Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

4e Jaargang No. 15                                  1 Jan 1935
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
l Jan 1934 deed het Bestuur een dringend beroep op de Leden en Donateurs, Aan deze stem gaven bijna allen gehoor en bewezen daarmee, dat zij de Vereeniging ondanks moeilijke tijden, willen steunen, daar zij instemmen met het doel. Hartelijk dankt het Bestuur allen en voegt bij de felicitatie met het Nieuwe Jaar 1935 den oprechten wensch, dat in den loop van dit eerste-lustrum-jaar geen twijfel moge rijzen omtrent lid blijven, dat integendeel het ledenaantal bij voortduring moge aangroeien!
Grooten dank brengt het Bestuur aan den Heer C. Th. M. van Hoek, ambtenaar ter secretarie te Rucphen (NBr), door wiens vriendelijke hulp de gegevens van den burgerlijken stand volledig ter beschikking van de vereeniging gesteld werden. Insgelijks aan de Heeren Dr. W. Moll, gem. archivaris te Den Haag, Dr. W. E. de Mol te A’dam voor de belangrijke schenkingen aan de Bibliotheek en aan den Heer J. J. Mol te Gasseltenijeveen (Dr.) voor zijn welwillende bijdragen aan het Archief der Vereeniging.
 
Tot de vereeniging traden toe:
de Eerw. Hr J. C. A. Mol, Rector van St. Anna, Oudenbosch (Stam Princenhage), als lid,
Mej. Alberdina Mol, Woldstraat 4, Meppel (Stam Scherpenisse).
en de Heeren: J. Th. Moll, secr. der Ned. Ind. Handelsbank te Amsterdam, de Lairessestraat 116, boven (Stam Giethoorn-Blokzijl)
J. J. Mol, uurwerkmaker, Gasseltenijeveen (Dr.) (Stam Scherpenisse)
H. W. Mol, banketbakker, Doetinchem, Hamburgerstraat 2 (stam Giethoorn) als donateurs.
 
De Penningmeester verzoekt vriendelijk, de contributie voor 1935 vóór 15 Jan a.s, over te maken aan zijn adres: J. Moll, Weerdsingel 59bis, Utrecht, Gironr. 108622. Na dien datum worden de bedragen met de onkosten van incasseering verhoogd,
 
DE BIBLIOTHEEK werd vermeerderd met:
104 „Gids voor Oss", met historisch overzicht van den gem. Archivaris J. Cunen. - 1934 (schenking v. d. schrijver)
105 C, Hollestelle ,,De voormalige stad Reymerswale" (7 Mei 1934) (aankoop door de Vereeniging)
106 J. van der Hammen Nic.z. „Het St. Jorisgild te Waalwijk 1548-1878" (1934) (schenking v. d. schrijver)
107 Acquoy „Levensbericht van Willem Moll" 1879.
108 Dr. W. Moll „De idee der Universiteit in hare historische ontwikkeling" 1874.
109 Dr. J. W. Moll „De invloed van celdeeling en celstrekking op den groei" (akad. proefschrift 1876).
110 Dr. J. W. Moll „Onze Laboratoria en de wetenschap" (1899).
111 Dr. J. W. Moll „De idee der universiteit in haar toekomstige ontwikkeling" (1910).
112 Dr. J. W. Moll „De invloed van Darwin’s afstammingsleer op de botanie" (1890).
113 Dr. W. Moll „De rechten van den Heer van Bergen op Zoom" (akad proefschr 1915)
(alle schenkingen van Dr, W. Moll, gemeente-archivaris te den Haag, door vriendelijke bemiddeling van den Archivaris der Vereeniging „Families Mol(l)").
114 Lezing van Dr. W. E. de Mol voor de Afdeeling Amsterdam v. d. Nederl. Mij. voor Tuinbouw- en Plantkunde op 21 Dec. 1920 (schenking van den schrijver).
115 Dr. W. E. de Mol „De l’existence de variétés hétéro-ploides de l’Hyacinthus orientalis L. dans les cultures hollandaises" (Diss. Zürich 1921) (id.).
116 Dr. W. E. de Mol. Een bundel van 28 publicaties in binnen- en buitenl. wetenschappelijke tijdschriften van 1919-1934 en kritieken, (id.).
117 H. Mol „Herinneringen van een emigrant" 1934 (schenking van den schrijver).
 
BURGERLIJKE STAND.
Geboren:
’s Gravendeel, 17 Oct 1934 Lijsje Mol, d. v. Pieter Mol en Lydia Mol (stam ’s Gravendeel)en
Arie, zn. van Arie v. d. Linden en Lena Mol (id.). Bloemendaal,
19 Oct 1934 Herman Johan Posthuma, z. v. S. Posthuma en Elisabeth Moll (Stam Giethoorn-Blokzijl).
Utrecht, 19 Oct 1934 Jan, zoon van J. Wormsbecher en Cornelia Carolina Mol (stam Giethoorn).
Verloofd:
15 Sept 1934 Lammert Moll, sigarenfabrikant, Leeuwarden, zoon van Johannes Moll en Sijtske de Boer (stam Bolsward) en Minny Bakker, dr. v. Jelle Bakker en Neeltje Tuinenga.
Overleden:
Wervershoof, 15 Oct 1934 Klaas Mol, 59 jaar, echtgenoot van Cornelia Bijvoet, zoon van Jan Mol en Aafje Ettes (stam Wervershoof).
Amsterdam, l Oct 1934 Carolina Maria Mol, 60 j., echtgen. van H. van Gijn.
Haarlem, 4 Nov. 1934 Ir. Evert Moll, 48 j., echtgenoot van H.M. Fr. V. Sweelssen, zoon van Jacobus Moll en Eveline Willemiene Warnaars (stam Velp).
 
MEMORANDUM.
Onder verwijzing naar p. 4 van Nr. 14 ontving onze Archivaris het volgende bericht van een collega zijns Vaders, welke schrijft: „Dr. J. A. Moll".
„Van 1906-1911 bij den Militairen Geneeskundigen Dienst te ’s Gravenhage werkzaam, bezocht ik geregeld „de Witte". In die sociëteit was een vast tafeltje, waaraan men 6-10 medici kon ontmoeten. De toon was daar allergezel-ligst. Eens in de 14 dagen ongeveer kwam collega Moll aan ons tafeltje, en dan trof mij elke keer weer de groote eerbied, die ieder van ons voor den ouden collega had. Een hoekje, waar het niet tochtte, werd ingeruimd, de sigaren werden ,,op halve kracht" gerookt of door sommigen neergelegd en beurtelings sprak Moll één onzer aan, die dan genoot van ’s mans bescheidenheid, algemeene kennis en geheugen. Zulkemedici - ik heb er velen ontmoet in mijn 54 jaren, dat ik arts ben - weet ik me weinige te herinneren."
w. g. Van de Moer, Arts, Gen. majoor b.d.
Laren (N. H.), Oct 1934.
 
Rectificatie.
In aansluiting aan bovenstaande ben ik verplicht, de volgende verbetering te vermelden van p. 5.: Ik schreef, dat de kleine kliertjes bij de oogharen naar den ontdekker „Mollsche klieren" worden genoemd. Dit is niet juist. De kliertjes waren reeds ontdekt, echter niet nader beschreven. In het proefschrift over de Anatomie en physio-logie der oogleden (p. 7) zijn die_ kliertjes afgebeeld, die vroeger niet beschreven waren. Wel waren de Meyboom-sche klieren bekend, die grooter zijn. En nu heeft men ter onderscheiding in Duitsche leerboeken der oogheelkunde die kleinere kliertjes de „Mollscbe klieren" genoemd. In het „Handbuch der gesamten Augenheilkunde" van Hirschberg (1918) staat dit feit eveneens zoo vermeld.
J. A. Moll, Archivaris.
 
MEMORANDUM
Dr. Anthonie Theodoor Moll. (Stam Giethoorn-Blokzijl).
Als vierde kind van Ds. Jan Moll en Maria Cornelia Catharina Bonebakker, den 27sten April 1839 in den Haag geboren, was hij dus een jongere broeder van den in No. 14 van dit orgaan beschreven Dr. Jacob Anthonie Moll.
Na de lagere school en het Gymnasium in den Haag door-loopen te hebben, werd hij 3 Sept. 1857 te Leiden ingeschreven als Student in de Theologie, slaagde voor diverse examens, ging echter over tot de studie der Medicijnen en promoveerde 22 Nov 1864 te Leiden tot Doctor in de Geneeskunde, op een proefschrift „Over het Emphyeem en zijne behandeling langs operatieven weg met opvolgende injectiën van Tinctura Jodii."
Ten einde zijn medische ervaring ook met de opvattingen en de kennis van buitenlandsche onderzoekers te verrijken, besteedde Moll het eerste jaar en een deel van het tweede van zijn doctorschap aan het bezoeken van de universiteiten van Weenen, Praag en Parijs, waar hij de psychiatrische voordrachten volgde van De Grand, du Saulle en Falret sen. en jun. Hij vestigde zich metterwoon in Amsterdam, werd assistent bij Prof. Suringar en werkte in het oude Buiten-gasthuis bij Prof. Huet, terwijl hij de psychiatrie bij Schneevogt volgde. Daar de toenmalige titel van Doctor medicinae den drager geen volledige bevoegdheid gaf, de medische practijk in haar vollen omvang uit te oefenen, maakte Dr. Moll van zijn verblijf te Amsterdam gebruik, ook den titel van „Chirurgiae et obstetricae doctor" te verwerven, door 2 Oct 1867 te promoveeren op stellingen, en wel aan zijn Alma Mater, de Univ. te Leiden.
Reeds vóór zijn promotie in 1867 werd hij op verzoek, assistent van prof. Tilanus. Na een jaar moest hij wegens een ernstige ziekte deze zware werkkring neerleggen. Hij begaf zich gedurende drie winters naar het Zuidenvan Frankrijk en heeft gedurende den oorlog van 1870-’71 ijverig meegewerkt, om de in het ziekenhuis van Pau geinterneerde gewonde Duitsche officieren te behandelen, bracht op verzoek van den Duitschen stafarts Dr. Haltenhoff de laatste daar geïnterneerden over de grens tot Genève, na het sluiten van den vrede.
Na zijn terugkeer wijdde hij zich geheel aan de psychiatrie en werd l Aug 1871 als 5e geneesheer aan het krankzinnigengesticht te Meerenberg verbonden. Hij werd er April 1874 tweede geneesheer en bleef dit tot l Sept. 1881 (onder het directoraat van zijn schoonvader Dr. van Perseyn.
Want inmiddels was Moll getrouwd. Den 20 Mei 1878 huwde hij te Meerenberg met Johanna Catharina Jacoba van Persijn, geboren 8 Maart 1859 te Bloemendaal, als dochter van Dr. Cornelis Johannes van Persijn en Louise Charlotte Schmalhausen.
In 1881 werd hij als opvolger van Prof. Dr. van der Lith,geneesheer-directeur van het Krankzinnigen-Gesticht te Utrecht, dat later werd uitgebreid met het Buitengesticht in Den Dolder, en bleef daar tot l Juli 1902, toen hij op de meest eervolle wijze van zijn zware taak werd ontheven.
Hier heeft hij zich doen kennen als een buitengewoon bekwaam directeur, die het gesticht in die moeilijke jaren van ontwikkeling voortreffelijk heeft geleid en het geheel op de hoogte van zijn tijd hield. Dr. C. Winkler, die eerst als lector, later hoogleeraar aan de Universiteit te Utrecht, als buitengewoon geneesheer en vrijwillig assistent aan zijn gesticht verbonden was van 1886-1896, vond de grootste medewerking van Dr. Moll, al moest Dr. Winkler zijn colleges ook in de kerk (!) van het gesticht geven. (Juist door het beschikbaar stellen van zalen en materiaal heeft Moll veel gedaan, om het onderwijs in de psychiatrie aan de Universiteit practisch mogelijk te maken).
Ontzaggelijk veel heeft Dr, Moll voor de inrichting gedaan, door aan zijn taak zijn volle, groote werkkracht te geven. Hij was een uitstekend psychiater, vrees kende hij niet. Toen een zeer gevaarlijk patiënt hem vertelde, dat hij den dokter, die alles kon, nu eens een buitengewoon moeilijk stukje zou laten uithalen, n.l. hem van boven naar beneden laten vliegen en hem uit het raam wilde werpen, ging Moll onbevreesd op zijn wenschen in, maar „hij wilde hem een sterker stukje toonen, n.l. van beneden naar boven vliegen." En tegelijk liep hij snel de deur uit en redde zijn leven, maar ook de situatie.
Met ambitie, maar ook met menschenliefde gaf hij zich aan het mooie, en moeilijke levenswerk. Daarbij ondervond hij den grooten steun van zijn echtgenoote, die vaak handelend optrad bij de verpleging van vrouwelijke patiënten.
De vele jaren (ruim twintig), waarin hij als directeur fungeerde, werd hij door zijn patiënten op de handen gedragen en het is zeker niet in ’t minst aan zijn ongewone eigenschappen als mensch te danken, dat zijn arbeid steeds met zooveel succes is bekroond.
Naast deze betrekking wist hij steeds nog tijd te vinden voor andere dingen. Sinds 1884 was hij dertig jaren Lid van het Bestuur van de Nederl. Vereeniging voor Psychiatrie en Neurologie. In 1884 werd hij 2e voorzitter, in 1887 voorzitter en sinds 1890 was hij penningmeester. In 1896 was hij voorzitter van de Commissie voor de uitgave van de Feestbundel, door de „Psychiatrische Bladen" uitgegeven bij het 25-jarig bestaan der Vereeniging. - Hij was Regent van het Utrecht-sche Gasthuis voor Ooglijders. Bij gelegenheid van zijn 50-jarig jubileum als doctor 22 Nov. 1914, wijdde de redactie der Psychiatrische en Neurologische Bladen een breedvoerig artikel ter eere van Dr. A, Th. Moll.
Bij K. B. van 28 Aug. 1897 No. 20 werd Dr. Moll benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.
In Mei 1899 publiceerde Dr. Moll ter gelegenheid van het vijftig jarig bestaan van het Gesticht „Meerenberg", waar hij 10 jarige ervaring als psychiater had, een historisch overzicht over de geneeskundigen, in dat tijdperk aan de inrichting verbonden, met een verzameling van hun portretten. („Gedenkschrift Meerenberg").
Een langdurig „otium cum dignitate", hem bij zijn jubileum toegewenscht, heeft hij niet mogen genieten. Den 4en April 1921 reeds overleed hij, diep betreurd door zijn weduwe en zijn vijf kinderen (één meisje van nog geen jaar hadden de ouders in 1882 verloren).
In allen eenvoud had zijn teraardebestelling op het Oude Kerkhof te Utrecht 8 April d.a.v. plaats. De stoet hield stil voor het gebouw, waar Dr. Moll zoo vele jaren als directeur fungeerde, maar ook als weldoener der menschheid zich betoond had, het gesticht n.l. in de Agnietenstraat, waar de vlag halfstok hing: een vrouwelijke patiënt, die nog door hem behandeld was, hechtte een krans aan de lijkkoets.
Vele deputaties van vereenigingen, vrienden, bekenden, vele hoogleeraren en doctoren schaarden zich om het graf. Gesproken werd er niet. Eén van zijn vier zoons, Mr. A. J. Moll, de eenige, die toen in Holland woonde, uitte eenige woorden van dank voor de laatste eer, die men aan zijn Vader bracht. Stil strooide men bloemen op zijn graf......
In dankbare herinnering blijft tot heden ten dage, willen we den wensch uitspreken: tot in jaren! in het Utrechtsche krankzinnigengesticht de nagedachtenis van Dr. A. Th. Moll!
[bronnen: C. U. Ariëns Kappers „Het 50 jarig jubileum van Dr. A. Th. Moll" (Psych. en Neur. Bladen, 1914, No. 6). „Utrechtsche Couranten" van 1914 en 1921.]
 
GENEALOGIE.
(Vervolg van Oud-Lochem.)
II. Berend Moll: 1584 pachter van de molen te Lochem, 1587 burgemeester en richter, 1598 stadtholder van Lochem, 1603 richter en grondbezitter, (De mogelijkheid bestaat, dat deze Berend uit Zutfen stamt en dus gelijk is aan het oudste kind van Johan Moll (genoemd in No. XXV, als onmondig 1563. Zekerheid is er natuurlijk niet).
 
„Anno 1585 is ten dage Anthony die insate van die Wiendt ende roess moel wed. gegunt Berent Moel op voerwerden ende condicie diet vergange gewest is ut gesmecht den scho-makers zal......." enz.  (Protocollen).
 
5 Sept. 1587 huwen te Lochem: richter Berend Moll en Geertruyd van Erk,
 
28 Jan. 1598 is richter Berend Moll getuige bij kinddoop.
 
15 Febr. 1608 wordt gesproken van „zalige Berend Moll".
 
17 Juli 1608. Voor richter en schepenen Joachim Duemen und Hinrich van Haerle erschenen der Edeler Hans Hinrich van Erk, verzoekende van Willem ende Berndt Moll, gebroderen, reliqua und rekeninge van alle goederen, soe bij zall. Getruede van Erck nagelaten und dat zedert den doett and affsterventt hares Gotzaligerr vaders Berndten Mols, cassirende und voer onweert kennende alletgenige in staender ehe tusschen Berndt Moll zall. unde Getruedt van Erk buten weten und onderschrivonge synes Ercks kinderen ennichsins mochten gemaeckt wesen. (Berent en Willem Moll, gebroderen, begeren copei).               (Protocollen).
 
25 Sept. 1597 gedoopt te Lochem: Johan, zoon van richter Berend Moll te Swijp op Smeynck; gevader Arndt, die broother in ’t Gasthuys, Johan Schalem en Aelken, des richters dochter."
(Wordt vervolgd.)
 
Werft leden en donateurs voor de Vereeniging „Families Mol(l)"!
 
4e Jaargang No, 16                        1 April 1935
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR:
Uitnoodiging
tot het bijwonen der Zevende Algemeene Vergadering van Leden en Donateurs op Zaterdag 4 Mei 1935, te 2 uur in Hotel Terminus te Utrecht.
Agenda:
1. Notulen vorige vergadering-
2. Aftreding (reglementair) van den archivaris, die zich herkiesbaar stelt.
3. Jaarverslag van den Secretaris, den Bibliothecaris, den Archivaris en den Penningmeester.
4. Benoeming van een Kaskommissie.
5. Eventueele voorbereiding ter herdenking van ons 1e Lustrum in a.s. Nov.
6. Causerie van den Secretaris over „Van heinde en ver".
7. Rondvraag en sluiting.
De Secretaris.
 
Hartelijk dank brengt het Bestuur aan den Zeereerw, Heer J. Mol te Oudenbosch voor zijn zeer belangrijke medewerking bij het onderzoek te Oudenbosch en omgeving en aan den Heer Drs. Boeren te Nijmegen voor zijn hulp bij het genealogisch onderzoek van West Brabant.
 
Als lid zijn toegetreden:
de heer R. H. Moll, Pierrequi Roule Nr. l, Neuchatel (Suisse).
de Heer P. G. W. Mol, Notaris te Oud Gastel, Dorpsstraat A 251 (stam Oudenbosch).
Als Donatrice:
Mevrouw L. K. Krul-Jansen, Maria Adriana Mols dochter, Begoniastraat 11, Almelo (stam Scherpenisse).
 
Nieuwe nummers der Bibliotheek:
118 Prof. Dr. Stomps. ,,De Mutatie-Theorie en hare betee-kenis voor onze samenleving" (Diesrede 8 Jan. 1935 Amsterdam). Schenking van Dr. W. H. Moll.
119 Dr. A. Moll. Leerboek der gerechterlijke geneeskunde 1825. (Schenking van den Heer J. van Toll, den Haag).
120 H. Levelt. „Oudenbosch in Verleden en Heden voorafgegaan door een beknopte geschiedenis der St. Bernaarts-Abdy bij Antwerpen." Met inleiding van Prof. J. van Ginneken. (Schenking van Dr. W. H. Moll).
121 Dr. W. Moll. „De jeugd van Willem Moll" (1812-1837).
122 Dr. W. Moll. Willem Moll als Predikant te Lage Vuursche en Arnhem (1837-1846). Beide nos. overdrukken uit Nederl. Archief voor Kerkgeschiedenis, (Schenkingen van den schrijver).
123 Ir. G. A. de Mol. „Vier groote landbouwwerktuigen van de Chineezen in West Borneo" 1935.
124 Ir. G. A. de Mol. „Inzameling van was en honig in het merengebied van de Westerafdeeling van Borneo." 1933.
125 Ir, G. A, de Mol. „Gambircultuur en Gambirbereiding in de onderafdeelingen Sekadan en Sintang van West Borneo." 1934.
 
BURGERLIJKE STAND.
Geboren:
Hippolijtushoef, 25-11-1934. Jan Hendrik Frederik, zoon van F. H. Slik en H. A. Mol. (Stam Scherpenisse).
Zwolle, 28-10-1934. Jantien Hendrika, dochter van H. v. d. Kolk en Janna Mol (Stam Scherpenisse).
Zuilen,13-12-1934. Maria Johanna, dochter van Johan Philip de Mol en Elisabeth Maria Stuyvenberg. (Stam Gouda).
Gehuwd:
16 Jan 1935. Bertha Moll (Stam Velp) met Eduard Otto Weytingh. (Zie blz. 2 en 3 no. 14 van l Oct. ’34).
30 Jan 1935 te Souburg (Z.). Leyntie Sara Marie Mol (Stam Scherpenisse) met Dingeman Roelse Wz. 18 Maart 1935 te Leeuwarden. Lammert Johannes Moll, Leeuwarden (Stam Bolsward) en Minny Bakker. (Zie blz. 3 No. 15).
Overleden:
23 Dec. 1934 te Jubbega a/d Vaart. Klaas Moll, 68 j., (Stam Bolsward), zoon van Lammert Mol en Gerritje van der Weide.
16 Febr 1935 te Amsterdam. Franciscus Laurens Moll, bijna 15 jaar, zoon van Jacob Theodoor Moll en Elisabeth Emma Santman (stam Gieth. Blokzijl).
 
MEMORANDUM.
Gustav Eduard Moll, [Stam Lennep (bij Düsseldorf)],
werd geboren 9 Maart 1814 te Osnabrück, als 12e kind van Georg Friedrich Moll, koopman en Eleonore Clara Klekamp.
Als bijzonderheid zij vermeld, dat van zijn elf eerder geborene zusters en broers 4 beneden den leeftijd van l jaar stierven en er 4 levenloos ter wereld kwamen. Reeds vroeg kreeg hij voorliefde voor het beroep van zijn vader en trok hij naar Zuid-Duitschland, naar de stad der kooplieden, Mannheim, waar hij den 16 Juli 1844 als burger werd opgenomen.Van zijn levendige belangstelling in het publieke leven getuigt zijn optreden in een weldadigheidscomité in den door gebrek en duurte bekenden winter van 1846/47, alsmede zijn verkiezing in het leidende bestuur van een vaderHndsche vereeniging in het revolutiejaar 1849. Weldra zag zich de practisch ervaren nauwgezette Moll geroepen tot deelname aan het Bestuur van de stad. In het jaar 1861 werd hij gekozen in de groote burgercommissie en 21 Oct. 1864 behoorde Moll tot de 7 daarvan gekozen leden van den gemeenteraad voor 6-jarige ambtsduur. Den 22 Oct 1870 werd hij tot eerste burgemeester van Mannheim gekozen.
Als vicepresident, van 1868-70 President, der „Handels-kammer" (Kamer van Koophandel) verwachtten de vertegenwoordigers der ambachtslieden eenzijdige bescherming van de belangen van den handel van hem.
Moll daarentegen, die als bezitter en Directeur der Drahtstiftfabrik, tot de meest op den voorgrond tredende fabrikanten behoorde, deed deze verwachtingen weldra als ongegrond blijken. Van eenzijdige behartiging van koopmans-belangen heeft men burgemeester Moll nooit kunnen beschuldigen. Integendeel, hij wist zich het vertrouwen van zijn burqers algeheel te winnen. Kreeg hij bij zijn eerste verkiezing tot burgemeester 2/3 der stemmen, den 24 Juni 1875 waren 96 % der stemmen vóór Moll, toen hij voor 9 jaren tot Eerste burgemeester herkozen werd.
Toen hij, 70 jaar oud, in 1885 voor de derde maal gekozen was, nam hij aan, maar op voorwaarde, dat hij zich het recht voorbehield, af te treden, wanneer hij dat met het oog op zijn leeftijd, noodig vond.
Den derden Nov 1890 vierde hij zijn twintig-jarig jubileum als burgemeester van Mannheim, Velen, die hem toen complimenteerden, vermoedden wel, dat Moll het hem zoo lief geworden ambt in het laadhuis, weldra zou moeten opgeven. De taak, waarvoor hij zich gesteld had, werd bij de enorme toename der inwoners, bij de uitbreiding der stad, al drukkender. Steeds gecompliceerder werd het bestuursorga-nisme, steeds grooter de verantwoording van den Burgemeester.
Op 78 jarigen leeftijd gaf Moll den wensch te kennen, zich terug te trekken uit het ambtelijke leven en den 10 Augustus 1891 deelde hij den Gemeenteraad zijn besluit mee, af te treden. Aan Moll, die 21 jaar 1e burgemeester van Mannheim geweest was, werd het eereburgerschap der stad verleend. Ter eere van zijn heengaan, 6/11 1891, werd een groot banket gegeven, waarbij de president der handelskamer Ph. Diffené Moll’s verdiensten hulde bracht. Hij mocht zijn welverdiende rust nog eenige jaren genieten en vierde den 9 Maart 1894 zijn 80sten geboortedag. Hij overleed den 16 Oct. 1896 en werd in Mannheim begraven. In een bronzen buste en een gedenkteeken heeft de gemeente zijn herinnering vastgelegd.
Zijn echtgenoote, Alwine Lodtmann, geboren in 1824 te Osnabrück, met wie hij Mei 1847 te Mannheim huwde, volgde hem den 29 Maart 1900 in den dood. Het gouden bruiloftsfeest hadden zij niet meer mogen vieren. Uit hun zeer gelukkig huwelijk waren twee dochters geboren.
Moll was een man van practische geest, groote plichtsgetrouwheid en werklust, van ideale gezindheid, voorbeeldige humaniteit.
Het doet verbazen, hoe de eenvoudige koopman zich als bestuurder der stad ingewerkt had in de meest gecompliceerde quaesties en hoe hij systematisch overleggend, voorzichtig en bedachtzaam te werk ging. In een tijd, waarin de economische vlucht samengaande met een in alle levensverhoudingen diep ingrijpende wetgevende activiteit der steden tot niet vermoede grootte en krachtsontwikkeling liet opbloeien, en die het stadsbestuur voor een groote moeilijk te vervullen taak stelde, werd er veel tot stand gebracht. Onder Moll’s bestuur werden de resten der wallen in plantsoenen herschapen, boulevards en nieuwe wegen aangelegd, de gasfabriek herbouwd, de rioleering, de waterleiding aangelegd en een abattoir opgericht.
Aan armenhulp en de organisatie van de Volksschool wijdde Moll zijn beste krachten. Een in 1890 door hem ingewijde school heeft langen tijd zijn naam gedragen. Van de vrijwillige brandweer was hij medeoprichter, later eerste adjudant. Moll werd vennoot der ,,Drahtstift und Springfedern-fabrik" (voorheen: „Moll, Heinrich und Co.")
Tevens was hij gedurende vele jaren Consul over België, medeoprichter van de „Deutsche Handelstag" 1861 en den Badischen spoorwegraad.
Vóór zijn burgemeesterschap was hij gedurende verschillende periodes (van 24/10 1861-15/2 1868) afgevaardigde van de 2e Kamer der Badische Staten.
Geen wonder, dat nog heden in Mannheim een der hoofdstraten, de Mollstraat, zijn naam in blijvende herinnering houdt.
(Vergel.: „Badische Biographieën V 1891-1901, Stadtische Schloszbücherei Mannheim).
 
GENEALOGIE.
(Vervolg van Oud-Lochem).
28 Juli 1637 Dispositie voor Schout en Schepenen van Borculo:
Aeltyn Mols en Gerrit Marquerink, burgemeester van Borculo, als momber: Johan de Rode d’olde, legeeren aan hun zoon Bernt Marquerink voor direct, en aan hun zoon en het kind van hun zal. dochter, na hun dood (n.l. aan Richolt Meylinck) en ingeval deze sterft, aan den vader, dus den schoonzoon Jacobus Meilingius, een som geld, met schenking na hun dood van een som geld aan hun nicht Hermken Vosz en de zuster er van, Anna. - (2 Mei 1651 erkent Henrick Bruininck, echtgenoot van Hermken Vosz, dat die som door burgemeester Bernhardt Marquerink, is voldaan).
 
17 Maart 1647 is verschenen voor richter en schepenen van Borculo: Bernhardt Marquerink als volmachtigde van zijn vader en moeder Gerrit Marquerink en Aaltje Mols, echtelieden, in zake verkoop van rogge en gerst uit het goed Harckink in de buurtschap Lange Swijp.
 
III. Volmacht op Johannes Moll, notarius et procurator te Weezelt, (zoon van Berend Moll en Geertruyd van Erk) (24 Juli 1650). (Protocol van Kentenissen der stad Zutphen 1647-51).
Uit het doopregister der Willebrordkerk in Wesel blijkt, dat Johannes Moll en diens vrouw Catharina 2 zoons gedoopt werden, n.l.:
1 Juni 1639: Johannes Moll
1 Juli 1640: Gualtherus Moll.
De vader, Johannes, was getuige bij den doop van Johannes Christiaan Moll, 9 Nov. 1643 te Wesel, zoon van Dr. Adolph Moll en Wilhelmina van Hullen. Deze Adolf Moll is, volgens de immatriculatie als student in Leiden, 5 Oct 1638, stammend uit Wesel en geboren in 1613.
Daar Johannes Moll peet is bij een zoon van Adolph Moll, is bloedverwantschap niet uitgesloten.
De naam van het kind Johannes Christiaan doet wederom verwantschap vermoeden met Christiaan Moll, (buitengewoon raadsheer en gezant in Holland van de keurvorstelijke Doorluchtigheid van Brandenburg, den Prins van Oranje en van Prinses Paula van Oranje), die in 1649 te Wesel huwt met Natalie van Egmont van de Nijenburg, en wien twee kinderen geboren worden, Friedrich Ludwig Moll, 28 April 1650 te Berlijn gedoopt, waarbij peet en naamgever is: de Keurvorst, en Elisabeth, 9 Juni 1651 ibidem. -
De doop- en trouwboeken in Wesel geven geen verdere opheldering.
Johannes Moll, de notaris en procurator, werd l Sept. 1655 te Wesel begraven. -
 
IV. Waarschijnlijk zijn uit een vroeger huwelijk van den richter Berend Moll de volgende kinderen geboren:
A. Aalken Moll, die 1597 doopgetuige is, vóór 3 Juni 1628 huwt met Gerrit Marquerink, burgemeester van Borculo, en die 1647 in leven is,
B. Berent Moll, opvolger van zijn vader in het richtersambt en gehuwd met Maria ter Aeffst, Hermans dochter; hij overlijdt vóór 20 April 1618. (blijkens een acte, waarin Symon Jansen en Thonnysken ehel. erkennen, geld ontvangen te hebben van „Herman ter Aefstt en derselven dochter Maria, Wed. Molls". -)
Protocol 9 April 1608. „Erschenen Willem Moll van Paderborn en met alsolche gewal clachte, soe (= die) Berndt Moll aver hem voer den Stadtholder herbeforens gedaen (=hiervoren, vroeger), zich rechtens praesentirende, stellende daervoer toe borge alle syn gerett (huisraad enz.) in dieser stadt Lochum unde den schultampte gelegen, omb wes in der saecken, herneyst (= hiernaast) erkandt tho voldoen; und is den vurz. Willem luet des heren landdrosten schri-ventt syn som wedderumb restituerdt; voortz partijen em Maendagh thokompstic aver vertein dagen den stefflichen gerichtsz. angesteldt wesende den 25 Aprilis."
Protocol 1610: 24 April zijn de schepenrichters Hinrich Friessen en Joannes Lansinck bij Berndt Moll geweest, „et-wat swacklich, edoch gudes vernufftes ende verstandes, be-velende voor irsten syne siele den Almachtigen Heren, und bekende vortsz, dat hic und syn huiszfrauwe Marriken ten Aefstt mit den anderen sechere hillixvorwerden opgericht, die welche hic allerdings begert vollentrocken tho hebben.
Verder hefft Berndt Moll verklaertt, wie hic alnoch bij diesen bij manwarheit in eides statt verclaerdt, und darop tho willen leven und sterven op alle und jederm anspraecken, die heer Schultus, heer van Dortt op hem gedaen, van dieselve alle, geene uthgesondertt, unschuldich tho wezen". Sonder argelist."
Kinderen van Berent en Maria zijn:
Bernd Moll, 1657 vermeld.
Arend Moll, id.
Jan Moll, ged. 27 Mei 1610 Lochem (get. Gerrit Marquerink), gest. voor 1626,
wat blijkt uit: protocol van 24 April 1626:
„Erschenen Marriken ter Aefstt, weduwe van zall. Berent Moll, geassisteert met Willem Moll, oer in deze saecken gekozenen ende toegelatenen momber, ende bekande haer eigentliche wille ende meinonge te zijn, dat haer leenguett ter Aefstt in Eepel gelegen in aller gestalt hett selve deur het affsterven oer zall. vaders op haer is gedevolveert, on-der haere beide soonen Berent ende Arendt Moll nae haeren doode gelijkelich sall worden gedeelt ende genoten. Mits, dat die oudste soon Berent Moll voor sijne loonsgerechts-heit voer aff sall hebben to proffijteren die somma van twee hondert dalier ad 30 st. brab. het stuk, versuechende dat nae haeren affsterven deze oere dispositie onder haere beide soenen voorsz. vast, onverbreeckelick ende van waerden by poene van onterveninge geholden oock van den leenheer geconfirmeert ende bestadight mochte worden ten ein-de onder haren soonen voorsz, deswegens geen twist ofte oneenigheit ontstaen moege. Sonder argelist" -
C. Willem Moll, heet: Willem Moll van Paderborn en is trompetter. Hij huwt 17 Jan 1596 te Lochem met Ael-ken to Herckell, dochter van Egbert te Harkell, richter in Warnsveld. - Uit dit huwelijk is geboren Jan Moll. -
(Wordt vervolgd.)
 
CURIOSUM,
Daar eerst in de 10e en vooral in de 11e eeuw de personen in de oorkonden met bijnamen, ’of achternamen optreden, mag men met zekerheid zeggen, dat de naam Mol zéér oud is, wanneer ons uit den inventaris van de 12e eeuw van het fonds der Abdy Sint Pieters te Axel (Staatsarchief te Gent) blijkt, dat Wilhelmus filius de Mol XII denarii cyns heeft op te brengen.
In een Luiksche oorkonde van omstreekt 1120 is onder de getuigen een ridder Baldricus de Mol.
Voor het onderzoek naar de beteekenis van den naam Mol is voor ons de volgende notitie zeer belangrijk:
„Henricus DICTUS Mol (= genoemd Mol), bastionarius (fr. batonnier), een rechterlijk ambtenaar van het Kapittel van Onze Lieve Vrouwe van Tongeren, treedt 12 Febr. 1372 als getuige in een pachtacte op." (Jean Paquay,Cartulaire de la Collegiale Notre Dame a Tongres, - Tongeren 1909 No. 228, p. 492).
(Mededeeling van Drs. Boeren te Nijmegen).
 
Werft leden en donateurs voor de Vereeniging „Families Mol(l)"

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect