Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

2e Jaargang No. 7                                       1 Jan 1933

Uit Verleden, het Heden
REDACTEUR: Dr. W. H. Moll, J. v, Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort
 
Advertentie:
Wijnhandel F. Rutten Zn.
SITTARD- MAASTRICHT
opvolger.
J. H. M. MOL.
Kantoor: v. Slichtenhorststraat 86, NIJMEGEN
ZUIVERE BELEGEN WIJNEN
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Het Bestuur biedt allen Lezers zijn hartelijke gelukwenschen aan voor 1933!
De 4e algemeene Ledenvergadering van 22 Oct j.l. te Utrecht was helaas slecht bezocht. Slechts 5 leden behalve het Bestuur waren aanwezig. De Archivaris gaf een gedetailleerd overzicht van het in het Archief aanwezige genealogisch materiaal, waarin alleen, wat Holland betreft, reeds ± 8670 naamdragers genoteerd zijn en vele stamreeksen tot ongeveer de 16e eeuw bewerkt werden. ZEd. stelt zich voor, in de volgende ledenvergadering zijn mededeelingen voort te zetten en hoopt dan op grootere belangstelling door sterkere opkomst.
De overige punten der agenda moesten met het oog op den weinig beschikbaren tijd, eveneens uitgesteld worden tot April.
Als leden of donateurs bedankten:
Dr. D. P. Moll, Raamweg 42, den Haag.
Mevr. M. C. Moll, Fr. Maelsonstr. 25, den Haag.
Mej. A. G. M. Mol, Achter den Dom, Utrecht.
De Hr. Wr. Moll, Meenksche laan, Driebergen.
Mevr. S. van Laere-Moll, Tjerk Hiddesstraat, Leeuwarden.
De Hr. en Mevr. Boer, Deventerweg, Apeldoorn.
Als nieuwe leden traden toe:
Mevr. E. M. Moll-Pfeiffer, Fr. Maelsonstr. 25, den Haag.
De Hr. H. C. Moll, oud-majoor der Infanterie N. O. , Fr Maelsonstr. 25, den Haag.
 
Het Bestuur brengt zijn hartelijken dank uit aan Mevrouw J. G. Stort-Moll, Chr. de Wetstr. 7, Oosterbeek, die eenige boeken en vele waardevolle schrifturen en aktes afstond aan de bibliotheek en het archief, welke stukken tevens den blik zeer verruimden in de genealogie van den stam Rozendaal.
De Archivaris noodigt bij deze gelegenheid nogmaals met aandrang de leden en donateurs uit: Ziet toch thuis oude papieren en boekwerken (bijbel!) na, of ze aanteekeningen bevatten aangaande Uw voorvaderen en stelt U in contact met het Bestuur!
 
Dringend verzoekt de Penningmeester allen, de contributie over 1933 over te maken vóór 15 Jan a.s. aan het adres van J. Moll, Weerdsingel 59bis O.Z., Utrecht  Gironummer: 108622. Na dien datum zullen de bedragen, verhoogd met de onkosten, per postquitantie geïnd worden.
 
GENEALOGIE.
(Van Oud-Zutfen tot heden.)
(Vervolg.)
IV. (Uit de acten van „het Archief Middachten"). ,,Up sunte Luciendage der hilliger jonfer (13 Dec.) 1448 Gert Mol, Kattrina syn huysfr., Peter hun beider echte zoon, Henrick en Johan, gebroeders, Gerdes voorsz. echte zonen, bekennen, dat Henrick van Diepenbroeke van hen gekocht heeft den Zijdenhof to Menckfelde, gelegen in het kerspel Lochem, buurschap To Zype en dat ze de koopsom ontvangen hebben."
(op perkament, de uith. zegels in groen was van Gert Mol en van Henrick van Kuenre, die op verzoek van de gebroeders Henrick en Johan Mol gezegeld heeft).
 
V. „Manendags na St. Remigi daeghe (8 Oct.) 1442. Derick van Keppele, anders gehieten van der Woltbeke, beleent Henric van Diepenbroke met het goed then Sijden-hove to Mengfelde, kerspel Lochem, buurschap Swipe, door overdracht en op verzoek van Ghert Mol, die daarmee be leend was ten overstaan van Evert van Keppele, gen. van Oelde en Henrick Moll, leenmannen van Derick van Keppelle."
Blijkens bijgevoegde perkamenten brief kocht Gherde Moll dit goed als een vijfmarksleen van Gosen then Sydenhove to Mengfelde, priester, en sijne susters op St. Gallen 1438.
 
VI. Uit „Protocollen van Kentenissen der stad Zutfen").
Vrijdag na Derthienen (6 Jan) 1482. „Bernt Moll en zijn vrouw Johanna verkoopen aan Johan Rueten en diens vrouw Aelit een jaarrente uit hun huis, gelegen te Zutfen in de „Incketstraete" met de eene zijde aan den „Loisenborch", met de andere zijde aan het achterhuis van Gerit Gortemaker, dat door Wolter ten Vildenberge als schuur gebruikt wordt, ...... enz. ’
 
VII. Maandag na Judica (17 Maart) 1494.
Kwitantie van een koopsom voor een stuk land, waarvoor Bernt Moll borg was.
 
VIII. 12 Dec 1494. ,,Voir Arnt IJseren ende Willem van Roderlo (schepenen van Zutfen) Gerit Bontwarcken ende Fije, syn huysfr. be dancken Bernt Moll ende syn huysfr. ende oeren erven guede utinge schedinge ende delinge van sodane versterve as Gerit vursz. in...... van dode syner vader ende moder anbestorven ende...... wij hijraff synen scepenbrief to maken op avent Lucie,"
(Opmerking: Johanna, de vrouw van Berent Moll, is dus een Johanna Bontwarck).
 
IX. Donderdag na Sunte Victoir (14 Oct.) 1501. „Bernt Mol aver Wilhem Sickynck, dat hie hem schuldich is x i i ij molder haeveren ind x i x butkens want hie hom des niet en betailt to schaiden i g . g . ind den schaiden mit recht, dese anspraeke toich hie op synen voirspraeck."
 
X. Donderdag na Sunte Victoir (14 Oct.) 1501. „Bernt Moll aver Alyt Ronnewaegenss dat sie hem schuldich is van biere x l licht l b want sie hem die niet en betailt, toe schaiden x Ib ind den schaiden mit recht."
 
XI. Donderdag na Sunte Valentynss dach (18 Febr.) 1501. Bernt Moll zit als gerichtsman in het Gericht van het Schoutambt Zutphen.
 
XII. Syons dages ipsi Remigii (l Oct.) 1511. „Luycken Mandemaicker bekent Bernt Moll ind Bernt Kockentijt alsz karckmeisteren to Lochem x i g . ind x gosse ler alyt (alles?) ter goeder rekeninge te betalen die syn helfte darvan to midvasten darnestfolgende sonder ennich langer vertoch ind die pande dan to halen dair sy dan open recht of nyet vur G. van Burlo ind Jan Kreynck."
 
XIII. Dinsdag na Andree Apostoli (30 Nov.) 1534. Overdracht eener rentebrief van drie golden rinsche gulden uit „Bernt Molz huesinge" te Zutphen in de „Inckporter-straiten" gelegen.
 
XIV. (Uit „Archief Middachten".) Donredags post Paulus conversion (27 Jan) 1502. Evert van Heekeren, die olde, en Zweeder van Diepenbroike verklaren ten verzoeke van Thonys van Middachten, dat zij beiden ,,dienre" zijn geweest van zal. Henrick van Wijssch, die tot echte vrouw had Jutte, dochter van Johan van Raijtz felde en Elsben van Middachten: , dat Johan van R. met den hertog van Gelre naar het heilige land getogen was en onderweg gestorven (1451), waarna het huis Schulenborch met toebehooren aangeërfd was op zijn dochter Jutte, terwijl het na den dood van Jutte (1459) geërfd was op hare moeder Elsben.
, dat echter Goesen van Raijtzfelde het huis Schulenborgh met toebehooren verbracht en verkocht had boven de vorige ,,verervonge" aan den hertog van Cleve ten overstaan van Berent Moll, stadhouder van het gericht der schultampt van Lochem, schepenen en gerichtsluiden.
 
Oud-Deventer.
(Vervolg.)
III. Rekening van Andries van Rijsen in 1369. „Rekent Andries van Rijsen dat hi uytgheleghet heft in cost die hi verteert heft mit Dyric bi den Brincke Joh. den Lewen Roelf Mol ende Henricus die wijl tijts dat hi ouer syn reke-ninghe zat te maken i i i j lb."
 
„van den stratenghelde daer men die poertenwachters af lonen zoelde: Bi Johan den Lewen ende Roelf Mol uyt Polstraat i i i j lb x s."
 
„van den stratengheelde daer men die koewachters af lonen zolde bi Joh. den Lewen ende Roelf Mol der stad boden ont-fanghen van denghenen die hoer koen (= koeien) up der stad weyde hadden L x v j lb."
 
„item Joh den Lewen ende Roelf Mol der stadboden do sie der stad horen dyenst hadden ghelouet to drincghelde                i i i j s. v d."
 
„item Bi Joh. den Lewen ende Roelf Mol doe sie mit der pro-cessien ommeghinghen i i i j s. v d."
 
„item bi Joh den Lewen ende Roelf Mol doe sie die tente upgheslaghen hadden ende die weder hadden inghebracht voer byer ende cost     x s,"
 
IV. Rekening van Herbert van Rectem 1371. „item des manend, na den sonnend. Reminiscere do die ce meners hore rekeninghen yrst bestoenden te maken mit Joh. ter Hurnen mit Joh. den Lewen ende Roelve Mol den boden verteerd x x x s."
 
V. Rekening van Johannes ter Poorten 1371.
,,bi Johanne den Lewen ende Roelve Mol L x x i i j lb."
 
VI. Rekening van Gerrit van Ockenbroec 1372.
Ane, Roelf Mols maghet    v lb.
(Wordt vervolgd).
 
MEMORANDUM.
(Vervolg.)
Warnar Moll.
Onderwijs geven was zijn levenstaak. Zeer veel onderwijzers hebben aan Warnar Moll hun welslagen in de wereld te danken gehad, ’s Avonds van 5-7 of van 6-8 verzamelde hij al zijn kweekelingen, tot welke successievelijk ook zijn 10 zonen behoorden, bij zich in de keuken om een groote tafel en daar werden ze gedrild en moesten ze werken voor hun eigen best.
De „oude meester Moll" was wijd en zijd in den omtrek bekend. Wie van „meester Moll" kwam en een aanbeveling van hem meekreeg, kon er zeker van zijn, te slagen. Als blijken van hoogachting en dankbaarheid voor wat hij voor den bloei van het onderwijs te Putten en daar buiten deed, ontving hij uit de hand van den Schoolopziener, Van Bleeck van Rijsewijck, van den Inspecteur de Koninklijke zilveren medaille bij gelegenheid van zijn jubileum; van den burgemeester Hiebendaal en den predikant Ruys namens gemeente en kerkeraad een met zilver gesierd album, van de onderwijzers uit het 2e district van Gelderland zilveren couverts, van de afdeeling Harderwijk van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen de zilveren medaille van deze Maatschappij, van zijn kweekelingen een groote aardglobe: die globe kwam met den vrachtwagen uit Utrecht aan en werd gelost te Voort-huizen aan het Hotel „de Vergulde Wagen". Verpakt in een kist, werd ze door eenige kweekelingen per kruiwagen naar Putten gebracht. Dat het daarbij vroolijk toeging, vertelde aan schrijver dezes een nu nog levende medehelper, de Heer P. van Vledder. oud-hoofd van school in Almelo. En deze Heer schrijft: „ik heb aan hem de herinnering, dat ik hem des „Zondags als Voorzanger en Voorlezer voor den lessenaar zag staan. Een stoere figuur, die ontzag inboezemde; en met een stem, die het heele kerkgebouw vulde, zich van zijn taak kwijtte. Eén en al „waardigheid", een echte schoolmeester van den ouden stempel in den besten zin des woords," Warnar Moll huwde, als „custos en onderwijzer der jeugd" 3 Juni 1823 te Putten met Willemina Maria Ketz, geb. 20/12 1797 te Angerlo, overl. 23/3 1857 te Putten, do. van Ds. Arend Ketz, en Aaltje Ger-brands.
Uit dit huwelijk werden 11 kinderen geboren. Den 23 Mei 1858 hertrouwde hij met Jannetje Koestapel, geb. 1802, overl. 8/6 1876 te Putten. Dit huwelijk bleef kinderloos. In Juli 1882 vierde Warnar Moll zijn zestigjarig jubileum als koster-voorzanger. „Hoewel", schreef de Wekker, „het over lijden van een zijner zoons, in leven hoofd eener school in Deventer, hem zeer geschokt heeft, is hij niet alleen nog in ’t bezit van al zijn verstandelijke vermogens, maar mag hij zich bij ’t bezit van een nog doorgaans goede gezondheid in een nog krachtige lichaamssterkte verheugen. Tegelijk met bovengenoemde betrekking heeft hij te Putten 55 jaren aan het hoofd der Openbare School gestaan en deze tot grooten bloei weten te brengen.
„Liefde tot het onderwijs, niet in weidsche taal, maar in daden, ziedaar zijn levensdoel. Nog dagelijks geeft hij het bewijs, dat onderwijs geven zijn levenstaak is. (Na zijn pensioneering op hoogen leeftijd, zag men „Meester Moll" nog tot enkele dagen voor zijn heengaan, ter schole gaan, waar toen zijn jongste zoon Albert zijn opvolger was geworden.) „In waarheid mag van hem gezegd worden: De grijsheid is een sierlijke kroon."
Warnar Moll overleed te Putten 14 Dec 1884 en de plechtige teraardebestelling had 18 Dec. plaats. De menigte deelnemenden van alle standen en richtingen waren de tolk der hoogachting en genegenheid, die de overledene door zijn eenvoud en degelijkheid zich had weten te verwerven. Helaas kan ons memorandum verre van volledig genoemd worden. Waren slechts de mededeelingen op papier gebracht, die Warnar Moll zelf gaf bij gelegenheid van zijn huldiging in 1871! Toen toch gaf hij een korte schets van zijn vijftig-jarigen levensloop als onderwijzer en vertelde hij, hoe door liefde tot kinderen aangespoord, hij zijn taak met lust had volbracht, hoe hij meermalen met tegenwerking had moeten worstelen, maar die was te boven gekomen door vastheid van beginselen. Diep doordrongen van het gewicht van zijn taak was zijn geheele leven slechts één toewijding geweest aan het onderwijs en dankbaar voor vele zegeningen, kon hij er op wijzen, slechts éénen dag wegens ongesteldheid zijn school verzuimd te hebben.
Zijn brieven, waarvan enkele bewaard, getuigen van zijn helder inzicht.
Citeeren wij: „En is de beoefening der wetenschap voor ieder, maar voornamelijk voor den jeugdigen mensch nuttig, omdat zij telkens nieuwe gezichtspunten aanbiedt, en dus het denkvermogen en het oordeel vormt, zij is tevens in zich zelve onuitputtelijk, en geeft gedurig nieuwe stof, waarmede de ziel zich kan bezig houden."
Ons memorandum moge sluiten met een eeresaluut aan de nagedachtenis van dien stoeren, eerbiedwaardigen Nestor der onderwijzers, den door-goeden en uiterst sympathieken Warnar Moll.
 
CURIOSA.
Anthony Moll, ged. 3/8 1727 den Haag, zoon van Johannis Moll uit Emmerich, die 28/7 1726 in den Haag met Johanna Asmyes (Assemis) huwt, vertrekt n. Leeuwarden en 1761 n. Enkhuyzen, huwt 16/5 1762 in den Haag met Anna Elisabeth Rutgers, geb. 1727 ’s Heerenberg, is in 1767 volgens een mis-sivenboek van de Burgemeesters van Enkhuizen aan de Burgemeesters van Alkmaar, kok op het Jagt van de O. I. Compagnie ter kamer Enkhuizen; hij en zijn vrouw presenteeren hun dienst als „castelein en casteleinisse" in het Logement „de Twee Steden" in den Haag, gebouwd door de steden Enkhuizen en Alkmaar, ten gerieve van hunne gedeputeerden in den Haag, als ze de vergaderingen van de Staten van Holland en andere colleges moesten bijwonen.(!). De missive bovengen., releveert het goede gedrag van den suppleant, die een bekwaam kok is en „den heeren Bewind-hebberen van het Jagt" veel genoegen gegeven heeft. Anthony Moll wordt aangesteld en krijgt een jaarlijksche toelage.
„Op hooge jaren" moest hij 1795 het Hotel huren voor 1000 gulden ’s jaars. 11 Sept 1797 verzoekt hij, gezien de oorspronkelijke toezegging van een toelage, gezien zijn 30-jarig Caste-leinsambt, gezien zijn hooge leeftijd en de moeilijke levensomstandigheden, om vermindering van de huurpenningen van ƒ 400. Anthony Moll had twee kinderen:
1). Anna Beatrix Moll, ged. 29/4 1763 Enkhuizen (get. Petronella Mol).
2). Jan Gijsbertus Moll, ged. 8/6 1764 Enkhuizen (get. Adriana Kloek) Overl 10/10 1764 Enkhuizen.
De dochter Anna Beatrix leefde 1797 nog bij haar ouders en was ongehuwd.
(dankbaar wordt hier de medewerking gereleveerd van den Hr D. Brouwer, archivaris te Enkhuizen).
 
Gevleugelde woorden over genealogie: *
I. ,,In genealogical research two questions oft arise: If I could see my ancestors and view with modern eyes The whole great ancient tribe, perched in the family tree, Would I be proud of them? And......   would they be proud of me?" (Mary Shaw Atwood.)
(„Bij genealogisch onderzoek rijzen vaak twee vragen: Indien ik mijn voorouders kon zien en beschouwen met moderne oogen Den geheelen grooten, ouden stam, gezeten in den familieboom, Zou ik dan trotsch op hen zijn? En......   zouden zij trosch op mij zijn?")
 
II.,,’Tis but to know how little can be known". (Anon.)
(„Het leidt slechts tot het weten, hoe weinig wij te weten kunnen komen").
 
III.
,,A good name is rather to be chosen than great riches." (Proverbs 22 : 1.)
(„Een goede naam is beter dan olie.")(„meer waard dan rijkdommen".) (Spr. 22 : 1).
 
Werft leden en donateurs voor de Vereeniging „Families Mol(l)"!
 
Advertentie:
N.V. „SANDO"
voorheen Gerhardt van Moll
STRATUMSEINDE 8-41, Tel, 2795-4364, Giro 194941
EINDHOVEN
Een goed adres voor alle artikelen op
Electrisch gebied.
Zaak van vertrouwen.
Wij leveren alle goede fabrikaten
tegen de laagste prijzen.
Vraagt U eens offerte:
Voor Electrische Installatiën op elk gebied
Voor Electrische Stofzuigers
Voor Electrische Boenmachines
Voor Electrische Waschmachines
Voor Electrische Strijkijzers
Voor Electrische Gloeilampen.
Ons eigen merk stofzuiger „SANDO" is alom bekend en kost slechts fl 60.- met alle hulpstukken compleet, niet slechter dan de beste, doch veel lager in prijs. Voor Reclame zenden wij U FRANCO een electrisch ijzer, compleet met snoer voor fl 3.50.
Wanneer door ons aan de leden der Vereeniging „Families Mol(l)" wordt verkocht, staan wij vrijwillig 10 pCt. af, ZULKS TEN BATE DER KAS.
MOLLEN VAN ALLE KANT, SLUIT AAN TOT DE FAMILIEBAND!
 
2e Jaargang No. 8                                    1 April 1933
Uit Verleden, het Heden
REDACTEUR: Dr, W. H. Moll, J. v, Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR,
Met het oog op leden en donateurs in een ander centrum van ons land, heeft het Bestuur gemeend, door vaststelling van een andere plaats van samenkomst, aan persoonlijke wenschen tegemoet te komen. Dat nu belangstelling worde betoond!
Uitnoodiging
tot het bijwonen der Vijfde Algemeene Vergadering van Leden en Donateurs op Zaterdag, 22 April a,s. te 2 uur in Hotel „Coomans", Hoofdsteeg 12, te Rotterdam.
Agenda:
1. Notulen vorige vergadering.
2. Verkiezing van een Voorzitter,
Het Bestuur stelt voor, den Heer H, J. M. Mol te Nijmegen, thans tijdel. Voorz., met deze functie definitief te bekleeden.
3. Aftreding (reglementair) van den Secretaris, die zich herkiesbaar stelt.
4. Vervallenverklaring van enkele leden en donateurs.
5. Jaarverslag van den Secretaris, den Bibliothecaris, den Archivaris en den Penningmeester, uit te brengen door de desbetreffenden; het jaarverslag van den Vertegenwoordiger in Indië, bij monde van den Secretaris.
6. Benoeming van een kaskommissie.
7. Beschrijving van ons Archief, door den Archivaris.
8. Bespreking in verband hiermede en met het uitgeven van stamreeksen, door den Secretaris.
9. Het al of niet houden van een „Familiedag".
10. Wat verder ter tafel zal worden gebracht.
11. Sluiting.
De Secretaris.
Als donateurs traden toe:
Mevrouw J. J. H. F. Seipgens-van Moll, Benoordenhoutscheweg 26a, den Haag.
De heer H. Mol, Journalist en Raadslid, Matthenesserweg 144a, Rotterdam.
 
BURGERLIJKE STAND.
Voor zoover bekend:
Geboren: 6 Mei 1932 Henricus Johannes Mol te Veur (Z.H.) z. v, Henricus Johannes Mol en Johanna Cornelia Maria Haajen (Stam: Wamel).
7 Juni 1932 Helga Moll te Blitar (Java) d. v. Henry Willem Moll en Christina Paulina Schardijn (Stam: Wageningen).
11 Oct 1932 te Waddinxveen (Z.H.) Theuntje Cornelia Mol d. v. Machiel Mol en Janna Breedijk (Stam: Scherpenisse).
 
Gehuwd: 6 April 1932 te Rotterdam: Hendrik Mol, zoon van Hendrik Mol en Wilhelmina Kasseband met Rita Kellenbach en
7 Dec 1932 te Rotterdam: Marinus Mol, zoon van Hendrik Mol en Wilhelmina Kasseband met Naatje Scheepmaker (beiden Stam: Rhenen).
2 Sept 1932 te Sint Philipsland: Neeltje Mol, dochter van Marinus Adriaan Mol en Johanna Kempeneers met Cornelis Marinus Meyer, zoon van Willem Meyer en Maria Noorthoek (Stam: Scherpenisse),
26 Oct 1932 te Kedichem: Gerrit Jan Moll, zoon van Cornelis Moll en Bartje Roelofsen met Gerritje Elisabeth van Gessel, dochter van Johannes Nardinus van Gessel en Dirkje van Klei (Stam: Velp).
De Archivaris blijft zich aanbevelen voor mededeelingen, deze rubriek betreffende!!
 
GENEALOGIE.
(Oud-Deventer.)
(Vervolg.)
VII. Rekening van Dirck bi den Brincke 1375.
,,Vor decsteenen ende tyghelsteenen, die onse burgher over jaer vertymmert. In Noerdenberghestraete
Roelf Mol vor 10000 decst.     12 Ib
Roelf Mol vor 6000 tyghelst.  2 1b 8s."
 
VIII. Rekening van Johan van Rijsen 1379. ,,up den Sonnendach Oculi (=4e Zondag vóór Paschen) Henr. van Rijsen ende Roelf Mol, do sie onsen scepenen ghelovet hadden dat sie die broetwichte verwaren solden 5 s."
 
IX. Rekening van Jakob van Apeldoren 1382. „des Vrijd, na den Sonnend. Oculi bi H. van Heten tymmer meister mit Roelf Mol do sie die wade gestoppet hadden van der watermolen bi den Koedijke 10 s,"
 
X. Rekening van Herman van Apeldoren 1389. „des Sonnend. up Sente Stephaensdach (26 Dec.). Roelf Mol ende...... mit horen ghesellen, do sie der stad hoeren dyenst ghelovet hadden 3 lb 12 s. 9 d,"
 
XI. Rekening van Gherit van Rijsen 1390.Roelve Mol voor 10500 tyghelst. in Assenstrate 4 lb 4 s."
 
GENEALOGIE. ,
(„Van Oud-Zutfen tot heden".)
(Vervolg.)
XV. (Signaat van het Schoutambt Zutpen).
Johan Moll wordt aangewezen een ,,ordell" te wijzen inzake Johan Wolfert contra Mathis Maese.          Vrijdag post Sacramenti (21 Juni) 1538.
(Wordt vervolgd.)
 
MEMORANDUM.
Anthony Moll, geb. te Wychen (N.Br.) 22 Febr 1851, eenige zoon van Johannes Gijsbertus Jacob Moll, griffier bij het Kantongerecht te Wageningen en Notaris te Arnhem, en van Ardina Antonia Rant is genoemd naar zijn grootvader Dr. Anthonie Moll, den bekenden geneesheer te Arnhem. (Stam Velp.) Opgeleid voor het dienstvak der Registratie door den Inspecteur Mr. J. P. Sprenger van Eyk, werd hij eerst surnu-merair, op verschillende plaatsen van ons land, in 1878 Ontvanger der registratie aan deze afdeeling van het departe ment van Financiën, alwaar hem, hoe jong hij toen nog was, de opdracht tot herziening der zegel- en registratiewetten was verstrekt. Het grootste aandeel had hij in het ontwerpen dier wetten, die 11 Juli 1882 tot stand kwamen.
Tijdens die werkzaamheden werd hij 7 Juli 1881 benoemd tot Notaris te Arnhem, als opvolger van zijn vader, welk ambt hij bekleedde tot 1898.
Tevens was hij te Arnhem gedurende dien geheelen tijd iid van den Gemeenteraad, waarin hij om zijn scherpzinnigheid en gevatheid een eereplaats innam en een gezaghebbend lid was.
Wegens gezondheidsredenen verwisselde hij van standplaats en werd 21 Febr. 1898 tot notaris te Doetinchem benoemd, welk ambt hij bekleedde tot l April 1911. In Doetinchem was hij Voorzitter van het College van Regenten op het Rijksopvoedings-gesticht „De Kruisberg", Curator van het Stedelijk Gymnasium, Voorzitter van de afdeeling ,,Oude IJssel" van het Roode Kruis, van de vereeni-ging „Ziekenverpleging", van „Gemeentebelang", van het Nutsdepartement, van de Zuid-Afrikaansche vereeniging, van de in Doetinchem gehouden Landbouwtentoonstelling en Agent 1e klasse van de Nederlandsche Bank. Van zijn groote belangstelling in de publieke zaak getuigde reeds zijn verblijf in Arnhem.
Hij was er mede-oprichter van de Arnhemsche Hypotheekbank voor Nederland, en de Arnhemsche Volksbank was de vrucht van zijn geest; voorts koos de machtige instelling, de Geldersche Credietvereeniging, hem tot haren adviseur uit. Voorzitter was hij van de Loge der Vrijmetselaren te Arnhem. In de eerste plaats was hij een zeer bekend schrijver op notarieel en fiscaal gebied. Behalve honderden tijdschriftartikelen, memoreeren we zijn voornaamste groote werk:
„Handleiding tot de kennis der zegel- en registratiewetten" en zijn omvangrijke omwerking van Schermer’s standaardwerk over „notariëele acten".
Daarnaast was hij jarenlang Redacteur van het Notarieel Weekblad, vaste medewerker van het bloeiende tijdschrift: „Recht en Wet".
Anthony Moll was jaren lang lid van het Hoofdbestuur van de Broederschap van Notarissen en Praeadviseur van de Nederl. Juristenvereeniging, lid van de examencommissie voor notaris.
Zeer zeker mag hij een der kopstukken van het Notariaat genoemd worden en een specialiteit op vennootschappelijk gebied. Van tal van naamlooze vennootschappen in alle oorden des lands zijn de statuten door hem ontworpen en gepasseerd.
In de wereld der studeerenden voor Notariaat en Registratie waren Moll’s werken zeer gewild. Zijn „Handleiding" was het eerste werk, dat een helder systematisch en oordeelkundig overzicht gaf van de stelsels door de Zegel- en Reg. wetten gehuldigd, waarbij zijn scherpzinnigheid wedijverde met zijn groote kennis.
Behalve zijn groote geestesgaven had Anthony Moll een door en door goed hart. Bereidwillig voor ieder, werd door niet altijd even bescheiden menschen veel van hem gevergd. Van heinde en ver kwamen collega’s hem raad vragen en voorlichting, hoe in moeilijke kwesties te handelen was. En men wist, dat indien Moll adviseerde, de zaak goed was doordacht.
Het gevolg daarvan was, dat hij bij collega en cliënt bemind was. Als „Notaris Moll" dit of dat gedaan had, beteekende dit „dus is ’t goed".
Pure altruïst als hij was, oefende hij zijn ambt niet uit als een middel om rijk te worden, maar wel als een „nobile officium", waarvan hij zijn krachten in dienst der menschheid had te stellen.
In den huiselijken kring was hij steeds vriendelijk en opgewekt en het was aandoenlijk, te hooren, hoe hij in de ontwikkeling zijner kinderen als het ware opging. Nadat hij l April 1911 zijn ambt om gezondheidsredenen, hij sukkelde al sinds 1906, moest neerleggen, werd hij met groote liefde en zorg door vrouw en dochters verpleegd. Blijmoedig als hij was, verdroeg hij zijn lijden geduldig. Zijn sterke geest bleef over het zwakke lichaam heersenen. Hij had zich na 1911 als ambteloos burger een tijd lang te Heelsum gevestigd, later te Arnhem, waar hij l Oct 1916 overleed aan de ernstige ziekte, die een eind maakte aan een zeer werkzaam leven.
Bij de teraardebestelling op „Moscowa", waar nog de huidige grafsteen in de inscriptie: „Arbeid adelt" zijn levensleuze symboliseert, werden woorden van lof en vereering gesproken door den notaris Mr. J. J. v. Gorkum, toen wethouder en notaris van Doetinchem, notaris Wertheim te Amsterdam en zijn vriend, den heer H. Lauer te Arnhem, die allen getuigden van de stuwende kracht, die uitgegaan was van den goeden en kundigen Anthony Moll.
Gehuwd was Anthony Moll den 16 Mei 1878 te Groenloo met Johanna Gerharda Hesselink, zuster van den burgemeester van Wageningen, dochter van Gerrit Hesselink en Helena van Suchtelen.
Uit dit huwelijk stammen de 2 zusters:
Mevr A. H. Moll, Secretaresse van den Ned. Coöp. Vrouwen bond, en Mevr. de Wed. J. G. Stort-Moll, beiden lid van onze vereeniging. (Geraadpleegd werden hierbij: Oude Arnhemsche Courant, 2 Oct 1916, Nieuwe Arnhemsche Courant, 2 Oct 1916. „de Graafschap", Oct 1916.
„In Memoriam A. Moll", H. W. J. Sannes, 21 Oct. 1916, Apeldoorn.
„Correspondentieblad van de Broederschap der Notarissen in Nederland XIX Afl. X.)
 
CURIOSA.
Het oude boek „Oud en Nieuw Oost-Indien" van Francois Valentijn, uitgegeven door Dr S. Keyzer (1856), geeft in het 1e deel, blz. 364 e.v. in een uitvoerige beschrijving van den tocht naar O Indië in 1603 het volgende voor ons interessante verhaal.
Nadat de vloot, tot welker Amsterdamsche gedeelte de „Gelderland" behoorde, in 1603 den 18 Dec onder het bevel van Steven van der Hagen uitgevaren was, ging de reis langs Mozambique, Goa, kaap Comorijn, Cochin, Colombo en Bantam. Den 17 Jan 1605 zette ze koers naar Amboina en vijf schepen, waaronder de „Gelderland" zond de admiraal onder zijn onderzeevoogd Cornelis Sebastiaansz. naar Ternate.
„Den 2 Mei 1605 kwam de vloot voor Tidore; men zag daar twee Portugeesche kraken dicht onder land liggen, tusschen twee schansen, die ze dekten. De hopmannen daarop waren Thomas de Torris en Fernando Pereira de Sandi. Den 5 Mei deed de onderzeevoogd de sterkte van Tidore opeischen, doch die van binnen gaven tot antwoord, dat zij voorgenomen hadden, zich te verdedigen tot den laatsten man toe. Daarop besloten de onzen, de kraken eerst te veroveren, gelijk ook Cornelis Sebastiaansz., met zijn schip en ’t schip „Gelderland", waarop Jan Janssen Mol, een dapper man, schipper was, daar naar toe voer en die beschoot; doch de Portugeezen beantwoordden dit van hunnen kant, zoowel uit de schansen, als uit de schepen, wonder wel, zoodat het van weerszijden scheen kogels te regenen, waardoor o.a, een trompetter boven in de mars getroffen werd. Gedurende dit schieten bemande de onderzeevoogd en schipper Jan Mol, nu als hoofdman aangemerkt wordende, ieder zijn boot met volk, waarmede zij die kraken, zonder zich aan haar schieten te kreunen, aantastten en na een uur vechtens veroverden. Het volk was meest over boord gesprongen, ’t geen voor hun vertrek lonten en vuurproppen bij het kruid gelegd had, om de kraken te doen springen, maar het werd nog tijdig door de onzen gezien en belet, die niet meer dan 3 dooden en 17 gekwetsten in dezen strijd bekomen hadden." Dan gaat het verhaal verder: men viel de Portugeeschë vesting aan, nadat men den Tidoorschen vorst verzocht had, „om nogtans te minder bloed te vergieten", zich niet in dezen Europeanen-strijd te mengen,
„Hierop trok schipper Mol den 14en Mei, met den Zeeuwschen kapitein Van der Perre en 150 man naar land, om het kasteel te bestormen, begaf zich, zoo ras hij aan land was, naar twee Portugeeschë dorpen en stak die in brand, om de vesting tot de overgave te noodzaken,"
Onze Ternataansche hulptroepen bepaalden zich tot het bewaken van de Tidoreezen, terwijl onze vloot de vesting hevig beschoot.
Schipper Mol wierp in haast een schans van wijnvaten op. vulde die met aarde en begon sterk op de vesting te schieten. Ziende, dat dit nog lang zou kunnen duren, ging hij bij nacht met 2 soldaten de sterkte beschouwen en bevond, dat daar al een bres geschoten was en dus tijd, om die te bestormen Den 19 Mei voerde de schipper en hoofdman Mol al ’t volk dicht onder de vesting, ’t geen de Portugeezen, door ’t gedurig schieten der onzen van boord, niet merkten. Als hij nu tot den storm klaar was, gaf hij den onzen aan boord met een vlag een teeken, om met schieten op te houden, gelijk zij dan ook deden. Daarop begon hij den storm en raakte met nog 7 soldaten, met een vaandel in den vuist, binnen de sterkte. De Portugeezen hielden ondertusschen niet op, te schieten en veel vuurballen van den toren af te werpen, waardoor niet alleen ’t voornoemde vaandel m brand raakte, maar ’t geen ook belette, dat er iemand meer m de vesting kon komen. Toen zij nu niet meer dan deze 8 mannen er in zagen, grepen zij moed en dwongen den hoofdman Moll, na een vierendeel uur vechtens, met de zijnen er weer uit te wijken, bij welk terugtrekken Mol van de sterkte afviel en zijn been brak. Er schoten eenigen van zijn volk toe, om hem weg te helpen, doch hij wilde dit niet toelaten en ging voort, met hen te vermanen, van toch niet te wijken, maar den strijd te hervatten, om ’t verlorene te herwinnen, na welke vermaning een van zijn volk hem op de schouderen nam en wegvoerde. De Portugeezen verloren in den storm ook den hoofdman Thomas de Torris, zoo als hij de eerste op den hoofdman Mol aanviel en hem met zijn degen dacht te doorloopen, niet vreezende voor hemzelf, vermits hij in zijn volle harnas was; maar Mol weerde dit behendig met een korte spies af en een soldaat trof hem zoo wel met zijn musket, dat hij dood ter aarde viel."
De schepen hervatten het bombardement en door een treffer in den kruitvoorraad, vloog de toren in de lucht en de sterkte werd veroverd.
„Deze storm kostte den onzen 2 mannen en 8 gekwetsten, waaronder hoofdman Mol. De Portugeezen hadden 73 doo-den en 13 gekwetsten."
Na deze overwinning behielden de Portugeezen in de Moluksche eilanden nog slechts invloed in een kleine vesting op Solor. Met volle lading landde de vloot weer in ’t vaderland in Mei 1606.
(Wordt vervolgd.)
 
Werft leden en donateurs voor de Vereeniging „Families Mol(l)"!!

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect