Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

 TWEE GRAFSCHRIFTEN.

Grafschriften zijn als advertenties van familieberichten in couranten, ze zijn waardevol voor de genealogie.
Maar, uit die haast eeuwige geschriften uit lang vergrijsde tijden spreekt veel meer, nl. vereering van en piëteit voor de voorgeslachten. Wanneer we nl. op grafmonumenten vinden een of meer rijen van namen onder de, de gestorven persoon betreffende inscriptie, dan zijn die familienamen de blijvende herinnering aan diegenen, zonder wier bestaan, de overledene dit leven niet of tenminste niet als nazaat van hen, gekend had. Die namenrijen zijn voor de genealogie van veel waarde, daar ze onomstootelijk waar en waarachtig voor altijd blijvend de namen der geslachten der directe voorouders zullen noemen. We willen twee voorbeelden noemen, uit het geslacht Muys van Holy, waarvan we de grafzerken vinden. Ie. op het hooge koor van de Groote of Lieve Vrouwenkerk te Dordrecht de grafzerk van Hugo Muys van Holy, met het volgende opschrift.
„Natus 20 Mart a.o. MDLXV, vixit ao „61 M. 2D.8":
„Hier onder rust Heer Hugo Muys van Holy, Ridder, Heer van Kethel en in Spalandt, met zijne compagnie voor Bommel liggende, beroepen tot het Schoutampte binnen dezer stede, korts daarna vereert met het baliu-ampt van Strijen, en sedert gedeputeerd in de eerste collegien van deze republiek; ten laatsten, nadat hij het burgermeestersampt alhier hadde bediend, is den XXVIII Mei MDCXXVI dezer wereld overleden ende Vrouwe Cathaline Rataller, syne geachte huysvrouw, jongste dochter van den heer meester George Rataller, Praesident van den Hove van Utrecht en nata XXIX April MDLXVIII, denat. 11 September MDCXXVIII, met de volgende kwartieren:"
Holy Rataller
Putten Ansbach
Alblas Sonck
Jeude Beukelaar
Linde Loo
Turpine Kranenburgh
Mol Heemskerk
Ameronge Diemen
en ten tweede te zelfder plaatse:
„Hier ligt begraven de E.E. Heer Jakob Muys van Holy, in leven ontfanger generael commys van finantie van Hollant, tresorier van oorloge, Burgemeester dezer stede en least baeilliu van Suythollant. Schout deser stede en dijckgraeff van Moerkerckevelt, sterf den 7 Sept. 1592, out wesende 52 jaren, ende Juffrouwe Elisabet van der Linde, syne huysvrouwe sterf 11 Aug. ao XVIe seven". (Twee wapens onder 1 helm uitgekapt, evenals de kwartieren volgen:)
Holy Linde
Meulenaer Woude
Putten Turpine
Nachtegael Verone
Alblas Mol
Drenkwaert Pelanen
Jeude Amerongen
Veere Wijldrecht
(Om de groote wapens: „Ut quietus non suspicat x Lust tot rust").
Een oppervlakkige beschouwer merkt zeker op, dat de kwartieren onder Hugo gelijken op die van Jakob, maar telkens l naam overslaan.
Wanneer we nu het volgende lijstje er bij leggen, wordt veel duidelijk : Jacob Muys van Holy, ± 1502, heeft een zoon Anthony, die gehuwd is met Sophia van der Meulen (Meulenaar); hun kind Overl 10/10 1537, huwde 1489 Catharina Lambrechtsdr. van Putten; hun zoon Pieter, geb. 10/2 1500, Overl 1569, huwde 6 Febr. 1536 Ermgard van Alblas (do. van Jan van Alblas en Maria de Jeude. (Jan van Alblas is een zoon van Willem van Alblas en Maria van Drenkwaard); hun zoon Jacob is bovengen.; hij huwde 1561 El. van der Linde, dochter van Hugo van der Linde en Woude en Cornelia Mol); Hugo, geh. met Catha. Rataller (in 2e huw.) is de zoon van Jacob.
Wanneer we nu maar onthouden, dat telkens van de 8 kwartieren links en rechts, eerst de vier van vaders zijde, dan die van moeders zijde onder elkander volgen, en Hugo dus de kwartieren van zijn vader Jacob, deze die van zijn vader Pieter had en dat Elisabeth van der Linden, de kwartieren van haar vader Hugo en haar moeder Cornelia Mol had, dat men dan telkens 2 generaties terug gaat, dus tot op de grootouders, kan men de namen op de grafzerk op eenvoudige wijze van het schema aflezen:
 

 

 
2e JAARGANG No. 7                                       1 MAART 1938
 
 MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Nieuwe leden werden:
Mevrouw N. E. M. Pama-Mol, Berkendaal 161, Rotterdam.
De Heer Johan Machiel Dingenis Mol,
Centerville (Texas), U.S.A., beiden stam Scherpenisse.
Hartelijk dank brengen wij voor de mededeeling van een belangrijk protocol, betreffende den St. Achterhoek, aan den Weled. Heer K. B. te Gussinklo,
Scheveningen.
In grooten dank ontvingen we van den Heer Ir. G. A. de Mol (Batavia): „Gezondheid door doelmatige voeding", 1937; „Vijfentwintig jaren eenvoudig landbouwonderwijs in Ned. Indië", beide van Ir. G. A. de Mol.
„De Desa-Volkshuishouding in cijfers" I, 1913, door J. F. A. C. van Moll.
Van den Heer Fr. Oudschans Dentz, Den Haag:
Dr. W. Moll, „Een woord ter inwijding van de Universiteit der stad Amsterdam op 15 Oct. 1877 uitgesproken".
Van den Heer C. Moll te Soerabaya: „De uitwerking van Javadolwormtabletten", 2e opl.; „De uitwerking van Javadolzalf" door C. Moll en van de firma Fr. Herder Abr.-Sohn, Solingen, het keurige gedenkschrift van het 200-jarig jubileum der firma (1727-1927).
Dank zij de bemoeiingen van Ir. de Mol in Batavia is er tusschen het orgaan „De Indische Navorscher" en „Talpa" een ruilovereenkomst aangegaan.
Hartelijk danken wij allen, die getrouwelijk advertenties instuurden, den Heer J. A. Moll, J. H. M. Mol, W. Mol, H. E. J. Moll, Mr. A. Stuurman, A. Roels.
Eveneens danken we hartelijk den Heer H. Moll te Huizen voor de mededeeling der mutaties-Moll in 1937 aldaar, den Heer G. J. de Weille te Weesp, voor vele Moll-notities van heinde en ver, den Eerw. Heer Pastoor W. de Mol voor inlichtingen en notities.
DE SECRETARIS.
 
PERSONALIA.
Geboren:
Huizen, 24 Mei 1937: Rennie Gijsbertha Moll, dochter van hendrik Moll en Geesje Schipper (St. Achterhoek).
Idem: Huizen, 30 Mei 1937: Johanna Aaltje Mol, dochter van Albertus Mol en Neeltje Rebel. (St. Woudenberg.)
Idem: Huizen, l Juni 1937: Gijsbertje Schaap, dochter van Harmen Schaap en Gerritje Moll (St. Achterhoek).
Idem: Huizen, l Juli 1937: Jacob Moll, zoon van Klaas Moll en Geertje den Oude (St. Achterhoek).
Idem: Rucphen, 3 April 1937: Marinus Voesenek, zoon van Antonius Voesenek en hendrika Mol (do. van Marinus Mol en Dingena de Bruijn), (St. Roosendaal-Oudenbosch).
Idem: Spijkenisse, 23 Dec. 1937: Jacoba Sijgje Mol, dochter van Matthijs Pieter
Mol en Maartje Trijntje Keijzerwaard (St. Spijkenisse).
Idem: Roosendaal, 15 Mei 1937: Adrianus Dingeman Mol, zoon van Jacob Cornelis Mol en Cornelia Maria van Beek (St. Oudenbosch).
Idem: Roosendaal, 18 Mei 1937: Florentina Elisabeth henrica Lockefeer, dochter van Herman Franciscus Maria Lockefeer en Adriana Cornelia Louisa Mol (St. Roosendaal).
Idem: Rucphen, 15 Mei 1937: Maria Johanna Petronella Mol, dochter van Petrus hendrikus Mol en Maria Adriana Suykerbuyk (St. Roosendaal-Oudenbosch) .
Gehuwd:
Hekilingen, 15 Juli 1937: A. van Herre wijnen, 20 jaar, en Pieter Mol, zoon van Klaas Mol en Cornelia de Raat (St. Spijkenisse).
Idem: Huizen, 15 Mei 1937: Jacob Moll, zoon van Jacob Moll en Pietertje Kos met Maria Katharina Nöthe (St. Achterhoek) .
Overleden:
Huizen (N.H.), 16 Juli 1937: Gijsbertje Schaap, oud l½maand, do. van Harmen Schaap en Gerritje Moll (do. van hendrik Moll en Gerritje Kruimer (St. Achterhoek).
Idem: Hoedekenskerke, 11 Oct. 1937: Jacobus Leendert Allewijn, oud 49 jr., echtgenoot van Adriana Johanna Mol (dochter van Johannes Jakob Mol en Jannetje Adriana der Weduwen (St Scherpenisse).
Idem: Den Haag, 3 Nov. 1937: Jan Willem Moll, oud 87 jaar, weduwnaar van Johanna Matzer en zoon van Lubbertus Moll en Everdina de Roos (St. Velp).
Idem: Duisburg-Ruhrort, 17 Nov. 1937: hendrik Mol, oud 60 jaar, echtgenoot van Jacoba Cornelia Hoefnagel en zoon van Cornelis Mol en Antje Maas (St. Spijkenisse).
Idem: Breedevoort, 18 Nov. 1937: Warnar Willem Marinus Moll, oud 80 jaar, gepens. hoofdonderwijzer, ongehuwd, zoon van Dirk Bernardus Moll en Antoinette Willemina Vreeman, (St. Achterhoek).
Idem: Bandoeng (Java), 6 Dec. 1937: Mathilda Mens Fiers Smeding, oud 31 jaar, echtgenoot van Christiaan Lodewijk Moll, (zoon van Cornelis Moll en henriette Johanna Tadema Wieland) St. Velp).
Idem: ’s-Gravenhage, 12 Dec. 1937: Johanna Everdina Wilhelmina Catharina Moll, oud 87 jaar, weduwe van Caspar Johannes Koolhaas en dochter van Jan Gerard Moll en Wilhelmina Jacoba van der Velt (St. Keulen-Paramaribo).
Idem: Utrecht, 19 Dec. 1937: Alida Johanna Maria Mol, oud 63 jaar, ongehuwd, dochter van Dr. Joannes Gerardus Jacobus Mol en Maria Philomea Theodora van Eujen (St. Onderdijk).
Idem: Velp, 17 Januari 1938: Jacomina Catharina Helena van Vloten, oud 58 jaar, echtgenoote van Willem Moll, zoon van Pieter Johannes Moll en Aaltje van Ganswijk (St. Achterhoek).
Idem: Den Haag ,17 Januari 1938: Elisa Mathilde Pfeiffer, oud 71 jaar, echtgenoote van henri Coert Moll (zoon van Barend Johannes Moll en Anna Elisabeth Staal (St. Achterhoek).
Geslaagd:
Leiden, 23 Sept. 1937: voor Doctoraalexamen Rechten: de Heer Pieter Moll, den Haag, zoon van Dr. Danièl Pieter Moll en Elisabeth Johanna van Ijzeren (St. Giethoorn-Blokzijl).
Idem: den Haag, 15 Dec. 1937: voor Wiskunde Lager Akte: de Heer Abraham Mol, St. Philipsland, zoon van Willem Mol en Geertje Kunst (St. Scherpenisse).
Idem: Amsterdam, 15 December 1937: voor Doctoraal examen Biologie: de Heer Antonie Willem Moll, Amsterdam, zoon van Pieter Brienisse Moll en Willemina Bakker (St. Achterhoek).
 
Den 1sten Januari 1938 scheidde op 66-jarigen leeftijd, onder toekenning van meest eervol ontslag uit zijn ambt van actuaris van de Levensverzekeringsmaatschappij „De Nederlanden", de Heer Dr. Daniel Pieter Moll, te Den Haag, na ruim 36 jarigen dienst bij die maatschappij Hij was cum laude gepromoveerd, 26 Ja nuari 1900 aan de Rijksuniversiteit te Utrecht op een proefschrift, getiteld „Beginsel van Huygens" tot doctor in de Wis- en Natuurkunde en drie jaren was hij leeraar aan de H B S te Amersfoort
Tevens was hij wiskundig adviseur van verschillende maatschappijen, in 1921 rapporteur over de premiereserves var de Algemeene, was commissaris van het Algem Burgerlijk Pensioenfonds, lid is hij geweest van de Staatscommissie-Van Vuuren, en vele publicaties verschenen van zijn hand (St. Giethoorn-Blokzyl).
 
De 17de Januari 1938 was de 100-jarige herdenkingsdag van het overlijden van den wereldberoemden grooten geleerde, Professor Dr. Gerrit Moll, hoogleeraar in de Wis-, Natuur-, Sterrekunde en Geografie te Utrecht, bekend door tal van publicaties en vooral door zijn meting van de voortplantingssnelheid van het geluid
 
WARNAR WILLEM MARINUS MOLL. In memoriam
Den 18den November 1937 overleed te Breedevoort Warnar Willem Marinus Moll. Geboren werd hij 17 Augustus 1857 te Breedevoort, als zoon en eerste kind van Dirk Bernardus Moll en Antoinette Willemina Vreeman en, als eerste kleinkind genoemd naar zijn beide grootouders van vaders kant, Warnar Moll en Willemina Maria Kets.
Opgeleid tot onderwijzer werd hij door zijn vader, die hoofd der school was te Breedevoort en drukte hij dus de sporen van zijn vader en grootvader Hij slaagde 4 November 1875 voor de akte en begon zijn loopbaan l Februari 1876 te Breedevoort, aan welke school hij l Febr 1916 zijn veertigjarig jubileum mocht vieren Achtereenvolgens behaalde hij 30 April ’78 de aanteekening Wiskunde, 16 Mei 1891 de akte voor handenarbeid 28 Oct 1891 die voor gymnastiek, 27 Juli 1893 die van hoofdonderwijzer, l Dec 1900 de akte Wiskunde LO
Van l Oct 1878 tot l Febr 1879 was hij waarnemend hoofd der school te IJzerloo, van 27 Nov 1893 tot 30 April 1894 id te Breedevoort (vacature wegens overlijden van zijn vader), van l Maart 1897 tot l Juni ’97, van 8 Oct 1901 tot 30 Nov 1901 eveneens te Breedevoort en van l Juni 1902 tot 21 Oct 1902 id te Aalten
Eervol ontslag kreeg hij als onderwijzer met toekenning van pensioen 17 Aug 1922
Van zijn hand verscheen een brochure over „Het Zwanenbroek" bij Breedevoort (niet in den handel)
Vele functies bewezen zijn werken op sociaal gebied Hij was voorzitter der Leerplichtcommissie 1912, secretaris der Adltensche Leesvereenigmg sinds 1888, voorzitter der Aaltenscne ver. ter bestrijding van de TBC, voorzitter der afd ,Aalten-Wisch" van het Nederl Onderw Genootschap, voorzitter der volksfeestcommisie en later eerelid, voorzitter der Breedevoortsche Roomboterfabriek, penningmeester van de ver. „Veefonds", secretaris-penningmeester van de Zwanenbroeksche Wegenonderhoudcommissie tot drooglegging van gronden in Aalten, Breedevoort en Winterswijk, penningmeester der IJsvereeniging, later vanaf 1890 tevens secretaris, voorzitter van Ziekenverpleging" (± 800 leden), secretaris der Kiesvereeniging Aalten, secretaris der Jachtvereeniging, lid en beschermheer der Zangvereeniging commissaris der „Geldersch-West-faalsche Trammaatschappij", voorzitter van Breedevoort’s Belang, agent of correspondent van enkele belangrijke couranten
Dat aantal functies is overstelpend, maar wanneer we weten, dat hij geen enkele verwaarloosde, dwingt het alzijdig vertrouwen, dat zijn medeburgers in hem stelden en de eer, die hem bij be paalde gelegenheden van uit den boezem dier vereenigmgen gebracht werd, eerbied af Wel was hij met recht de "civis optimus" van Breedevoort Waar hij aan zoovelen den grondslag hunner ontwikkeling gelegd had, was hij in den mond van de meesten „Meester Moll". Zijn invloed in sociale aangelegenheden bezorgde hem echter wel eens een naam van , Burgemeester van Breevoort Inderdaad is echter het feit veelzeggend, dat de werkelijke Burgemeester van Breedevoort niets dan goeds van hem zeggen wilde bij zijn leven, maar ook bij zijn begrafenis
Warnar Willem Marinus Moll was een doodeenvoudige man, natuurlijk, ongekunsteld, zeer oprecht, energiek, tot heftig wordens toe, waar het ging, de belangen der vereeniging, die hij diende, te bevorderen; aan den anderen kant, goedlachsch, een kindervriend, met zin voor humor, optimist en trouw. Hij streefde niet naar een grooter woonplaats, naar uiterlijk bezit en vertoon, hij bleef sober in zijn eischen, zijn leven lang. Om een trek van zijn karakter te noemen: hij reisde, al kon hij het heel goed doen, derde klasse, totdat hij zag, dat iemand, die van hem geleend geld niet terug gaf, zich de luxe van 2e klas reizen veroorloofde. „Toen", vertelde hij ons, „ben ik zelf 2e klas gaan reizen."
Hij was gul en een helper in nood. Dan was zijn weldoen in stilte, zonder ophef, een ware weldaad.
Zijn plicht tegenover zijn naaste familie heeft Warnar Willem Marinus Moll met eerbied vervuld. Na den dood van zijn vader 1893, bleef hij een steun voor moeder en zusters, waarvan de oudste pas getrouwd was, de jongste nog 2 jaren thuis was. Daarna leefde hij bij zijn Moeder tot aan haar overlijden, 1901. Toen in 1915 de man van zijn jongste zuster stierf, bleef hij met zijn zuster in ’t ouderlijk huis. Zij ging hem in 1936 voor in den dood.
Zijn lichamelijke gesteldheid dwong hem meer en meer tot rust; zijn ijzersterk gestel hielp hem weer op de been, maar het laatste levensjaar bracht hij zelfs gedeeltelijk in het ziekenhuis te Arnhem door; de krachtige man kwam aan ’t sukkelen. Nog een vleug van herstel en toen kwam het einde.
Van zijn begrafenis op 22 November te Breedevoort hebben de couranten volledig verslag gegeven. Onder enorme belangstelling uit alle kringen had die plaats. Diverse sprekers hebben het woord gevoerd en gesproken van de vele deugden, de bijzondere gaven van hoofd en hart van den overledene en dank gebracht voor het werk van zijn leven.
Van onze plaats releveeren wij zijn groote belangstelling voor ons genealogisch werk, dat hij met woord en daad bevorderde van af 1929.
Als bestuurslid missen wij hem noode, immers als weer en wind ’t eenigszins toestonden, reisde hij uren om de vergaderingen bij te wonen, waarin men er op kon rekenen, van hem een wijs advies te krijgen. Steeds stond hij pal voor recht en waarheid; wij brengen hier hulde aan zijn gebleken trouw in moeilijke tijden. „Omnes aevum ex aevo": een tachtigjarige nestor, een kernfiguur is van ons gegaan, hij, die de „Trouw" en „Eenvoud" zelve was. Tijden veranderen, menschen gaan heen.
Hopen wij, dat de toekomst het beeld van Warnar Willem Marinus Moll moge vasthouden en blijvend hulde brengen aan eenvoud en trouw!
W. H. MOLL.
 
ELISA MATHILDE MOLL-PFEIFFER.
Nog een „In memoriam" is ons te schrijven een droeve plicht.
Den 17 Januari 1938 overleed Elisa Mathilde Moll-Pfeiffer, geboren 14 September 1866 te Padang, dochter van Andries Pfeiffer en Mathilda In ’t Veld, sinds 12 Juni 1892 te Meester Cornelis gehuwd met Henri Coert Moll, Majoor der Inf. N.O.I. leger, sedert 1904 gepensionneerd te den Haag. Voor den Heer Moll, wiens tweede echtgenoote zij was en die met haar meer dan 45 jaar gehuwd was, is het scheiden van Elisa Mathilde, nu hij op vergevorderden leeftijd is, hard. Voor de dochter, Mevr. M. C. Moll, die de overledene in haar ziekte met groote liefde verpleegde, een zwaar verlies voor de beide zoons in Indie, dhr. F G. E. Moll en den oudsten zoon, Henri Joseph Elias Moll, den resident van Bali, een overstelpend groote droefenis en deceptie. Zij toch kunnen hun echtgenoote en moeder als een hoogstaande, lieve vrouw, vol zorg en innige liefde. Zeer zeker is de slag, die toegebracht is, groot en geweldig.
Ook voor ons is haar heengaan diep te betreuren. Wij herdenken met eerbied de flinke, doortastende, kranige Mevr. Moll, die ondanks alle zorgen en groote moeilijkheden, zich ook buiten haar gezin, niet alleen interesseerde voor ons werk, maar er dapper voor in de bres sprong en als een ware verdedigster van algemeene belangen, die in gevaar gebracht werden, met energie een betere leiding voorstond en waakte over zuivere waarden.
Wars van kleinzieligheid en bekrompenheid, hartelijk in hooge mate, vriendelijk en ontvankelijk voor zachtheid en teedere gevoelens, energiek en doortastend, waar kracht en volharding noodig was, zóó is voor ons het beeld van ons heengegaan en zoo hooggeacht medebestuurslid. Gaarne geven wij dien troost voor den nu vereenzaamden man, voor de dochter in den Haag, voor de beide zoons in het verre land en voor de kleinkinderen, dat het verscheiden van hun lieve echtgenoote, moeder en grootmoeder door ons innig wordt medegevoeld als een groot verdriet, tevens, dat in dit orgaan van het werk der Moll-genealo
gie, eerbiedige hulde wordt gebracht aan de nagedachtenis van Elisa Mathilde Moll-Pfeiffer. Haar leven was een werkelijk leven en moge een voorbeeld blijven voor kinderen en kleinkinderen!
W. H. MOLL.
 
OPMERKINGEN.
I. In het in 1937 verschenen „Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek",
Bd. X, worden naar aanleiding van het artikel Mol (kol. 636) fouten gezegd: Ds. Johannes de Mol is niet geb. 1723, doch 1726 en overl. niet 1752, doch 1782. Het bijzondere van hem, dat toch in een biographie, hoe kort die zij, niet ontbreken mag, is niet zijn lyrisch talent, doch het feit, dat hij beroemd was als porselein- en plateelfabrikant, en dat was het eigenaardige bij een predikant!
 
II. In den 23sten Jaargang 1905 (kol. 170) van „De Nederlandsche Leeuw", wordt in een vervolg van het mooie artikel „Genealogische opgaven omtrent eenige families van Boermondschen oorsprong „van wijlen A. F. van Beurden, melding ervan gemaakt, dat in het verwulfsel der kerk te Berlicum (N.B.) vroeger de wapens stonden van juffrouw Catharina Provins, huysvrou Joncker Johan Pels, Heer van Milheeze, maar worden de kwartieren niet vermeld: „Provins Lathem Mol Brand."
Het verband is het volgende: In de 14e eeuw huwde Oste van den Dorpe, zoon van Jean van den Dorpe en Ermgarde de Sarteel, met Marguérite de St, Géry; hun zoon Guillaume huwde Catherine van Elsbroek; de dochter uit dit huwelijk, Catherine van den Dorpe, huwde Jean Cloet. Uit dit huwelijk huwde: a. de dochter Catherine Cloet met Roland de Mol, schildknaap, sinds 1521 bezitter van het kasteel Loppoigne, zoon van ridder Roland de Mol (1454) en Catherine de Chêne (of van der Eyken). Van de twee dochters van Roland en Catherine Cloet, huwt Catherine de Mol met Maximiliaan van Sevenbergen, Heer van de heerlijkheid Bochholz, dat hij in 1536 kocht, en de tweede, Helene de Mol met Adolphe de Provins en b.: de tweede dochter Elisabeth Cloet met Arnoult Brand, Heer van Court St. Etienne, zoon van Corneille Brand en Anne de Genville. Van de 3 kinderen uit dit huwelijk Cloet Brand huwt Barbe met Corneille de Lathem, Ridder, zoon van Philippe en Amelberge van Halen. Uit dit huwelijk trouwt Catherine de Lathem in 1e huwelijk met de Provins, zoon van Adolphe
de Provins en Helene de Mol. (Men make hiervan zelf een schema; het drukken levert moeilijkheden op!)
 
GENEALOGIE.                    Vervolg op Talpa V, pag. 4.
Van Jacobus Gerardus de Mol, geh. met A. C. Wagemakers, is de jongste zoon Joannes Gerardus de Mol, geb. 1819 Leiden, overl. 29 November 1895, Amsterdam. Hij was gehuwd: 1e. den 20sten September 1843, Amsterdam, met Antonia Josephina van der Beek; 2e. den 20sten September 1849. Amsterdam, met Henriette de Non, overl. 21 Juli 1892.
Uit het 1e huwelijk zijn 3 dochters geboren:
Anna Carolina Willemina de Mol, geb. 28 Juli 1844, die 26 Aug. 1873 huwde met Antonius Joannes Coebergh;
Dorothea Abrimina Maria de Mol, geb. 6 Aug. 1845, overl. 4 Febr. 1905, Utrecht, die 27 Nov. 1877 huwde met Petrus Fredericus Marinus Joannes Baesjon; en Joanna Catharina Maria de Mol, geb. 9 Dec. 1847, die 12 Juli 1870 huwde met Cornelus Simon Bernardus Smelt.
Uit het 2e huwelijk zijn de kinderen:
Geertruida henrietta Maria de Mol, geb. 13 Sept. 1850, die 25 Mei 1871 huwde met Ignatius Josias Jacobus van Ogtrop:
Theodorus Joannes Maria de Mol, geb. 31 Januari 1853, overl. 17 April 1853. Amsterdam;
Joannes Gerardus Maria de Mol, geb. 30 Juni 1857, Amsterdam, die volgt:
henrietta Theodora Maria de Mol, geb. 17 Juni 1858, overl. l Jan. 1860, Amsterdam;
Bernardus Wilhelmus Maria de Mol, geb. 17 Aug. 1860, overl. 3 Mei 1861, Amsterdam:
Bernardus Wilhelmus Maria de Mol, geb. 21 Nov. 1861, Amsterdam, gehuwd met Ernestine Genot; en Jacobus Joannes Maria de Mol, geb. 24 April 1865, Amsterdam, stud. juris, Amsterdam, 1887-’89.
Joannes Gerardus de Mol (zie boven) was eerst Wijnhandelaar (firma J. G. de Mol en Co. (Joseph Volmer), ontbonden 31 Dec. 1886, daarna firmant onder den zelfden naam en steenkolen- en gascokes-handelaar in Schiedam.
Hij huwde met Maria Jansen en drie kinderen werden geboren:
1. Joannes Gerardus de Mol, 14 Februari 1881;
2. henriette de Mol, geb. 13 Juni 1883;
3. Athanasius Wilhelmus de Mol, geb. 4 Juli 1886, allen te Schiedam.
Van den laatstgenoemden zoon, nl. Athanasius Wilhelmus de Mol hebben meerdere malen de couranten melding gemaakt. Hij is de bekende Zeereerwaarde Pater A. W. de Mol O,P., die 15 Aug. 1937 zijn 25-jarig Priesterfeest vierde, de vroegere kapelaan aan „de Olde" te Rotterdam. 1913 Trok hij naar Spanje, om zich de Spaansche taal eigen te maken en vertrok van daar naar de Missie der Hollandsche Dominicanen op Puerto Rico. Als Pastoor te Catano en te Isabela heeft hij zich een zeer ijverig en werkzaam priester betoond, ondanks de geweldige beproevingen van ernstige ziekten, als pokken en typhus, ondanks een sloopend en slepend asthma. Na achtjarig verblijf moest Pastoor de Mol op medisch advies repatrieëren. Teleurgesteld, maar niet gebroken keerde hij terug naar Nederland en sindsdien heeft hij met volle energie zich aan zijn werk gegeven, als kapelaan te Amsterdam, te Nijmegen, te Alkmaar en van 1932 tot 1937 te Rotterdam. Als zielverzorger en biechtvader, alsgodsdienstonderwijzer, als onvermoeid prediker niet alleen, ook op so ciaal gebied wordt zijn ijver en kracht erkend. Geen wonder, dat zijn zilveren priesterfeest het bewijs leverde, hoe zeer Pater de Mol. om zijn geestelijken arbeid in alle kringen hoog gewaardeerd wordt. Een onderscheiding was zijn beroeping tot Pastoor te Alkmaar. Wij wenschen zijn ZeerEerwaarde nog tal van gelukkige jaren en gezondheid!
(Naar particuliere mededeelingen en de Maasbode.)
 
VERVOLG OF TALPA VI. PAG. 8.
Dat de kwartieren altijd volgens een en dezelfde regel worden opgesomd, is echter niet het geval. De namen helpen zeker bij het opsporen der generaties van de geslachten, maar de genealogie in engeren zin moet bestudeerd worden, vóór en aleer men foutieve gevolgtrekkingen zou willen afdwingen uit de volgorde alleen.
Een mooi voorbeeld levert de kwartierstaat van Mr. Godefridus Mol, den bekenden en overal geciteerden koster der Groote Kerk in den Haag, die den door hem zelf opgemaakten kwartierstaat ophing naast de vele andere door hem opgehangen kwartierstaten in die kerk. Men leest:
Mol - Muilman
van der Keessel - le Heulle
de Mey - Ursinga
Mol - Struys.
Hoe zit dat geslacht in elkaar?
a. Zijn overgrootvader is Cornelis Mol, secretaris der Weeskamer in Batavia, gehuwd 16 Augustus 1868 Batavia in derde huwelijk met Sara Heussen, geb. 29 Januari 1651 te Poortugaal a.d. Maas, als dochter van Ds. Nicolaas Heussen en Adriana van Tol (getuigen Elsje Tols en Sara de Klerck), zijn grootvader: Ds. Nicolaas Mol (gen. naar zijn grootvader van moederszijde en ook domine) huwde 22 Mei 1703 te Gouda met Joanna Alathea de Mey, dr. van Ds. Georgius de Mei en Alathea Soestius. Zijn vader, Ds. Jan Gijsbert Moll(!) huwde 24 April 1734 te Gorichem met Johanna. van der Keessel, dr. van Dr. Godefridus van der Keessel en Adriana Mol (zuster van Ds. Nicolaas Mol !)
b. Mr. Godefridus Mol huwde 30 Juli 1771 in de Engelsche kerk in den Haag met Debora Muilman. Haar grootvader, Ds. Wigbold Muilman (1674-1746), zoon van Willem Muilman en Agneta Schouw), huwde l Sept. 1697 te Franeker met Debora Ursinga, (dochter van Sixtus U. en B. Kuyl.)
Haar vader Mr. hendrik Muilman (1706 -1771), huwde 28 Juni 1733, den Haag, met Maria le Heulle (do. van Mr. Philippus le H. en Petronella Struys.
De bedoelde kwartierstaat heeft dus de volgorde:
1e. Godefridus Mol; 2e. zijn moeder; 3e. Zijn grootmoeder van vaders, dan 4e. zijn grootmoeder van moederszijde en het geslacht van zijn vrouw eveneens:
1e. Debora Muilman 2e. haar moeder; 3e. haar grootmoeder van vaders; dan 4e. haar grootmoeder van moederszijde.
 
II. WÜRTTEMBERG-AMSTERDAM-KAAPSTAD
In Ottendorf (Württemberg, aan de Kocher, westelijk van Gailsdorf) was de Heimat van Jörg Moll, die in 1592 geboren, er schout was en 7 Sept. 1655 overleed. De zoon van hem en zijn vrouw Eleonera, Hans Moll, geb. 1626, overl. 18 Oct. 1710, was zijn vader in het, schoutambt opgevolgd en 17 Mei 1653 te Ottendorf gehuwd met Barbara Köehendörfer, geb. 1628, overl. 6 Febr. 1705, dochter van Jakob K.
Uit dit huwelijk waren twee kinderen Eva, geb. 7 Aug. 1653 en Hans Moll, geb. 12 Febr. 1654, overl. 4 Maart 1681, eveneens schout in Ottendorf, die 19 Aug. 1679 huwde met Catharina Braun, dochter van Jerg. B.
De zoon uit dit huwelijk Georg David Moll, geb. 20 Oct. 1670, overl. 30 Jan. 1723 te Ottendorf, volgde de traditie van zijn geslacht en was er Schout. Hij huwde 5 Mei 1691 met Ursula Gentner, dochter van Hans G. De zoon Georg David Moll geb. 3 Dec. 1697 Ottendorf, overl. 20 Jan 1756 Ottendorf, ook Schout in deze plaats in 1718, huwde 11 April met Maria Martha Wenger, do. van Georg David W.
Hun zoon Johann Christian Moll, geb 27 Juni 1718 te Ottendorf, tevens slager en waard, was weer Schout van de plaats. Hij huwde 26 Juni 1742 te Ottendorf met Maria Margaretha Hübner, geb 21 Aug. 1722 Untereisesheim (Dekanat Heilbronn), dochter van assesor Johann Jakob Hübner en Anna Maria Setzer Toen zijn vrouw overleden was 23 Mei 1775, huwde hij 2 Maart 1778 te Kochen dorf met Barbara N.N., die 30 September 1791 overleed.
Uit het 1e huwelijk waren 8 kinderen Elias Christian Moll, geb. 27 Juli 1743 te Untereisesheim, overl. 11 Aug. 1810; Maria Rosina Moll, 16 April 1817 U.E.; Tobias Elias Moll, geb. 10 Oct 1753 U.E.; Catharina Dorothea Moll, geb 2 Sept. 1757 U.E.; Johann Christian Moll geb. 29 Oct. 1759, Ottendorf; en Anna Maria Moll, geb. 20 April 1761, overl. 8 Juli 1761, O.geb. 9 April 1746; Johann Heinrich Moll, geb. 26 Aug. 1748 Untereisesheim (die volgt); Johann Karl Moll, geb. 29 Juni 1750, overl.
Het derde kind Johann Heinrich Moll is tegen de traditie landbouwer en slager, hij woonde zijn heele leven in Untereisesheim bij Würzburg, en overleed er 25 Januari 1826. Hij huwde 7 Nov. 1786 met Sophie Christiane Barbara. Schuhmacher. geb. 7 April 1786 te Rohrbach bij Heidelberg, overl. 29 Maart 1843 te Neuenstadt en was de dochter van Johann Georg Schuhmacher en Eva Margarethe Pfauz.
Uit dit huwelijk werden in de 7e generatie dus geboren Tobias Elias Moll, 17 Juli 1800 Untereisesheim en Johann Christian Moll, 24 Maart 1803 ibidem. De eerste vertrekt 1835 naar Nederland, huwt 29 April 1835 te Nieuwer-Amstel met Sophia Catharina Dimling, geb. 1814 Amsterdam, overl. 9 Aug. 1838 Nieuwer-Amstel, dochter van Johan Georg Dimling en Femmetje Druee. Joh. Chr. Moll is 18 Augustus 1838 in Nieuwer-Amstel overleden.
De broer is al eerder, in 1817 naar Amsterdam vertrokken, vestigt zich als slager, huwt 13 Juli 1836 te Amsterdam met Anna Margaretha Struwer, do. van Pieter Nicolaas S. en Marritje Takke.
In 1861 vertrekt niet het heele gezin naar Transvaal, waar het 13 Juni in Kaapstad arriveert. Van de 10 kinderen waren nl. 3 jong gestorven, (Johan Christiaan, geb. 27 Nov. 1844, overl. l Dec. ’44, Tobias Elias, geb. 22 Oct. 1848, overl. 21 April ’49, Tobias Elias, geb. 23 Oct. 1849, overl. 31 Jan. ’55).
2 Dochters huwden elders: Maria Elisabeth, geb. 30 Aug. 1849, overl. 7 Jan. 1909, den Haag, huwde 11 Febr. 1866, Weltevreden met Jan Willem Scholten.
Anna Margaretha, geb. 20 Juni 1843, overl. 2 Dec. 1931, den Haag, huwde in 1875 te Riouis met Adriaan Cornelis Rijken.
Met de ouders mee gingen Margaretha Sophia Barbara Moll, geb. 17 Juli 1837 te Amsterdam, gehuwd in Kaapstad met Meuwes; Christina Johanna Moll, geb. 4 Nov. 1838 N. Amstel, overl. ongehuwd in Kaapstad. Johan Heinrich Moll, geb. 13 Juli 1847, Amsterdam, overl. 4 Aug. 1924, Bloemfontein, huwde Johanna Geertuida Frederika van Hall (overl. 29 Juli 1901) en was de vader van 10 kinderen; 1e jongste zoon Tobias Elias Moll, geb. 14 Juli 1855, Amsterdam, huwde in Kaapstad en hem werden 3 kinderen geboren.
Van de kinderen der 2 broers huwde een dochter van Johan Heinrich met een zoon van Tobias Elias Moll, nl. Anna Margaretha Moll in 2e huw. met L. Moll, civiel sergeant bij het Magistraatshof te Bloemfontein............
Een Moll-geslacht gesproten uit een Schouten-familie van een klein dorpje in Württemberg, een nazaat, die in Amsterdam woont, naar Z. Afrika vertrekt. Waardoor weten we er niet meer van te vertellen? Afrika zwijgt: de menschen daar zijn gesloten en alle pogingen, door ons gedaan, hen tot mededeelingen te krijgen, strandden op onwil of onverschilligheid. Jammer, want onder de Afrikaansche Mollen zullen ook in dit geslacht eenige zijn, die belangstelling in hun afkomst hebben. Wij weten die afkomst zeer ver terug door ijverige nasporingen, mede van de Heeren G. en Th. Moll, predikanten te Niederhofen en Unter Groningen, aan wie we op deze plaats onzen hartelijken dank betuigen.
Waarom moet de draad feitelijk verbroken worden in Z. Afrika?
 
III. In een der „Wapenheraut"-jaargangen vonden we den kwartierstaat van de drie laatste kinderen van Gerard Norbert, baron van Scherpenseel tot Rumpt, geb. 1677, Vrijheer van Mierlo, Hout en Broeck, Heer van Dreumel en zijn derde echtgenoote: Barbara Catharina, barones van Baussele ged. te Gestel 20 April 1699, overl. 1753, dochter van hendrik Carel van Baussele en Maria Catharina barones de Jeger tot Luchtenborg, en wel van moeders zijde:
van Baussele - de Mol - de Homes -van Surmont - de Jeger van Luchtenborg - van der Linden - van Erp - van Vladeracken. Genealogisch is de verhouding aldus:
Charles van Baussele, Drossaart van Diest, overl. 5 Oct. 1623, huwde 12 Februari 1613 met Isabelle de Mol, overl. 7 Febr. 1647, dochter van den Groot-Valkenier van Brabant Jean de Mol en Anna van Wesel (ex André van Wesel, Dr. med. en Anne van Hamme).Hun zoon henri Charles van Baussele, eveneens Drossaart, huwde Marie Mechtilde de Hornes (dochter van henri de Hornes en Mechtilde van Surmont). De zoon uit het laatste huwelijk henri Charles van Baussele, ged. 25 Juli 1661 huwde 1694 met Marie Catharine de Jeger (dochter van Jean Charles de Jeger en Marie van Erp; de vader Jean Charles de Jeger was de zoon van Wouter de Jeger, Heer van Luchtenberg en Catherine van der Linden; de moeder Marie van Erp was de dochter van Jean van Erp en Marie van Vladeracken).
De dochter uit laatstgenoemd huwelijk was Barbara Catharina, die huwde met Gerard Norbert van Scherpenseel tot Rumpt. Een uitwerking dezer gegevens in schema maakt den kwartierstaat duidelijk.
De vader van Isabelle de Mol is broer Jan van den door ons reeds vroeger geciteerden Pierre de Mol, Groot Valkenier van den Koning der Nederlanden, Philips II, te Brussel, die naar den keizer van Duitschland gezonden werd, om eenige valken als geschenk te brengen, van den Hertog van Alva.
 
Prof.em.dr.med. Omer Steeno uit Haasrode (B) schrijft (1-1-2009): De Andries van Wesele waarvan sprake in uw historie is Andreas Vesalius, de beroemde Vlaamse anatoom (1514-1564) en hij corrigeerde bovenstaande zin over Isabelle de Mol haar vader. Verder stuurde hij me nog enkele mooie scans van kwartierstaten. Waarvan ik er hier 1 opneem. De rest plaats ik in het fotoalbum Personen
Jean de Mol 15__ Valkenier vd Koning der Nederlanden 11 
IV. Het heeft ons altijd zeer verwonderd, hoe de reeds zoo dikwijls genoemde Cornelis Mol (ook in dit nummer geciteerd;, als zoon van den lijndraaier en vischkooper Jan Mol uit Dordrecht, naar Indiè gaande, opklimt tot den hoogen post van secretaris der Weeskamer in Batavia en een van zijn zoons, de bekende Arnolt Moll(!), Raad Extra ordinair van Ned. Indië en Commandeur van het koninkrijk Jaffanapatnam werd. Wij meenen te mogen aannemen, dat met alle respect voor eigen verdienste, hier ook weder, zooals zoo vaak, een belangrijke factor der promotie in de steun van een familielid gezocht moet worden. Bij het naspeuren van het geslacht de Carpentier trof ons het volgende:
Josina de Carpentier, geb. 24 Sept. 160i te Dordrecht, overl. 24 Dec. 1634 aan de pest, huwde 24 Mei 1622 met Cornelis van Esch, een ouderen broer van Anneke van Esch, (dochter van Cornelis), die de tweede vrouw was van Jan Mol en 1636 te Dordrecht aan de pest overleed, en die de moeder was van Cornelis Mol (b.g.n)! Een volle neef van Josina de Carpentier’s vader, nl. van Jan de Carpentier (zoon van Roeland de C. en Josina van Hecke) is Pieter de Carpentier (zoon van Pieter), die als oppercommies in 1615 naar Indië gaat, als gouverneur-generaal repatrieert 17 Juli 1633 en dan in Holland Bewindhebber der O.I.Cie. wordt, m.a.w. de schoonvader van den broer van zijn moeder is een neef van den invloedrijken Pieter de Carpentier, die zekerlijk hem, Cornelis Mol. geholpen zal hebben tot zijn bevordering.
 
2e JAARGANG No. 8                                                1 JUNI 1938
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR.
Nieuwe leden werden:
Mevrouw J. C. J. Lieuwma-Mol, Voorwillens 109, Gouda (stam Scherpenisse, De Heer J. J. A. Moll, Spekholzerheide (L.), (stam Velp).
Wederom betuigen wij harlelijken dank aan den Heer J. A. Moll voor „Afscheidsgroet" van I. J. Dermout, met inleiding en naschrift van J. Moll, Jb.zn.
Den Heer Ir. Fr. Moll voor „Der Sachverstandige", Jan. ’38 (waarin Dr. Dr. Ir. F. Moll, Berlin „Zur Frage der Gewahrleistungspflicht bei Kaferfrasz im Bau."
Den Eerwaarden Heer Ds. Th. Moll, Untergröningen (D.) voor „Eine Uebersicht über die Verbreitung des Namens Moll in der Gegend von Gaildorf’ (Wurtt.) im. 16. u. 17. Jht."
Vele notities, mededeelingen en advertenties ontvingen wij ook van den Hooggeb. Heer Jhr. Mr. Dr. E. A. v. Beresteyn, den Heer Fr. Oudschans Dentz, den Heer M. Mol te Vierpolders, den Heer Jos. Moll te Leiden, den Heer A. Kreiken te Rotterdam, den Heer W. J. Hoffman te New York en den Heer A. Roels te Rucphen.
Hoogst belangrijk zijn de afschriften van enkele gemeenterekeningen van Oud Vossemeer, waarin nieuwe bronnen werden ontdekt voor den oorsprong van den stamboom: „Scherpenisse", voor welke afschriften we onzen hartelijken dank brengen aan den Heer W. van der Ploeg, gem. secr. aldaar.
De Heer Fr. Oudschans Dentz zond ons, waarvoor groote dank, Prof. Dr. J. W. Moll „Handboek der Plantbeschrijving", 1900.
DE SECRETARIS
 
ERRATA.
Talpa No. 7: pag. l, kol. 2, r. 6 v. b. „den Heer", lees „den Heeren".
Pag. 2, kol. l, r. 18 v. b. „Hekilingen", lees „Hekelingen".
Pag. 2, kol. 2, r. 26 v. b. „17 Januari", lees „18 Januari".
Pag. 4, kol. 2, r. 28 v. b. „kunnen", lees „kennen".
Pag. 7, kol. l, r. 26 v. ben., „1786", lees „1768".
 
GENEALOGIE
I. Moll-Fichtenberg.
Uit de talrijke gegevens van Ds. Th. Moll, die onderzoek deed in de kerkarchieven van 23 gemeenten in Württemberg, rondom Gaildorf (O. van Heilbronn) citeeren we die van den stamboom van den onderzoeker.
De oudste voorvader, die met zekerheid te noemen is, is Melchior Moll, landbouwer in Vichberg, die 29 Oct. 1626 in Fichtenberg overleed en wiens echtgenoote Justina, 10 Nov. daarop verscheidde. Zij hadden 11 kinderen: Anna (gehuwd 1630 met Bernhard Stüfel), Hans (sinds 1615 vertrokken), Melchior, geb. 17 Mei 1604, sinds 1625 vertrokken; Katharina, jong gestorven; Jacob, idem; Georg, geb. Juni 1608; Jacob, geb. Juli 1609; Katharina, geb. 14 Mei 1612; Peter, geb. 27 Jan. 1614; Maria, jong gestorven en Michael, geb. 18 Aug. 1623. Van den laatste is meer bekend; hij was als zijn vader landbouwer en huwde 20 Januari 1652 in Geifertshofen Margaretha Schertlin, dochter van Jacob Schertlin en Maria Berath. Hij overleed tusschen 1670 en 1692. Hun kinderen waren Jacob, jong gestorven. Caspar, geb. 8 Aug. 1654, overl. 21 April 1719 in Immersberg. (Hij was tweemaal gehuwd, eerst in 1695 met Catharina Marg. Neuschel, daarna 1717 met Margaretha Krauss. Uit het eerste huwelijk stamde een zoon Georg Leon hard, die een grootlandbouwer was, Maria, geb. 2 Juni 1656, Georgius, geb. l Aug. 1658, overl. 7 Mei 1728, in 1685 gehuwd met Susanna Margaretha Gaukel. (Hun zoon Hans Georg huwde 18 Febr. 1725 te Geifertshofen), Catharina,, jong gest., Margaretha, geb. 5 Mei 1662, Johannes, geb. 31 Mei 1664, Katharina, geb. 11 Aug. 1667 en Anna, geb. 22 Juni 1670.
Johannes, de 31 Dec. 1664 geboren zoon uit het huwelijk van Michael Moll en Margaretha Sehertlin, was ook landbouwer in Immersberg. Hij stierf 9 Juli 1721 aldaar en huwde 21 Maart 1693 in Geifertshofen niet Maria Wagner, dochter van Jörg Wagner, assessor bij het gerecht in Untergröningen.
Uit dit huwelijk stamden 12 kinderen: Anna Margaretha, geb. l Mei 1694, getrouwd 17 Febr. 1722 met Zacharias Blind, in 2e huwelijk 20 Mei 1754 met Johann Christoph Jager; Anna Katharina, geb. 12 Febr. 1696, overl 25 April 1742; Hans Peter (die volgt), Johann Andreas, geb. 30 Nov. 1699, die 9 Sept. 1727 huwde met Anna Barbara Grather; Georg, geb. 19 Maart 1701, Eva, geb. 18 Dec. 1702, overl. 1766; Hans Michael, geb. 17 Aug. 1704; Susanna Katharine, geb. 5 Sept. 1706, overl. 1760; Maria, geb. 7 Juli 1709; Johann Leonhart, geb. 11 Mei 1712; Anna Eleonora, geb. 11 April 1715; Heinrich, geb. 14 Maart 1717; Hans Feter, geb. 23 Febr. 1607 te Immersberg, overleden. 1773, huwde eerst Elisabeth Schwarz en ten tweede Anna Maria Binkelmann in 1739. Hij was soldaat in Gaildorf en had drie kinderen : Anna Maria Barbara, geb. 1735, overl. 1805; Hans Adam, jong gestorven en uit het 2e huwelijk: Johann Adam, geb. 1740, 26 Nov., overl. 1812, 21 Dec., soldaat en kleermaker in Bröckingen bij Gaildorf.
Johann Adam was drie malen gehuwd: in 1765 met Maria Susanna Bühlmayer, in 1775 met Katharina Sibylla Eichele, in 1784 met Anna Maria Dürr. Het 1e huwelijk was kinderloos. Uit het 2e huwelijk sproten Andreas Franz Martin Karel (jong gest.), Barbara Eegina Katharina, geb. 1785, Gottlieb, geb. 1787, overl. 1843, Barbara Regina Katharina, geb. 1789, Gottfried Andreas Gottlieb, geb. 1792, Andreas (die volgt) en Regina, geb. 1795, overl. 1845.
Andreas Moll, geb. 24 Maart 1793 in Bröckingen, overl. 15 Januari 1858 in Unterroth, was soldaat in Unterroth bij Gaildorf. Hij huwde 1822 met Rosa Katharina Hofmann.
Hun kinderen waren behalve Gottlieb, geb. 1824, overl 1885, Katharina, geb. 1826, Heinrich, geb. 1828, Rosina, geb. 1831, Eva Maria, geb. en overl. 1833 en als eerstgeborene: Leonhard Moll, geb. 5 April 1822 in Unterroth, overl. 13 Oct. 1896 in Ofenberg.
Hij was landbouwer in Ofenberg en gehuwd in 1852 met Rosine Fritz.
Uit dit huwelijk waren 4 kinderen geboren:
Gottlieb, geb. 1853, overl. 1912; Gottfried, die volgt, Karl, geb. 1863, overl. 1904 en Leonhard Albert, geb. 1871.
Gottfried Moll, geb. 13 Mei 1863 in Ofenberg, overl. 4 Nov. 1929 in Stuttgart, was leeraar in Stuttgart en 1892 gehuwd met Martha Gonser.
Drie kinderen werden geboren:
Immanuel, geb. 1893, jong gest., Gerhard, geb. 1896 en Immanuel Theodor, geb. 13 Nov. 1901.
Gerhard huwde 1926 te Calw met Hanne Zeiler, is heden predikant in Niederhofen en heeft 3 kinderen: Walther, Konrad. en Peter.
Immanuel Theodoor is predikant in Untergröningen sedert 1929 en de eigenlijke onderzoeker en Moll-genealoog in Württemberg.
 
II, MOLL-BIEL (Zw.).
Een Zwitsersch Moll-geslacht is dat, hetwelk zijn stamvader heeft in Stephan (Steffen) Moll, geb. ongeveer 1550, overleden 5 Januari 1629 te Biel (Bienne). Misschien was hij een zoon van Peter Johannes Moll, waarvan in de chroniek van Bern staat: ,,15 Juni 1554 is een „zoontje van 3 jaar van Peter Hans Moll „met andere jongens gaan kersen zoeken, „is verdwaald en den volgenden morgen, slapend onder een boom door een zekere Peter Ribo gevonden, die met zijn dochtertje door het bosch ging."
I.       Steffen huwde met Anna Dreyer en deze waren de ouders van 6 kinderen: Johannes, Loysa, Anna, Jacob, Anna en
II.      Erhardt Moll, ged. 29 Augustus 1593 te Bienne, overl. aldaar 12 Dec. 1663 en lid van den Raad van Bienne. Hij huwde 1e: 22 Maart 1631 met Barbara Krachpelz; 2e. 18 Aug. 1634 met Maria Detwyler. Uit die huwelijken waren 4 kinderen: David, Hans Jakob, Erhardt; en Andres.
III.    Erhardt, ged. 29 Sept. 1637, overl. 19 Dec. 1719 te Bienne, ook lid van den Raad, huwde 28 Febr. 1660 met Barbara von Farn en had 7 kinderen. Andres, geb 20 Febr 1640 huwde 30 Juli 1666 met Maria Waat en had één zoon Johannes, geb 7 Juli 1671
IV     De kinderen van Erhardt II waren Hans Heinrich, ged l Juli 1670, gehuwd 16 Jan 1691 met Barbara Koli, uit welk huwelijk 6 kinderen Hans Jakob, ged 18 Juni 1662, overleden 19 December 1723 te Bienne, was bakker en 2 Februari 1694 te Neuveville gehuwd met Esther Kleinmeister, waaruit 3 kinderen Erhardt, ged 9 September 1664, overl 19 Juni 1686, tolbeambte, ongehuwd, Anna Cathri ged 31 Jan 1669, overl 22 April 1743, gehuwd met Benedict Haas, Maria Madle, ged 26 Febr 1671, Andreas, ged 4 Febr 1676, overl Nov 1735 te Bienne en Benedict, ged 3 April 1680
V       Andreas was kammenmaker (Stralmacher)) en huwde 11 April 1708 met Maria Krachpelz; uit dit huwelijk waren 12 kinderen
Maria Esther, ged 18 Juli 1709, overl l Dec 1782, Erhard, ged 16 Aug 1711, overl 7 Jan 1804, kammenmaker, geh 30 Nov 1742 met Susanna, Margaretha Datwylen Andreas, ged 3 April 1714 overl 11 Juli 1792 Niklaus (die volgt), Anna Margarethe, ged 14 Mei 1719, David, ged. 9 Maart 1721, overl 25 Nov 1768 te Bienne, kammenmaker en schoolmeester in Vingelz, gehuwd l Dec 1742 met Anna Maria Nieschang; Abraham ged 24 Maart 1723, Maria Elisabeth, ged 3 Sept 1725, Susanna Maria, ged 18 Mei 1727, Johannes, ged 24 April 1729, Hans Peter, ged 18 Maart 1731 en Jacob, ged 19 April 1733, overl 23 Mei 1796 te Bienne, messensmid en torenwachter, geh 13 Febr 1758 met Salome Muller.
VI     Niklaus Moll, ged 28 Febr 1717, overl 21 Aug 1792 te Bienne, provenier van het hospitaal en schoenmaker, huwde 25 Sept 1744 te Bienne met Susanne Esther Datwiler, ged 10 Oct 1719 te Bienne, overl 12 Sept 1784 aldaar, dochter van Heinrich Datwiller en Maria Salome Hammerly
Uit dit huwelijk waren 2 zoons Johann Heinrich Moll, ged 13 Febr 1746 lid van den Raad en verver, geh 17 Jan 1772 te Bienne met Susanna Elisabeth Seitz (6 kinderen) en
VII    Dr. Johan Peter Moll, ged 6 April 1755 te Bienne en 17 Aug 1797 overl in den Haag, begraven aldaar 22 Augustus In 1781 trad hij als chirurgijn in ’t regiment van Sturler, in 1786 zien we hem als. chirurgijn-majoor van de Holl Garde 2e Bat Inf in Den Haag, waar hij 1796 gepensionneerd werd
October 1789 was hij te Tubingen gepromoveerd tot Doctor in de medicijnen op proefschrift, getiteld „Sciagraphiam phthiseos nosologicam"
Op dit proefschrift heet hij „Chirurgus primarus legionis praetorianae hollandicae", nadat hij den 26 Aug van dit jaar op 36 stellingen gepromoveerd was tot Dr in de philosophie
In 1787 den 16en Januari wordt hij als Jean Pierre Moll lid v d Waalsche Kerk in Den Haag op getuigenis van de kerk te Bienne in Zwitserland
Hij huwde 19 Juni 1790 te Gorinchem (ondertrouwd 30 Mei 1790 in Den Haag) met Hermina Margaretha van Steeland, ged 25 Oct 1764 Den Haag, dochter van den fiscaal van Holland Mr Johan Frederik van Steeland en Johanna Albertina Schopman
Geciteerd wordt majoor Moll in een feuilleton in de Nieuwe Rotterdammer, een jaar of 8 geleden, dat het verhaal bevat van een duel tusschen een Hollandschen en een Franschen officier in Den Haag met doodelijken afloop, den 22sten October 1796, waar Moll de lijkschouwing verrichtte.
Dr. Johan Peter Moll had 4 kinderen Johanna Albertina Frederika, ged 11 Mei 1791 Don Haag, overl 24 Juni daarop, Johanna Margaretha hendrika, ged 9 Dec 1792, Jean Pierre, ged 23 Nov 1794, overl 24 April 1823 te Brugge aan tering, sergeant-majoor der Infanterie, 17e afd, ongehuwd en Charles Frederic, ged 20 Nov 1796, overl 3 Juni 1797 te Den Haag
Merkwaardig is het volgende een der kinderen van den oom van Dr. Johan Peter, nl van David Moll en Anna Maria Nieschang, t w Johann Jakob Moll, ged 22 Sept 1743 en overl 2 April 1828 te Geneve, vertoefde lang in Frankrijk, had ’n groot fortuin en bestemde 1822 bij testamentaire aktes twee malen een legaat van telkens 3000 Francs voor den bouw van een herstellingsoord, echter met de origineele bepaling, dat eerst na 154 jaar dit „maison de retraite" mocht worden gebouwd Dus zal 1976 dit gebouw verrijzen en worden tot zoo lang de gelden van dit Moll-fonds geadministreerd door de gemeente Bienne.
Van een broer van Dr. Johan Peter, n l van Johann Heinrich Moll en Susanne Elisabeth Seitz "waren descendenten brouwers en herbergiers en woonden in de nu nog bekende „Brasserie Moll", Rue Haute te Bienne, een echt oud Zwitsersch huis met torentjes, eertijds gemeentehuis, thans dienende voor gemeente-electriciteitsgebouw.
Deze Moll-stam Bienne heeft talrijke vertegenwoordigers in dezen tijd ze beoefenen allerlei ambachten, ook zijn er veel kooplieden bij en enkele geneesheeren, notarissen en advocaten.
© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect