teekman te maken had, die - zooals hierna U zal blijken - een eigenaardige rol speelde zoowel tegenover de Amersfoortsche vroedschap dier dagen, als tegenover LAMBERT Mol).
(Wordt vervolgd.)
 
Wij veroorloven ons in herinnering te brengen, dat het woord MOLL in het Engelsen gebruikt wordt als afkorting voor Mary en in die taal voorkomt in het woord „mollify" (week maken), ,,molly" is het familiaire woord voor ,,Moll" en duidt op „zachtheid, weekheid, slapheid, meegaandheid".
Het Hollandsche „mollig" beteekent: zacht aandoend, gelijk het Duitsche „mollig".
Het Duitsche „Moll" beteekent „mineur", het mol-teeken in de muziek,
Het Fransche „mol" en „molle" beteekent evenzeer „week", het werkwoord „mollir", „week worden", wordt ook gebezigd om het „zwak" worden van den wind aan te duiden, „mollasse" is „slap, zacht, te week".
De Latijnsche woorden, waarin de klank „moll" voorkomt zooals „mollio", „mollis", „mollitudo", duiden alle op lenig, zacht, week, buigzaam, fijn, gevoelig, gematigd, etc. etc.
Met den biologischen term „mollusken" worden weekdieren aangeduid.
Het Hollandsche woord „mol" is (na de middeleeuwen óók diernaam) het bekende rnuziekteeken, waardoor de noot een halven toon lager wordt, als het ware „verweekelijkt" wordt.
Het bargoensche „mollen" (iemand van kant maken) is waarschijnlijk van dit laatste, bij wijze van beeldspraak, in zwang gekomen.
Het woord „mol" (diernaam) (Latijnsch „talpa", Duitsch „maulwurf", Fransch „taupe", Engelsen „mole") is ontstaan uit het oude woord „moltwerper", „moltworp", en heeft niets rechtstreeks gemeen met den Familienaam ,,Mol(l)", behalve in heraldischen zin, waarover echter later, en behalve in die gevallen, waarin door onkunde en kortzichtigheid de familienaam vastgekoppeld werd aan den diernaam en/of afbeelding „mol", welk laatste weder geleid heeft tot familienamen, verband houdend met den diernaam.
Nog moge opgemerkt worden, dat het Latijnsche „talpa" niet alléén voor het dier de mol werd gebezigd, maar ook voor een oorlogswerktuig der Romeinen, dat door massa en gewicht geschikt was tot verbrokkeling van muren, plaatsen, enz. Dit werktuig heette in het Latijn ook „moles", welk woord wijst op „reusachtig, zwaar, geweldig, uitbarstende toorn, tweedracht". De werking van de talpa kon men vergelijken met de werkwijze van het dier, dat gangen maakt en (de aarde) fijn maakt,
Het mout, (oudtijds „molt of moei of moll") is het week gemaakte, het ontkiemde graan. Nu wordt daaruit de moutwijn gemaakt, vroeger werd de drank „moll" eruit gewonnen.
Merkwaardig is, dat de familienaam „Molt" in de zestiende eeuw DEZELFDE familie betreft, waarvan een der broeders „Moll" genoemd werd; terwijl de tak „Mollevanger" er in nauw verband mede staat.
De Groninger „molboonen" zijn vermoedelijk gelijk aan het hierboven vermelde „molt", in 1587 graansoort te Sneek (zie acte No. 1), en het is niet onmogelijk dat daarvan het mout of molt gemaakt werd, waarvan de meergenoemde drank vervaardigd werd. Geweekt gelden zij nog in Groningen als een lekkernij.
Wij willen nog even bemerken, dat de molenaar de leverancier van het Moll was (tot dusver is schrijver dezes niet gebleken of in zulk een geval van den drank dan wel van de geweekte molt sprake was). Wanneer nu de maalder ook MOL(L) heette, dan ontstaat die vaak onontwarbare verwarring, waarbij een Mol(l) moller of molder is, in acten vaak moelenaer of moelder of van der Moelen genoemd wordt, en soms ook Molter. Wanneer men nu bedenkt, dat ook anderen dan Mollen molenaars waren, kan men begrijpen hoe lastig het is in het genealogisch onderzoek - daar waar doop- en trouwboeken niet den weg effenen - om zich niet te verwarren in het net van v. d. Molens, Molenaars, Molres, Mulders en Mullers en v. d. Meulens etc. etc., om maar te zwijgen van de ter Mollens, ter Moelens, enz.
 
Wij laten thans nog volgen de hiervoor bedoelde acten in zake LAMBERT MOL(L) Jacobszoon:
Amersfoort, 30 October 1713. De regeerders (van Amersfoort) gehoord het rapport van den heer borgermr ende andere heeren, Haer Ed, gecommitteerd by resolutie commissarissen van 21 Aug. dezes jaers, die in cragte ende tot voldoeninghe van selve resolutie over de conduiten inde huysinghe van suspecte huysen ondersoeck hadden gedaen, hebben om goede redenen goedgevonden, CHRISTINA BIL huysvrouw van LAMBERT MOL, welcks Lambert Mol geaufugeert is ter sake van begane manslagh aen de persoon van DANIEL van BEEFTINGEN, dese stad en vryheid van dien by desen te ontseggen ende te ordonneren, dat derselver kinderen sal mede nemen, sonder, ’t zij alleen offte mette de kynderen, daer oyt wederinne te komen sonder ha er Ed. speciale schriftelycke consent, op poene van apprehensie corporeel ende arbitrale correctie soo als bevonden sal worden te behooren.
4 december 1713. Opt gerepresenteerde, dat CHRISTINA BIL, huysvrouw van LAMBERT MOL by resolutie vanden 30 Oct. deses jaers om goede redenen dese stadt ende vryheid van dien is ontseyd, sonder oyt daer weder inne te komen sonder speciale schriftelycke consent op poene van apprehentie corporeel ende arbritale correctie, breder als in deselve resolutie de voors. CHRISTINA BIL door een deurwaerder is geinsinueert, egter stoutelyck in dese stadt blyft ende haer alomme publyckelyck is verthonende. Is naer deliberatie ende omvrage goedgevonden ende verstaen, dat aen den Heer Hooft-Schout de voornde resolutie authentyck terhand gesteld sal worden, ende de sake die van de geregte te demanderen omme door denselven Heer Schout, naer justitie daerin gedaen te worden, soo als bevonden sal worden te behoren, Ende dat gemelte Hr Hooft-schout te dier fine dese resolutie mede sal worden ter handt gestelt,
6 Mei 1715. De regeerders zynde voorgekomen dat CHRISTINA BIL huysvrouw van LAMBERT MOL, welcke Lambert Mol geaufugeert is ter sake van de bekende manslag aen de persoon van DANIEL VAN BEEFTINGH. om goede redenen den 30 Oct. 1713 dese stadt en vryheid vandien is ontseyd en geordonneert haer kinderen medetenemen, breder als in de resolutie daervan zynde, dat met deselve kynderen wel is vertrocken, maer buyten verwagtinge contrarie d’intentie eenige wederom gekomen zyn sonder consent, wordende alsoo deselve resolutie gecontravenieert en omme het effect daervan alsnog te doen hebben: is naer deliberatie en omvrage eenparig goedgevonden, de twee kinderen vanden voors. LAMBERT MOL en CHRISTINA BIL, met namen FYTGEN en BEATRIX MOL. by desen te gelasten en te ordonneren dese stad en vryheyd vandien binnen drie daegen naer insinuatie te ruymen en daeruyt te vertrecken, sonder oyt, buyten speciale acte van consent van Haer Ed. daer weder inne te komen, op poene van int publycq werkckhuys tot Utregt geconfineert te worden, omme aldaer met haer handenarbeyd de kost te winnen ter discretie van heeren Regenten van ’t selve werckhuys. Ende dat dese resolutie copielyck den heer Schout tot naricht sal worden ter hand gesteld,
30 April 1719. (Uit een bezwaarschrift der Amersfoortsche Vroedschap aan H. Mo. Staten van Utrecht over den hoofdschout der stad Amersfoort Mr. Johan Frederik Teekman):
.... en om UEd Mo nog al verder van des Officiers seer strafbare naelatigheid en wel moetwillige conniventie te doen blycken, soo gelieven deselve gepersuadeert te zyn in is den Gerechte geblecken, dat LAMBERT MOL, met welcken hy Officier altyd nauw en intime vriendschap gehouden heeft, binnen dese stadt jurisdictie hebbende neergeslagen DANIEL VAN BEEFTINGH. hy sigh nogh langen tyd na dat feyt en rontsomme dese stad heeft opgehouden, sonder dat nae hem is öe-rechercheert, niettegenstaende hem Schout door een Lid van ’t Gerecht is aengesegt, dat hy, Schout, wel wiste waer LAMBERT MOL sig onthield en dat hy hem wel magtig konde worden en ook de plaetse aengewesen daer hy te vinden was, (etc).
26 April 1719. De president-borger mr Murray aen desen Raed uyt name van den gerechte deser stad hebbende voorgedraegen, dat aen den^elven gerechte was voorgekomen, en verders by seeckere missive door den procureur-generaal vande Hove van Vriesland aen Haer Ed.Achtb. geschreven, was gebleecken, dat LAMBERT MOL, althans gevangen alhier over een begane manslag, en syne huysfrouwe den opgem. Gerechte verdacht hielden van partydigheyd en dat de vrouw ook hadde geseyt, dat hy Lammert Mol was van de Partye Lime van de Regering, (Lime is Ochtendsohemering, dus een partij Opgaande Zon, die dus bestaande toestanden moest omverwerpen), soo sy hetselve hadden genoemd, ende dat vervolgens de Leeden van den Gerechte eenparig hadden verklaard, dat syl. om de voors, redenen en anderen, die door quaadaardigheyt als andersints daeruyt by anderen souden mogen worden gesmeed, over de proceduren in de saken van voorn, Lambert Mol te houden, de judicature vandien over Haer Ed. alleen niet te willen nemen, maar Haer Ed, te doen assisteren met drie gerespecteerde Regtsgeleerden, daer toe voorstellende te versoecken drie raden uyt den Hove Provinciael. Ende alsoo het gerecht geen beurs heeft om de kosten dienaengaende ten vollen te betalen, is naer deliberatie en omvrage, hooft voor hooft gedaen, eenparig goed gevonden drie Raden uyt den voors, Hove tot Assesoren van opgemelt Gerecht in de voorsegde sake te versoecken.
1 Mei 1719 wordt de zaak van den ,,acht a negen weeken alhier gevanckelyck overgebracht synden LAMBERT MOL" genoemd „scabreus". Als assessoren zyn benoemd Mrs VAN BRUYNENBURCH VAN NELLESTEYN, en VAN CLEEFF.
24 July 1719 volgt de reeds hiervoor genoemde acte.
 
INHOUDSOPGAVE.
A. Verslag over het Vereenigingsjaar 1935                                                  1-4, 13
Genealogisch gedeelte (voor den opbergklemband)                                                        5-12
B. Verwijzing naar het afz. rapport aangaande de in 1936 gerezen conflicten           13
C. Indeeling der Bijeenkomsten op 26 en 27 December                                         14
Agenda der Jaarvergadering op 26 December 1936                                                        14-15
D. Financieel Verslag over het Vereenigingsjaar 1935                                            15

Los inlegblad; Formulier voor deelname aan jaarvergadering en tentoonstelling en voor toetreding tot de Vereeniging.

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect