Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

 2e Jaargang No. 5                                                 1 Juli 1932

Uit Verleden, het Heden
REDACTEUR: Dr. W. H. Moll, J. v. Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Kort verslag van de 3e Alg. Ledenverg. 23 April 1932:
Aanwezig waren, behalve het Bestuur, de Dames W. M. van der Zanden-Moll, J. Moll, Amsterdam, S. van der Wal-Moll, A. G. A. Wattjes de Mol en de Heeren C. Wilg van der Wal, J. A. Moll, W. Moll Jzn.; G. van der Zanden en Dr. W. E. de Mol. Tot eereleden werden benoemd de Heer J. A. Moll te Bilthoven en Dr. Fr. Moll te Berlijn.
 
De aftredende Ondervoorzitter, de Hr. H. Moll te Dordrecht, werd herkozen. De aftredende Penningmeester, de Hr. T. Moll te Huizen werd benoemd tot bestuurslid zonder functie. Tot Voorzitter werd benoemd de Hr. W. Moll Jzn. te Driebergen, tot archivaris de Hr. J. A. Moll te Bilthoven, tot Penningmeester de Hr. J. Moll te Utrecht.
De leider der vergadering, de Hr. H. Moll te Dordrecht, wees er met nadruk op, dat ledenwerving noodzakelijk is, zal het Bestuur kunnen voldoen aan de voorloopig gestelde eischen; de toename van leden is in 1932 niet bevredigend te noemen.
 
Dr. W. E. de Mol te Amsterdam hield daarop een causerie over „Erfelijkheid en het nut eener Familievereeniging". Spreker zette op zeer duidelijke wijze de kenmerken van erfelijkheid uiteen, die van anatomischen, physiologischen en psycholochischen aard zijn, waarbij hij tal van voorbeelden gaf. Het langst stond spreker stil bij de mentale gebreken, die in bepaalde stamboomen overerven en het geslacht karakteri-seeren. Nadruk legde spr. op het feit, dat niet het milieu daarbij op den voorgrond treedt en de erfelijkheid zich aan milieu niet stoort. Spr. kende groot gewicht toe aan de studie der genealogie, mits ze precies documenteert en niet culmineert in de vraag: Valt misschien de afstamming van adellijke personen te bewijzen?
Sprekers waardevolle voordracht, die getuigde van diepgaande studie en groote ervaring, eindigde met ook hier de belangrijkheid aan te toonen van de spreuk der Ouden:
,,Ken U zelven".
Wanneer wij weten het goed en het kwaad, dat in ons voorgeslacht zat, dat in ons zit, kunnen we bevorderen het goede en tegengaan het kwade en zoo kan de genealogie een steentje bijdragen tot de ontwikkeling der menschheid en.. grenzen kunnen worden weggenomen.
Bij het beantwoorden der tot hem gerichte vragen, gaf Spr. als zijn persoonlijke meerling te kennen, dat we leeren moeten, ons zelf te beheerschen en dat vooral de Liefde tot den medemensch ons richtsnoer diene te zijn. - De Voorzitter der vergadering bracht Dr. de Mol zijn har-telijken dank, dat hij de saamgekomenen op zulk een leerrijke en aangename wijze mededeelingen gedaan had van zijn wetenschap en zijn in Amerika opgedane ervaringen. Jammer, dat zoo weinige leden en donateurs aanwezig waren! Zeer zeker hebben de thuisblijvers nu eens ongelijk gehad!
De SECRETARIS.
 
De op 23 April benoemde Voorzitter, de Hr. W. Moll, te Driebergen heeft l Mei wegens omstandigheden voor deze functie bedankt.
In de Bestuursvergadering van 21 Mei j.l. werd tot tijdelijk Voorzitter benoemd de Hr. J. H. M. Mol te Nijmegen. -
Adressen der nieuwe functionnarissen:
Voorzitter: de Hr. J. H. M. Mol, v. Slichtenhorststr. 81, Nijmegen.
Archivaris: de Hr. J. A. Moll, Soestd.str.weg 193, Bilthoven.
Penningmeester: de Hr. J. Moll, Weerdsingel, O.Z. 59 bis, Utrecht.
De binnengekomen gelden voor het Ondersteuningsfonds worden onder hartelijken dank aan de gevers op de Rijks-postspaarbank geplaatst.
Als nieuwe Leden werden ingeschreven:
Mej. S. L. Moll, Burgem. Reigerstr. 16, Utrecht.
De Hr. A. van der Werf, Singel l, Weesp.
Als donateurs:
De Hr. M. D. Mol, Tonsel, Ermelo.
De Hr. C. W. Moll, s.f. „Kenongo", Wlingi (N.I.).
De Hr. L. Mol, Oude Gracht 33, Weesp.
 
VAN DEN ARCHIVARIS:
Aan het verzoek op bl. 4 van No. l van het orgaan: „toezending van proefschriften van Heeren Doctoren" is helaas zeer slecht voldaan. Waarom toch? vraag ik me af. Voelt men niets voor een Familiearchief? Wat beoogt een dergelijk archief? Het bijeenbrengen van alle mogelijke Familiestukken, die anders door overgang in andere families, door huwelijk, verloren gaan voor de naamdragers. Wat kan dienen tot uitbreiding van het Archief? Feitelijk alles, wat van belang is voor de familie, als: advertenties en aankondigingen van geboorte, huwelijk en overlijden, cou-rantenuitknipsels, dan wel volledige couranten, waarin een naamgenoot een mededeeling doet of beschrijving geeft, boekwerken, prijzen, akademische diploma’s of akten en vooral portretten, opdat het nageslacht een herinnering aan de voorouders heeft, voor zooveel mogelijk, voorzien van den datum en het jaar, waarin de photo genomen werd. Persoonlijk bezit van merkwaardigheden is slechts tijdelijk, familiebezit duurt voort!
Gaarne worden bijdragen ingewacht,
J. A. Moll Soestdijkerstraatweg 193, Bilthoven.
 
GENEALOGIE.
„Van Oud-Zutfen tot heden". (Vervolg).
15. Waarschijnlijk een broer van 14 is Peter Mol(l), die 1732 9-6 te Zutfen huwt met Wijske Geurs van Velthuysen, geb. Brummen.
 
16. Hun kinderen zijn:
a) Wa(a)nder Mol(l), ged. Zutfen 1733 10-6 en gehuwd te Zutfen 1770 15-4 met Johanna Wullinks, en
b) Hendrik Geurs Mol(l), ged. Zutfen 1734 21-10, een verver, die 1769 24-12 te Zutfen huwt met Anna Catharina Gant voord.
 
17. Kinderen van Wander Mol(l) (16) en Johanna Wullinks:
1) Peter Mol, ged. 1770 11-12 Zutfen.
2) Johanna Willemina Mol, ged. 1773 9-5 Zutfen Overl 1844 3-12 Zutfen, gehuwd met Georg Wilhelm Melsbach.
3) Wesselyna Mol, ged. 1776 4-1 Zutfen.
4) Peter Mol, ged. 1777 13-11 Zutfen Overl 1827 1-6 Z., looiersknecht, huwt 1e Neeltje van Leeuwen huwt 2e 1815 7-6 Zutfen Hendrika Schut, do. van Jan Schut en Willemken Scheperen.
5) Willem Mol, ged. 1781 13-1 Zutfen Overl 1857 10-8 Hummelo. huwt 1e Geertrui Garretsen. huwt 2e 1839 14-2 Hummelo Anna Margareta Garretsen.
6) Jan Mol, ged. 1781 13-1 Zutfen Overl 1847 7-1 Zutfen, huwt Berendina Keyenberg.
7) Wesselina Zwenne Mol, ged. 1785 11-1 Zutfen.
 
18. Kinderen van Hendrik Geurs Mol (16) en Anna C. Gantvoord:
1) Lewisken Mol, ged. 1770 14-1 Zutfen Overl 1839 27-11 Zutfen.
2) Mette Mol, ged. 1771 10-12 Zutfen.
3) Petronella Hendrica Mol, ged. 1774 18-5 Zutfen huwt 1795 4-1 Deventer Jan Hendrik Veltink.
4) Johanna Willemina Mol, ged. 1777 31-8 Zutfen,
5) Jan Willem Mol, ged. 1779 5-12 Zutfen, sergeant majoor, huwt 1e ........ Leeuwen
huwt 2e Hemmiena Heldens.
6) Derkjen Mol, ged. 1782 12-1 Zutfen Overl 1844 28-9 Zutfen,
7) Johanna Berendina Mol, ged. 1786 12-1 Zutfen.
(Wordt vervolgd.)
 
MEMORANDUM.
Ds. J. Moll Jbzn 1798-1891. (Vervolg.)
Ook in zijne liefde tot het huis van Oranje was hij conservatief. De heugelijke omwenteling van 1813 vernam hij op reis in eene trekschuit, die eene andere ontmoette, van boven tot onderen met vlaggen versierd, en waaruit reeds van verre het „Oranje boven!" hem tegenklonk. Dit maakte zoo diepen indruk op hem, dat, hoewel hij goed Fransch geleerd had, hij ’t zelden of nooit, zelfs tegen Waalsche broeders, sprak. Maar hoe warm zijn hart voor Oranje klopte, hij schroomde niet, tot de vorsten een hoog ernstig woord te spreken, zooals bij de geloofsbelijdenis der prinsen en het overreiken van den Huwelijksbijbel aan Koningin Emma, op 8 April 1879. Wat zijne preeken - of, zooals het vroeger heette, „Leerredenen" - betrof, zoo was Van der Palm het model. In den kalm voortgaanden (Ciceroniaanschen) periodenbouw en den gekuischten kanselstijl, dragen ook die van Moll dien stempel. Maar al gaat zijne rede, meest tot het verstand gericht, kalm voort langs de vooraf aangekondigde stations, toch ontbreekt er geen gloed, geen verheffing en bezieling aan. Voegt men nu bij een zoetvloeiende stem, van nature zwak, maar die hij in de dagen zijner kracht uitnemend wist te gebruiken, dan kan men begrijpen, dat hij indertijd onder de uitstekendste redenaars der oude school werd gerekend. Trouwe hoorders bleven hem dan ook, met persoonlijke gehechtheid, tot het laatst toe bij. Doch in zijn langdurigen diensttijd veranderde de smaak, verflauwde zijn stem en verminderde zijn loop; maar de achting der gemeente niet. Hij steunde ook niet enkel op zijn preeken, maar nog meer op hetgeen hij door zijn ijver en zijn invloed voor de gemeente tot stand bracht: want waar „Vader Moll" het wilde en doorzette, daar vielen hem de honderden en duizenden der rijken bij, die hij voor zich en de zijnen niet behoefde. Zoo had hij een belangrijk aandeel aan de stichting van het Oude Mannen en Vrouwen- en het Weeshuis, aan den bouw der Bethlehemkerk. Maar zijn grootste en blijvende verdienste lag op het gebied van het Christelijk onderwijs. Hier vooral viel hem algemeen de naam van „Vader Moll" ten deel. Hoofdzakelijk door zijne bemoeiing werd 20 Mei 1844 de diaconie-armenschool ingewijd, 11 Nov 1867 de Weeshuisschool, 3 Juni 1873 de Prins Willemschool en l Aug. 1883 de Mollschool. (Hij zelf noemde de laatste echter nooit zoo, maar alleen „de vierde school".) Onder de Haagsche predikanten werd hij tot de orthodoxen gerekend.
Wat zijne huiselijke omstandigheden aangaat, eerst als predikant te ’s-Gravenhage is hij 16 Juni 1831 gehuwd, en wel met Maria Cornelia Catharina Bonebakker, geboren te Hemmen 25 April 1806, eenigst kind van Ds. An thonie Bonebakker en van Maria Johanna Luden. Door hartelijke liefde niet alleen, maar door overeenstemming van innige vroomheid waren zij aan elkaar gehecht en was het een echt Christelijk huisgezin, rijk gezegend - maar ook zwaar beproefd. Zeven kinderen (behalve een zoontje, dat maar enkele dagen leefde) zijn uit dit huwelijk geboren. Drie gehuwde dochters moest hij op rijper leeftijd verliezen. Drie zonen, waarvan de oudste geneesheer was te ’s-Gravenhage, de volgende directeur van het krankzinnigengesticht te Utrecht, en de derde zwak van geestvermogens, overleefden hem met zijn oudste dochter. Merkwaardig, dat op de treffendste dagen van zijn leven de man, op het oog zoo klein en nietig, al de veerkracht ontwikkelde, die zijn onwrikbaar Godsvertrouwen hem schonk. Daar ook twee dochters van een overleden broeder, na den dood harer moeder, bij hem kwamen inwonen, hebben wij een tijd lang Vader Moll door een talrijk gezin omringd gezien, maar zagen ook gaandeweg dit gezin inkrimpen, zooals het ouderen van dagen gaat.
Het treffendste was hem het verlies zijner innig geliefde vrouw, die 23 Mei 1864 aan de pokken stierf, 58 jaren oud. Toen hij nu in het groote huis, waarin hij zooveel zegen genoten had, maar ook bittere tranen geweend, alleen was overgebleven, verhuisde hij naar een kleiner, ook op de Prinsegracht, maar - zooals hij zelf zeide - wat nader bij zijne laatste woning, op Eik en Duinen, de begraafplaats. Toch ging hij voort met ijverig te werken, zoolang het voor hem dag was. Niet enkel nam hij getrouw zijn dienst waar en vierde openlijk zijne gedenkdagen, maar waar aan het ziekbed of in het sterfhuis troost noodig was, of vrienden bijzondere stof tot blijdschap hadden, overal zag men Vader Moll, en op de schoolfeesten het liefst.
Maar ook buiten zijn verplichten werkkring was hij gaarne nuttig en stelde vooral in de Zending groot belang. Twee malen (in 1846 en 1859) presideerde hij de jaarvergadering van het Nederlandsche Zendelinggenootschap. Het was in deze ernstige crisis, de gemoederen waren warm, allen der woorden vol. Hij had geen zware stem om eene zoo groote vergadering, waar het te wachten was, dat allen door elkander zouden spreken, in toom te houden. Maar hij begon met te zeggen, dat hij aan elk, die maar spreken wilde, tien minuten kon toestaan, maar ook niet langer en niet meer dan ééns. Het gevolg was, dat wel velen op de lijst der sprekers teekenden, maar het kruisvuur van vóór en tegen ontbrak, personaliteiten werden vermeden en menigeen, daar het noódige al meer dan eens was gezegd, van het woord afzag, zoodat de vergadering tijdig en ordelijk eindigde. Steeds weder vond hij bij de evangelisatieprediking kracht en troost, in de eenzaamheid zijner woning alleen door huisbewaarders bediend. Zelfs toen in Den Haag de kinder-preeken werden ingevoerd, deed hij ook daaraan mede. Zijn tachtigsten en vijf en tachtigsten verjaardag vierde hij nog met groote opgewektheid, en zag dan zooveel mogelijk al de zijnen ten huize van den oudsten zoon - „zijn Jacob" - aan den disch. Ook de belangstelling der gemeente stelde hij op hoogen prijs, allermeest, wanneer men hem wat kwam brengen voor zijne scholen.
Maar daarna dreigde de nacht, en nog niet de nacht des doods. In het jaar 1885 begon zijn gezichtsvermogen gaandeweg te verzwakken. In het volgende jaar kon hij niet meer
lezen en - zeker het gevolg zijner hooge jaren - niet eens meer leesbaar schrijven. Toch hield hij zijn dienst nog vol: want met eene verwonderlijke helderheid van geest en een buitengewoon geheugen stelde hij zijne toespraken, even methodisch als vroeger, maar enkel in ’t hoofd. Zelfs psalmen, gezangen en doopformulier leerde hij nog van buiten en deed, alsof hij die voorlas.
Ook het gaan viel hem hoe langer hoe moeilijker en het klimmen bijna ondoenlijk. En zoo moest hij eindelijk besluiten om zijn emeritaat te vragen, dat hem tegen l Mei 1888, na een trouwen dienst van 65½ jaar en op negentig-jarigen ouderdom op de meest eervolle wijze werd toegestaan. Hij bleef echter in alles, wat de gemeente aanging, belang stellen en de maandvergaderingen van predikanten bijwonen, tot hij ook dit niet meer kon. Het liefste echter beklom hij nog eens, zoo goed het ging, den kansel. Hij deed ons wel eens denken aan den wensch van Vader Hinlopen in zijn laatste jaren: „Als de gemeente niet te veel schrikte, zou ik liefst hier sterven."
Het laatst trad hij op, of liever werd hij door zijn huisbewaarder en den koster den predikstoel der Bethlehems-kerk opgedragen, Zondag 26 Jan 1890. Een trouwe hoorder heeft wat hij sprak uit ’t hoofd opgeschreven en, naar getuigenis van zijn zoon den doctor, zoo nauwkeurig mogelijk. Hij begon met de herinnering, dat hij juist voor zestig jaren op dezen dag het beroep naar Den Haag had aangenomen. Want gedenkdagen, ook zijn kort aanstaanden 92sten verjaardag, verzuimde hij nooit. Tot in zijn laatste woord bleef hij bijbelsch theoloog. Nu echter was het met zijn werkzaam leven gedaan. Aandoenlijk was het, den stekeblinde te zien zitten, aan vreemde zorg toevertrouwd. Hij gevoelde zich doorgaans verkouden - eigenlijk eene verzwakte ademhaling - vermoeid en daardoor sluimerig, vooral onder ’t gehuurde voorlezen door een der weesjongens. Bezoek bleef hij hoog waardeeren en wie vroeg naar zijn welstand, hem gaf hij, als zijn vaste levensspreuk, ten antwoord: „Niet klagen, maar dragen." Er was geen ziekte meer noodig, om de uitgewoonde hutte te doen ineenstorten. Zacht en kalm ontsliep hij op Zondag 4 Oct 1891. Volgens zijn uitdrukkelijk verlangen werd aan zijn graf niet gesproken. Alleen zijn schoolkinderen, die hij zoo had lief gehad, zongen er een eenvoudig lied. Vader Moll, die geheel opging in zijn heilige bediening, heeft maar één boek geschreven: „Merkwaardigheden uit de levensgeschiedenis van den profeet Jeremia, in tien leerredenen’. In 1840 werd het tweemaal gedrukt, en nog eens in 1851. Ook een feestrede bij het 50-jarig bestaan van het Nederl. „Zendelinggenootschap", 1847, verscheen van zijn hand. Verder is de lijst van uitgegeven brochures bijna geheel een kroniek van zijn evangeliedienst; opgave van de titels lijkt mij hier overbodig.
Bij Kon. Besl. van 8 Oct 1842 (No. 17) werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw; bij Kon. Besl. van 3 Juni 1880 (No. 18) tot Commandeur in die Orde.
J. A. M. te B.
 
CURIOSA.
I. Dierkundig Voetbal. (Puntdicht, Haagsche Post 5-12 1931.)
„’t Was Zondag in Parijs een raar festijn:
Een Mol liep als een Kievit langs de lijn;
Kwam er een aanval van de tegenpartij,
Pauw was er als de kippen bij."
(Mol speelde in het Nederl. Elftal in den intern, wedstr. Nederland-Frankrijk.)
 
II. Onze archivaris, de heer J. A. Moll te Bilthoven, bezit een Raadsel, opgegeven door Ds. Jan Gijsbert Moll (1707-1767) aan Prinses Caroline van Oranje, zuster van Prins Willem V. Wie weet de oplossing en wil hem daarmede helpen?
’t Is van gedaante zwart, het heeft een wijde mond;
Een brave, lange staart, nochtans van boven rond.
Van onder geeft ’t geluid, van boven kan ’t niet spreken,
Het wordt zoo menigmaal van vleesch en bloed bestreken.
Het is een wonder ding, van binnen draagt het woorden,
Met wapens velerlei van allerhande oorden:
Zijn leege holle buik, die wordt geschud met zwaarden
Met wapens en met mans en ook veel schoone paarden,
Nog wordt hij wel gevuld met zeer veel schoone vrouwen,
Al zijn ze nog zoo schoon, ze kunnen nimmer trouwen.
Ik zeg U voor ’t laatst, ’t is wonder assurant (1)
En dat ook dikwerf voor de grootsten van het land".
(1) vroegere vorm voor astrant = vrijpostig.)
 
2e Jaargang No. 6                                             1 Oct 1932
Uit Verleden, het Heden
REDACTEUR: Dr. W. H. Moll, J. v. Oldenbarneveltiaan 21, Amersfoort
 
Het te laat verschijnen van dit nummer is buiten schuld van den Redacteur.
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Uitnoodiging tot het bijwonen der Vierde Algemeene Vergadering van Leden en Donateurs, op Zaterdag 22 Oct, te 2 uur 30, te Utrecht, in Hotel „Terminus", Stationsplein. Agenda:
1. Notulen.
2. Beschrijving van ons Archief door den Archivaris.
3. Bespreking der verdere ontwikkeling van het Archief en van het uitgeven van stamreeksen door den Secretaris.
4. Zal een „Familiedag" gehouden worden, in navolging van andere Familievereenigingen?
5. Rondvraag en sluiting.
DE SECRETARIS.
 
Als nieuwe leden traden toe:
De Hr. A. Mol, N.V. Borneo-Sumatra Handels Mij. Semarang.
De Hr. D. G. W. Mol, Directeur Postkantoor, Schoorl, Duin weg C 61a.
Als donatrices:
Mevr. J. H. Mol-v. d. Steur, Temanggoeng, Java.
Mevr. C. van Bel-Moll, Aldebaranstr. 48, Amsterdam.
 
Op advies van ons lid, den Heer G. van Moll te Eindhoven en na gepleegd overleg met den Uitgever, wordt het met ingang van l Jan 1933 aan zakendrijvende leden en -donateurs mogelijk gemaakt, aan hun zaak of bedrijf meerdere bekendheid te geven, door middel van advertenties op de twee binnenzijden van dit orgaan.
De kosten hiervan zullen per jaarlijksch abonnement bedragen:
a) per heele pagina ƒ 10 per jaar (1/1-31/12).
b) per halve pagina f 6.- per jaar.
c) per kwart pagina ƒ 3.50 per jaar.
d) per achtste pagina ƒ 2.- per jaar.
De advertenties blijven l jaar onveranderd staan. Aanmelding van abonnementen en inhoud der advertenties worden ingewacht vóór l Dec a.s. bij den Redacteur. Betaling geschiedt vooruit vóór l Dec a.s. bij den Penningmeester, den Heer T. Moll, Weerdsingel O.Z. 59bis, Utrecht, giro Nr. 108622.
HET BESTUUR.
 
VAN DEN ARCHIVARIS:
Mijn brievenbus was te klein om alle brieven en kaarten met antwoord op het Raadsel in No. 5 te kunnen bevatten! Pardon, ik vergis mij, mijn brievenbus was leeg en bleef leeg, want ik ontving geen enkel antwoord. Was het Raadsel zoo moeilijk of was de lust tot antwoorden zoo uiterst gering? Ik vermoed het laatste. Jammer dat er zoo weinig belangstelling wordt getoond, wat onze Familie-Vereeniging aangaat.
Zelfs mijn verzoek op bl. 2 van No. 5 werd over het hoofd gezien. Ik ontving tot nog toe niets.
Welnu, slechts één onzer leden, de Hr. G. van der Zanden te Apeldoorn vroeg mij schroomvallig, of het antwoord op het raadsel was: „Het Kerkezakje!" en dat is juist.
Een nieuwe rubriek, passend in het kader van het doel der Vereeniging, zal zoo geregeld mogelijk, opgenomen worden in ons Orgaan, n.l.:
 
Burgerlijke Stand.
Voor zoover bekend:
Geboren:
21 Jan 1932 te Zaandam: Frederik Marius Moll z. v. Gerardus Moll en Cornelia de Vries.
30 Juni 1932 te IJsselmonde: Bastiaan IJsbrand Moll z. v. Dr. Lambertus Moll en Anna Irmgard Bakhuizen, (beide van den stam Giethoorn-Blokzijl).
3 Juli 1932 te Amsterdam: Hendrikus Johannes Moll z. v. Hendrikus Johannes Moll en Mensje Hendrika Waanders.
10 Juni 1932 te den Haag: Jacob Moll z. v. Evert Jan Moll en Adriana Roks, (beide van den stam Rosendaal).
 
Overleden:
25 Jan 1932 te Ede: Hendrikus Johannes Moll, 73 jaar z. v. Cornelis Moll en Gerritje van de Haar, (stam Rosendaal).
 
Huwelijk: geen.
 
De archivaris blijft zich aanbevelen voor mededeelingen, deze rubriek betreffende!!
 
GENEALOGIE.
„Van Oud-Zutfen tot heden."         (Vervolg.)
Van een ander oud Zutfensch geslacht, dat misschien met het eerst besprokene verwant was, vinden we de volgende belangrijke documenten in de „Signaten van het Schoutambt Zutfen" en in de „Protocollen van Kentenissen der stad Zutfen":
 
I 1447 Tertia post Remigii.
„Willem Moll ende Mechtelt sijen huesfrowe vor hem ende oeren erven bi consent des tijnsheeren ende in biwesen der tijnsgenoeten kennen, dat sie vercocht hebben ende jaerlix schuldich sijn erfflick ende ervelick te rechten erfftijnse, Evert Mengerinck ende synen erven ses overlensz golden r. gulden off payment an golde, dat daer guet vor is te be-taelen alle jaer op sunte Mertensmisse in den winter uut oere alinger helffte van den sijden mersche (= beemd, weide) gelegen achter den Worffbuten Laerpoerten, strec-kende an Emer steghe, ende mit al synen toebehoer, ende lande als licht up Warnsfelder enge bi der braeck soals dat een tijns guet is der proestien van Zutphen, mede solves (’t zelfde) segel, ende mit mer vestinge, off nijel betaelt en wurde op ennijger sunte Merten, daer an te penden, medde vurwerde off Willem off sijen erven noemaels, dat tijnsguet vercopen wolde, dat sie dat Evert voirsz. ierst beden sullen vor ymant anders, so dattet Evert den slach annemmen mach vor l penninck doert een ander vor annemmen wolde ende off dan ten lesten slaege Evert vorsz. dat guet nyet en be-hoilde, si dattet ymant anders erfflick kochte off kreghe, so wo dattet dan behoilde to erffkoep de mach alletijt de VI r. gulden tijnses wedder vry koepen ende losen op Sunte Mertensmisse in den winter mit hondert overlensz golden r. guldenen off mit anderen payment ende mit der pensien vorschennen. Sonder ar(chelist)."
 
II. Kentenissen 1454-1461, fol. 50.
„Doen kont ende bekennen vor ons ende vor onzen naekom-melingen, dat ende alsoe als wij in den jaer ons heren MCCCCLV up Vrijdach nae Remigii episcope deels van onzen Raede ende burgeren bynnen Lochem gescnickt hedden umme doer twisten willende deels onsz burger mitten vol-keringen hebben ende sommige luede soe wij verstaen hebben seggen off lueden laeten, dat Willem Moll, burger tot Lochem, den heer van Wissche ende ons behulp daer to ge daen dat gewetten ende so Lochem verraeden sulle hebben wie de woerde korter off lenger geluydt moege hebben. Soe bekennen wy bi onser waerheit dat Willem Moll dat mit onrechte aeversacht wert want he onses inkommens up de vorsz. tijt alletijt aeling ende all raets ende daets ende alre witschap onschuldige was ende noch onschuldich is, want bi onsen wetten nymant van Lochem daer aff en wiste, mit raede noch mit daede, oeck en wistens bi onsen wetten onses solfs burger nyet doe se uut onsz stat toegen waer sie hennen solden anders dan ellene onse Raetsvriende de medde ute weren ende want wij dan Willem vorsz. des staen willen vor allen gueden mannen dat hè des onschuldich is, soe hebben wij des oerkonde onsz stat secreet onder an desen brief doen hangen gegeven...."
 
III. Tertia feria post Reminiscere. (Kentenissen 1445 tot 1453).
„Gerrit Moll ende Katherine sien echte wijff kennen dat hem Reijnken Helmersz de kremer affgeloest hefft alsoedaen pont als sie jaerlix hetten mit oerre husinge gelegen up Nyerstat tusschen huesinge Conraet Plaeten ende Werner Ruetze achteran Kettelkens Kamer."
(Wordt vervolgd.)
 
Oud-Deventer.
Dat de Zutfensche geslachten-Mol(l), die nog verder bespreken zullen worden, zeker niet de oudste geslachten in Nederland waren, bewijzen o.a. de “Cameraars-rekeningen van Deventer”. (uitgegeven door Mr. J. L. van Doorninck, 1885), waarvan enkele uittreksels zullen volgen. Een Cameraar (vgl. Duitsch „Kammerer") was een ambtenaar van Financiën.
I. Rekening van Egidius Wennemarsz in 1344.
„item Ghegiemanno pro eo quod duxit virum rotatum Johannem, dictum Mol i i i j s."
„item in vigilia Katherine pro expensis factis per scabinos quum. Johannes Mol fuit rotatus x x x i j s."
„item in pecunia per Bertoldum Tersel rigter exponita exploratoribus et pro necessaris habitis ad opus dicti Olde et Johannis Mol v i j u i j s v j d.’’
 
II. Rekening van Herbord van Rechtem in 1345:
„item Egidio Wenemari ex parte Johannis Mol uissu scabinorum ij u v i i j s."
 
III. Rekening van Andries van Rijsen in 1369:
„Bi Joh. den Lewen ende Roelf Mol van den stratenghelde dat omme die stad ghenomen waert van elcken hues j gr., want die meynte niet grauen en zolde x x i i j u x v s."
„Des donred, daer na Joh. den Lewen Roelf Mol Johan den Wachter ende Borcharde die dat touwe dat up der stadhues teghet ghezonnet hadden vor cost die sie te samen verteerden, v.u.
„item Joh. den Lewen Roelf Mol mit V knechten, die dat talwede hulpen vlijen vor cost die sie te samen verteerden. x i j s v j d."
,,item Johan Pamond vor keselinghe die hi gecoft hadde bi Roelf Mol gheg. x.j.u.
„item bi Roelf Mol voor i i j manden up dat waenthues ende up dat ratethues gheg. i j s x j d."
„item Johan den Lewen Roelf Mol johan ende Borcharde den wachters die dat holt uyt den Greshoue in dat Holthues vleghen verteerd. i j s. v j d."
(Wordt vervolgd.)
 
MEMORANDUM.
Warnar Moll, geboren op Vrijdag, 6 Nov 1801 te Nigtevecht (Kleyn Muyden), als vijfde zoon van Hendrik Moll en Jannetje Roessou, genoemd naar zijn grootmoeder van moeders zijde Wandrina Stroekmans, die bij zijn doop als getuige optrad; doophefster was Aaltje Roessou, (een klein schema moge hier volgen:
 
Uit dit huwelijk waren 7 kinderen geboortig:
1) Harmen Gerrit Moll, geb. 28/2 1795 Overl 28/5 1795.
2) Harmen Gerrit Moll, geb. 8/2 1796 Overl 12/1 1847, de stamvader van het Huizer Geslacht.
3) Derck Moll, geb. 6/7 1797 Overl 25/7 1855.
4) Anthonie Moll, geb. 27/3 1800.
5) Warnar Moll.
6) Hendrik Moll, geb. 29/8 1803 Overl 22/2 1804.
7) Geertje Wandrina Moll, geb. 24/9 1805 Overl 7/12 1805.)
 
Op jeugdigen leeftijd werd hij kweekeling aan de school te Nigtevecht bij het hoofd Willem Scheepmaker. Op 16-jarigen leeftijd behaalde hij zijn 4den rang en ging als onderwijzer naar Hummeloo, waar zijn oom Gerrit Moll hoofd was geweest en diens dochter met het toenmalige hoofd, den heer Cornegoor gehuwd was. Warnar Moll werd huisonder-wijzer op het kasteel Enghuizen bij Hummeloo, behaalde 1820 zijn 3en rang en nam 24 Sept. 1820 deel aan het vergelijkend examen te Dieren, 18 Dec. 1820 te Bronkhorst, waar hij 12 Febr. 1821 benoemd werd als opvolger van Gerrit van Gorkum op de volgende voorwaarden: „Een tractement van ƒ 30 ’s jaars, vrije woning en tuin, twee koeweiden, welke ƒ 57 ’s jaars kunnen opbrengen en het gewone schoolgeld der leerlingen." Van de 4 sollicitanten werd Warnar Moll benoemd.
4 Maart 1822 nam hij deel aan het vergelijkend examen te Putten. De oproeping luidde als volgt: , Schoolonderwij-zers met 3en rang, benevens een verklaring, bedreven te zijn in het geven van klassikaal onderwijs en genegen, te dingen naar de vereenigde posten van schoolonderwijzer en koster alhier, worden uitgenoodigd, zich in persoon of by vrachtvrije brieven te dien einde te vervoegen bij den Heer Schout dezer gemeente vóór den 1en Maart. De voordeelen zijn ƒ 175 aan tractement, waarvan ƒ 60 uit de kas der gemeente en ƒ 115 uit die der armengelden wordt betaald, ƒ 7 voor het luiden der torenklok en de schoolgelden van ruim 50 kinderen des zomers en ruim 100 des winters, waarvan die tot de laagste klas te behooren, 5 cents, die van de 2e klasse 10 cents en die van de derde 12½ cents in de week betalen, mits de onderwijzer pennen en inkt levere. Daarenboven geniet de onderwijzer een vrije en van het schoolvertrek afgescheiden woning, benevens een daarbij gelegen tuin en de noodige brandstoffen tot verwarming der school in den winter. Het vergelijkend examen zal worden gehouden te Putten, 4 Mrt, ’s voormiddags 10 uur." De schoolopziener was Mr. H. Hoefhamer. 24 Juni 1922 werd Warnar Moll als opvolger van Wouter do Vries benoemd en 8 Oct 1822 werd hem bij zijn vertrek van Bronkhorst de attestatie naar Putten afgegeven (als Warnard Moll).
Eenmaal behoort hij onder de sollicitanten naar de betrekking van hoofd in Arnhem (1828); zijn geheele leven echter bleef hij in Putten en wijdde al zijn krachten aan het onderwijs op een wijze, dat hij bij gelegenheid van zijn gouden ambtsjubileum 11 Febr 1871 door Z.M. den Koning verheven werd tot Ridder in de Orde van de Eiken-kroon.
3 Nov 1876 werd hij gepensionneerd en werd bij Kon. Besl. Nr. 21 zijn pensioen vastgesteld op ƒ 450 (!) ’s jaars, nadat hij 55 jaren aan het hoofd eener openbare school gestaan had. In Juli 1882 vierde hij zijn zestig jarig jubileum als koster-voorzanger te Putten. Van zijn hand verschenen:
"Rekenboekje voor de Nederl. Scholen" (Zutfen, Wans-leven) 1e st. 1839, 2e st. 1840).
„Leesoefeningen voor eerstbeginnenden" (Zutfen), in 4 stukjes; 1e dr. 1852-54. 5e druk is verschenen. Vooral op het gebied der Leesmethode ligt zijn auteursver-
dienste. De door hem ontworpen methode paste zich aan bij de leerwij ze van Prinsen en vond een voortzetting in de bekende leesplank-methode van Hoogeveen.
, (Wordt vervolgd.)
 
CURIOSA.
Vervolg van p. 5 (Nr. 4):
 
Rectificatie p. 4 r. 19 v.b : 9-1-1680 lees: 9-12-1680! [Commentaar Jan: Aldaar gecorrigeerd]
 
Een van de kinderen uit het derde huwelijk van Cornelis Mol is Arnoldus (Arnout) Mol, geboren te Batavia 5 Mei 1675, overleden te Jaffna op Ceylon, 10 Febr 1729, Raad extra ordinair van Ned.-Indië en Commandeur van het koninkrijk Japanapatnam, daarvoor koopman, soldy-boekhouder in Macassar 1701, 1705 vertrokken naar Ceylon, voor de 2e maal gehuwd met Christina Baronesse van Reede, dochter van Bitter van Reede en Elisabeth de Raat (geb. 6-4 1690 f 23-4 1731). Arnoldus Mol was van 1680-1695 in Holland en vertrok in dit jaar met „de Wadinxveen" naar Indië. Zijn kinderen waren:
1. Sara Mol(l), geboren op Macassar, gehuwd met 1e. Leonard van Heek, administrateur van Galle, en daarna met Elbrecht Brengman, koopman en administrateur te Jaffna; -
2. Constantia Mol(l), geboren 27-5 1711 Jaffna, Overleden 16-4 1719 Colombo,
3. Adriana Hendrika Mol(l), geb. 27-4 1712 Jaffna, Overleden 25-4 1719 Colombo,
4. Bitterina Mol(l), geb. 4-8 1714 Galle, Overleden 7-5 1719 Colombo en
5. Gijsbertha Augustina Mol(l), geb. 18-4 1717 Jaffna, Overleden 16-7 1740 Colombo, gehuwd 1e met Maurits Pasques de Chavonnes, zo. van Maurits P. d. Ch. en Balthazarina Kien, koopman en secunde van Cassam-besar. 2e. 1-1; 1737 met Jan Huyghens, zo. van Hendrik H. en Susanna de Wijs, geb. 20-2 1708 Amsterdam, Overleden 16-7 1740. Ceylon, Directeur in Bengalen, Raad van Indië en Gouverneur van Ceylon. -
 
Op Ceylon zijn twee graven, het eene van de drie, waar schijnlijk aan een hevige, besmettelijke ziekte overleden dochtertjes, het andere van Arnold Moll, waarop behalve het epitaphium ook een wapen met drie Mollen is uitgebeiteld. („Lapidarium Zeylanicum", door Leopold Ludovici, 1877: - „Valentyn" „Oud- en Nieuw Oostindië" IV 2. p. 192. 1) (Mededeelingen van H.H. F. Oudschans Dentz, den Haag en C. Hollestelle, Tholen.)
 
Werft leden en donateurs voor de Vereeniging „Families Mol(l)"!
© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect