Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

Uit Verleden, het Heden
REDACTEUR: Dr. W. H. Moll, J. v. Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort
 
1e Jaargang No. 3                          1 Jan 1932
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR. Aan Leden en Donateurs!
Laat mij een enkel woord van opwekking tot U richten ter behartiging der belangen van onze vereeniging! Ofschoon het aantal toegetredenen steeds stijgende is, is het toch nog niet op dat peil, dat uit de contributiën de kosten kunnen bestreden worden, die aan een bescheiden uitvoering der statuten verbonden zijn. En het Bestuur zou zoo gaarne nog meer willen doen voor de vereeniging! Ik doe daarom een beroep op Uw aller medewerking, te trachten, dat aantal zoo veel mogelijk vermeerderd te krijgen. Ik houd mij overtuigd, dat, indien ieder van ons in zijn naaste familie eens een woord ter aanbeveling doet hooren en opwekt tot toetreden, zulks niet zonder gevolg zal blijven. Ik vertrouw, dat ik in mijn verwachting niet zal worden teleurgesteld.
De Voorzitster, J. C. Boer-Moll. Buitenveldert, Dec 1931.
 
De Secretaris deelt mede, dat tot zijn leedwezen voor het lidmaatschap bedankten:
Mej. Dra. A. W. E. Moll, Meenkschelaan, Driebergen en
de Heer Mr. J. J. Moll, Singel, Dordrecht.
 
Toegetreden zijn als leden:
Mevr. A. G. S. Moll-Kollewijn, Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort,
de Heer L. Boer, Randwijcklaan 11, Buitenveldert, Nieuwer Amstel,
Mej. H. M. Moll, onderwijzeres, Laing’s Neklaan 29, A’dam,
Mevr. G. Middelman-Moll, Van Nagellstraat, Barneveld.
Mevr. A. Lips-Moll, Bandjermasin, Borneo (N.-L),
de Heer W. D. te Gussinklo, adj.-comm. Post., Looscheweg 13, Apeldoorn,
de Heer J. R. Moll, Attorney at law, Olive Street 305 E, Springfield, M.O. (N.-Amerika),
Mevr. M. Afzelius-Moll, Norr Malarstr. 68, Stockholm (Zw.),
de heer G. van der Zanden, gep. hoofdonderwijzer, Parklaan 29, Driebergen,
Mevr. L. M. S. Moll-Jansen, Soestdijksche Straatweg 193, Bilthoven,
de Heer C. Moll, Dir. Handelsonderneming, Soerabaya (Ned.-Indië).
Als donateurs:
de Heer T. ten Kaate, gep. onderwijzer, 1e Helmersstr. 325, Amsterdam W.,
Mevr. W. M. Groeneveld-Moll,
Mej. D. W. Groeneveld, onderwijzeres,
Mej. A. Groeneveld, onderw.es, allen Loolaan 49, Apeldoorn,
de Heer J. L. Mol Mzn., St. Maartensdijk (Zeeland),
de Heer E. J. Moll, hotelhouder, Epe (G.),
Mevr. G. D. v. Nieuwenhuyzen-Mol, Villa „Aurea Libertas", Halsteren (N.-Br.).
 
De wijzigingen in de Statuten en het Huishoudelijk Reglem. werden vastgesteld in de tweede Algemeene Vergadering, 19 Sept. j.l, zoodat sindsdien ook kunnen toetreden zij, die met een persoon Mol(l), de Mol(l), van Mol(l) gehuwd zijn en de kinderen van gehuwde vrouwelijke personen, als genoemd. De Koninklijke goedkeuring op de Statuten werd medio Oct j.l. aangevraagd.
Tot archivaris werd benoemd de Heer L. Boer, Buitenveldert.
 
Levendig contact werd verkregen met Zweden en Noord-Amerika. De Nieuwe Wereld ging ons voor! Toen de „Moll Clan’’ haar vijfde Algemeene Ledenvergadering in Augustus j.l. te Evansville hield, waren 300 leden tegenwoordig. Moge die belangstelling de onze opwekken!
 
Het Bestuur biedt allen lezers zijn hartelijke wenschen voor 1932 aan!
 
De Penningmeester verzoekt beleefd storting der contributie: vóór 15 Jan 1932 aan het adres: T. Moll, Hellingstraat 6, Huizen (N.-H.), gironummer: 102224.
HET BESTUUR.
 
GENEALOGIE.
„Van Oud-Zutfen tot heden". (Vervolg.) Een belangrijk document, dat wij kort geleden ontdekten, laten we voorafgaan, om daarna de voorgaande fragmentarische stof voort te zetten. Uit: „Gedenkwaardigheden uit de Geschiedenis van Gelderland" door onuitgegeven oorkonden, door Ir. An. Nijhoff. Deel IV, 1847. „Arnold van Egmond".
No. 356. Uitspraak van moetzoeners tusschen Johan ter Cluesen en de kinderen van Johan Boevinck, ter zake van doodslag.
20 Dec 1460.
Wij, Wolter van Keppell van Verwolde, Deryck van Keppell Hendricksz en Wolter Boevinck, als geschietsluede (zegs-mannen, bemiddelaren), onthaelt en gebeden van wegene der maege en vriende sellige Johan Boevincks en synre mondiger en onmondiger kynder, als myt naemen Johans, Willems Boevyncks, echter zoens selligen Johans vorser., en Peter Mols syns broeders, Willem Mols Mense en Jacob Houckens gebroedere, Otten Grueters en Wenemer Wenemerings, an de ene zijden en wij, Willem Lerynck, Conrat Slyndewaeter en Johan Volkerynck, als geschietsluede onthaelt en gebeden van wegene Johans ter Cluesen, an de andere zijde, doen kont aepenbaerlick, tuegende aewer-mits desen aepenen brieve, dat wij, als onthaelde schiets-luede, „moetswoeners" (= bemiddelaars van den „moetzoen" of, zooals iets verder staat, „maechswone", de zoen met de magen, de bloedverwanten van den verslagene) ende vriende van beide zijden vorser., een vrientlick geschiet ende ,,maechswone’’ geraempt, gededingt ende gemaeckt hebben tusschen beiden zijden vorser., ruerende van sodaenen doet-slaege ende nedervalle, als Johan ter Cluesen vorser, gedaen heft an selige Johan Boevynck, den Got genaede, alsoe dat Johan ende Willem, echte, mondige soen sellige Johans vorser., van wegene oers selfs ende medde van wegene Willems des onmondigen zoens, tot Almen by der kircken opten daege, Johan ter Cluesen de hande ende ene vaste stede swoene gegeven hebben ende geven, aewermits deses aepenen brieve, doch op een beraet des onmondigen kindes tot synen mondi-gen jaeren, den men als dan dese maechswone sall laeten hoeren, ende wolde he der dan nyet hoelden, mocht he op hem solven allene daer bueten blyven, des hem doch dan de broeder, oeme, maeghe, swaegerlinge ende vriende nyet kroedden (= waarover zij hem nochtans niet moeilijk zouden vallen) en solden. In manieren ende vurwerden hijr nae bescreven, als dat Johan ter Cluesen vorser, in den iersten den kynderen, vrienden ende maegen enen voetvall doen solde, nae gewoenden der lande, den se hem umme Goeds willen verdroegen, ende Johan dair voir geven ende to Lochem in de kircke voir dat heillige sacramente setten sall ene keerse van twe pondt wasses, voir de ziele; oeck sale Johan vorser, to Lochem bynnen der kircken an enen off meer preisteren, de dat den vrienden seggen sullen dat zyet (= zij het) gedaen hebben, doen lesen dertien zele-missen, voir de ziele, noch sall Johan vorser, geven dertich paer schoen, myt naemen tien paer groeter, tien paer mid-delre ende tien paer kynder schoen, voir de ziele; noch sall Johan vorser, geven vier wassen tartyssen ( = flambouwen, toortsen), de in der kircken tot Lochem sullen bernen, voir de ziele; noch sall he geven een halff vatt boeteren ende twe molders weits, broet aff te backen, dat men to Lochem den armen dielen soll, voir de ziele; noch sall he geven twe halve Gocher laekene, een graw ende een witt, de men oeck to Lochem den armen dielen sall. Ende alle dese vorser, puncten sall Johan vorser, betaelen, ende an des doeden huesvrowen ende den oeldsten zoen ende Peter Moll, bynnen den naesten tokomenden Meye, bestellen bynnen Lochem, alsoe dat se dan betaelt syn. Voirt sall Johan vorser, bynnen jaers nae datum deses breifs doen ene bedevaert to Aken ende ene to Trijer, voir de ziele, meer de mach he to enen maele doen, ende des sall he schijne ende brieve brengen, dat hè de gedaen hebbe doch vunne kranckheit ende kenliker noet saeken willen macht he dit ene tyt lanck versten (= uitstellen), off enen anderen voir hem laeten doen, de des dan oeck schijne ende brieve brengen solde, gelijck vorser, steet. Noch syn vurwerde, dat Johan vorser., bynnen twee jaeren nyet en sall gaen sitten in ennyge gelaege, daer de oeldste zoen off Peter Moll ierst te sittende gekommen weren; mer hedde Johan ierst in de gelaege gesetten ende de dan oeck daer qwemen, soe machte Johan wall sittende blijven, off he will. Ende hijr medden sullen beide zijden maege ende vriende vorser, vrentlick ende myntlick gemachswoent ende geschieden wesen, alsoe off saeke weer, dat hijr in ennygen puncten namaels ennyck twyst off schelinge viel, dat dat sonder ander versoeck staen sall tot derynge onser schiets-luede vorser, off der geenre, de wij levenden als dan in der doeder stede kiesende wurden. Sonder alle ferpell ende arge-list. In oirkonde des ende alre puncten vorser, hebben wij schietsluede ende maechswoeners van beiden zijden vorser, ende umme bede willen beider parthyen vorser, elk onse segele an desen breiff gehangen. Gegeven in den jair ons Heren, duesent vierhondert ende sestich, op Sunte Thomaes avent apostoli."
 
MEMORANDA.
Zeer zeker treden in vele en velerlei ambten en beroepen ook de Mollen naar voren. Hier de beroemde wetenschappelijke professor Moll, daar de binnen niet enger grenzen vermaarde reeders Mol, nu de uiterlijk een meer bescheiden plaats innemende onderwijzer-opvoeder Moll. Jan Dirk Roelof Moll, 6 Jan 1832-1 Juli 1881. Geboren te Putten op de Veluwe, als zesde zoon van den uitmuntenden hoofdonderwijzer en trouwen koster Warnar Moll en Willemina Maria Ketz (dochter van Ds. Arend Ketz), werd hij den 5 Febr d.a.v. gedoopt met de voornamen van zijn oom: Dirk Jan Roelof Moll, onder vooropstelling van den tweeden naam, zijnde dien van zijn oom van moeders zijde, Jan Ketz.
Door zijn vader opgeleid, deed hij zijn 4e rangsexamen 2 Mei 1848, werd in 1850 onderwijzer te Nijkerk en slaagde 9 April 1850 voor het 3e rangsexamen. Buiten weten van zijn vader nam hij, 21 jaar oud, deel aan het vergelijkend examen voor hoofd in Huinen (29 Dec 1852). De Inspecteur raadpleegde Warnar Moll omtrent de candidaten en toonde hem de lijst der sollicitanten. Verontwaardigd was de vader over de durf van zijn zoon, doch zeker heeft rechtmatige trots zijn ziel vervuld, toen juist die benoemd werd. Op 22-jarigen leeftijd was hij in het bezit van den tweeden rang (l Augustus 1854). Daarna nam hij van uit Huinen deel aan verscheidene vergelijkende examens: te Groot-Ammers (14-12-1853), Apeldoorn (28-9-1855), Woudenberg (23-6-1856), Maarssen (19-11-1856), Wageningen (13-2-1857). Hoewel hij in Apeldoorn No. l stond, in Wageningen de meeste bewijzen van bekwaamheid aflegde, benoemd werd hij niet. Dan solliciteerde hij naar Valk-Wekerom (bij Ede), waar hij 20 Juli 1857 de betrekking van hoofd aanvaardde en er 6 Sept d.a.v. zijn jonge echtgenoote heenbracht, Wijmpje Hen drika Arentse, geb. 4 Nov. 1837, dochter van Willem Arentse en Anna Aleyda van der Zanden, met wie hij 5 Sept. in Putten was gehuwd. Het tractement was ƒ 200 met aan schoolgelden ƒ 200, met vrije woning en twee bunders gedeeltelijk ontgonnen grond. En in hun kleine woning leefden zij blij en stil!
Echter de energieke en ambitieuse man voelde zijn roeping naar een meer omvattende taak. Hij solliciteerde naar Bathmen, 23 Juni 1858, waar ƒ 400 salaris met ƒ 100 aan schoolgelden en ƒ 100 als koster en voorzanger, hem in uitzicht gesteld waren. Na vergelijkend examen werd hij als No. l benoemd en aanvaardde hij l Oct. d.a.v. deze betrekking. In 1859 behaalde hij de acte voor wiskunde en solliciteerde weer ijverig, want de woning in Bathmen was slecht en de grootere plaats lokte. Ofschoon No. l in Hardinxveld, No. l in Harderwijk, werd hij toch niet benoemd, want de burgemeester, die hem voor Bathmen wenschte te behouden, wilde over hem „zich maar liever niet uitlaten".
1860 komt Deventer vacant en neemt hij deel aan ’t examen voor hoofd van de armenschool en van de burgerschool. Er zijn van de 18 sollicitanten 3 voor beide scholen. J. D. R. Moll behaalt de meeste punten, na een zeer zwaar theoretisch en practisch examen en wordt 6 Dec voor de burgerschool benoemd, welke betrekking hij bekleedde van 28 Jan 1861 tot zijn overlijden. Tevens wordt hij op denzelfden dag onderwijzer aan de Rijksnormaallessen in de Wis- en Rekenkunde en 11 Sept 1874 benoemt de gemeente hem daarbij tot Leeraar in de rekenkunde en algebra aan de Burgeravondschool, die toen onder ’t Middelbaar onderwijs ressorteerde. Als deskundige trad hij herhaaldelijk op bij vergelijkende examens, o.a. in Diepenveen 1866, in Bathmen 1870. Naast zijn veelomvattend ambt is hij vanaf 16-1-1862 tot 1876 Eerste Secretaris van het uitvoerend gewestelijk bestuur Overijsel van het Nederl. Onderw. Genootschap: niet één vergadering is hij afwezig. En als hem 16 Juni 1874 door het hoofdbestuur het honorair lidmaatschap wordt toegekend, noemt de pers dit feit „een onderscheiding, welke ten volle verdiend mocht worden".
Correspondent der Levensverzekering van het N.O.G., lid van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en redenaar op tal van Nutsavonden, lid der Commissie voor de Volksbibliotheek, bestuurslid van de vereeniging „Vooruitgang", was hij een alzijdig nuttig mensch in de maatschappij, waaraan hij, naast de school en zijn gezin, dit korte, rijke leven wijdde. Vele en langdurige ziekten, bittere slagen van het noodlot troffen de beste ouders en van de 9 kinderen werden er hun 4 ontnomen.
Als docent stond Jan Dirk Roelof Moll op een eminente plaats, als onderwijzer en opvoeder blonk hij boven velen uit. Talloos zijn zij, die hij tot bekwame onderwijzers en leeraren opleidde - zeer velen dankten hem een goede plaats in de maatschappij.
Voor de school trad hij in de bres en wanneer hij b.v. het schoolverzuim in vergaderingen bestrijdt, weet hij, door het uitreiken van belooningen en organiseeren van schoolfeesten de gemeente voor te gaan in het bereiken van het doel. Daden - geen woorden! Geen wonder, dat de school van Moll een uitstekenden klank had, ook buiten Deventer en tot na zijn heengaan.
Als schrijver van leerboeken was hij uiterst gezien. Van zijn hand verscheen een tiental leer- en studieboeken op ’t gebied der wiskunde; daarbij was hij medewerker van het tijdschrift ,De Volksschool’’ (1878), mede-redacteur van het „Tijdschrift voor Onderwijzers" vanaf 1864, hoofdredacteur van ’t „Tijdschrift voor Wiskunde"
en alleen-uitgever van „1873-1881", een orgaan, dat in Nederland zeer geroemd werd en voor velen de studierichting aangaf.
„Deventer treft," aldus de pers van 2 Juli 1881, „een gevoelige slag" en van den overledene worden geroemd „de ijverige plichtsbetrachting, de kundigheid en bemindheid, naast zijn eenvoud en nederigheid". Wreede tragiek: een dag na zijn overlijden vermeldde de courant zijn benoeming tot onderdirecteur van de Rijksnormaallessen. Zijn dankbare vrienden en leerlingen deden een monument op zijn laatste rustplaats verrijzen, dat 26 Dec 1881 onthuld werd, onder het uitspreken van een gevoelvolle rede bij monde van den Voorzitter der vereeniging „Vooruitgang". Opwekkende en troostrijke woorden werden gericht tot zijn zoo verslagen, van haar geestelijken steun beroofde weduwe.
De verdienste van Jan Dirk Roelof Moll moge aldus samengevat worden: hij was in school „the right man on the right place", de mentor, die het hulpmiddel „uiterlijk vertoon en gewichtigheid" niet behoefde, die, hoewel hij streng optrad, waar het vereischt werd, de zachtmoedige leider was, naar wien de leerlingen luisterden met graagte en wiens eenvoud de harten won. Hij was daarbij een wetenschappelijk „selfmade man", die, ondanks gebrekkige opleiding en slechte hulpmiddelen, aan de spits stond der Nederl. reken- en wiskunstenaars. Hij was in de maatschappij : de „optimus civus’’, die met energie en door wijs beleid tal van vereenigings-belangen behartigde, wiens raad men waardeerde en wien zijn medeburgers de hoogste achting toedroegen. En, waar eens door tijdgenooten een stoffelijk aandenken ter eere van den eminenten mensch werd opgericht, daar moge in het orgaan van een vereeniging, die beseft, hoe uit Verleden het Heden wordt geboren, bij de herdenking van den honderdsten geboortedag van Jan Dirk Roelof Moll, piae memoriae, een woord van dankbare vereering klinken!
 
CURIOSA.
Voor zoover thans bekend is, moet als oudst voorkomende onderwijzer Mol(l) genoemd worden: Jan Jansz. Mol, die den 2den Sept 1684 den eed doet, als getrouwd hebbende „Magdaleentje Claes", wed. van Jan Schellinger, poorter van Amsterdam en schoolmeester.
 
Den Heer Archivaris van Enkhuizen danken wij de mededeeling, dat er in Enkhuizen bestaan heeft (vermeld 5 Oct. 1721) de „Moll-steiger" (achter de Westerkerk). Den Heer Jr. Juten te Bergen op Zoom brengen wij dank voor de opmerking, dat aldaar een Molstraat bestaat, waarvan de naam niet is ontleend aan een familie, maar aan een huis.
 
27 April 1322 verbiedt Graaf Willem III van Holland en Henegouwen, Baljuw en Schouten in Schieland, iemand in zake het door Floris Mol gekochte land op Schieveen en in het ambacht van Schie recht te doen, daar het bij vonnisse van welgeboren mannen van Schieland den graaf is toegewezen; hij geeft het laatste aan Floris Mol in vrij eigen, en beleent hem met het eerste.
29 Sept. 1326 wordt Floris Mol verlijd met Claerbouts-zaete, 20 morgen groot, en 4 andere morgen op Schouwen. 1329, 20 Sept. verkoopt Graaf Willem III al het goed, dat Floris Mol, tollenaar te Dordrecht, had behoord, ten vrij eigen.
 
Herman Moll, geb. in Nederland, komt in 1698 in Londen, overlijdt 1732, beroemd aardrijkskundige. „The Observatory", Sept. 1931, pag. 235, zegt van hem: „He was a dutch geographer, who settled in London 1698 and died there 1732. He published many maps of all parts of the world’’ en de samensteller van het artikel, E. O. Wathen, „happened to see a modern World Track Chart on to which a map of the world (of about 1700) by Herman Moll has also been plotted." (Medegedeeld door Mevrouw Prof. Nijland-Moll.)
 
Cornelis Moll is de eerste drukker in Transvaal geweest. Hij werd geboren 1810 en was in 1838-1839 onder de voortrekkers in Natal, waar hij 1844 „Die Nataliër" uitgegeven heeft, welke krant in 1846 door „Die Patriot" vervangen is. In 1857 heeft hij de Staatscourant van de Zuid-Afrikaansche Republiek uitgegeven. In 1864 was hij Landdrost van Pretoria en tegelijk Weesheer en heeft hij weer een courant uitgegeven „De Republikein". In 1875 was hij Lid van den Volksraad, waarna hij Landdrost van Waterberg geworden is en als zoodanig 25 April 1880 te Nijlstroom overleden is.
 
„Dye Cronycke van Zeelandt", geprent th’Antwerpen binnen die Camer poorte in den Mol (bij die Weduwe van Henrick Peetersen) int iaer MCCCCC ende LI, den vijfften dach van Sept". (383 pagina’s met kaart van Zeeland van 1203.)
 
1e Jaargang No. 4                              1 April 1932
Uit Verleden, het Heden
REDACTEUR: Dr. W. H. Moll, J. v. Oldenbarneveltlaan 21, Amersfoort
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Bij K.B. van 19 Jan 1932, No. 37, Staatsbl. No. 182, werd op de Statuten der Vereen. „Families Mol(l)" de Koninklijke Goedkeuring verleend.
 
Het Bestuur wekt Leden en Donateurs op tot het bevorderen van het stichten eener ondersteuningskas, als bedoeld bij art. 2c der Statuten; bijdragen, daarvoor bestemd, in te zenden bij den Penningmeester, den Heer T. Moll te Huizen, Gironr.: 102224.
 
UITNOODIGING
tot het bijwonen der Derde Algemeene Vergadering van Leden en Donateurs, op Zaterdag 23 April, te 2 uur 30, te Utrecht, Hotel „Pomona".
Agenda:
1. Notulen.
2. Verslag van de Kascommissie.
3. Verslag van den Secretaris-Bibliothecaris.
4. Benoeming van twee eereleden.
5. Periodieke en tusschentijdsche aftreding van enkele bestuursleden en verkiezing van nieuwe bestuursleden.
6. Causerie over: „Erfelijkheid en het nut eener Familie-vereeniging". Inleider: Dr. W. E. de Mol, Amsterdam. Gelegenheid tot het stellen van vragen.
7. Rondvraag en sluiting.
DE SECRETARIS.
Als nieuw lid trad toe:
de Hr. E. Moll, Soerakarta, Fiskalan 168.
Als donateur traden toe:
de Hr. C. Wilg van der Wal, Hilversum, Borneolaan 1.
de Hr. M. Moll, Bay City, Texas, N.-Amerika.
 
De secretaris deelt mede, dat het memorandum over J. D. R. Moll, in No. 3, verkort zal worden opgenomen in Dl. IX van het Nieuw Ned. Biografisch Woordenboek.
 
GENEALOGIE.
,.Van Oud-Zutfen tot heden."
(Vervolg.)
16. „Barlehesen vierdeel (wijk) No. 64. Rutger Moll ende Aeltgen syn huisfr. Ao. 1610 onder den Rentmr. Reiner van Heeckeren in Derck van Thyels vacanten waeren plaetse eene erffwaer gekofft; viduam mortuam, Nu Maritgen Rutgers Moll, senior filia, uxor Hendrici Bruininckx, modo Peter filius, relicto filio (Waander) Warnero minorennis, annum gratia con-cessum."
 
17. „Baerlehesen vierdeel No. 64. Rutger Moll, daernae Marritgen Rutgers Moll, senior filia, uxor Hendrici Bruinincks, modo Peter filius, relicto filio Warnero minorennis, qui obiit relicto filio Petro, Peter Mol, overleden zijnde, desselfs oudste soon Waander Mol in dese wahre (weide) gesuccedeert, vidua ad vitam." - (Waerboeck 1681-1791.)
 
18. 14 Oct 1595 Eed van Rutger Moll: „Ick Ruitger Moll Pethers, lave ende fromm tott Godtt den Herr, dat ick het schriewerampt an die Marszpoorte my flittig ende getruewelick soll schrieven, so gut opschriewen, als ook affertekeningh van die inkommens der fremdlinge. Will ook daeran syn, dat giene fremder bedelares hetzij mans, frommes, jongens off knechte in die stadt komme, dan an gerichts inn der tijde daer van. . . hebbende verstandiget emmer tho weessen mogen sich met het enthalt offer in komms van die suldiger woll sicherkomm und helf G.R. juravit in forma suprasixissima." - (Burgerboek der stad Zutfen.)
 
19. Juni 28, 1598. Rotgher Moll beëdigd schrijver in de Marspoort."
 
20. „29 oct. 1599 heeft Jan Egbertsz voorgaande eydt gedaen en is alsoo aangenomen tot schrijvender voor dys „Mars-porte"." - (Burgerboek.)
 
21. Gehuwd 19 Aug. 1603 te Zutfen: , Marge Rutgers, Rutger Molls borger alhier en Gerlig Willemsz van Eerbeke."
 
22. 1610 is „Maria, dochter van Rutger, gehuwd met Heinrich Bruininxs", die hertrouwt met Hermine Vosz.
 
23. 8 Maart 1607 zijn gehuwd te Zutfen: „Trijntje, Rutger Molls dochter en Martin van Minden, borger te Zutfen."
24. 3 Sept 1609 zijn gehuwd te Zutfen: ,Berend Rutgers, Rutger Molls borger alhier, zoon en Roeloffken Marschalcks, Herman Marschalks, borger tot Doesburg, dochter."
 
25. Waander Moll, gehuwd 22-4-1688 te Zutfen met Essele Lamberts.
 
26. Maria Mol, dochter van wijlen Peter Mol uit Zutfen, huwt 1-4-1683 te Breedevoort Paulus Loderus, van Dinxperlo, zoon van wijlen Jakob Loderus, predikant, schrijver onder capitein Laer te Grol. (Op attestatie van Maastricht, 1690 ingeschreven te Breda: sergeant Paulus Loderus en huisvrouw Maria Mols.)
 
27. 1689, 29 Sept. is te Zutfen gedoopt: Peter Gerrit Moll, zoon van Waander Moll en Essele Lamberts. - (Uit Trouw- en Doopboeken van Zutfen, Rijksarchief, Arnhem.)
 
Samenvattend, krijgen we dus:
1. Peter Moll te Lochem, 1409 ceurnoot te Wisch;
2. Peter Moll en Willem Moll pl.m. 1460 te Zutfen;
3. Berend Moll, 1557 te Lochem;
4. Peter Moll en Marie, uit Lochem, naar Zutfen, gehuwd vóór 1556, waarbij een vermoeden rijst, dat 3 en 4 broeders zijn; Lochem en Zutfen hangen ten zeerste samen, wat later nog duidelijker wordt.
5. Rutger Moll, van 1595-98 schrijver in de Marspoort te Zutfen, huwt met Aelgen (Aaltje). Kinderen uit dit huwelijk zijn:
6 Maria Moll, 1603 19-8 geh. met Gerlig Willemsz, 1610 gehuwd met Heinrich Bruininx.
7 Peter Moll.
8. Trijntje Moll (Catharina Moll), geh. 1607 25-3 met M. van Minden.
9. Berend Moll, geh. 3-9-1609 Zutfen met Roelof ken Marschalk. Uit een niet gevonden huwelijk van 7, Peter Moll:
10. Waander Mol(l), die 1610 minderjarig is, wiens zoon,
11. Peter Mol(l), 2 kinderen heeft:
12. Maria Moll, die 1683 25-3 huwt te Breedevoort met Paulus Loderus, en
13. Waander Moll, die 1688 22-4 te Zutfen huwt Essele Lamberts, wier kind,
14. Peter Gerrit Moll, 1689 29-9 te Zutfen geboren wordt.
(Wordt vervolgd.)
 
CURIOSUM.
Een belangrijke aanvulling van de mededeelingen van het ,,Algemeen Nederlandsch Familieblad" (1883-’84) ontvingen wij van den Heer C. Hollestelle, gemeente-archivaris te Tholen, uit de nagelaten papieren van wijlen diens vader, welke wij hier, onder betuiging van hartelijken dank aan den inzender, laten volgen:
,Cornelis Mol, vader van Ds. Nicolaas Mol(l), predikant te Berkouw en IJsselmonde, was geboren te Dordrecht, 23 Maart 1635, kreeg, ruim één jaar oud zijnde, in Juni 1638 de pest, waarvan hij genezen is, doch waaraan toen stierven zijn moeder, vaders moeder, broeder en zuster, allen op één dag(!). Hij vertrekt uit Texel 30 April 1653 met het schip , De vogel Phoenix" naar Batavia, alwaar hij 22 Oct 1653 gearriveerd is, en wordt daar bode van de weeskamer, vendu-meester (3 Jan. 1659-Nov 1679), (een ambt, dat later in tweeën gesplitst wordt, om de extraordinaire inkomsten, die er aan geaccordeerd waren), secretaris van de weeskamer (5 Jan 1659), en weesmeester tot Nov 1680. Hij stierf 9-12-1680 op het schip „Prins Willem Hendrik", zeilende naar het vaderland.
Hij huwde in de kerk te Batavia 27 Febr. 1656 met Orsela Jaspers, wed. van Jan Covetto, luit. in dienst van de O.I. Cie. Zij was geboortig van Soelaby op Banda. Voor de tweede maal huwt hij 1662 te Batavia met Appolonia Timmermans, geb. 1644, gest. 8 Mei 1668, dochter van Maria Persant, en ten derden male te Batavia, 16 Sept. 1668, met Sara Heussen, dochter van Nicolaas H. en Adriana van Tol, geb. te Poortugal over de Maas, 25 Jan. 1653, gest. Dordr. 2 Oct. 1728."
Den Heer J. L. v. Dalen, gemeente-archivaris te Dordrecht, danken wij de mededeeling, dat Cornelis Mol is de zoon van Jan Cornelisz. Mol, lijndraaier te Dordrecht en overl. 3 Jan. 1654, die voor de tweede maal huwde met Anneke van Esch, overl. 1636 (aan de pest), dochter van Cornelis van Esch.
Wij herinneren er aan, dat Cornelis Mol uit zijn eerste huwelijk twee kinderen geboren werden te Batavia, uit zijn tweede huwelijk l kind en uit zijn derde huwelijk 8 kinderen, waaronder de latere dominee Nicolaas Mol(l), wiens zonen waren de hofprediker Ds. Jan Gijsbert Mol(l) en de advocaat van den Hove, Mr. Georgius Mol(l) en wij sluiten met een kort uittreksel uit het „Daghregister int Casteel Batavia" van 19-21 Nov. 1680:
„Heden is ter ordinary vergaderinge gearresteert ’t vertreck der retourvloot soo haest doenelijck te verspoedigen en daermede eenige Nederlandsche kinderen van Comp.ies dienaren cost- en vragtvrij nae ’t patria te licentieren, alsmede een swarte meyt ten dienste van de huysvrouw van den Edele Cornelis Mol mede te nemen, omme naer gebruyck deselve costvrij weder herewaerts te moeten senden."
(Wordt vervolgd.)
 
MEMORANDUM.
Ds. J. Moll Jbzn., 1798-1891.
Uitgenoodigd om eene levensbeschrijving te geven van Ds. J. Moll Jbzn., wil ik aan dat verzoek gaarne voldoen, temeer, waar het mijn Grootvader betreft, wiens leven en werken zeker wel aan de vergetelheid mag worden ontrukt. De bronnen dezer beschrijving ontleen ik aan de mede-deelingen van Ds. C. E. v. Koetsveld, Predikant te ’s-Graven-hage, aan ,,De Zondagsbode" der Doopsgezinde Gemeente, aan de ,,’s-Gravenhaagsche Kerkbode" en aan eigen herinnering.
Jan Moll Jacobszoon, zooals hij zich steeds noemde en schreef, werd op 9 Febr 1798 te Enkhuizen als derde kind - als derde zoon - geboren. Zijn ouders waren Jacob Moll, koopman, en Tetje Gorter. Na de Fransche School doorloopen te hebben, genoot hij van zijn twaalfde jaar af op de Latijnsche School het onderwijs. Op zestienjarigen leeftijd verliet hij deze Latijnsche School, werd nog te jong geacht om de Academie te bezoeken en vertrok naar Berkel en Rodenrijs, om daar bij don bekenden predikant S. Kam zich verder in de oude talen te oefenen. Deze pastorie was de eerste opvoedingsschool voor aanstaande zendelingen. Toen Ds. Koetsveld er in 1836 predikant werd, vond hij er op zolder nog de bedsteden, waarin zij sliepen en het oude, toen onbruikbare klavier, waarop zij zich oefenden in het psalmgezang. De betrekking op de zending is Ds. Moll zijn leven lang bijgebleven.
Er is te Berkel ook een kleine Remonstrantsche gemeente, waarbij destijds Ds. van Paddenburg predikant was. Onder leiding van dezen zette Ds. Moll zijn studiën in de Mathesis (!) voort, terwijl Ds. Kam hem de eerste beginselen van het Hebreeuwsch leerde. Zoo kwam Ds. Moll, beter voorbereid dan de meesten zijner tijdgenooten op de Hoogeschool, daar in die dagen de Mathesis voor den theologant vrij nutteloos werd geacht en aan ’t Hebreeuwsch doorgaans te laat begonnen.
In Sept 1816 vertrok Ds. Moll naar Leiden. De Academie, met name de literarische en theologische faculteit, bloeiden toen onder Van der Palm, Bake, Hamaker, Van Voorst, Clarisse, Siegenbeek en Suringar. Onder de predikanten schatte de jeugdige Moll Lukas Ege ling het hoogst, als de vrome man bij uitnemendheid, die de oude, wel eens wat strakke en harde orthodoxie in een populair kleed en in practischen, gemoedelij ken geest voordroeg en daardoor voor vele duizenden in den lande de catecheet is geweest.
Toch behoorde Moll eigenlijk niet tot zijne gemeente. Zijn grootvader, Pieter Moll, was predikant geweest bij de Doopsgezinde Gemeente te Hoorn, en zijn vader behoorde ook daartoe. Maar, daar zijn moeder lid was van de Hervormde Kerk, lieten de ouders aan hunne kinderen de keus, waarbij zij zich voegen wilden. De jonge student gevoelde zich meer aangetrokken door het onderwijs der Leidsche professoren, dan door dat van den Doopsgezinden Prof. Pieterse Koopman Sr. te Amsterdam. Mogelijk ook, dat hij door bestuurders der Kweekschool te Amsterdam wegens doofheid ongeschikt werd geacht ter opleiding voor het predikambt en daar werd afgewezen. Hij had geen bezwaar tegen den kinderdoop, deed zijne belijdenis bij zijn geliefden leermeester Kam te Berkel en werd dan ook door hem gedoopt.
Na de twee gebruikelijke voorstellen werd Moll 1 Mei 1822 te ’s-Gravenhage proponent. In dien tijd was daaraan gebrek. Na een tiental jaren begon de overvloed, het aantal proponenten klom, maar daalde ook weer even snel. Daardoor was vóór 1830 de wedstrijd tusschen de dorpsgemeenten groot, en voor jonge predikanten eene verplaatsing naar elders gemakkelijk.
Uit meer aanbiedingen of beloften koos Moll nu Oost huizen, waar hij 13 Oct 1822 door zijn zwager, Ds. l’Allemand, werd bevestigd. Nadat hij voor Medemblik, Edam, Hillegom en Purmerend had bedankt, nam hij de beroeping naar Hazerswoude aan; maar werd van 31 Oct 1824 tot 20 Maart 1825 nog te Oosthuizen opgehouden door de dijkbreuk te Durgerdam, 4 Febr 1825, en de daardoor veroorzaakte overstrooming, zoodat hij eerst 10 April 1825 in zijn tweede gemeente werd bevestigd. Maar lang kon hij ook hier niet blijven. Na achtereenvolgens voor Alkmaar, Oudewater, Oudshoorn, Boskoop, Voorburg en Deutichem bedankt te hebben, achtte hij zich verplicht, Deventer aan te nemen, waar hij 22 Oct 1826 door zijn ambtgenoot, Ds. Verwijs, werd bevestigd. In de volgende drie jaren werd hij eerst door Utrecht, daarna door ’s-Gravenhage geroepen, volgde de laatste roepstem en werd hier 6 Juni 1830 door Ds. de Willigen bevestigd, waarna hij 9 Juni zijne intrede deed en waar hij bleef tot zijnen dood, 4 Oct 1891. In 1888 werd hem een eervol emeritaat verleend.
Dat een jong predikant van het eene naar het andere dorp verhuist, zoo er aanleiding toe is, was in dien tijd niet vreemd. Maar wanneer in den tijd van acht jaren door zoo vele, ook stadsgemeenten, een predikant wordt beroepen, moet er toch wel een bijzondere reden voor zijn. Welke was die? Zij lag in den geest van dien tijd. Nadat de stortvloed der omwenteling ook over ons vaderland had gewoed en ook de Hervormde Kerk zich van dien schok had hersteld, stonden daarin twee richtingen tegenover elkander: de Kerkelijk Orthodoxe en de Bijbelsch Rechtzinnige. De laatste had verreweg de overhand, vooral in de steden en onder den beschaafden burgerstand, zoodat b.v. te Rotterdam en ’s-Gravenhage nog maar één echt orthodox predikant (Ds. Molenaar) werd geduld.
Bijbel- en Zendelinggenootschap drukten dien vrijeren geest uit. Met de oude kerkelijke leerstukken namen mannen als Van der Palm, Borger, Dermout en Kist het zoo nauw niet, zonder die openlijk te bestrijden; maar aan den Bijbel mocht niet worden geraakt.
In die atmospheer had Moll zijn ernstige en nauwgezette studiën volbracht. Reeds door zijn Doopsgezinde afkomst had hij voor het Calvinisme geene sympathie, al eigende hij zich eenigszins de leerwij ze der Gereformeerde Kerk, in den geest van zijn vaderlijken vriend Egeling toe. Maar bovenal was hij bijbelsch orthodox en bleef dit tot zijnen dood toe. Van de nieuwe kritiek heeft hij weinig of geen notitie genomen; hij beschouwde haar, naar ’t scheen, als een plaag geest, naar wie hij liefst niet omkeek; en in de moderne theologie heeft hij nooit anders kunnen zien dan volslagen ongeloof en Christus-verloochening.
Hij was dus ten volle conservatief, maar in den edelsten zin; want van alle polemiek had hij een afkeer en ignoreerde liever, dan dat hij veroordeelde. Eens sprak men met hem over een groote beroering, die men in onze Kerk en geheel de maatschappij voorzag, waarop zijn karakteristiek antwoord: „Ik wenschte wel, dat zulke geweldige bewegingen vóór mijn geboorte waren afgeloopen, of na mijn dood begonnen."
J. A. M. te B.
(Wordt vervolgd.)
 
ENKELE GEVLEUGELDE WOORDEN over genealogie.
I. „Why study genealogy? Because it furnishes one way to ,.honor thy father and thy mother" It broadens one’s horizon; it links us to our kinsmen of the present and of the past; it awakens and deepens an interest in history; it brings out familiar characteristics that may reap-pear, points out special talents that may well be cultivated, and family failings that must be guarded against. And some-times it settles questions of inheritance." - Frederick Allison Tupper.
(„Waarom genealogie bestudeeren? Omdat zij een manier aangeeft, om het „Eert uw vader en uw moeder" in practijk te brengen. Zij verwijdt onzen blik, zij verbindt ons met onze bloedverwanten van het heden en het verleden, zij wekt en verdiept onze belangstelling in geschiedenis, zij brengt familie-eigenschappen aan het licht, welke weder kunnen te voorschijn komen, vestigt de aandacht op bijzondere talenten, alleszins waard om aangekweekt te worden, en op familiegebreken, waartegen gewaakt moet worden. En soms lost zij erfelijkheidsvraag-stukken op.")
 
II. „Although in theory genealogy is an exact science, in practica it is most variable and imperfect. A complete genealogy of a family has never been written, and never will be. Early records are comparatively meager and once written in that way they can never be perfected." - Otis Gl. Hammond.
(„Hoewel genealogie in theorie een exacte wetenschap is, is zij in de practijk zeer afwisselend en onvolledig. Een volledige familiegeschiedenis is nooit geschreven en die zal ook nimmer worden geschreven. Vroegere annalen zijn betrekkelijk onvolledig, en eenmaal zoo geschreven, kunnen zij nooit meer volledig gemaakt worden.")

Zie verder Deel 2

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect