Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

 3e Jaargang No. 11               1 Jan 1934

Uit Verleden, het Heden
[Driemaandelijksch tijdschrift der Vereeniging „Families Mol(l)"]
REDACTEUR: Dr W H Moll, J v Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Het Bestuur biedt allen Lezers zijn hartelijke gelukwen-schen aan voor 1934!
Als lid treedt toe:
Mevr, A. M, Bakkenes-Moll, Stationsstr. 40, Apeldoorn. (Stam Velp) (tot nu toe donatrice).
Als donateur:
De Hr. G. Mol, predikant, Caumerbeeklaan 3, Heerlen (L.) (Stam Oudelande).
Als donatrice:
Mevr, Dr. L P. Haupt-Schultz, Trautheim, Darmstadt 2, Land, Duitschland. (Stam Gruibingen).
 
Hartelijk dank wordt den Heer G Mol te Bolsward gebracht voor de vele en belangrijke familieportretten, door hem aan het Archief afgestaan!
 
De Penningmeester verzoekt met aandrang, de contributie voor 1934 vóór 15 Jan a,s. over te maken aan zijn adres: J. Moll Weerdsingel 59bis, O Z , Utrecht Gironn: 108622.
Na dien datum worden de bedragen met de onkosten van inkasseering verhoogd
 
Het Bestuur doet een dringend beroep op alle Leden en Donateurs, in dezen voor alle bedrijven, ambten en beroepen, maar ook voor de Vereeniging zoo moeilijken tijd, de geldelijke bijdrage te willen handhaven!
„Het levende geslacht gaat voor!" moge gezegd worden. Vergete men echter niet, dat in onze kinderen en ons nageslacht de belangstelling, die steeds latent is, zal ontwaken voor het leven hunner ouders en voorouders, zooals die thans bij ons leeft. Zal in dezen tijd van ontwrichting, van materie en uiterlijk leven, ons werk, dat een niet-stoffelijkdoel voor oogen heeft, op het samenbrengen van datgene, wat licht verspreidt over onze voorouders en ons, gericht blijven, dart drage ieder zijn steentje bij! Hooge burgerlijke standleges en archiefgelden zijn daarvoor noodig en al verrichten de bestuursleden hun werk belangeloos, het blijft een heele toer, met beperkte geldmiddelen het genealogische werk in voortdurende actie te houden, om te komen, tot wat de statuten beoogen!
HET BESTUUR.
 
Nieuwe werken der Bibliotheek:
85 Dr H, M, Moll ,,Romeinsche Geschiedenis ter vertaling in het Latijn" (schenking van den Hr, D, Tommel, oud-cus-tos v, h. Gymn. te Amersfoort).
86 Prof. G Moll ,,Verhandeling over eenige vroegere zee-tochten der Nederlanders" (sch. van den Hr. J, A. Moll te Bilthoven).
87 Dr, J. W. Moll „Handboek der Plantbeschrijving" (sch. van den Hr. J. Moll te Utrecht).
 
BURGERLIJKE STAND.
Geboren: 14 Febr. 1933, Bandjermasin. Johnny Willy Moll z. v. Willy Jacobus Moll en Cornelia Elisabeth van Gelder. (Stam Velp),
25 Mei 1933, St. Philipsland. Adriaan Vaders z. v. Arent Vaders en Neeltje Mol. (Stam Scherpenisse),
24 Aug. 1933, Kortezwaag. Hendrika Moll en Anna Moll dochters van Lammert Moll en Anneke Mol. (Stam Bolsward).
Geboren: 10 Aug. 1933, Ierseke. Cornelis Willem Mol z. v. Frans Mol en Maria Johanna Minnaard. (Stam Oudelande).
3 Nov, 1933, Arnhem. Emma Stap, dr. v. Ir. Cornelis Stap en Bartha Moll. (Stam Velp).
Gehuwd: 11 Mei 1933, Scherpenisse. Petrus Johannes Cornelis Brouwers, te Halsteren en
Cornelia Mol do. Van Hubrecht Mol en Jannetje Suurland. (Stam Scherpenisse).
Overleden: 5 Sept. 1933, Leiderdorp. Klaas Mol, 71 j. zn. v. Freek Mol en Antje Roos. (Stam Venhuizen).
 24 Sept. 1933, Groningen. Dr. Jan Willem Moll, 82 j., oud-hoogleeraar, zn. v. Dr. Willem Moll en Anna Elisabeth Henriette Theodora Voet. (Stam Wageningen).
26 Oct. 1933, Hengelo (O.) Anna Johanna Moll, 60 j., dr. van Jacobus Moll en Maria Johanna Hagen. (Stam Velp).
7 Nov. 1933, Modjokerto (N. L). Henri Wilhelm Carel Roelofsen, 45 j., zn. v. Godefridus Johannes Roelofsen en Henriette Wilhelmina Rauws, echtgen. van Evangeline Moll. (Stam Velp).
7 Nov. 1933, Huizen (N.H.). Jakob Moll, 70 j„ zn. v. Jakob Moll en Hendrikje Honing. (Stam Achterhoek),
De Archivaris.
 
EEN BELANGRIJKE(?) QUAESTIE,
Al te dikwijls wordt door sommigen beweerd: „Wat hebben wij, die Moll heeten, nu toch te maken met personen Mol, de Mol, van Moll?" (of omgekeerd.) ..Is dat nu een familievereeniging?"
Als lid-oprichter en bestuurslid acht ik het mijn plicht, in ons orgaan iets te schrijven, wat ik in vele vergaderinge reeds te berde bracht,
Ik wijs dan op het volgende:
 
1. De schrijfwijze Moll - Mol, zelfs de Mol - de Moll is uit historisch oogpunt, willekeurig. Vóór en na 1700 vermelden trouw- en doopaktes, alsmede de protocollen van het gerecht, beide vormen; en dezelfde persoon wordt wel in officiëele stukken genoemd met meer vormen.
Voorbeelden:
a. De baljuw van Oudelande wordt 1735 vermeld als: Johannis de Moll, Janis de Mol, Johannis Pieterse Mol,
b. De opziener der doopsgezinde gemeente te Enkhuizen: Pieter Jans Mol (15/6 1787; zie ook Request van Pieter Mol (dezelfde persoon) te Blokzijl voor verleening van veniam aetatis aan zijn zonen Jan Mol en Jacob Mol, 17/3 1787 Campen.
c. diens neef Pieter Roelofs Mol (zie Raadsbesluit Enk-huizen 1/12 1755: diens aanstelling tot schipper en ordinair veerman.)
d. diens grootvader, de tot heden als oudste stamvader van dit geslacht bekende, Hendrik Jansen Mol (zie huwelijk 15/5 1694 met Wychertje Hendriks Steven, 23/1 1706 met Geesjen Roelofs Groot.
e. Antonie Mol(l), schepen, daarna burgemeester van Wageningen, 1723 en later, teekent: Mol en Moll.
f. Ds. Evert Mol(l) teekent als predikant te Nijmegen, Feb. 1799 een officiëelen brief: ,,E. Mol".
g. De broer van diens grootvader heet in raadsbesluiten van Arnhem 15/4 1716 e.v. „Hendrik Mol" en „Moll",
h. De winkelier in zeep en zout, later ontvanger te Kleyn Muyden, Hendrik Mol(l), teekent afwisselend Mol en Moll.
i. Goosen Mol(l) staat 24/4 1678 als testis bij de doop van zijn kleinzoon vermeld als „Moll" en in de huw. akte van zijn zoon Engelbert als „Goosen Mol", te Ruurlo,
j, Helena de Mol, „dochter van Johannes de Moll", huwt 1684 te Amsterdam.
k. In 1789 heet bij ondertrouw te A’dam de bruigom Carel Anthony de Mol, in 1803 bij hertrouwen: Charles Anthonis de Moll van Velp.
(a: stam Oudelande; b, c, d: stam Giethoorn-Blokzijl? e: stam Wageningen; f, g: stam Velp; h, i: stam Achterhoek.)
 
Na 1800 schrijven
de stam Oudelande: Mol
de stam Gieth.-Blokzijl: Moll
de stam Wageningen: Moll
de stamVelp: Moll en
verschillende takken van den stam Achterhoek schrijven verschillend:
Nichtevecht: Moll,
Putten: Moll,
Huizen: Moll,
Neede: Mol en Moll,
Zutfen: Moll,
Hengelo: Mol.
de stam Bolsward schrijft in véél nauwere familiebetrekking Mol en Moll
de stam Giethoorn, die er bleef wonen: Mol, die wegtrok: Moll.
de stam Scherpenisse: Mol,
de stam ’s Gravendeel: Mol (de voorvaderen staan beschreven als Moll: 1706 Geertje Gerrits, wed. Claas Moll)
de stam Venhuizen: thans allen Mol, de voorvader van dien grooten stam huwt als Frederik Cornelis Moll 18/4 1693. de stam Wamel eveneens thans Mol, de voorvader huwt 1733 als „Otto Rembertsen Moll"
de Amsterdamsche stam de Mol schrijft thans één l, terwijl een voorvader Mr. Jacob de Moll, hoofdbaljuw van Loosdrecht enz. huwt 1770 te A’dam, met zijn broer Ds. Johannis de Moll als getuige, welke laatste als fabrikant van porselein te Loosdrecht het fabrieksmerk Mol voert.
 
Resulteerende: Het is onjuist, de schrijfwijze Moll of Mol, de Moll of de Mol van ons geslacht van uit onze traditie voor de voorouders vast te stellen;
en ook:
Bij de opstelling van onze geslachtstafels heeft men rekening te houden met de telkens afwisselende schrijfwijze.
 
2. Religie quaesties spelen hoegenaamd geen rol:
a. De Zeeuwen zijn voor 100 % Protestant en schrijven MoL
b. De naar overal verspreide Giethoornsche Mollen zijn Protestant en schrijven Moll, die er bleven (en dat zijn er veel meer), zijn Prot en schrijven MoL
c. De stam Wamel is Katholiek en schrijft Mol.
d. De stam Achterhoek (zie boven) is Protestant,
e. De stammen Breda zijn Katholiek en schrijven Moll en Mol.
 
3. Standsoverwegingen vielen geheel weg:
De machtige Directeuren der Straat Davis-visscherij uit 1720 te Jisp schreven Mol.
De schepen van Mechelen van 1364: Pieter Mol.
De stadhouder-scholtis van Lochem 1512: Berent Moll.
De priester in Vlaardingen 1397: Simon Jans Mol.
De kanunnik van Zaltbommel 1436: Dominus Willem Moll.
De kapitein der schutterij, 1691 gehuwd in den Haag: Hendrik Mol heeft een zoon Johan Moll, (1720 gehuwd met C. A. van den Honert).
De secretaris van de weeskamer te Batavia 1659-79 is Cornelis Mol; diens zoon, de predikant Nicolaas Moll (1708). diens kleinzoon, de advocaat voor den Hove van Holland, Mr. Godefridus Mol, verdedigt openlijk (en met recht) de schrijfwijze Mol.
De landgoedbezitter te Lochem 1448: Gert Mol.
De burgemeester van Oud-Loosdrecht 1750: Casparis de Mol.
De praeceptor der Latijnsche school te A’dam 1693: Johannis de Moll.
De organist van Bergen op Zoom 1600: Mr. Robbrecht de Mol.
De notaris van Middelburg 1659: Jacob Jansz de Mol. Een timmerman van Amsterdam (1697 gehuwd): Isaak de Moll.
De hoofdofficier van Medemblik 1795: Jan Mol.
 
4. Iets anders is: men schrijft zijn naam, zooals zijn vader, grootvader dien schreven, - dat is traditie, dat is geloof, dat is eerbied.
 
5. Maar zeggen: ,,Ik heb niets te maken met families Mol, Moll, de Mol", zooals ik dikwijls hoorde, heeft in een genealogisch verband geen zin.
Wil men een voorrecht gevoelen in één of twee l, dan roep ik in U wakker de beroemde „Ringparabel" van Lessing’s „Nathan der Weise": Toen de natuurlijke oerreligie zich niet liet deelen, eindigde de kracht van den ring in het probleem van de liefde.
Of, om terug te keeren naar ons thema: Is dan de beschaving der duizenden jaren eindelijk zóó hoog gestegen, dat men de waarde van den mensch afmeet naar zijn godsdienst, naar zijn stand, naar...... den vorm van zijn naam?
of, erkent ieder denkend schepsel de allerhoogste noodzakelijkheid van een streven naar verbroedering?
En zou dan onze vereeniging, die niet is een exclusieve familievereeniging, maar een „Vereeniging van Families Mol(l)", wellicht een primaire daad zijn in de richting van dat streven, hetwelk als mede bedoeld is in onze allereerste circulaire van 1931 en uitgedrukt is in het tweede artikel van de Statuten, dat beoogt:
1. genealogische arbeid
2. het doen drukken der stamtafels (helaas nog een vrome wensch, door ontbreken van financiën)
3. een ethisch-sociaal doel.
Vergeten we niet, dat:
De lijn, waarin ieder geslacht zich beweegt, is een golflijn. Ieder geslacht had, heeft of zal hebben zijn diepten en zijn toppen (in socialen zin). En onder de voorvaderen van ieder geslacht vindt men: „Heeren" en „Arme luyden", burgemeesters, notarissen, predikanten, professoren, jonkheeren en bedrijfsleiders, naast eenvoudige lieden, boeren, schippers, turftrappers en arbeiders. tenzij men:
de minder fortuinlijken afsnijdt, de beter gesitueerden met duizend kunsten der phantasie te samen brengt, tenzij men: een stamboom noemt: de telkens uit l of 2 leden van een generatie bestaande opstelling, waarbij grootere gezinnen zijn uitgesloten,
tenzij men uit jacht op titels en wapen een, door een handig heraldicus samengeflanst, wapen zich op bestelling laat leveren. (en dat gebeurde en gebeurt maar al te dikwijls).
Nimmer is het recht op eenig wapen gedocumenteerd van een hedendaagschen naamdrager Moll of Mol (dan van de afstammelingen van het Oostenrijksche geslacht Von Moll).
Mij is tot heden slechts l Hollandsche stamboom Mol bekend, die zonder hiaten teruggaat tot vóór ± 1650, en dat is: de stamboom Scherpenisse tot 1530.
 
6. Ons vignet toont dan ook geen wapen, maar de aller-waarschijnlijkste basis van den naam: een mol.
 
7. De onderlinge samenhang der talrijke (meer dan 50) stamboomen: Moll - Mol - de Mol - van Moll van ons archief, berust op groote waarschijnlijkheid, voor zoover die al niet bewezen voor ons ligt.
Mochten er onder de lezers zijn, die hun inzicht wenschen te verruimen, de Archivaris staat voor U klaar met gedocumenteerde bewijzen, evenals:
DE SECRETARIS.
 
GENEALOGIE,
(Van Oud-Zutfen tot heden.)
(Vervolg.)
 
N.B. Men gelieve in No. 9, p. 7’, 10 r. v. o. te lezen ,,pensien", i. p. v. ,,pensioen"
en dezelfde  pagina 5 r, v. o. te veranderen „vóór 1513" in „± 1542";
2 storende fouten, op rekening te schrijven van drukke ambtsbezigheden.
 
XXVIII. Protocol van Kentenissen der stad Zutphen. Anna, wed. Johan van Groesen, transporteert aan diens kinderen Arnt, Engelbert en Thomas van Groesen acht g, g. uit hare huizen te Zutphen in de ,,Torffstraete", aan de eene zijde Evert Pelz huis, aan de andere zijde Garrit Timmerman en achter strekkende aan „zalige Berentz Moll en Kla Verwers erfnisse." Donderdag post Invocavit 1529*
 
XXIX Signaat van het Schoutambt Zutphen. ,,Nae anspraick ind antwordt wijst Johan Moll voir recht dat Johan Wulffert ind Matthijs Moese bijbrengen sullen, als sije sich vermeten hebben, id gae dan voirt dair omb alst myt recht behoirt." Ongedateerd los stuk bij fol. 43. Donderdag post Galli 1538.
 
XXX id. Jan Moll zit als gerichtsman in het Gericht van het Schoutambt Zutphen. Woensdag post Translationis Martini 1540.
 
XXXI. Protocol van Kentenissen der stad Zutphen 1548- ’50 fol. 24. Johan Moll en Yda zijn vrouw verkoopen een rentebrief aan Thomas Kaerman. Vrijdag na Quasi Modo (13 April) 1548*
 
3e Jaargang No. 12 dd l April 1934
Uit Verleden, het Heden
[Driemaandelijksch tijdschrift der Vereeniging „Families Mol(l)"]
REDACTEUR: Dr. W. H. MOLL, J, v. Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR:
Uitnoodiging
tot het bijwonen der Zesde Algemeene Vergadering van Leden en Donateurs op Zaterdag, 14 April, a.s, te 2 uur in Hotel Terminus te Utrecht.
Agenda:
1. Notulen vorige vergadering,
2. Aftreding (reglementair) van den Penningmeester, die zich herkiesbaar stelt.
3. Jaarverslag van den Secretaris, den Bibliothecaris, den Archivaris en den Penningmeester, uit te brengen door de desbetreffenden; het jaarverslag van den Vertegenwoordiger in Indië, bij monde van den Secretaris.
4. Benoeming van een Kaskommissie.
5. Voorstel tot benoeming tot eerelid;
de heer Mr. J. R. Moll, Springfield (Missouri), N. Amerika.
6. Uiteenzetting van het doel en nut van de Vereeniging, door den Secretaris.
7. Rondvraag en sluiting.
De Secretaris.
 
Als lid zijn toegetreden:
de Heer Ir. G. A. de Mol, Landbouwconsulent, tijdelijk Malang, Java.
de Heer E, Moll, kunstschilder, van Beuningenstraat 4, den Haag.
Als donateur zijn toegetreden:
de Heer W. J. Moll, opzichter 1e kl. Waterstaat, Marinelaan 2a, Bandjermasin, Borneo. de Heer H. Mol, arts, Daal en Bergschelaan 100, den Haag.
de Heer S. Mol, particulier, 125 A, Berkhout (N. H.).
Mejuffrouw A. W. Mol, med. cand.e, Pieter Saenredamstraat 25bis, Utrecht.
Mevr. L, W. Moll-Romijn, Korte Scheidingsweg 36, Dordrecht.
de Heer H. Mol, A 175, Berkhout (N.H.).
 
Nieuwe werken der Bibliotheek:
88 Dr. W. E. de Mol. „Mutation sowohl als Modifikation", Leuven 1934.
89 Dr. W. E. de Mol. „Meiotische en na meiotische Ano-malien bij de Hyacinthen, Wageningen 1933.
90 Dr. W. E. de Mol. „Die Entstehungsweise anormaler Pollenkörper", 1933. (alle schenkingen van den Schrijver.)
91 Dr. P. H. van Cittert: „Geschiedenis van de verzamelde antieke instrumenten van het Nat. Lab. der Rijksuniversiteit te Utrecht (met portret van Prof G. Moll).
92 Dr. P. H. van Cittert: „Het instrumentarium door van Swinden". I.
93 Dr. P. H. van Cittert: id. II (met testament van Prof G. Moll). (alle schenkingen van den Schrijver.)
94 G. Moll. „De desolate boedelkamer te A’dam", (Diss 1879).
(schenking van den Heer H. Koning te A’dam, door bemiddeling van Mevr. H. van den Wall Bake-Moll, Heemstede.)
 
BURGERLIJKE STAND.
Geboren: 13 Januari 1934 Hendrik Ido Ambacht
Lena Piëta, do. v. C. A. Kleyne en Katharina Elisabeth Kleyne-Mol.
(Stam ’s Gravendeel.)
 
Geboren: 30 Januari 1934 Rotterdam
Frans, zo. v. Jan van Dop en Francina van Dop-Moll.
(Stam Velp.)
 
Gehuwd: 16 September 1933 London
Frederik August Julius Moll,
zo. v. Willem Christiaan Frederik Moll en Francis Andresa Eleonora Greeber,
en Margrieta Alberdiena Hendrika van Nugteren,
do. v. Dirk Aart van Nugteren en Huberta Frederika Jonkers.
(Stam Keulen-Paramaribo.),
 
Overleden: 30 Januari 1934, Waarde (Z.)
Adriaan Mol, in den ouderdom van ruim 83 jaar,
zo, v. Andries Mol en Adriana Geluk. (Stam Scherpenisse.)
 
Overleden: 6 Februari 1934, den Haag
Johannes Franciscus Marinus Wijtenburg, in den ouderdom van 62 jaar,
echtgenoot van Antje Moll.(Stam Velp.)
 
Overleden: 13 Februari 1934 Amsterdam
Fake ten Kate, in den ouderdom van 71 jaar,
echtgenoot van Johanna Moll. (Stam Velp.)
 
GENEALOGIE.
(Van oud-Zufen tot heden.)
(Vervolg.)
XXXII. Kentenissen der stad Zutphen 1519-1522. Jan Mol en Trude zijn vrouw vesten ten behoeve van Sint Anthonis altaar in de Groote Kerk te Zutphen een jaarrente groot twee u? uit hun huis te Zutphen in den Naggen tusschen Trude Lege’s huis ten eenre en Molz huis ter andere zijde, achter strekkende aan Molz erfnisse.
Vrijdag na Paschen (29 April) 1519.
 
XXXIII. Protocol van Kentenissen der stad Zutphen 1526-’29.
Johan Moll en zijn vrouw Geertruyt vestigen ten behoeve van Wilhem Merkynck 2½ g. g. uit hun huis te Zutphen in de ,,Boeckerstraite", met de eene zijde aan Johan Molz huis en achter strekkende aan zalige Berndt Mols huis.
Op avond Purificationis Marie 1527.
 
XXXIV. id.
„Herman Mandemaicker bekent synen vurkynderen in tegenwoordigheyt Johan Mols syner zeliger huysfr. brudder, nementlich Derick ende Truyde vur dat erffguet dat vyerden-deell van Schrijnersmoethe gelegen in den kerspell van Lochem vrijende groyt ende eyn molder Rogge jairlix, dair-toe onder oen beyden vur dat gerede guet sess golden gulden van gewicht eyns, sonder argelist,"
Zondag post Mathei apostoli 1528.
 
XXXV, ld, 1538-1541.
Johan Moll, Gerthruidt weduwe Ottho Mandemaicker, Lambert en Herman Mandemaicker en Johan van Harderwick en zijn vrouw Ailken, erfgenamen van Gerthruidt vrouw van Johan Moll voornoemd en dochter van Gerthruidt wed. Ottho Mandemaicker voornoemd.
Zaterdag ipso circumcisionis Domini (l Jan.) 1541,
 
XXXVI. id. 1542-1545.
Herman Mandemaicker en Guede zijn vrouw, Jutte, wed. Pauwell Smierinck en Johan haar zoon voor zich zelf, bekennen vergenoegd en betaald te zijn door Johan Moll en diens vrouw Yda van het versterf en nagelaten goed van zalige Gertken Mandemaicker en zalige Truede Mols, Johans voorschr. huisvrouw.
Woensdag post Invocavit (l Maart) 1542,
 
XXXVII. id. 1548-’50.
Jan Moll, brouwer, wordt in die qualiteit tot taxateur van brouwgereedschappen bij een scheiding benoemd.
Woensdag St. Jacobsdach (25 Juli) 1548.
 
XXXVIII. id. 1519-1522.
Accoord in een geschil tusschen Garrit en Jan Moll gebroeders en hunne vrouwen over een put gelegen tusschen hun beider huizen.
Vrijdag post Odulphi (14 Juni) 1521,
 
XXXIX. id.
Herman Varver ind Evert van der Capellen, kerckemeistere in der groiten kercken van Sint Walburgen binnen Zutphen bekandten vur hon ind oeren naekkhoemelingen dat zie verkofft hebben ind jaerlix schuldich sin Berndt, Nicolaas offte Claes, Gerrit ind Stine echte kynderen Johan Mols ind z.Yda sine gewesenen huyszfrauwen ind derselffster kyndere erven, dardenhalven golden gulden jaerlix ’t stuck tot die werde van dartich stuver brabantz valuyrt nae hollantscher valuatien gereckent, ’t betaelen alle jaer up dach Thome apostoli waer van die eirste termin up dach Thome apostoli in diesen tegenwoerdighe jaer van LXIII niestkhomende verschienen sal wesen uith der vursz. kerckenhuysz gelegen op ten kerckhoff mitter einer zijdt an der heren van der Capittell binnen Zutphen huysz daer meister Gerit van Suchtelen nu ter tit inne woendt, mitter ander zijdt an z. van Holthuysens huysz achter streckende an der stadtmuyr fry ind quit beholtelick den heren sinen thins ind twie gulden jaerlix den-ghoenen die daer recht to hebben beholtelick oick den kerck-meisteren vurbenoempt ind oeren naekomelingen dat zie diese dardenhalven golden gulden jaerlix vursz up alle termine der betalinghe wederomme quitkoepen ind loezen moegen mit vifftick golden gulden offte die werde daer vur als vursz in golden offte silveren paymente ind mitter pensien as dan verschienen. Tis twetten dat diese vestenisse herkompt van z. Fije Lodewicks huesinghe ind ordinancie in crafft van wilcke zie dit aldus to geschien begert hiefft. Sunder arglist."
Maandag na Judica (29 Maart) 1563. (Wordt vervolgd).
 
MEMORANDUM.
Evert Moll.
Waar de rubriek „Memorandum" van ons periodiek niet enkel de levensbeschrijvingen van overleden naamdragers bevatten wil, is het de Redactie hoogst aangenaam, een biografisch essay te hebben kunnen samenstellen over den bekenden kunstschilder en het nieuwe Lid van onze Vereeniging, den Heer Evert Moll.
Vooraf zij uitdrukkelijk dank gebracht aan den Heer Bernard Canter, die de op Zondag 11 Febr. 1934 voor de Avro gehouden causerie over Evert Moll welwillend aan ons afstond, aan de Avro zelf voor haar vergunning, die te plaatsen en last not least aan den heer Moll, die ons meer materiaal over hem verschafte.
Evert Moll werd geboren op 15 December 1878 te Voorburg, als zoon van Evert Moll en Maria Elisabeth Wilhelmina Sara Nieuwenhuysen en behoort genealogisch tot den Stam Velp.
Zijn vader, die agent was van verzekeringmaatschappijen, was zeer gefortuneerd en in de deftige woning te Voorburg ontbrak het den jongen Moll aan niets. Reeds als kind van 5 jaar hield hij veel van teekenen en verbaasde door zijn aanleg en kleurgevoel. Gaarne hadden zijn ouders gezien, dat hij architect zou worden. Maar Evert wilde kunstschilder worden en niets anders.
In zijn jeugd trok de sport hem zeer aan en op de antieke hooge velocipède heeft hij als amateur-wielrenner menigen prijs behaald, tot hij bij een wegwedstrijd kwam te vallen en daarin de waarschuwing van het lot begreep.
In den Haag maakte hij kennis met de grootste schilders, de Marissen, Mesdag, Willem Roelofs Sr., Tholen en anderen en leerde veel van hen.
Toch had Moll reeds vroeg blijk gegeven van een sterk gevoel van zelfcritiek.
Reeds in 1900, dus op 22 j. leeftijd, werd hij tot werkend lid van het schildersgenootschap „Pulchri Studio" te den Haag aangenomen, in een tijd, toen men daartoe meer eischte dan tegenwoordig.
Daarna ging Moll naar Londen, om er in de musea de groote meesters te bestudeeren en zijn algemeene en bijzondere vorming te voltooien.
De impressionistische richting in de schilderkunst deed haar sterken invloed op hem gelden. In Londen beleefde hij een gelukkigen tijd: hij leerde in de Londensche schilderswijk Chelsea veel jongere en oudere Engelsche schilders kennen, werd tot Lid van de Chelsea Art club toegelaten, tot Lid van de International Pastei Society en hield met de gravin Theodora Glerchen, een nicht van Koning Edward VII, een tentoonstelling in de Royal Watercolour Society.
Evert Moll heeft den Britschen Koning eenige malen op het atelier van de gravin ontmoet en mocht als andere schilders van gedachten wisselen over de problemen der schilderskunst met dien koninklijken kunstvriend.
Daarna ging Moll naar Parijs, schilderde de Seine, St. Cloud, Meudon. Zijn behoefte aan gepassioneerde kleuren-weelde bevredigde hij aan de kusten van de Riviera: Nice, Monaco, Menton, de Cote d’Azur, etc. -
Wanneer hij terugkeert, vestigt hij zich in Dordrecht. Ook daar trok hem vooral het leven op de rivier aan, maar nu schilderde hij ook stadsgezichten. Te Dordrecht maakte hij kennis met den directeur van het schilderijen-museum te Toledo (in Ohio), die hem uitnoodigde, mede te gaan en in Amerika een aantal groote tentoonstellingen van zijn werken te gaan houden. Maar Moll bedankte. Zijn ,,Amerika" lag elders. Hij had de Maas voor Rotterdam „ontdekt" en die te schilderen bij alle weersgesteldheden, bij zonneschijn of op dreigende dagen, in de vergulde dagen van den mid-zomer en in de stille strakheid van den winter, trok hem meer aan dan een reis over den Oceaan.
Maar ook, een plotselinge omkeer was in zijn leven gekomen. Een ramp, die de familie trof, had zijn leven van gentleman-schilder te Londen en Parijs veranderd in dat van den voor zijn bestaan werkenden mensch. Toch is Evert Moll er in geslaagd, zich schitterend als kunstenaar te handhaven. Want moge hij al de geboren schilder zijn, en zou hij in elk ander vak mislukking hebben ervaren, in hem is de artist met den nijveren arbeider vereenigd! -
Want hard heeft hij gewerkt en nog kan hij niet zonder arbeid.
Wat heeft hij véél geschilderd! Voor ons ligt een catalogus van een door hem gehouden tentoonstelling te Rotterdam in 1918 en niet minder dan 100 schilderijen zijn alleen hier vermeld en op ieder gebied: rivier- en havengezichten, bloemen, stillevens, stadsgezichten uit Rotterdam, Amsterdam, Enkhuizen, Dordrecht, Woubrugge, aan den Ouden Rijn, aquarellen, zeegezichten, panorama’s, enz. -
En de critieken van Engelsche groote bladen van 1906 o.a. vermelden zijn tentoonstellingen in de Gallery van de Royal Society of Painters van gezichten op de Theems en Wight, van Cannonstreet-station, van een fabriek te Hammersmith.
Een critiek van Cornelis Veth naar aanleiding van een tentoonstelling van Evert Moll in 1928 in den Haag, noemt de vele gezichten op de Riviera.
Uit enkele van die critieken zij het ons vergund te citeeren, waar van Evert Moll geroemd wordt: „zijn groote gave", zijn „mooie oorspronkelijkheid , zijn „persoonlijke onafhankelijke kijk op de natuur", zijn „zuivere landschappen, bewonderenswaardig door hun fijnheid van kleur en ijlheid van de atmosfeer", zijn „schoone manier van behandeling", zijn „uitermate complete technische behandeling", hij is „meester van wolkeffecten". -
Moll heeft een zeer eigenaardige wijze, om een schilderij op te zetten. Hij bekijkt eerst goed zijn onderwerp in de natuur, bepeinst het daarna, en vangt dan aan op het blanke vlak van papier, doek of paneel schijnbaar willekeurig een paar punten te zetten, die hij als in droom langzaam met het penseel uitbreidt. Zoo zoekt hij het inspiratieve oogenblik.
Moll werkt gaarne aan de havens te Rotterdam. Maar die hem op zijn atelier bezoekt, bemerkt, dat hij toch niet alleen havengezichten schildert. Tegenwoordig houdt hij er van, de duinen m te trekken, om daar te schetsen en te teekenen, of hij gaat naar Meyendal en zoekt er een brok natuur, dat hem inspireert.
Veel ervaringen heeft Evert Moll opgedaan, als hij aan de havens zat te schilderen, omgeven door bewonderende, maar ook critiseerende bootwerkers en opgeschoten jeugd. Eens zei een criticus van de walkant, die geduldig had toegezien naar het ontstaan van het schilderij op het doek: „Dat is wel aardig, wat je er van terecht gebracht hebt, maar je moest eens zien, wat Evert Moll er van maakt; dat is nog heel wat anders, vader."
„Evert Moll? Die ben ik zelf," De waterkant-criticus bleef een tijd zwijgen, wachtte, op een blaadje tabak kauwend tot het schilderij voltooid was, sloeg toen Moll amicaal op den schouder en zei: „Het lijkt er wel op, maar het is het toch niet. Dat kunstje om je voor een ander uit te geven, heb jij niet uitgevonden, vader! Maar ik loop daar niet in." En men verliet het terrein der kunstbeschouwing, daar het tijd om te lossen voor zijn ploeg was geworden.
Maar van andere zijde was de critiek gelukkig minder streng. H. M. de Koningin-Moeder bracht eens een bezoek aan een tentoonstelling van leden van Pulchri Studio en zooals zij gewend was, bekeek zij alle schilderijen zeer aandachtig. Voor een werk van Moll gekomen, zeide zij bewonderend: „Wat is dat een echte, mooie, fijne Moll". „Dat werk wil ik hebben". Het bleek echter reeds verkocht te zijn. Later heeft H. M, echter toch een doek van Evert Moll aangekocht. En er zijn schilderijen van Moll in Nederlandsche en buitenlandsche musea, vrijwel over de geheele wereld verspreid. -
De „Avro" gaf aan een werk van Evert Moll een plaats tusschen de twaalf schilders van dit jaar.
„Laat ons", zei Bernard Canter, „in deze tijden bedenken, dat de kunst niet om brood moet gaan, maar dat ook kunst behoort tot het geestelijk brood van het leven."
En laten wij voor Evert Moll de hartelijk gemeende wensch uitspreken, dat hem vergund moge zijn, nog lange jaren aan de illusie van het leven de kracht te ontleenen, om altijd met nieuwen moed voort te werken!
(DE RED.)
 
Werft leden en donateurs voor de Vereeniging „Families Mol(l)"!
© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect