Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

 5e Jaargang No. 20                                     1 Jan 1936

MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR:
Het Bestuur wenscht allen Leden en Donateurs Geluk en Voorspoed in het Nieuwe Jaar!
Sinds l Sept 1935 is de Vereeniging officieel vertegenwoordigd in Zwitserland in de persoon van ons lid, den Heer R. H. Moll, Pierre qui Roule 11, Neuchatel (S.),
Onze Vertegenwoordiger in Oost Indië, de Heer H. J. E. Moll, is helaas reeds langen tijd ernstig ziek en moet om gezondheidsredenen zijne functie in ons bestuur neerleggen. Ons past op deze plaats, ZEd. onzen hartelijken dank te brengen voor al, wat hij door zijn ijverige bemoeiingen en zijn serieuse belangstelling voor de Vereeniging presteerde en ten slotte de Afdeeling „Indië" tot stand bracht. Het Bestuur wenscht den Heer Moll definitieve genezing toe en hoopt, dat hij nog lang voor zijn gezin gespaard moge blijven! Over een opvolger wordt gecorrespondeerd.
Wegens het bedanken van den Ondervoorzitter, den Heer H. Moll te Dordrecht, heeft de Algemeene Vergadering met algemeene stemmen verkozen tot nieuw bestuurslid Mevrouw A. H. Moll te Den Haag.
Het Bestuur betuigt zijn leedwezen over het verlies van den Ondervoorzitter, die vanaf Mei 1931 zijn functie waarnam en wien de Vereeniging daarvoor dank schuldig is: de Heer Moll voelde zich, wegens tijdsomstandigheden, gedwongen, ook zijn lidmaatschap op te zeggen.
De in uitzicht gestelde viering van den Lustrumdag mocht tot onzen spijt niet gerealiseerd worden: slechts vijf leden betuigden hun instemming.
Een circulaire van 19 Oct 1935 riep de leden en donateurs ter Algem. Vergadering; 9 van de 25 dames en heeren, die antwoordden, zegden hun komst toe. Op de 8e Algemeene Vergadering van 9 Nov te Utrecht waren van die 9 drie dames verschenen, Mevr. G. Middelman te Barneveld, Mevrouw A, H. Moll te den Haag, Mej. W. M. Moll te Amster dam, die als gast introduceerde den Heer A. W. Moll te Amsterdam. De ontwerper van den oproep, de Heer Wr, Moll Jzn. te Driebergen, was door het Bestuur uitgenoodigd, om de vergadering van advies te dienen.
Op zijn in den breede ingeleid voorstel werd uit de vergadering een commissie benoemd, die zich ten doel stelt, een methode te vinden om te komen tot een finantiëele groep, noodig, om de kosten te dekken voor een algeheele fundamenteele opbouw van het Archief der Vereeniging. In die commissie werden benoemd Mevr. A. H, Moll, den Haag, de Heer W. W. M. Moll te Breedevoort, de Heer J, Moll, Penningmeester en de Heer Wr. Moll te Driebergen.
De Secretaris bedankte voor de verdere redactie van het Orgaan.
De vergadering werd wegens ziekte van den Voorzitter, den Heer J. H. M. Mol te Culemborg door den Archivaris, den Heer J. A. Moll te Bilthoven, geleid.
De Secretaris.
 
De Penningmeester verzoekt vriendelijk, de contributie voor 1936 vóór 15 Jan a.s. over te maken aan zijn adres: J. Moll, Begijnekade 2, Utrecht, gironr. 108622.
Na dien datum worden de bedragen met de onkosten van incasseering verhoogd.
De Penningmeester verzoekt, in verband met de langdurige ongesteldheid van den Heer H. J. E. Moll, zijn bedanken en de eventueele vertraging in de aanwijzing van een nieuwen Vertegenwoordiger, alle LEDEN EN DONATEURS IN OOST-INDIË de event. achterstallige contributies, met die over 1936 over te maken VOOR l MAART a.s. op zijn b.g. girorekening.
De Penningmeester.
 
Als Redacteur neemt ondergeteekende de vrijheid, U het volgende mede te deelen:
In de vergadering van 9 Nov. legde ik het redacteurschap neer, meenende, hiermee aan mij te oore gekomen verlangens naar wijziging van het orgaan, tegemoet te komen. Met aandrang aangezocht, op dit besluit terug te komen, heb ik voor-loopig toegezegd, de redactie van het door mij ontworpen orgaan, dat ik volgens eertijds aangegeven opzet redigeer, te blijven voortzetten. Mocht blijken, dat een wijziging, als algeheele verandering van dien opzet door meerderen gewenscht wordt, dan leg ik onmiddellijk de redactie definitief neer.
W. H. Moll.
 
Het Bestuur brengt zijn oprechten dank aan Mevr. I. Haupt-Schultz te Darmstadt voor de schenking van het portret van haar grootvader Jakob Moll (st. Gruibingen), met een door haar geschreven biographie en stamtafel, alsmede voor belangrijke Moll-notities uit Heilbronn, eveneens aan den Heer J. van Toll, den Haag, voor zijn talrijke vondsten in de Moll-Genealogie, aan den Heer M. D. Lammerts, commies R. Archief te Middelburg, voor een zeer interessante mededeeling over schilder Mol van Reimerswaal, - den Heer Ir. A. J. L. Juten te Bergen op Zoom voor de toezending van No. l van het periodiek „van Jut tot Juten", uitgegeven vanwege de Vereeniging van hen, die den familienaam Jutte of Jut(t)en dragen. De Vereeniging „Families Mol(l)" wenscht de jonge zustervereeniging voorspoed toe!; aan Mevrouw Dr. Hoenig-Mol te Keulen voor de schenking van het portret van haar grootmoeder Neeltje Mol (St. Scherpenisse), - den Heer Oudschans Dentz te den Haag voor de schenking van een levensbericht van Dr. Pieter Moll (Kaapstad).
 
Als nieuwe leden traden sinds Juni j.l. toe:
Mej. Claire Moll, Rue du Stand 13, Bienne (Zw.), (st. Biel).
de Heer Dr B. D. E. Kraft, Bilderdijklaan 6, Amersfoort, zoon van Petronella Johanna Bernhardina Alida Mol (st. Onder-dijk).
als donateurs:
de Heer H. Mol, Wilhelminadorp (Z.). Kerkweg B 93 (st. Scherpenisse).
de Heer A. A, Mol, Hoofd der School. Huize „Talpa" te Rilland (Z.) (st. Scherpenisse).
Adreswijziging:
de Heer H. J. E. Moll van Bandjermasin naar Melaboh (Atjeh, Sumatra).
de Heer L. Moll, Harderwijk, Stationslaan, naar Harder ijk, Oude Weg.
Mevr. G. M. Blokhuis-Moll van Alkmaar naar Bergen (N.H.), Groote Schuur, Notweg 11.
de Heer P. J Moll van Driebergen naar Nijmegen, St. Annastraat 111.
de Heer F. A. J Moll van Amsterdam, Raffaëlstr., naar Amsterdam, Michel Angelostr. 10.
de Heer G. C. van Moll, Eindhoven, van Stratumseind 41 naar id. 60.
de Heer Mr. A. J. Moll, Bilthoven, naar Utrecht, Maliebaan 6.
de Heer J. Moll, Penningmeester te Utrecht, van Weerdsingel naar Begijnekade 2.
Vraag: Wie weet het tegenw. adres van Dhr Moll, Dn Haag, van Beuningenstr. 4??
de Secretaris.
 
Nieuwe nummers der Bibliotheek:
135 J. C. Mollema, „Van Zout en Zon". Haarlem 1934.
136 J. C. Mollema, „Rondom de Muiterij op „De Zeven Provinciën. Haarlem 1934.
137 J. C. Mollema, „Een Muiterij in de achttiende eeuw." 1933.
138 J. C. Mollema, „De berggeest van Mendanang". (alle vier geschonken door den Schrijver.)
139 Dr. A, Moll, „Leerboek der Geregtelijke Geneeskunde ’ Band III, Arnhem 1826. (geschonken door den Heer C. Hollestelle - Tholen.)
140 J. Doncker, „Hoe Dr. Mol zijn vrouw kreeg" - A’dam v. Looy. (geschonken door den Heer J. van Toll - Den Haag.)
141 Dr. A. J. van de Ven, , Het Oud-Archief van de gemeente Zaltbommel" 1935. (schenking van Dr. W. H. Moll.)
142 Redactie „Die Kerkbode". Deel 34; 25 Juli 1935. „Wijle Dr. Pieter Moll. (schenking van den Heer F. Oudschans-Dentz, Den Haag.)
143 J. Moll, „Bilderdijk’s Geschiedenis des Vaderlands", Diss. 10 Juli 1918 Utrecht. (schenking van Dr. W. H. Moll.)
De Bibliothecaris.
 
BURGERLIJKE STAND.
Geboren:
7 Maart 1935 te Rucphen: Catharina Cornelia Mol, d. v. Johannes Mol en Anna Catharina van Dijk (St. Oudenbosch).
Frederik Carel Pieter Moll, 27 Maart 1935 te Vlaardingen, zoon van Frederik Carel Pieter Moll en Wilhelmina Cornelia Verkerk (St. Velp).
Eileen Petronella Moll, 9 Juni 1935 te Londen, dochter van Pieter Cornelis Moll en Ethel White (St, Giethoorn-Blokzijl).
Cornelis de Mol, 12 Juni 1935 te Utrecht, zoon van Cornelis de Mol en Berta Alyda Jacobs (St. Gouda).
Willemina Magdalena Mol, 30 Sept. 1935 te Westkapellè, dochter van Johannes Abraham Adriaan Mol en Jakoba Minderhout (St. Scherpenisse).
Gehuwd:
25 April 1935 te Rucphen: Cornelia Mol, d v. Gerardus Mol en Maria Heeren, met Jan Heeren (St. Roosendaal ).
Overleden:
Arend Jan Mol, te Geesteren, 19 Maart 1935, oud 3 jaar, zoon van Arend Jan Mol en Willemina Bokhorst (St. Achterhoek),
Mr. Adriaan Anton Moll, te Dordrecht, 3 April 1935, oud 75 jaar, zoon van Dr. Hendrik Marinus de Bruyn de Neve Moll en Johanna Cornelia Boeye (St. Wageningen).

Adriaan Anton Moll Gezinsfoto

Van Dhr Herman Vriesendorp kreeg ik scans van twee mooie oude fotoportretten van Adraan Anton Moll en JC Moll- Bodel Bienfait en hun oudste 2 dochters en de andere hun 3 dochters geboren begin jaren 90 in de 19e eeuw (Jet Cor -mijn oma- en Miep)

Hendrik Bartholomeus Moll, te Vlissingen, 9 Mei 1935. oud 77 jaar, zoon van Hendrik Marinus Moll en Cornelia Gelina Jacoba Maria van der Meer de Wijs (St. Wageningen).

Aefke Liemburg te Luinjeberd, 2 Juni 1935, oud 50 jaar. dochter van Jan Jacobus Liemburg en Trijntje Hofstra, echtgen, van Abele Moll (St. Bolsward).
Lambert Boer te Apeldoorn. 27 Oct 1935. oud bijna 67 jaar, zoon van Jan Boer en Jantje Horn, echtgen. van Johanna Cornelia Moll (St. Velp).
Jacob Moll te ’s Gravenhage, 15 Nov. 1935, oud 72 jaar, zoon van Ds. Pieter Moll en Sophia Maria Gips, ongehuwd (St. Giethoorn-Blokzijl).
Pieter Abraham Adriaan Mol, 30 April 1935 te Leiden, oud bijna 26 jaar, ongeh., zoon van Adriaan Abraham Mol en Pieternella Johanna Maria Platteeuw (St. Scherpenisse).
Adriaan Cato van der Wel, echtgen. van Elisabeth de Mol. te Utrecht 10 Juni 1935, oud 37 jaar (St. Gouda).
Elisabeth Moll, te den Haag 18 Juni 1935, oud 68 jaar, dochter van Evert Moll en Maria Elisabeth Wilhelmina Sara Nieuwenhuysen, ongeh. (St. Velp).
Hendrik Evert Gritters Doublet, echtgen. van Wendelina Elisabeth Moll, te Haiger (Nassau), 27 Juni 1935, oud bijna 68 jaar (St. Giethoorn-Blokzijl).
Nellie Schipper, echtgen. van Marinus Moll, dochter van Jakobus Schipper en Maatje van Doorn, 22 Juli 1935 te Bay-City (Texas), oud bijna 64 jaar (St. Oudelande).
de Archivaris.
 
MEMORANDUM,
(Vervolg No. 18.)
Het Lenneper Geslacht Moll. II
Een andere omstandigheid, waarom we dit geslacht belangrijk noemen, is wel de alliantie met het geslacht Röntgen, Anna Josina Moll, de dochter van Melchior Moll en Adolpha Wewer, geb. 1697 te Lennep, overl. 22 Juli 1763, huwde 20 Febr 1721 te Lennep met Johann Matthias Röntgen, lakenfabrikant, geb. Juli 1697 te Roelscheidt, overl. Aug. 1763 te Lennep, zoon van Engelberten Röntgen en Judith Fuhrmann.
Het vijfde kind uit dit huwelijk, Johann Heinrich Röntgen geb. 22 Juli 1732 te Lennep, overl. 7 Mei 1816 ibidem, burgemeester en lakenfabrikant, huwde 28 Juli 1758 te Lennep Anna Catharina Schmidts. Eén der drie kinderen uit dit huwelijk Johann Heinrich Röntgen, geb. 7 Maart 1759 te Lennep en overl. 3 Juli 1842 ibidem, eveneens lakenfabrikant, huwde 9 Jan 1795 te Lennep Anna Louise Frowein. Uit dit huwelijk was een der 9 kinderen Friedrich Konrad Röntgen, geb. 11 Jan 1801 te Dahbringhausen en overl. 12 Juni 1884 te Gieszen, die l Mei 1842 te Apeldoorn huwt met Charlotte Constanze Frowein. Uit dit huwelijk werd WILLEM CONRAD RöNTGEN 27 Maart 1845 te Lennep geboren.
Zijn grootmoeder, Anna Louise Frowein b.g. was weer een dochter van Engelbert Frowein en Anna Henriette Wilhelmine Moll, geb. 1736 te Lennep, overl. 5 Maart 1795 te Lennep en dochter van den advocaat en burgemeester van Schwerte: Johann Heinrich Moll en Louisa Sibylla Mintert. zoodat Willem Conrad Röntgen van grootmoeders zoowel als van grootvaders zijde van een juffrouw Moll afstamt:

 
Röntgen’s vader, koopman in textielwaren en laken, verkocht in 1848 het huis aan de „Gansemarkt" in Lennep, en trok met vrouw en kind naar Apeldoorn, waar ze aan de Hoofdstraat (thans Nr. 171) woonden. Hier bezocht Wilhelm Röntgen de kostschool van M. H. van Doorn tot 1862, toen hij leerling werd der Technische School in Utrecht en huisgenoot van Dr. J. W. Gunning, den lateren hoogleeraar te Amsterdam, toen leeraar in de Scheikunde aan de Technische School. 18 Jan 1865 werd hij ingeschreven als student der Utr. Universiteit en den 14 Nov van dat jaar ging hij aan het Polytechnikum te Zürich zijne studiën voltooien. In 1872 keerde Röntgen voor enkele dagen terug naar zijn ouders in Apeldoorn, waar zijn verloofde vertoefde en trad 19 Jan in het huwelijk met Anna Bertha Ludwig, geb. 22 April 1839 te Zürich, dochter van Johann Gotfried Ludwig en Elisabeth Gschwend, nicht van den dichter Otto Ludwig). Röntgen was toen assistent aan het physikalisch laboratorium der Univ. te Würzburg. In 1872 werd hij assistent te Straszburg, waarheen zijn ouders een jaar later vertrokken.
In Gieszen professor geworden, sloeg Röntgen 1888 een professoraat te Utrecht af, maar nam de benoeming tot hoogleeraar in Würzburg aan. Hij overleed 10 Febr 1923 te München als Hoogleeraar aldaar.
De geheele wereld kent Professor Geheimrat Röntgen als uitvinder (1895) der geheimzinnige heilaanbrengende X-stralen, die, wat de bescheiden geleerde niet verhinderen kon, Röntgenstralen werden genoemd en een weldaad voor de geheele menschheid werden. Het aantal onderscheidingen, dat den grooten geleerde te beurt viel, is ontelbaar. Noemen we slechts, dat in Würzburg een gedenkteeken voor hem aangebracht werd, in Berlijn een standbeeld te zijner eere werd opgericht, in 1900 hem de Nobelprijs werd toegekend. Geen wonder, dat de stad Lennep hem tot eereburger benoemde. Minder bekend is Röntgen’s liefde voor de jacht, waaraan hij zijn vrijen tijd tot uitspanning wijdde; in Rimparr bij Würzburg bezat hij een eenvoudige jachthut, na zijn verhuizing (1901) naar München een ruim jachthuis in Weilheim (Beyeren).
Kinderen waren Röntgen niet geschonken; een dochter van een zuster zijner vrouw nam hij als pleegdochter aan en adopteerde hij als eigen kind.
De broer van Röntgen’s grootvader, n.l. Peter Matthias Röntgen, geb, 9 Mei 1765 Lennep, overL 12 Febr. 1832 Lennep, huwde 4 Febr, 1789 te Lennep met Catharina Wilhelmina Frowein, Uit dit huwelijk werd geboren Johann Engelbert Röntgen, die destillateur in Deventer werd. Diens zoon Johann Matthias Engelbert Röntgen werd Concertmeester in Leipzig en vader van Professor Julius Röntgen, den weibekenden genialen musicus, eeredoctor der Universiteit van Edinburg. Julius Röntgen, geboren 9 Mei 1855 te Leipzig en overleden Sept 1932 te Bilthoven, was dus een verre neef van den grooten natuurkundige. Als we hier de woorden aanhalen van den ook reeds overleden Alexander Schmuller, in zijn „In memoriam J. Röntgen": „Voor mij was Röntgen de levende bron van muziek en menschelijkheid, mijn artistiek geweten en leermeester. Hem voor alles te danken is mijn plicht en behoefte", herdenken we met vrome eerbied ook hier den door God begenadigden kunstenaar.
(Benutte geschriften: Prof. Dr. P. Krause „Röntgen-Gedachtnis-Heft, anl, der Enthüllingsfeier des Röntgen-denkmals in Lennep am 29, u 30. Nov. 1930; „Aus der Geschichte der Familie Röntgen", von P. Windgassen, archiv. Lennep; „Maandblad van Oud-Utrecht"; „Wilh. Conr, Röntgen en Utrecht" door G. A. Evers (25 Nov. 1931).
 
Werft leden en donateurs voor de Vereeniging „Families Mol(l)"!

 5e Jaargang No. 21,              April 1936.

Uit Verleden, het Heden
[Driemaandelijksch tijdschrift der Vereeniging „Families Mol(l)"]
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Er is gedurende de laatste 5 weken eenige onrust in onze Vereeniging gebracht. Afgetreden bestuursleden en hun gemachtigden legden bij leden en donateurs (Wordt bedoeld: donateurs én donatrices) bezoeken af, verzonden telegrammen, brieven, kaarten en zelfs volkomen onstatutaire oproepen tot Ledenvergaderingen en gaven den menschen ons inziens een onjuiste voorstelling van zaken. Van onzen kant hebben wij van den beginne af gemeend, dat ontijdige mededeelingen niet mochten worden gedaan, doch dat pas de convocatie ter Ledenvergadering der Vereeniging de eerste openbaarmaking mocht zijn van de functiënneerlegging van 3 bestuursleden en de ledenvergadering de éérste gelegenheid, dat de meeningsverschillen mochten worden behandeid. Maar nu van andere zijde de zaak aan het rollen is gebracht, moeten wij voorloopig op een en ander antwoorden:
Twee bestuursleden legden, tijdens de bestuursvergadering van 7 Maart en een 3de zeer kort daarna, hun functies neer en de voorzittershamer werd aan één der overgebleven bestuursleden overgereikt. Van ons aanbod, zich op onbepaalden termijn nog eens te bedenken, werd geen gebruik gemaakt. Een briefkaart, 11 Maart gericht tot leden en donateurs, bevestigde het neerleggen der functies door de 3 afgetredenen. Pacificatievoorstellen van hun kant, waarover van 14 tot 25 Maart van beide zijden ernstig gecorrespondeerd is, faalden. Zij zouden hebben kunnen leiden tot omzetting van het ,,onverwachts neerleggen der functies" in een normaal „demissionnair-zijn", zelfs eventueel tot het herroepen van de aftreding. Een, met medeweten der afgetredenen, door een groep leden tot de leden gerichte oproep bevestigde nogmaals de aftreding der heeren J. A., Dr. W. H. en W. W. M. Moll. (De motieven, waarop zij het neerleggen hunner functies grondden, de redenen waardoor de pacificatiepogingen faalden en de weerlegging van het door Dr. Moll geschrevene in zijn artikel „Ten Afscheid" bespreken wij niet hier, maar op de ledenvergadering.)
De beide overgebleven bestuursleden hebben toen, ingevolge artikel 5 der statuten, de functies der afgetredenen tijdelijk overgenomen en gingen kalm voort met het bestuurswerk. Zij vormen, krachtens ingewonnen juridisch advies, thans het wettig bestuur der Vereeniging, op grond der statuten, en alleen door of namens hen beiden gevoerde correspondentie, vergaderingsoproepen en belegde vergaderingen kunnen worden beschouwd als daden van het bestuur der Vereeniging „Fam. Mol(l)".
Is dat nu zoo’n wereldschokkend iets voor een kleine Vereeniging als de Onze? Wij konden het werk in die tusschentijdsche weken best af. Ook als de heeren J. A. Moll en Dr. W. H. Moll, resp. als waarnemend voorzitter en secretaris-redacteur, in functie waren gebleven, zou hun werk in die periode in niet veel meer hebben behoeven te bestaan dan in het voorbereiden en bijeenroepen der, reeds in de bestuursvergadering van 25 Januari j.l, op 18 April te den Haag vastgestelde, Ledenvergadering én in het samenstellen en verzenden van het drie-maandelijksch vereenigingstijdschrift. Thans hebben dus de beide overgebleven bestuursleden het orgaan geredigeerd en de vergadering geconvoceerd.
Die Ledenvergadering, om gegronde redenen thans als Spoedvergadering uitgeschreven en aanvangende l uur in Hotel Zeben, Molenstraat 26, Den Haag, zal echter zoo spoedig mogelijk moeten trachten het bestuur voltallig te maken.
 
Uit Indië is door ons een telegram ontvangen, waarin Dr. W. H. Moll candidaat wordt gesteld. Wij weten, dat deze herkiesbaar is en zullen vragen, of de candidatuur wordt aanvaard.
Slechts enkele verdere opmerkingen, ter vergelijking met Dr. Moll’s Lentedagartikel volgen hier:
a. Dat artikel staat onder den kop en is verpakt in den gebruikelijken omslag van ons vereenigingstijdschrift, echter geen uitgave der vereeniging. Het draagt dan ook niet het volgnummer 21, volgend op nummer 20 van Januari 1936.
b. Den 23en Dec. was reeds aan Dr. Moll bericht, dat het comitélid W. W. M. Moll wegens zeer hoogen leeftijd geen comitévergaderingen had kunnen bijwonen, en een verklaring gegeven van het stellen van diens naam onder het advies. Dit is door den ex-redacteur-secretaris nagelaten onder aan het advies te vermelden.
c. Den 4den Januari was aan den ex-secretaris bericht, dat het een typefout was van degene, die het comité-advies op de machine geschreven had, dat als secretaris van het comité genoemd werd J. A., doch dat dit J. Moll moest zijn. Dit heeft de redacteur bij het doen drukken van het advies in Maart j.l. blijkbaar vergeten.
d. Het comité gaf noch zichzelf een opdracht, noch kreeg het die van het bestuur. Het had van de alg. vergadering de opdracht, de rede van den Heer Wr. Moll Jzn. uit te werken, en dat advies ter kennis van de leden te brengen. Daar de rede handelde over de onderscheidene deelen van het doel der vereeniging, werd ook daarop het advies voortgebouwd.
e. Familieverhoudingen, hetzij gunstig of ongunstig, wenschen wij buiten het bestuurs- of comitéwerk te houden. Wij kennen den heer Wr. Moll Jzn. alleen als
1. degene, die door Dr. W. H. Moll op de algemeene vergadering van 9 Nov. werd voorgesteld als iemand, die een subliem Mollenarchief op eigen kosten heeft aangelegd,
2. als den, door het bestuur op die algemeene vergadering, als praeadviseur uitgenoodigden genealoog,
3. als één der door die algemeene vergadering gekozen leden van het comité van advies,
4. als degene, die met ons vergaderde, en het advies van het comité hielp tot stand brengen, en
5. als één der comitéleden, die, nu het advies in de algemeene vergadering in behandeling komt, als mede-adviseur, tegenwoordig behoort te zijn.
f. Wij plaatsen in dit nummer een model, hoe wij meenen, dat de leden en donateurs kunnen worden bevredigd, wat betreft publicaties van stamreeksen. Daar Dr. Moll ons schriftelijk heeft erkend, dat zijn meening, als zou publicatie alleen statutair geoorloofd zijn tegen den kostenden prijs, zijnde ƒ 1000,-, ƒ 1500,- a ƒ 2000,-, op een misverstand berust, nemen wij de vrijheid reeds in dit nummer tot publicatie over te gaan en er U op te wijzen, dat uiteindelijk vele in het orgaan te publiceeren deelen van stamreeksen als resultaat groote stukken van stamboomen opleveren, hetgeen ons vereenigingsdoel ten goede komt.
g. Tenslotte: de verklaring, onder het advies, wordt door het artikel Ten Afscheid volkomen waardeloos gemaakt.
Laten wij hopen, dat de opmerking van Dr. Moll (zie artikel bi. 4), dat hij en wellicht de beide andere afgetredenen zich bij een eventueel krachtige beweging tot ontbinding der vereeniging zullen aansluiten, niet in overweging behoeft te worden genomen! Misverstanden kuanen worden uit den weg geruimd! Harde woorden kunnen worden teruggenomen! Samenwerken tot bloei der Vereeniging zij ons aller parool! Voor het beantwoorden van persoonlijk tot hem gerichte woorden door Dr. Moll in het artikel Ten Afscheid, geven wij in dit blad het comité-lid W. Moll Jzn. zelf de gelegenheid. Moge ook dat verheldering brengen.
Goede Vrijdag 1936, Begijnekade 2, Utrecht.
A. HELENA MOLL, waarnemende voorzitster.
J. MOLL, waarnemende secretaris.
 
GENEALOGISCH GEDEELTE.
In deze rubriek maken wij een aanvang met het afdrukken van zoodanige reeksen van geslachten, als waarvan de opeenvolgende namen vaststaan, volgens in den loop der jaren door de medewerkenden aan het archief onzer vereeniging verzamelde, resp, door vriendelijke bemiddeling van derden verkregen gegevens.
Het blijft mogelijk, dat later zal blijken, dat nog meerdere Naamgenoten bij bedoelde reeksen moeten worden opgenomen; zoodra zulks aan de samenstellers van deze rubriek bekend zal zijn, zal daarvan onder verwijzing naar het betreffende Orgaannummer worden kennisgegeven.
Wij zullen niet steeds regelmatig dezelfde reeksen, die wij publiceeren, vervolgen, maar afwisseling daarin betrachten. Bij elk vervolg zal echter verwezen worden naar dat orgaannummer, waarin de voorgaande en bijbehoorende reeks nageslagen kan worden.
Mochten aanvullingen of opmerkingen door de Lezers kunnen worden gemaakt, dan houdt ons Bestuur zich voor toezending daarvan zeer aanbevolen.
Afkortingen:
verm. = vermoedelijk, sdr = sdochter. vnd = voornoemd.
 
HENDRIK Moll
verm. geb. ca. 1653, overleden voor 1713 te Velp (Rosendaal)
woonde 1678 in Arnhem.
Er bestaat aanleiding om - wat zijn afkomst betreft - aantenemen, dat zijn vader was EVERT zoon van LAMBERT Hubertsz Moll, omtrent wien wij t. z. t, later zullen mededeelen.
Hij huwde te Arnhem februari 1678 met LYSBETH VALCKENAER geb. te Arnhem en overl. voor 1694 aldaar, dochter van Jacob V. en Mechteld van de Roer.
Hij hertrouwde te Velp January 1694 met CHRISTYNA LATTENHOUWER geb te Arnhem. Uit het tweede huwelijk zijn ons geen kinderen bekend.
 
Uit het eerste huwelijk sproten:
HENDRIK Hendriksz Moll
gedoopt Velp 7 April 1678, overleden 1713 te Arnhem
Hij huwde te Utrecht (in de kapel van het St, Anthonie Gasthuis) 5 Mei 1705 met JOSINA of GESIENA HOFMEESTER
gedoopt te Utrecht, overleden te Arnhem na 1730, dochter van Barteld H.
 
EVERT Hendriksz Moll
gedoopt Velp 17 Augustus 1679, overleden na 1753
gehuwd te Arnhem 5 Juli 1708 met JURRIANA VAN WYSSEL
overleden na 1753, dochter van Dirk v. W. en weduwe van Anthony Schuylenburg.
 
JACOB Hendriksz Moll
gedoopt Velp vermoedelijk ca 1680, overleden Utrecht voor 1716
gehuwd te Utrecht (in het St. Anthony Gasthuis) den 31 Maart 1705 met ANNA JACOBA VAN ROMSWINCKEL
gedoopt te Utrecht, dochter van Dirk v. R.
 
JOHANNA MARIA Hendriksdr Moll
gedoopt Velp verm. 1683, overleden te Utrecht 2 December 1770
gehuwd in de Domkerk Utrecht 13 Juni 1708 met JACOBUS VAN GOTEN
gedoopt te de Bildt, overleden Utrecht voor 1770, zoon van Cornelis v. C.
(het huwelijk werd 27 Januari 1709 overgesloten in de Roomsch-Katholieke kerk)
 
Afstammelingen van de voorgaanden:
Kinderen van Hendrik Hendriksz Moll en Josina Barteltsdr Hofmeester:
HENDRIK Hendriksz Moll
gedoopt Arnhem 29 Juny 1705 overleden Ned. O. Indië ca 1730 ongehuwd
 
ELISABETH Hendriksz Moll gedoopt Arnhem 26 Aug, 1708
 
Kinderen van Evert Hendriksz Moll en Jurnana van Wyssel:
HENDRIK Evertsz Moll
gedoopt Velp 16 Mei 1709
gehuwd te Velp 1729 met GEERTRUYDA BRAAKMAN
gedoopt Velp 9 December 1700 dochter van Lubbert B. en Willemke Jansdr
 
ANTHONY Evertsz Moll
gedoopt te Velp 7 Aug. 1710 overleden Arnhem 6 Dec. 1774
gehuwd te Arnhem 22 Oct. 1752 met MARIA ELISABETH VIERVANT
gedoopt 1732, overleden Maassluis 31 January 1792, dochter van Leendert V. en Catharina Maria Otten
 
LYSBETH Evertsdr Moll
gedoopt Velp 5 Juny 1712
gehuwd te Amsterdam 14 Novr 1749 met PIETER VAN OOYEN
gedoopt Elst, zoon van Jan v. O.
 
DERK Evertsz Moll
gedoopt Velp 25 Mrt 1714
gehuwd ten eerste te Dordt 19 Aug, 1736 met EVA VAN DEN BERG
overleden Oud-Beyerland 19 Nov. 1744
gehuwd ten tweede te N-Beyerland 27 Mei 1745 met MAGDALENA TROERSMAN gedoopt N-Beyerland dochter van Antonie T,
 
JACOBUS Evertsz Moll
gedoopt Velp 18 Oct. 1716, overleden verm. te den Haag 18 Mrt 1769
 
AELTIEN Evertsdr Moll
gedoopt Velp 18 Oct. 1716, overleden voor 1778
gehuwd te Velp 11 Febr. 1753 met DELLIS VAN VOORDEN
gedoopt Velp 23 Jan, 1724
 
JACOBA Evertsdr Moll gedoopt Velp 19 Mrt 1719
 
JURRIANA Evertsdr Moll gedoopt Velp l Juni 1721
 
TOMASYNA Evertsdr Moll gedoopt l Juni 1721 Velp
(Wordt vervolgd).
 
Noot: De voorvermelde personen vormen het begin van dien tak, welken door den ex-redacteur betiteld werd met „Velper-tak".
 
ARCHIVALIA en BIJZONDERHEDEN
betreffende de in de Rubriek „Genealogisch Gedeelte" vermelden:
 
i.z. HENDRIK verm. Evertsz Moll:
Wij schreven, dat zijn vader waarschijnlijk zal blijken te te zijn: EVERT Lambertsz Moll, In dit verband moge dienen, dat bij zijn huwelijk met Lysbeth Valckenaer de getuige was Berent Lamers, Waar Lambert eenige malen in kerkboeken wordt geschreven „Lammert" en „Lamert" schijnt het wel aanneembaar toe, dat bedoeld is Berend Lambertsz, die dan een broer van den bruidegom kan zijn,
 
EVERT Mollers komt in 1650 in de kerkboeken te Nijmegen voor als man van Lysbet HENDRIXDr. het is niet onwaarschijnlijk, dat genoemde de vader is van Hendrik Moll voornoemd. Moller en Moll wordt op onderscheiden plaatsen door elkander gebruikt.
Uitteraard bestaat nog geen voldoende zekerheid voor de onderstelling.
 
Voornoemde Hendrik woonde 1678 te Arnhem, wij vermoeden als soldaat. Hij woonde voor 1694 op het goed Rosendaal, nu onder Velp, en was 1694 te Velp.
Bovengenoemde Berent Lamers woonde te Arnhem in 1678.
Bij het tweede huwelijk van Hendrik was getuige de predikant Ds. Johan de Vries.
Van Hendrik, die waarschijnlijk landbouwer was, is verder niet veel bekend.
Zijn eerste vrouw wordt in sommige boeken opgegeven als „van Arnhem", een doop aldaar is echter niet gevonden. Wel is gevonden, dat te Nijmegen 28 dec 1655 gedoopt werd Elisabeth Valckenaer en mogen wij aannemen, dat deze dochter van Jacob Valckenaer en Mechteld van de Roer de vrouw van Hendrik Moll werd.
Omdat het Arnhemsche kerkboek spreekt „van Arnhem" lieten wij de geboorteplaats in de opgave hiervoor luiden: Arnhem.
Hendrik komt voor als getuige in 1708 bij het huwelijk van zijn zoon EVERT.
Nog moet vermeld worden, dat 1702 in Nijmegen een JAN Hendriksz Moll gehuwd met ANNEKE HUBERTSdr een dochter JANNEKE laat doopen, waarbij getuigen Jan Kremer en Bartje Gerritsdr. Het is mogelijk, dat deze Jan Moll ook een zoon van Hendrik voornoemd is; wij vermelden een en ander omdat .het niet onmogelijk is, dat wij later hierop terug zullen komen. Voorloopig nemen wij dien Jan nog niet in deze reeks op.
Ten slotte vermelden wij nog, dat Hendrik Moll voornoemd op 21 december 1699 te Utrecht een kind begroef. Of hij aldaar woonachtig is geweest, is onbekend.
 
i.z. HENDRIK Hendriksz Moll en Gesiena Hofmeester:
Hij woonde voor zijn huwelijk in Utrecht, wat hij daar was, is niet gevonden. Hij woonde aan het Vreeburg aldaar, niet ver van den ’messenmaker Wantenaer, wien wij in een latere mededeeling zullen ontmoeten in verband met de Mollevanger-tak.
Bij zijn huwelijk te Utrecht was een broeder van hem getuige benevens een kennis van de bruid.
Te Arnhem woont hij gehuwd in de Oeverstraat en verhuurt daar kamers aan Gerrit van Diest, want wij lezen in de raadsnotulen van Arnhem dd. 22-1-1710: ,,Op requeste van Hendrik Moll, versoeckende, dat Gerrit van Diest moge worden geordonneerd tegens May de gehuurde kamers te verlaten en supplicant heeft vrijgestaan die aan een ander te verhuren, sy dese gestelt in handen van party om hierop tegens maandagh te dienen van bericht."
(De naam van Diest komt herhaaldelijk in verband met Moll in andere ’takken van dien naam voor, zooals U in de toekomst zal blijken.)
Welk beroep Hendrik uitoefende te Arnhem is niet bekend. Na zijn overlijden (omstreeks Mei 1713) richt zijn weduwe tot den Raad van Arnhem het verzoek, niet zijn broer EVERT tot voogd aantestellen, wij vinden: „dd. 30 Mei 1713. Op requeste van Geeseken Bartolsdr \Veduwe van Hendrik Moll, versoeckende dat bij haar affsterven haere kinderen niet mogen komen onder de curateele van haar oom EVERT Moll, maar andere momberen gestellt off in een der stads-weeshuizen ingenomen. De Magistraet hierop gehad het preadvies van de colonels van het vaendel van de Oeverstraet stelt tot momberen aen in desen Wilhelm van Manen en Gerrit van Versen."
(Onder colonels van het vaandel moet men verstaan een soort gewapende machthebbers uit de burgerij, die ook als buurtmeesters optraden, en als zoodanig in bepaalde gevallen een schakel tusschen Overheid en Burgerij vormden. Bepaalde wijken hadden een eigen vendel, of bewapende afdeeling burgers, met rotmeesters, vaandrig, luitenants en colonels, welke laatsten het verband met de Overheid onderhielden. Die colonels hadden dus in dit geval den plicht om op last der Magistraat te onderzoeken waarom Gesiena (of Josina) Barteldsdr Hofmeester haren zwager Evert niet wilde als voogd harer kinderen; blijkbaar viel dat onderzoek te haren voordeele uit, want de Magistraat benoemde Evert niet tot voogd. De namen van Manen en van Versen (Viersen) komen ook in andere Moll-takken voor.)
In 1716 wil de weduwe hertrouwen en wenscht derhalve scheiding van den boedel te haren behoeve en ten behoeve van (haar kinderen. Wij lezen 15-4-1716: ,,Op requeste van Gosiena Hofmeesters, weduwe van Hendrik Moll, genegen zijnde van haar voorkind te scheiden, versoeckende daartoe twee momberen uit de vier overgegevene. De magistraet hierop gehad hebbende het advys van de colonels van het vaendel stelt tot momberen in desen vermeit aen Willem Enschert en N, Amerongen,"
(momberen zijn voogden. De naam Amerongen of van Amerongen is wederom een meermalen voorkomenden naam in de Mollen-genealogie. Enschert wordt in latere stukken ook Eschede en Enschut genoemd. Gij kunt hieruit zien, dat men in diverse stukken het niet zoo heel nauw nam met de namen! Deze opmerking moge U bijblijven, wanneer Gij later varianten op den naam Mol(l) zult zien.)
18 Jan. 1719 vinden wij: ,,op requeste van Wilhelm van Eschede als een der mede aangestelde momberen over het onmundige kint van Hendrik Moll by Gosina Hofmeesters ehelyk verwekt, versoeckende dat weder een ander momber hem mochte worden toegevoegd in plaats van zijn overleden raedemomber Nicolaas van Amerongen" etc. en wordt dan benoemd Adriaan van Juneveid. Nog kunnen wij hier vermelden, dato September 1730 ,,op verzoek van Willem Enschut en Adrian van Junevelt aengestelde momberen van Hendrik Moll, soone van Hendrick Moll en Gesina Hoffmeisters, te kennen gevend, dat haar pupil in Oost-Indien overleden is, versoeckende van haar moberschap ontslagen met overgevinge aan de moeder van tgeene onder haar is."
(deze pupil was Hendrik’s zoon geboren 1705. Uit dit blijkt tevens, dat de weduwe in 1730 nog leefde. Wij merken voor de goede orde op, dat in de uitdrukking „haar momberschap" en „onder haar is" thans het woord „haar" moet gelezen worden met ons gebruikelijk woord „hun".)
 
i.z. EVERT Hendriksz Moll en Jurriana van Wyssel:
Hij huwde te Arnhem, alwaar zijn bruid woonde. Bij het huwelijk was zijn vader getuige. Evert was toen sergeant bij de troepen van Colonel van Broeckhuysen, welke, zooals vereischt werd, het huwelijk „approbeerde in geschrifte".
Wij ontmoeten hem in Wageningen, waar 15-4-1709 in de resolutienboeken der magistraat staat: „Een vaandrig eischt Jan Schreuder op voor den dienst, als nog contractant zijnde, waarop Jan Schreuder aan Haar Edel en Achtbaren vertoont de eigen handteekening van den Luitenant Colonel Steenhouwer, als ook die van Sergeant MOLL (er staat Mol) die hem hier aangenomen heeft, waarbij blijkt, dat maar voor den tijd van twee jaren, die geexpireerd zijn met 28 Januari 1709, was dienst genomen." Als sergeant was Evert dus ook met de werving van huursoldaten belast. 12 December 1753 is hij te Nieuwpoort een der getuigen bij den doop van zijn kleinzoon DIRK, die later volgt.
Ook Jurriana van Wyssel is in 1753 bij haar kleinzoon getuige. De naam van Wyssel wordt sterk afwisselend geschreven: Wij vinden Wyssel, Wessel, en van Wezel en van Weelse, Hoe zij precies heet is niet mogelijk met zekerheid te zeggen.
Wanneer Everts zoon ANTHONIE huwt, is (1752) de toesteming van des bruigoms moeder Jurriana Weelse aanwezig, zij wordt daar vermeld als weduwe van Anthony Schuylenburg. Uit die vermelding volgt, dat -toen zij huwde met Evert Moll, - zij reeds weduwe moet geweest zijn, want in ’53 is zij met Evert getuige in Nieuwpoort. Het is merkwaardig, dat Everts eerste zoon genoemd werd naar zijn vader, de tweede zoon naar Schuylenburg en de derde zoon naar Jurrianas vader.
(De Wageningsche tak der Mollen, waarover later, zal U den naam Schuylenburg in de jaren 1708 en 1710 eveneens vertoonen, daar was een der burgemeesteren aldus genoemd.) Van Evert Hendriksz Moll is verder nog weinig bekend geworden. Een tijd- en naamgenoot van hem leefde in den Briel, of hij gelijk is aan dien naamgenoot of niet, durven wij niet uittemaken. Doch daarover t.z.t. als wij daaraan toe zullen zijn.
(Wordt vervolgd.)
 
ARCHIVARISCH MENGELWERK.
Na de dorre opsommingen der vorige bladzijden, moge thans iets volgen, wat humoristischer tint heeft en stof biedt tot opmerkingen en beschouwingen van onderscheiden aard, \Vij zijn van plan in deze Rubriek van tijd tot tijd typeerende documenten terugtegeven, eventueel er zelf beschouwingen aan vastteknoopen; indien echter onder de Lezers (ook onder hen, die dit „in de tweede hand" lezen) zich Geroepenen mochten bevinden, die hun kennis op het gebied van geschiedenis, zedenkunde, taalkunde, etc. ’kortom hun door studie en ervaring verkregen kennis willen benutten om - naar aanleiding van wat wij publiceeren - inlichtende bijdragen en beschouwingen aan de leden onzer vereeniging, door middel van dit orgaan, ter lezing en overweging te geven, dan verzekert het Vereenigings-Bestuur dezulken gaarne, niet alleen dat het zulks hoog zal op prijsstellen, maar ook, dat zij voor dergelijke geschriften zeer gaarne rubrieken zal openen in het orgaan.
Wie geeft wat hij heeft, is waard, dat hij leeft!
 
(uit de Vroedschaps-resolutiën van de stad Amersfoort) 1622 Mei 21.
...... „dat voor ons is gecomen in ’t gerecht HENRICK MOLLEN geboren tot Immerick inden lande van Gulick jegenwoordich geerft ende woenachtich op de Bildt bij Utrecht oudt omtrent 41 jaren ende heeft bij eede verclaert ter requisitie van Beernt Cock als man ende voocht van Anna Lamberts van Zyl’s dochter synre huysfrouw, waerachtig te syn dat hij deponent bij den requirant affgehuyrt is tusschen Joris ende Jacobi midsomer lestleden, om te gaen naer Bohemen ende aldaer te vernemen naer d’voors. Lambert van Syll off d’selve noch in den Leven off doot ware daervoor hem bij den requirant geloofft waren twintich rycxdaelder, dat hy deponent den voorn. Lambert van Zyll gevonden heeft in den Leger van Keurvorst van Beyeren leggende twee mylen boven den stedeken genaemt Dorcha in Bohemen alwaer dselve Lambert van Zyl was hopman van ’t geschuth in dienste van gemelte keurvorst, dat hy deponent den tyt van drye dagen by dselve Lambert van Zyll gebleven gelogeert en met hem gegeten en gedroncken hadde dat d’selve Lambert van Zyll hem deponent een missive mede gegeven heeft addresseerend aen requirant en syn huysfrouw gedateert in Augusto 1621, dat hy deponent van selve van Zyll hadde versocht eenige litteyckenen by monde om te verthonen dat hy hem gesyen ende gesproecken hadde, d’selve Lambert v. Zyll hem deposant tot een teycken seyde dat d’selve Zyll op een avont ten huyse van requirant syn zwager en desselffs huysfr. syne dochter inde koeeken uytgeslagen hadde een glas opdat men daerinne stellen soude gelyck hy oock hadde begeert gestellt te worden een nyeuwe glas met syn wapenen en dat d’selve Lambert van Zyll een vratte aen syn oor hadde staen gelyck hy hem deponent hadde vertoent. Dat d’selve Lambert van Zyll hem deponent oock behandicht heeft een volmacht bij deselve van Zyll in de Leger aldaer gepasseert ende hem deponant geschoncken noch thyen daelder te ontfangen van requirant, hy wilde die hem deponent wel medegeven, dan vreesde dat dat d’selve hem tusschenweegen affgenomen souden worden, dat hy deponent voorts syn affgescheyt van Lambert van Zyll genomen heeft en alhyer comende hadde hy deponent aen requirant voorsegt missive en volmacht behandicht ende ’t voorsegde beloofde bodeloon en daer en boven die thyen daelder by Lambert van Zyll hem deponent beloofft van de requirant ontfangen. Soo waerl: etc."
Noot: Omtrent dezen HENDRIK zullen wij t. z. t. nader mededeelen.
Toelichting en commentaar op het document stellen wij - in afwachting - tot nader uit.
 
Driebergen, 29 Maart 1936. Geachte Leden en Donateurs,
Het bestuur (overgebleven gedeelte), aan wier voorkennis, blijkens ontvangen inlichtingen, de inhoud van het door den ex-redacteur geschrevene werd onttrokken, biedt mij eenige ruimte in het vereenigingsgeschrift aan, opdat ik kan ingaan op het in „Ten Afscheid" aan mijn adres geinsinueerde, welke insinuaties gepubliceerd werden, zonder mij gelegenheid tot een wederwoord te bieden.
Ik dank hierbij die beide bestuurderen voor hun correcte handelwijze.
Het behandelen van alle vriendelijkheden in genoemd artikel aan het comité van advies (en tusschen de regels door aan mijn adres) gericht, ligt niet op mijn weg. Voor zoover die alleen de beide bestuursleden, die thans de Vereeniging vertegenwoordigen, betreffen, zullen deze zichzelf wel weten te verdedigen, en voor zoover de aantijging en verdachtmaking de gestie van het geheele Comité betreffen, hebben zijbeiden, ais voorzitster en secretaris van het comité, het recht (en van mij als derde comité-lid ook de machtiging) zulks namens ons alledrie te doen.
Persoonlijk betreur ik het, dat de heer Dr. W. H. Moll een standpunt heeft ingenomen en een handelwijze heeft gevolgd, waarmede hij het door mij aan U geschrevene (zie mijn brief van 12 October 1935) tot een paskwil heeft gemaakt.
Ik zal nu volstaan met alleen op enkele punten zelf integaan:
1. De schrijver van het artikel „ten Afscheid" spreekt van „opposanten" en „suggereerenden" adviseur, zoomede van „dressuur" van dien adviseur.
Ik verzeker U, dat de twee aangebleven bestuurders wilskrachtig genoeg zijn, om voor „suggestie" of voor „dressuur", van wien dan ook, niet vatbaar te zijn. Zij hebben tijdens de beraadslagingen van ons Comité getoond, rustig en zakelijk, maar vastberaden, hun eigen oordeel te kunnen geven. De combinatie der woorden „opposant" en „adviseur" ontgaat mij. Hoe kan men opposant raad geven? Zonder onderscheid des persoons geef ik iedereen, die het mij vraagt, en dien ik meen daarop te kunnen antwoorden, raad. Tot voor korten tijd deed ik dat óók den afgetreden secretaris. Opposant was ik niet in het comité, in de comitévergaderingen waren de drie aanwezigen volkomen homogeen. Bedoelt Dr. Moll, dat het geheele Comité of dat het geheele Advies opposant is, waarom schrijft hij dan „den opposanten adviseur"?
2. De schrijver haalt een brief van mij aan van 12 Maart j.l., zonder dien weer te geven.
Onbegrijpelijk is het, dat iemand daaruit kan lezen, dat ik, zooals de schrijver aan mijn mede-comitéleden meldde, en -waarover die mij interpelleerden, „verder buiten de zaak wilde blijven". De waarnemende voorzitter der vereeniging de heer J. A. Moll, speelde genoemd motief uit tegen mijn beide comitéleden teneinde het oproepen van ondergeteekende tot diens bijwonen eener voorgestelde ledenvergadering te verhinderen, (dus niet als éénige uitgenoodigde adviseur, maar als medelid van het comité van advies).
3. De schrijver wenscht geen publiek dispuut met den „adviseur, die zijn broer is".
Mij is niet duidelijk, waarom men niet op een besloten ledenvergadering, rustig van gedachten kan wisselen met iemand (zelfs met zijn broer) wiens meening men niet deelt. De gedachtenwisseling IS niet openbaar, en een DISPUUT (in den zin van twist) behoeft zij niet te worden.
4. Ten slotte herhaal ik hier, wat ik reeds vroeger (o.a. op de laatste ledenvergadering) aanbood:
Ik heb, ook nadat ik als voorzitter Uwer vereeniging aftrad, het door mij, op eigen kosten aangelegd archief verder kunnen uitbreiden en bewerken. Gaarne stel ik het nog steeds ter beschikking der vereeniging, mits die op correcte wijze wordt geleid en de functionarissen hun plicht doen in overeenstemming met functie en met het vereenigingsdoel.
Ik spreek den wensch uit, dat de vereenigingsleden en donateurs zich zullen scharen om de beide overgebleven bestuurderen en dat mijn broeder, zij het dan ook niet als bestuurslid, desniettemin de vereeniging zal willen en zal weten te dienen met zijn werklust en met zijn kennis. Hoogachtend en met Familiegroet

Wr. MOLL Jzn„ Meenkschelaan 16, Driebergen.

5e Jaargang No. 21                                  1 Mei 1936.
VERTRAAGDE MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR:
I
Met leedwezen berichten wij den Leden en Donateurs, dat onze Voorzitter, de Heer J. H. M. Mol te Culemborg aan zijn 6 Nov. meegedeeld voornemen, te bedanken als Voorzitter, op 27 Dec gevolg gegeven heeft. Door het reeds afgedrukt zijn van het orgaan Nr. 20 kan zijn aftreden eerst nu officieel meegedeeld worden. Wij brengen Z.Ed. hier onzen hartelijken dank, dat hij, hoewel weinig tijd beschikbaar hebbend, zich toch gedurende ruim 3 jaren bereid getoond heeft, met bekwame hand onze vergaderingen te leiden. De Archivaris was sinds 27 Dec als waarnemend voorzitter opgetreden.
Wij verheugen ons zeer te kunnen berichten, dat onze Vertegenwoordiger voor Indië,de Heer H. J, E, Moll, weer geheel genezen is van zijn ziekte, een gevolg van buitengewoon drukken werkkring. Hij heeft zijn ambt weer aanvaard, onder verplaatsing naar Ambon. Helaas moet Z.Ed, zijn taak voor de Vereeniging neerleggen, daar ernstig gewaakt moet worden voor een herhaling van overspanning. Wij zeggen den Heer Moll uit naam van de Vereeniging hartelijk dank voor zijn krachtige steun bij de oprichting van de Afdeeling Indië, voor zijn vriendelijke waardeering voor en warme belangstelling in ons werk; van die hartelijke belangstelling getuigt wel, dat Z.Ed. in de maanden van herstel, waar ieder werk hem verboden was, twee kruiswoordraadsels voor de Leden en Donateurs in elkaar zette, die in dit orgaan worden opgenomen. Laten wij, door spoedig de oplossingen in te zenden aan de Redactie, den Heer Moll bewijzen, hoezeer we zijn medeleven in ons werk op prijs stellen!
We zijn den Heer Ir G. A. de Mol, Landbouwconsulent aan het Departement te Batavia hoogst dankbaar, dat Z.Ed. zich met de Vertegenwoordiging van de belangen der Ver-eeniging voortaan belasten wil!
2.
Hartelijken dank brengt het Bestuur aan den Weled, Heer C. A. P. Ivens te Nijmegen voor een exemplaar van de Rheinisch-Westfahsche Zeitung, waarin een zeer belangrijk artikel voorkomt over het Mollengeslacht te Lennep, welke krant wij door vriendelijke bemiddeling van den Heer L. A. Moll te Nijmegen ontvingen, aan Mej. J.a Moll te Amsterdam voor het inzenden van belangrijke oude documenten, betrekking hebbende op het Mollen-geslacht te Nichtevegt, aan den Heer Dr, Ir. Friedrich Moll te Berlijn voor de schenking van een waardevol album „Künstler Schlesiens", waarin bijdragen van Mej. Margarete Moll, - welk album als Nr. 144in onze Bibliotheek is opgenomen.
Verder werden in grooten dank aanvaard: Jubileum Nummer van de Nederlandsche Kamer van Koophandel te Johannesburg. (Nr. 145 der Bibliotheek.) Gedenkboek, uitgegeven bij het 40-jarig bestaan der Nederlandsche Vereeniging te Johannesburg. (Nr. 146 der Bibliotheek.)
C. Moll. „Oxyuris Vermicularis" (Soerabaia 1933) (Nr. 147 der Bibliotheek.)
Alle schenkingen van den Heer H. E. J. Moll te Ambon.
3.
Als nieuw Lid is toegetreden: de Hr. D. Mol, houtvester, Telok-Betong (Lampongs). (Stam Spijkenisse.)
Nieuwe donateurs zijn:
de Hr. J. A. Moll, hoofdonderwijzer te Grissee (Java),
de Hr. F. G. E. Moll, hoofdemployé K. Paketvaart, Makassar (Celebes). (Stam Achterhoek.)
4.
Verdere mededeelingen.
Het Bestuur noodigt de Leden en Donateurs uit tot het bijwonen der Negende Algemeene Vergadering op Zaterdag 23 Mei 1936 te 2 uur, in Hotel Terminus te Utrecht. Agenda: niet geplaatst
HET BESTUUR.
5.
Kort Verslag van de bijeenkomst der Leden op Zaterdag 18 April, Hotel Zeben, Den Haag.
Hoewel uitgenoodigd, waren de 2 gebleven Bestuursleden niet verschenen! In een inleidend woord zette Dr. Moll uit Amersfoort uiteen, welke belangen op het spel stonden en waarom de Leden niet alleen de plicht, maar ook het recht hadden, die te verdedigen, op grond van de volgende verklaringen van twee bekwame rechtskundigen, een Rechter van de Arr. Rechtbank en een Kantonrechter-plaatsvervanger in twee groote steden: 1. de Vereeniging is thans zonder Bestuur; 2. toelating tot het lidmaatschap tusschen 7 Maart en 18 April is onwettig.
Daarop stelde de vergadering vast, dat de door de zich „wettig Bestuur" noemende personen: Mevrouw A. H. Moll te Den Haag en den Heer J. Moll te Utrecht aangenomen houding van onwaardigheid getuigt, wegens
1. het opzettelijk trachten in de war sturen van een vergadering van Leden, die rust en orde eischen,
2. het daarna plotseling op onwettige wijze afschrijven der samenkomst,
3. het door ,,posten(!)" aan de deur trachten, de bijeenkomst te verhinderen.
Redenen, waarom de Vergadering de motie indient, dat niet langer vertrouwen in een leiding dier twee personen gesteld kan worden, welke gebleken is, de Vereeniging te be-nadeelen. Na aanneming dezer motie met algemeene stemmen, ging de Vergadering over tot het kiezen van een nieuw Bestuur.
Gekozen werd tot Voorzitter: de Heer T. Moll, Directeur der Ambachtsschool te Huizen (N.H.)
Daarna werden de verdere Leden van het Bestuur gekozen, die de functies als volgt verdeelden:
De Hr. W. te Gussinklo te Apeldoorn: Onder-Voorzitter.
de Hr. G. van der Zandente Amersfoort: Penningmeester.
De Hr. Dr. W. H. Moll te Amersfoort: 1e Secretaris en Bibliothecaris.
Mej. H. G. R. Moll te Apeldoorn: 2e Secretaresse.
De Hr. J. A. Moll te Den Haag: 1e Archivaris.
De Hr. Dr. W. H. Moll te Amersfoort: 2e Archivaris.
Mevrouw E. M. Moll-Pfeiffer te den Haag en de
Hr. W. W. M. Moll te Breedevoort: beiden Bestuursleden zonder functie.
Vervolgens werd een reeds door 5 Leden onderteekende en staande de Vergadering door nog 7 Leden onderteekende Motie aangenomen van den volgenden inhoud:
„Ondergeteekenden, Leden der Ver. „Fam. Mol(l)", met Kon. Goedk. van 19 Jan. 1932 No. 37 (Staatsbl. 182), dienen ter vergadering van Leden van Zaterdag, 18 April 1936 ,te Den Haag, de volgende motie in:
Overwegende, dat door de Leden Mevrouw A. H. Moll te den Haag en den Heer J. Moll te Utrecht de homogeniteit in het Bestuur werd verbroken, het zeer te betreuren is, dat genoemde Leden niet ingezien hebben, dat de oorzaak der meenmgsverschillen, het Advies van het Comité, absurd is en voor de Vereeniging bij eventueele aanneming doodelijk zou zijn, het te laken is, dat van genoemde leden niet onmiddellijk ,na 7 Maart een ernstige geste uitging tot herstel van vrede en rust, een onontbeerlijke factor in onze Vereeniging,
de verdere houding der genoemde leden in alle opzichten zeer af te keuren is, stellen voor,
op genoemde personen toe te passen art. 7 der Statuten, al. 6 en de leden Mevrouw A. H. Moll te Den Haag en den Hr, J. Moll te Utrecht, van hun lidmaatschap met ingang van heden vervallen te verklaren."
18 April 1936.
w. g.: H. C. Moll; E. M. Moll-Pfeiffer; T. Moll; G. van der Zanden; J. A. Moll; J. H. M. Mol; H. H. Moll; W. te Gussinklo; Dr. W. H. Moll; Joh.a Moll; A. M. Bakkenes-Moll; H. G. R. Moll.
 
Besloten werd:
1e. tot voortzetting van het Orgaan onder Redactie van Dr. W. H. Moll en werd een flinke som tot exploitatie daarvan en der loopende zaken gegarandeerd.
2e. voorts een sommatie aan den ex-penningmeester den Hr. J. Moll te Utrecht te zenden, tot onverwijlde inzending van den aan hem op 7 Maart overhandigden en na de aanneming der voorwaarden op 20 Maart niet onmiddellijk teruggezonden voorzittershamer,
tot id. van alle bescheiden betreffende de door hem beheerde gelden en tot onverwijlde overmaking der Kas der Vereeniging.
De Heer H. C. Moll te Den Haag bracht daarna een ernstig en hartelijk woord van dank uit aan den Leider der Vergadering.
Tegen half vijf ging men uiteen.
DE 1e SECRETARIS.
 
Naschrift en nieuwe perspectieven.
Ondergeteekende, ten volle overtuigd van het ongeschokte groote vertrouwen der Leden in hem, tijdens de Vergadering betoond, neemt onder hartelijken dank voor de ondervonden, krachtige steun, met vreugde zijn taak weer op. De gepleegde aanslag op het Vereenigingsorgaan, waarbij men op de eens zoo gesmade akker van een ander ploegen ging, wil hij als een „te late" Aprilgrap beschouwen en verder niet op de van onwaarheden wemelende polemieken ingaan; slechts is het zijn plicht, die tegen te spreken, waarbij derden getroffen werden.
1. De Heer G. van der Zanden trad geen enkel oogenblik als „Gemachtigde van Bestuursleden" op. Zijn daad was zuiver en alleen eene van eigen initiatief. Waarom nu nooit eens iets moois mooi laten?
2. Indië „stelde" niet Dr. Moll „candidaat". Indië seinde letterlijk: „Waarom jarenlang vereenigingswerk door buitenstaander verbroddeld? Indië verlangt wettig bestuur en heropname van Willem, Amersfoort, w.g. Moll."
3. Het orgaan „Ten afscheid" werd op eigen kosten gedrukt.
En ten slotte: een oud gezegde is het: De leugen heeft van zich zelf de grootste last.
Laten wij hun die last en aanvaarden wij blijmoedig onze mooie taak ten dienste van onze Vereeniging !
Thans zijn ongetwijfeld de Kruiswoordraadsels van den Heer H. E. J. Moll te Ambon een aangename afleiding en de op te lossen slagzinnen zijn en onze welgemeende wensch!
DE REDACTEUR.
 
BURGERLIJKE STAND.
Geboren:
Pieternella Tanna Elizabeth Mol te Dubbeldam, 14 Dec 1935, d. v. Abraham Pieter Marinus Mol en Elisabeth Magdalena Bierens. (Stam Scherpenisse.)
Hans Mol, te Schagen, 12 Maart 1935, z. v. Cornelis Mol en Anna Marytje Roggeveen. (Stam Venhuizen.) (De Heer Cornelis Mol werd met l Jan 1936 benoemd tot Burgemeester van Wijdenes, - zijn geboorteplaats - en is de zoon van Heertje Mol en Aaltje Veld.)
Femia Christina Mol, te Neede, 25 Mei 1935, d. v. Lambertus Mol en Femia Geltink. (Stam Achterhoek.)
Christina Moll, te Huizen 4 Febr. 1934, d. v. Jan Moll en Christina Jongerden.
Klaas Moll, te Huizen, 20 Mei 1935, z, v. dezelfde ouders.
Neeltje Moll, te Huizen, 10 Aug. 1934, d. v. Joost Moll en Geertje Schipper.
Jacob Moll, te Huizen, 2 Sept. 1935, z. v. dezelfde ouders.
Cornelia Jacoba Moll, te Huizen, 26 Juli 1935, d. v. Gijsbert Moll en Grietje Vos, Gijsbertje Moll, te Huizen, 25 Juli 1935, d. v. Gerrit Moll en Gerritje Schaap.
(Stam Achterhoek.)
Geertruida Johanna Mol, te Huizen, 18 Maart 1934, d. v. Albertus Mol en Neeltje Rebel.
(Stam Eemnes.)
Eelkjen Posthuma, te Bloemendaal, 7 Maart 1936, d.v. Suardus Posthuma en Elisabeth Moll. (Stam Giethoorn-Blokzijl.)
Gehuwd:
Gerritje Mol, d.v. Gerrit Jan Mol en Lammerdina Geer-dink met Gerrit Christiaan Ruiterkamp, te Neede, 24 Mei 1935. (Stam Achterhoek.)
Garrit Mol, z.v. dezelfde ouders, met Gerritdina Hermina Reinderink, d.v. Harmannus Reinderink en Gerritdina Reinderink, te Neede, 5 Oct 1935.
(Stam Achterhoek.)
Grietje Moll, d. v, Hendrik Moll en Rijkje Zeeman met Jan Westland, z. v. Jacob Westland en Gerritje Schaap, te Huizen, 25 Sept. 1935. (Stam Achterhoek.)
Frederik George Emile Moll, zoon van Henri Coert Moll en Elisa Mathilda Pfeiffer met Francisca van Weerelt, d. v. Johanne Marie Cornelis v. W. en Marie van Mierlo, te Makassar (Celebes), 29 Oct 1935. (Stam Achterhoek.)
Alida Moll, d. v. Evert Jan Moll en Petronella Johanna Frauenfelder met Wilhelmus Pot, z. v. Willem Pot en Cornelia Jahanna van Maarschalkerweerd, te Utrecht, 12 Febr. 1936. (Stam Velp.)
Adriaan Arie Mol, z. v. Simon Mol en Burgina van Gen-deren, arts, met Jacoba Cornelia Schaberg, d. v. Jan H. Schaberg en B. Vogelensang, te Rotterdam, 26 Maart 1936. (Stam Spijkenisse.)
Overleden:
Adriana Willemina Mol, te Rotterdam, oud 16 jaar, d. v. Willem Johannis Mol en Grada van Herpen, l Jan 1936. (Stam Scherpenisse.)
Geertje Mol, te Heerde, oud 82 jaar, d. v. Harmen Mol en Johanna Antonia Labots, weduwe van Hendrik van Apeldoorn. 11 Nov 1935. (Stam Velp.)
Ds. Henri Gotthold Moll, te Cormondrèche (Zwitserland), oud bijna 70 jaar, z. v. Thomas Friedrich Moll en Augustina Monnier, echtgen. van Alice Krentel en wedr, van Isabelle Durand. 12 April 1936. (Stam Gruibingen.)

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect