Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

 2e JAARGANG No. 5                                                1 SEPTEMBER 1937

 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR
Onder hartelijken dank aan de schenkers werden ontvangen: Chemische Courant van 9 Juni 1937, van den Heer H. Moll, Dordrecht, met twee critieken van zijn hand op boekwerken.
Feestwoord, uitgesproken door J. Moll Jaccbsz., Predikant te ’s-Gravenhage, bij de wijding van het nieuwe Weeshuis, den 5en Nov. 1867, van den Heer Fr. Oudschans Dentz te ’s-Gravenhage.
J. Th. Moll, China op de Yosemite-conferentie van het Institute of Pacific Relations, van den schrijver.
China, 3 m. tijdschrift, Juli 1937, van de Redactie, Singel, Amsterdam.
Als nieuw lid traden toe de Heer Johannes Hubertus Adrianus Mol, den Haag, Primulastraat 30 en de Heer Hubertus Adrianus hendrikus Mol, Raadhuisstraat 30, Hooge Zwaluwe (St. Princenhage).
DE SECRETARIS.
 
RECTIFICATIE
De 5 laatste regels van Talpa 4, gelieve men aldus te veranderen: Voor het overlijden van zijn eerste echtgenoote (11 Juni 1931), waarvan hij sinds 1895 gescheiden was, huwde hij. .. . enz.
 
COURANTENNIEUWS.
Gehuwd:
Rozenburg (Z.H.), 21 Mei 1937: Pieter Mol, zoon van Klaas Mol en Adriana Lena van Dijk en A. C. Voorburg (st. ’s-Gravendeel).
Ondertrouwd:
Kruiningen, 26 Maart 1937: Marinus Florus Boogert, gem. Secretaris van Borssele (Z.) en Jannetje Adriana Mol, d. van Andries Johannis Mol en Jannetje Lindenbergh (st. Scherpenisse).
Overleden:
Tinte (Rockanje), 17 Januari 1937: Jan Mol, 56 jaar oud, tuinder, wedn. van Jannetje Heindijk, zoon van Johannes Mol en Anna Wilmes (st. Rozenburg).
Utrecht, 26 Juli 1937: Joost Frederik Mol, 56 jaar oud, vertegenw. firma v. Gelder en Co., echtgen. van Machteldje Hoffmann, zoon van Jacob Mol en hendrikje Jannetje van der Lugt (st. Woudenberg).
Zetten, 9 Juli 1937: Elisabeth de Mol van Otterloo, 82 jaar oud, ongeh., dochter van Justus de Mol van Otterloo en Maria Wilhelmus Hovy (st. Goes).
Lunteren, 6 Aug 1937: Adriana Ziegenhirt von Rosenthal, oud 87 jaren. wed. van Willem Huibert Moll, zoon van Dr. Jacob Moll en A. C. C. van Griethuysen (St. Giethoorn-Blokzijl).
 
Zestig jarige huwelijksherdenking, Haarzuilen, 19 Mei 1937: Cornelis Mol. 74 jaar oud, dienstknecht op kasteel „de Haar" (Haarzuilen), zoon van Pieter Mol en Janna Barendregt en Teuntje Sintnicolaas, 76 jaar oud, d. van Dirk Sintnicolaas en Janna Stam (st. ’s Gravendeel).
Benoemd met ingang van l Augustus 1937: tot plaatsvervanger van den dijkgraaf van den Jongepolder: Leendert Jan Mol, voorheen dijkgraaf te Dreischor, zoon van Johannes Jacob Mol en Jannetje Adriana der Weduwen (st. Scherpenisse).
Geslaagd voor het cand. ex. Geneeskunde: Groningen, 21 Juni 1937: Anthonie Theodoor Moll, 22 jaar oud, z. van Jacob Theodoor Moll en Elisabeth Emma Santman (st. Giethoorn-Blokzijl).
Idem voor het scheikundig ingenieursexamen: Delft, 26 Juni 1937: Evert Ary Jan Mol, 22 jaar oud, zoon van Evert Mol en Neeltje Jansen (st. Rhenen-Achterberg).
Idem voor het eindexamen B. der Rijks H.B.S., Amersfoort, 21 Juni 1937: Alida Godefrida Moll, d. van Dr. Willem Hendrik Moll en Amelia Godefrida Susanna Kollewijn (st. Achterhoek).
Idem voor het einddiploma Rijkstuinbouwschool met aanteekening voor Engelsche handelscorr. : Boskoop, 16 Juli 1937: Jan Mol, te Velzen (Noord), zoon van George Willem Frederik Mol en Pauline Hermine Klerks (st. Amsterdam).
 
Den 17den Augustus j.l. vierde de nestor der Mollen, de Heer Warnar Willem Marinus Moll, ons bestuurslid, in goede gezondheid zijn 80sten verjaardag. (st. Achterhoek).
Bij K.B. van 30 Aug. j.l. is tot ridder in de Orde van Oranje Nassau benoemd, de Heer C. j.m. Mol, arts te Etten, voorzitter van de Bredasche Diocesane Federatie Wit-Gele Kruis.
 
GENEALOGIE.
Van een oud geslacht de Mol(l) wordt gewag gemaakt in de leenaktenboeken van Gelderland. Vanwaar het stamt, is ons niet bekend; gaan we af op den voornaam van den oudst bekenden Louis, dan zou alleen aan Maastricht gedacht kunnen worden, waar we dien naam aantreffen Zekerheid bestaat geenszins.
In het register op de leenaktenboeken van het kwartier Zutfen (Gelre, 1927), vinden we, onder No. 62a, dat Geerlich Janssen voor hem en in naam van zijn broers en zusters, waaronder Mechtelt, beleend is met gedeelten van den Weycamp, gelegen in de bannene van Baer en Lathum, 31 Jan. 1652 en dat Louys de Moll, als man van Mechtelt Jansen den 3en Dec. 1653 den eed vernieuwt.
12 Dec. 1661 is Louis de Moll, „hulder" van het aandeel in die weerden van Wychman Geerlichs, erve sijns vaders Gerret Wychman en momber van den onmondigen Wychman.
1667 draagt Louis de Moll, als vader en momber (voogd) van zijne onmondige kinderen, gesproten uit het huwelijk met Mechtelt Jansen, een weide op aan Derck Geerligs of Jansen. Daar 16 Febr. 1665 een zekere Jan Teunissen beleend wordt, als erve van zijn vader met dit leengoed, waarmee Louis de Moll 1653 beleend is geweest, kunnen we aannemen, dat dan Louis is overleden.
Verder lezen we t.a.p. onder No. 163f, dat Mechteld de Moll gehuwd is geweest met Matthijs Kerkwijk en overleden vóór 18 Juli 1733, als wanneer de testamentaire voogd over de nagelaten kinderen van hen, Evert Boom, te leen ontvangt een behuysinge met een boomgaerd, hof en kempje (weide) daeragter, mitsgaders met een kamp voor de deur „Kerkwijks hofstede" in de heerlijkheid Didam.
3 Dec. 1731 is Laurens de Moll, voogd van die kinderen en Evert Boom, voogd van de kinderen van Willem Berends en Elisabeth Kerkwijk in zake de boedel van Wilhelmine Kerkwijk.
Vervolgens is Mechtild de Moll getuige bij het huwelijk van Johannes de Moll, 16 Mei 1706 te Groesen met Anna Margaretha Heijdendaal. Deze Johannes ondertrouwt 2 Mei 1706 te Ellecom. We weten van hem, dat hij 30 Sept. 1724 land verkoopt te Wageningen. Evenals Johannes geboortig is van Middagten, is dit het geval met Christiaan de Moll, die 24 Februari 1715 te Groesen ondertrouwde met
Johanna Arnolda Heijendaal, waarschijnlijk familie van Anna Margaretha; beide meisjes komen uit Groesen. Dan vinden we nog in de trouwboeken van Doesburg, dat Jacobus de Moll uit Middagten 18 Oct. 1705 huwt met Alida Brieninx en in die van Rheden, dat hendrik de Moll uit Middagten 30 Jan. 1701 huwt met hendrina Wijckman.
Van Johannes, Christiaan en Mechteld, misschien ook van hendrik, kunnen we aannemen, dat zij kleinkinderen zijn van Louis de Moll en Mechteld Jansen.
De doopboeken van Groesen en Duiven lichten ons in omtrent de kinderen uit die huwelijken.
Christiaan de Mol en Joh. Heijendaal hebben de volgende kinderen:
1e. Ludovicus (Louis) de Mol, ged. 2 Febr. 1716, Groesen;
2e. Petrus de Mol, ged. 29 Nov. 1716, Groesen;
3e. Petronella de Mol, ged. 16 Sept. 1717, Groesen;
4e. Margaretha de Mol, ged. 28 Oct. 1719, Groesen;
5e. Jacob de Mol, ged. 18 Aug. 1722, Duiven (get. Jan de Moll);
6e. Barthus de Mol, ged. 10 Febr. 1726, Duiven.
Jan de Mol en Anna Margriet Heijendal hebben 2 kinderen, geboren in Dieren en wel Anna de Mol en Johannes de Mol. Deze kinderen huwen in Spankeren: de laatste 23 Mei 1758 met Anna Margaretha Zetten uit Anholt.
Het geslacht van Christiaan de Mol verplaatst zich naar Leiden.
De oudste, Ludovicus, wordt 3 December 1742 als Louis de Mol, bakkersknegt, meerderjarig jongman, geboortig van Seventer (= Zevenaar), in Kleefsland, op de getuigenisse van Pieter Bruyns, Mr. smit en Evert Bruyns, Mr. broodbakker, als poorter van Leiden aangenomen (onder betaling van 12 lb, l st.) Hij huwt, wonende in de Heeresteeg en met getuigenis van zijn oom Evert Bruyns 20 Februari 1745 met Maria van Swanenburg, wed. Jan Stand, en overlijdt 1804 te Leiden. Kinderen zijn met bekend. Wel komt hij 1753 te Leiden voor als peet van een kind van Gerrit de Mol en Anna Reijers.
Interessant is de notitie uit de trouwboeken te Rotterdam, alwaar 15 November 1735 huwen: Louis de Mol, j.m. uit Seventer in Cleefland (dus Zevenaar) met Maria Catharina Holtz, j.d. uit Lanek onder Keulen. Beroep: „tapper". Welke Louis dit is? We weten het niet, maar hij behoort tot hetzelfde geslacht.
Petrus de Mol, de broer, wordt als „backersknegt" geboortig van omtrent Doesburg in Gelderland, op de getuigenisse van Evert Bruyns, Mr. broodbakker ende Pieter Bruyns, Mr. slootemaker, als poorter van Leiden aangenomen 11 October 1745, onder betaling van hetzelfde bedrag. Hij huwt, wonende op de Hogewoert den 4 Mei 1748 met Elisabeth van Diepstraten uit Breda, wier moey, Adriana van Steenhoff getuige is. Eén kind wordt uit dit huwelijk geboren en wel Johannes de Mol, die 14 Juli 1750 te Leiden gedoopt wordt (met testes: Joannes van Gilst en Adriana van Steenhoven). Lang na het overlijden van zijn vrouw, huwt Petrus de Mol ten 2de male, (wonende op de Haarlemmerstraat met een neef, Louis de Mol als getuige) den 18 Febr. 1786 te Leiden „als weduwnaar van E. v. Diepstraten" met Bregje Schats, uit Hazerswoude.
Uit dit huwelijk wordt volgens de doopboeken (!) een dochter geboren, Elisabeth de Mol, die gedoopt is 28 Augustus 1788 te Leiden (testes: Roelof Visscher en Joanna de Mol).
Petrus de Mol sterft 1797 te Leiden.
De derde broer, Jacob de Mol, wordt „als backersknegt, geboortig van Seventer in Gelderland, op de getuigenisse van Evert Bruyns en Louis de Mol, beiden Mr. broodbackers alhier", als poorter van Leiden aangenomen tegen dezelfde betaling, op 17 November 1747. Hij huwt, wonende Leiderdorp, den 8 Mei 1751 te Leiden niet Alida Standt, j.d. uit Leiden en ten 2e male 19 November 1768 te Leiden met Johanna Verburg. Hij overlijdt 25 Februari 1795.
Nog een zuster, Bartha de Mol, woont op de Oude Vest te Leiden; zij huwt (met haar broer Louis de Mol, als getuige) 6 Mei 1758 te Leiden met hendrik IJsselsteijn, glazenmaker en verver te Leiden.
De zuster Margaretha (z.b.) blijft ook niet in Gelderland. Zij huwt (get. Cornelis Boom) den 13 Januari 1758 te Amsterdam met Wouter Geurs (neef van Cathryna van der Heyden (= Heyendaal?), geboren in Zevenaar.
Wij vervolgen die bakkers de Mol in de genealogie van de kinderen van Jacob de Mol en zijn 1e vrouw, n.l:
a. Christianus Joannes de Mol, gedoopt 22 Mei 1752, Leiden (testes: Ludovicus de Mol, Maria v. Swanenburg);
b. Joannes de Mol, ged. 11 Dec. 1756, Leiden (testes: Gerrit Stand, Margaretha de Mol);
c. Anna Maria de Mol, ged. 26 Dec. 1758, Leiden (testes: Gijsbert Stand, Anna Maria Stand);
d. Ludovicus de Mol, ged. 12 Oct. 1761, Leiden (testes: Gijsbert Stand, Maria v. Swanenburg);
e. Franciscus de Mol, ged. 10 Mei 1763, Leiden (testes: Franciscus Stand, Maria Stand);
f. Jacobus de Mol, ged. 28 Oct. 1767, Leiden (testes: Jacobus van den Hoed, Barta de Mol).
De vijfde, Frans de Mol, huwt 19 Februari 1786 in den Haag met Theresia van Steijn uit Mulheim.
De oudste, Christiaan de Mol, is winkelier te Leiden en huwt er, met getuige zijn vader Jacobus, den 22 Mei 1784 met Alida Gebing, uit Utrecht.
Hun gewerden twee zoons: Jacobus Gerardus de Mol, ged. 24 Jan. 1786, Leiden (get.: Jacobus de Mol, Elisab. Verwey) en Joannes Christianus Franciscus de Mol, ged. 26 April 1787, Leiden (get.: Zijn Eerw. Heer Joannes de Mol, Huberta Gebing), waaruit blijkt, dat de 2e zoon van Jacobus en Alida Stand, Joannes, geb. 1756, pastoor geworden is).
Eigenaardig is, dat het doopkind Joannes Christianus Franciscus ook pastoor wordt. Hij overlijdt 24 Juli 1858 te Sassenheim als deken en pastooor, 71 jaar oud. De oudste, Jacobus Gerardus, overlijdt 14 December 1820 te Leiden als handelaar in koffie, thee en kruidenierswaren. Hij huwde 1810 met A. C. Wagemakers en had 3 kinderen, waarvan de zoon, W. C. de Mol met zijn moeder, samen de firma wed. J. G. de Mol en zoon in 1834 uitmaken.
Dezelfde W. C. de Mol teekent de kennisgeving van het overlijden van den deken-pastoor te Sassenheim in 1858. Hij zelf sterft 2 Januari 1877 te Leiden.
W. C. de Mol huwt met Dymphna Cornelia Snoeckx.
Hun kinderen zijn: J. J. C. de Mol, geb. 15/4/1835, Leiden, L. F. de Mol en Frederik Johannes Mathilde de Mol, geb. 12/6/1836, Leiden, Overl. 6/5/1869, Rotterdam.
 
SAMENVATTENDE NOTITIES OVER HET GESLACHT MOL IN REYMERSWAAL (Z.)
Voor de geschiedenis van deze oude, merkwaardige ± 1630 verdronken stad, mogen we verwijzen naar het interessante en nauwkeurig gefundeerde geschrift: „De voormalige stad Reymerswale" van wijlen C. Hollestelle, archivaris te Tholen, verschenen in het tijdschrift „Sinte Geertruydtsbronne", 1934.
Toen Karel V in 1555 zijn landen overgaf in het bestuur van Philips II, waren van wege Reymersdale, vertegenwoordigers Cornelis W. Lewendale, burgemeester, Joost Pieterse Mol, schepen en Willem J. Oliphant, secretaris der stad.
Deze Joost Pieterse Mol is schepen in 1539, 1541-’49, 1550, 1555-’56, 1557, 1559 en 1560 en burgemeester in 1565 en 1567. Zijn handteekening is in ons bezit.
Zijn zoon Ingel Jooss Mol is schepen in 1585-’86, 1590 en 1592 baljuw. In 1584 krijgt hij van de classis Tholen-Bergen op Zoom vergunning om te Reymerswale in de kerk consistorie te mogen houden. Het schepenregister van 16 Mei 1596 (zie „Van Visvliet, Historische Beschrijving van de voormalige stad Reymerswaal") vermeldt:
Bij baljuw Yngel Joossen Mol etc. geresolveert ’t naevolgende, dat men vertoonen zal, dat deze stede in den Jare 1530 heeft geleden, de inundatie van ’t landt. In ’t jaer 1532 is deze stede mede verdroncken geweest, in ’t jaer 1552 is deze stede 2 maal geïnundeert geweest, in ’t jaer 1570 is deze stede mede verdroncken geweest, voorder geleden den grooten brandt 1450, noch eens de brandt 1520, voorder omtrent den jare 1562 syn der 16 keeten verbrandt, voorder is deze stede in den jare 1572, mitsgaders de burgherije op den 29 Juni ingenomen en gepilleert (geplunderd) bij die van Zeelant en zoo voert an, is ,an deze stede gerooft en geplundert, zoo an metael doeken, geschut, sout, schepen, schuiten, in somma datter niets gelaten en wert, dan dat hun niet en diende ofte ’t geen zij niet en konden gecrijgen, dreigende continuelijck’ de stede te verbranden".......... enz.
(Thoolsche Courant, 25 Febr. 1932).
Waar we weten, dat van de wereldlijke gilden, als die, welke op verweersmiddelen, ambachten, neringen en kunsten en wetenschappen betrekking hadden, in Reymerswaal bekend zijn 17 gilden, kan men vaststellen, dat binnen de veste geen poorter van eenigen welstand gevestigd was, die niet tot een of andere dier corporaties behoorde.
Het verwondert ons dan ook geenszins, dat van denzelfden Ingel Joosz. Mol bekend is, dat hij schilder was en de Tien Geboden geschilderd heeft op een tafel, hangende voor het koor in de kerk te Tholen. Het werk werd aanbesteed den 14 Februari 1581 en moest met Paschen gereed zijn. De legende zegt, dat het, na het vergaan der stad Reymerswaal, aan den Thoolschen dijk is komen aandrijven. (A. Geluk J.A.zn.: Beschrijving der stad, K. 1877, p. 50). In de rekening voor het extraordinair der gemeene zaken van het eiland Tholen, aanwezig op het Rijksarchief in Zeeland (Rekenkamer B, No. 2965), komt een uitgaafpost voor van levering van een tafel voor de kerk te Tholen, waarop men de 10 geboden zou schilderen. (M. D. Lammerts: Bijdrage tot de geschiedenis der Hervormde Kerk te Tholen 1935). Volgens mededeeling van wijlen den Heer C. Hollestelle, is de tafel nog aanwezig in de kerk en komen de kleuren der gothische letters van dat bord vrijwel overeen met het bestek en de voorwaarden van 1581, 14 Februari.
Het bord is in twee vakken verdeeld, in het rechter staan de 10 geboden, terwijl het linkervak de 12 geloofsartikelen bevat. Het draagt het jaartal 1581.
We vermelden, dat Quirinus Mol (-Krijn), in ’t laatst der 16e eeuw vaak van Reymerswale naar Tholen kwam, om er de zangkunst uit te oefenen. (A. Hollestelle, Tholens omstreken, p. 438).
In de rekeningenregisters van het Schippersgilde van St. Jacob te Tholen vinden we als gekomen van Reymerswale:
Clement Lievense Mol, gehuwd met Jannetje Jans, van 1640-1669 lid van dit gilde.
Crijn Clement Mol, 1672-1679.
Adriaen Clement Mol, 1672-1684, beiden lid er van.
Van bovengen. Ingel (= Engel) Joosze Mol is bekend de zoon Adriaan Engelse Mol, diens zoon Clement Adriaanse Mol en diens zoon Jan Clementse Mol. We vinden nl., dat 21 Juni 1692 te Oud-Vossemeer een zekere Maria Jans verklaart, dat zij, 80 jaar oud, gekend heeft den grootvader en den vader van Jan Clementse Mol, nl. Adriaan Engelse Mol en Clement Adriaanse Mol en zij, Maria Jans, geeft die verklaring op verzoek van Jan Clementse Mol.
Verdere feiten zijn, dat Lieven Clementse, j.m., komende van Reimerswaal,
huwt voor de 1e maal 17 Augustus 1650, Tholen met Claertje Dingemans, j.d. van Reimerswale (get.: Clement Lievense, Crijn Marinusse en Maytje Adriaans), en dat hij voor de 2e maal ondertrouwt 29 Maart 1655, Tholen met Anneke Grijns van Tholen. Kinderen zijn:
Maria, ged. 30 Juli 1651;
Clement, ged. 8 April 1657;
Tanueken, ged. 17 Mei 1661;
Crijn, ged. 29 Juli 1665;
Lieven, ged. 13 Mei 1668, allen te Tholen.
Crijn is als Crijn Lievense Mol met Anna Zachtleven, met wie hij huwde, 17 Januari 1694 te Tholen doopgetuige. Hij was klokstelder in Tholen en oefende dus hetzelfde beroep, nl. dat van klokkenist uit als Cornelis Marinusse Mol, ± 1548-1590, in St. Maartensdijk. De kinderen van Krijn Lievense Mol zijn:
Maria, ged. 28 Maart 1694, jong gestorven;
Anna, ged. 1696;
Lieven, ged. 1701;
Matthijs, ged. 1706, allen te Tholen, (Weesregister v. d. Weeskamer te Tholen).
Het verband tusschen deze Mollen van Reymerswaal en het even oude geslacht Mol (St. Maartensdijk-Scherpenisse) is ons tot heden niet met zekerheid bekend. De naam Mol treft men nog heden ten dage in Tholen veelvuldig aan, maar deze naamdragers zijn allen van den stam St Maartensdijk-Scherpenisse.
Mogelijk zullen latere vondsten meer licht verschpreiden over de nakomelingen der Mollen van het verzonken Reymerswale.
 
OUDE BELGISCHE GESLACHTEN DE MOL.
I.       Uit het adellijk geslacht de Mol, dat we kunnen vervolgen tot 1274 en waaruit tal van schepenen, schouten en burgemeesters van Brussel voortspruiten, noemen we Gaspard de Mol, burgemeester van Brussel in 1533-’35, in 1541 Heer van Oetinghem; hij was gehuwd met Vrouwe Adriana van der Noot. Hun kinderen waren:
1e. Bernardina de Mol, overl. 25 Juni 1552, gehuwd met Willem de Goux, Heer van Wedergrate en Denderwindeke, wier graf in de kerk van Neigem het opschrift draagt: ..Desoubs ce töbeau gissent messire Guillaume de Goux, fils unicq dudit Josse, seigneur dudit lieu, trépassa l’an 1588, le 12e de mars, et dame Bernardine de Mol, sa compaigne, fille de Messire Jaspar de Mol, seigneur d’Oetinge et de dame Adriane van der Noot, trépassa le 25e de juing 1552"; en
2e: Jan de Mol, geboren 1519, overl. 20 Sept. 1585; 24 Sept. 1561, stadhouder van de leenen van Brabant, edelman in dienst van prins Willem I, die gehuwd was met Antoinette le Sauvaige. Van den laatste waren de kinderen, Willem de Mol, Heer van Rolland, gehuwd met Anna de Sauvaige, en Antoon de Mol, gehuwd met Jeanne de Ligny, Baronnesse van Mortaigne, dochter van Jan de Ligny, Heer van Hamme en Philippotte van der Noot.
Deze Antoon de Mol was stadhouder van de leenen van Brabant, Heer van Escoubeke en lid van het Verbond der Edelen in 1565. Men kan van hem niet bewijzen, dat hij, zooals men de Landvoogdes aandiende, zijn pogingen zou aangewend hebben, om ’t volk tot den beeldenstorm aan te zetten te Brussel. Alva vond er grond genoeg, om hem te bannen, als schuldig aan de misdaad van gekwetste ijdelheid. (Jona Willem te Water: „Historie van het Verbond en de smeekschriften der Nederlandsche Edelen", 3e stuk, 1795).
Onder de rekeningen en betalingen der regimenten van prins Willem I, vinden we twee notities, die er op wijzen, dat Antoon de Mol, in dienst van den prins gebleven is, nl. Mei 1582: ,,La compagnie de gendarmes du marquis de Roubais arrivé a Bapaume, le captitaine Mol quittera cette ville avec sa comp." en „Antoine de Mol ex commis pour la monstre (monstering) du regiment du colonnel Stuart par l’avis du prince d’Oranges a Amsterdam, le 24-6-1581. Ayant passé’ la monstre dudit rég. en la ville de Vilvorde le 13-9-1581, demande ses eres de commis, accordé, 3-7-1582."
Zijn zoon, René de Mol, Heer van Escoubeke, gehuwd met Anna van Oyenbrugge, stierf kinderloos, vóór 1658.
Van Willem de Mol, zijn broer (z.b.), zijn 3 kinderen bekend: René de Mol, schildknaap; Maria de Mol, gehuwd met Jean Mancecidor, en Antoon de Mol, overl. 1652, gehuwd den 9e Dec. 1632 met Maria Livinia Triest, dochter van Judocus, heer van Riddershove Lovendigem en edelman van den Aartshertog Albrecht.
Antoon de Mol werd in Brussel begraven onder een monument, dat in 1240 was opgericht door den ridder Godfried de Mol. Zijn broer en zuster verwierven van Philips IV de pandschap over de heerlijkheid Moll-Baalen-Dechel.
Antoon de Mol kocht de rechten op de heerlijkheid van zijn broer René en was tevens Heer van Rolland en Sterrebeke.
Hun kinderen waren:
Julie de Mol, gehuwd met Frederic van Dielbeeck, Baron van Holobeke, Heer van Attenhove;
Barbe de Mol, gehuwd met Francois Albert de Trompes, Heer van Boesingen en Westhove;
René de Mol, Baron van Herent, die Dec. 1657 huwde met Diane Digby, dochter van George, graaf van Bristol en baron van Sherisburne en van Anna Russel, dochter van Frans, graaf van Bedford, gezant van Engeland.
René de Mol en Diane Digby verkochten de heerlijkheid Moll Baele en Desschel in 1659, 23 Mei aan Jakob Bouton, Heer van Stalle en Overham.
Hun kinderen waren Anna Maria de Mol en Johannes Baptista de Mol, ged. 20 Febr. 1661 te Gent en in 1689 gesneuveld in Ierland in den slag aan de Boyne, als kapitein van de lijfgarde van Jacobus II, zonder gehuwd te zijn geweest. (Bronnen: Laurent Le Blond: „Quartiers généalogiques", 1788. henne et Wouters: „Histoire de Bruxelles", 1845. „Etude sur les jetons de la familie de Mol", 1888. F. C. Butkens: „Trophées du duché de Brabant". 1724. De Potter-Broeckaert: Gesch. v. d. provincie Oost-Vlaanderen".)
 
II.      Uit een oud Schepengeslacht de Mol van Gent, dat reeds in 1300 tot de rijkste families behoorde, noemen we Karel de Moll, overl. 21 Nov. 1628 te Hantsaem, Schepen van de stad Yperen en gehuwd met Isabella de Schepene.
Hun zoon, Pieter de Moll wordt koopman in Amsterdam en huwt 12 Februari 1650 te Leiden, geassisteerd met zijn schoonvader Simon van Slingeland, ,geb. in Dordrecht, met Maria van Slingeland, dochter van Simon v. S. en Daniela Boeyen (van Zierikzee).
Hun zoon Jacob de Moll, gedoopt 15 Aug 1656 te Amsterdam, vestigt zich als koopman in Bilbao in Spanje. Hij noemt zich Jacob de Moll van Slingeland.
Bij die gelegenheid richt hij een verzoek, om toegelaten te worden tot burger van Bilbao van den volgenden inhoud: 28 Juli 1683:
„Seer edele ende seer getrouwe Seigneurie van Biscayen. - Ick Jacob de Moll, geboortich van de Stadt van Amsterdam in de provincie van Hollant ende residerende in de stadt van Bilbao ende Coopman binnen deselve, comparere voor V.S. in der beste manieren, ende segge, dat ick tractere van mij te stabileeren in dese seer Edele ende seer getrouwe seigneurie ende informatie te geven van mijne descendentie ende genealogie ende dat ik Edel ben gedescendeert van dusdaenige, oudt Christene, suyver van bloet affgesondert van alle gnaede rasse van Mooren, Joden (!) ende nieuwe geconverteerde door de Heylige Inquisitie ende opdat daervan blijcke ende ick sulcke justificere ende probere, presentere ick het gearticuleerde hier annex-oversulckx versoecke ende bidde V.S. gelieve t’ordonneren, dat men ontfanghe de voorschreven informatie ende deselve gesien sijnde, dat men mij admittere tot het borgerschap van deze seer Edele ende seer getrouwe Seigneure ende van hoedaenige plaetsen derselve ende dat men mij daerinne maintenere de preeminentien gelijk aen d’andere innewoonders ende geboortige derselve, sijnde justitie dat ik versoecke V.S. Licencido Don Juan Bautista Moreno Banvetos."
De genoemde informatieomvat een verklaring van den notaris Guilles Seys, te Yperen (in presentie van Vrouwe Maria van Slingeland, wed. van Pieter de Mol), dat in de kerk te Hantsaem begraven is, de grootvader Charles de Mol, een dito van de schepenen van Hantsaem omtrent het op de grafzerk gebeitelde familiewapen, meerdere verklaringen van dien inhoud over de familie van Slingeland.
Ten slotte is de akte met alle verklaringen en het verzoek vertaald uit het Spaansch in het Nederlandsch, welke vertaling werd gecollationneerd door den notaris Perez in Antwerpen, 6 Oct. 1683
Nog een document moet hier worden aangehaald:
„De Raed ter Admiraliteyt in Zeeland stelt ende authoriseert mits desen den persoon van d’Hr. Jaeob de Moll van Slingelandt, omme te ontfangen de rechten, het gem. Collegie competerende uit de prinsen en prinsen goederen, welke door Zeeuwsche schepen off Commissievaerders op de kusten van Cantabriën in generalijk door geheel Spagne sullen worden opgebragt en verkocht, mits daervan doende behoorlijcke verantwoordinge en gevende tijdelijck advis so wanneer saken van die nature komen voor te vallen, ende also dese onse intentie is, werd een iegelijk die deselve voorkomt verzoekt, volkomen geloof hier aen te defereren. Actum in den Raed ter Admiraliteit in Zeelandt onder desselfs segel, mitsgrs de paraphure van den Heer presiderende, en signature van den Secretaris."
Middelburg, den 8 May 1692.
w.g. G. E. Mauregnault. get. T. Steengracht.
(Het wapen toont één mol met twee sterren van goud er boven, één er onder, met zilveren dwarsbalken op een blauw veld).
Of de afstammelingen van de Moll van Slingelandt Spanjaarden zijn of wel, dat ze in Holland thuis behooren. is niet bekend.
Feit is, dat sinds de 16e eeuw gansche rijen adellijke geslachten Moll en de Moll voorkomen in Spanje en tot heden ten dage families de Moll op Palma de Mallorca, waarvan de voorvaderen komen uit Catalonië.
 
2e JAARGANG No. 6                                                1 DECEMBER 1937
 
MEDEDEELINGEN VAN HET BESTUUR
In vriendelijken dank werden ontvangen:
Bulletin of the Colonial Institute of Amsterdam, Oct. 1937, van den Redacteur, J. Th. Moll.
C. Moll, „De uitwerking van Javadolzalf’, met 12 platen, van den schrijver en id. 2e oplage met 15 platen. „De Fotograaf en Smalfilmer", 14 d. tijdschrift. Orgaan v. d. Bond van N.A.F.V. etc. en de Haagsche Amateur Filmclub van 1937 en Orgaan van de Haagsche Amateur Filmclub, van den Secretaris J. H. A. Mol, den Haag. „Vrije Universiteit". Jaarboek 1937, van den Heer G. A. de Weille, Amersfoort.
 
UITNOODIGING
tot bijwonen der 5e Algemeene Vergadering op Zaterdag 18 December e.k. te 2.30 ure in Hotel „Pomona", bij station S.S., Utrecht. Agenda: Opening.
Notulen vorige vergadering. Ingekomen correspondenties. Bespreking van het werk der vereeniging. Rondvraag en sluiting.
DE SECRETARIS.
 
De Penningmeester verzoekt beleefd, de bijdragen en contributies te willen inzenden in December of uiterlijk 7 Januari a.s. aan zijn adres:
G. VAN DER ZANDEN, Stephensonstraat 48, Amersfoort, Giro No. 280758.
 
COURANTENNIEUWS.
Geboren:
Ophemert, 6 September 1937: Cornelis Jacobus, z. van Johannis Jacob Mol en
Jacoba Jobbena de Koster (St. Scherpenisse).
Gehuwd:
Culemborg, 7 Oct. 1937: Jan de Leeuw, arts te Born (L.), z. van Rochus Matthias de Leeuw en Margaretha Kieftenburg en Caecilia Mol, dochter van Johannes henricus Maria Mol en Adelaide Justine Johanna van Essen (St. Wamel).
Overleden:
Arnhem, 21 October 1937, ruim 83 jaren oud: Madelaine Sara Leonore Hanegraaff, wed. van Dr. August Cornelis henric Moll, dochter van Dr. C. D. L. Hanegraaff en Anna Elisabeth van Dam (St. Giethoorn-Blokzijl).
 
Aan het Groot Seminarie te Hoeven werd 17 September 1937 in de kapel de wijding van het Ostiariaat en het Lectoraat toegediend aan den ZeerEerwaarden Heer Hubertus Antonius Marie Mol, geb. te Roosendaal (N.B.) 6 Mei 1914, zoon van henricus Jacobus Johannes Mol en Maria Elisabeth Roovers. (St. Roosendaal.)
Geslaagd: 21 Oct. ’37, Leiden: Cand. ex. juris: de Heer J. L. H. Moll. Leiden, zoon van henri Joseph Elias Moll en Wilhelmine henriëtte van Alsté (St. Achterhoek).
Idem: 5 Nov. ’37, Utrecht, cand. ex. juris: de Heer H. Moll, Amersfoort, z. van Dr. Willem hendrik Moll en Amelia Godefrida Susanna Kollewijn (St. Achterhoek).
Parijs, Augustus 1937: In het „Palais de la découverte" op de Wereldtentoonstelling, afdeeling „biologie expérimentale", bevindt zich een fraaie collectie aquarellen en platen: foto’s, die betrekking hebben op den arbeid van o.a„ Dr. Willem Eduard de Mol, het adviseerend lid der Ned. Ver. tot bevordering der wetenschappelijke veredeling van siergewassen en resultaten weergeven, bereikt door de Rontgenbestraling van tulpen en hyacinten. (St. Amsterdam.)
 
Economische Zaken: Wegens zevenjarigen dienst is negen maanden verlof verleend naar Europa, met bepaling, dat hij zijne betrekking zal nederleggen op l Juni 1938, aan Ir. Gustaaf Alexander de Mol, Landbouw-Consulent te Batavia-Centrum. (St. Amsterdam.)
In Mei 1937 is in de Dienstvergadering te Buitenzorg (N.I.), waar 25 jaar eenvoudig landbouwonderwijs aan de orde gesteld was, door Ir. G. A. de Mol een lezing gehouden, waarin uiteengezet werd hoe een doeltreffende organisatie van het landbouwonderwijs voor Ned. Indië van het hoogste belang is.
 
GENEALOGIE.
Aanvulling van „Talpa" No. 5, pag. 3 en 4;
In het archief der Waalsche Gemeente te Leiden vonden we nog, dat Maria van Swanenburg is begraven eind Nov. 1804, Elisabeth de Mol eind October 1788, Petrus de Mol is begraven Maart 1797, Christiaan de Mol, winkelier te Leiden, begraven begin October 1786.
 
HET GESLACHT „DE MOL MONCOURT".
De dubbele naam wijst op de samenvoeging van een geslacht de Mol en een geslacht Moncourt, ontstaan, doordat de eerste van dien naam benaamd werd naar den geslachtsnaam van de moeder en naar dien van den vader. Het onderhavige geslacht de Mol kennen we tot op een Joost (Joris) de Mol, wiens zoon als „Pieter de Mol van Gent, vergezeld van Cornelis Chaerl van Poperingen" den 2den Nov. 1585 te Leiden ondertrouwt met Marytgen Pietersdr. Biljoen uit Poperingen, waarbij Griet Jans van Belle. (Poperingenis iets ten Westen, Belle -Bailleuliets ten Zuiden van IJperengelegen).
De ondertrouw staat zoowel in de boeken der Herv. als in die van de Waalsche Gemeente te Leiden.
Evenzeer staat het 2e huwelijk in de boeken der Waalsche Gemeente, als volgt: Pieter Joostens Mol(l) als weduwnaar van Marytje Pietersdr. Biljoen, huwt den 6den Maart 1622 te Leiden in de St. Pieterskerk met Baertgen Maertens van Montfoort.
Opgemerkt diene te worden, dat het geslacht de Mol Moncourt zoowel van de manlijke als van de vrouwelijke zijde uit Frankrijk en België stamt, en dat de familienaam „Mol" hier zeer gevarieerd voorkomt. Hoe onverstandig is het dus als men thans Moll of Mol heet, niet te willen weten van de Mol(!) of omgekeerd! Men leze met aandacht:
De zoon van Pieter Joostens de Mol en Marytje Pieters, Joost Pieters Mol is als zijn vader, metselaar van beroep, vgl. voogdenboek der Weeskamer: „Joost Pieterss Mol(!), metselaar, broeder en Jan Wicke, saeytrapier (lakenwever), gebeden vrunt (vriend) zijn voochden gestelt over Marytgen, oud 17 jaren, nagelaten weeskind van Marytgen Pietersdr. (Biljoen), gewonnen bij Pieter Joosten Mol(!), metselaar. Compareerende hebben de voochdije aangenomen ende eedt gedaen, op ten II Marty, anno 1622." Als dus zijn eerste vrouw is overleden, worden, eer Pieter zijn 2e huwelijk aangaat, 6 Maart 1622, voogden gesteld over het dochtertje Marytgen, geb. 1604 of 1605.
De zoon Joost, die ook in Leiden geboren is, ondertrouwt den 4den Juni 1610 te Leiden als „Joost Pieterss Mol, vergezeld van zijn vader Pieter Joostensz Mol met Susannetgen Cornelis, j.d. van Voorburg".
De kinderen uit dit huwelijk zijn als volgt beschreven:
I. „Jacob Joosten Mol, metselaer, j.m. van Leyden, wonende in de Raemsteech, verges, met Susanna Cornelis, zijn moeder, ondertr. te Leiden 14den Juni 1641 met Annetgen Dircx van Starreveld, jonge dochter, mede van Leyden".
II. „Jannetje Joosten de Mol, j.d. van Leyden, verges, met Susannetje Cornelisdr., haer moeder, ondertr. te Leyden 30sten Maert 1644 met Jan Arentsz van der Post, mandemacker, weduwnaar van Belitgen Pietersdr."
III. „Cornelis Joostens de Mol, metselaer, j.m., van Leyden, woonende in de Paradijssteech, verges, met Joost Pieterss Mol(!), zijn vader, woonende mede aldaer, ondertr. te Leyden den 14den Juni 1652 met Catrijn Jacobs Kijckes, j.d. van Krochten, verges, met Jannetje Kalves, haer moeder,"
Dezelfde, Cornelis Joosten de Mol, wedr. van Catharijna Jacobs Kijcken, woonende in de Ketelboetersteech, verges, met Joost Pietersz de Mol, zijn vader, in de Paradijssteech, ondertr. 25 Febr. 1656 te Leiden met Annetgen Claes van Delmerhorst, j.d. van Leyden."
IV „Adryaentge Joostendr Moll ("), j.d. van Leyden, woonende in de Paradijssteech, verges met haar schoonsuster Annetgen Dirx van Starrevelt (zb), trouwt den 18den Augustus 1659 te Voorschoten met Jasper Jansz. van Sterlingh, metselaar, j.m. van Uyttrecht, verges met Jacob de Moll (!), (zie I), toecomende swager op de Cellebroedersgraft," (zie later)
De attestatie op Leiden is afgeteekend den 30sten Aug 1659 door den predikant te Voorschoten, Ds Daniel Ouzeel
Nr 3, de 2e zoon Cornelis en Catharina Kieckens (Kijckes), hebben 2 kinderen, gedoopt Jannetje Mol, den 19den Mei 1653 te Leiden (peten Jacob de Mol, Jannetje Calvis) en Maria Mol, den 28sten Juli 1654 te Leiden (peten Johannes Kieckens,, Jannetje Kolves)
Of er nog een zoon geboren is, en het gezin misschien naar Gouda verhuisd is? Daar huwt 6 April 1687 een Joost Cornelisse Mol met Marretje Ariens Vloeker en (misschien een zoon?) Cornelis Joost Mol 7 Januari 1725 met Philippina Stevens Loochum )
Omtrent de voortzetting van het geslacht zijn we beter ingelicht door de generatie van den eersten zoon, nl Jacob, die gehuwd is met Annetje D. van Starreveld. De doop van die kinderen weten we tot heden niet, maar hun huwelijksaangiften zijn stevig documenteerend Zij ondertrouwen nl als kinderen van Jacob de Moll op de Cellebroedersgraft (zie boven onder IV), nl:
a „Johannes de Moll, metselaar, j.m. van Leyden, woonende op de Langebrugge, verges met Jacob de Moll, syn vader, op de Cellebroedersgraft, ondertr den 10den September 1670 te Leiden met Dirckge Pieters van Leeuwen, j.d. van Leiden, woonende op de Cellebroeders-graft enz" en hij hertrouwt 20 Januari 1690 te Wassenaar Johannes de Mol, Mr metselaar, wedr van Dirckie Pieters van Leeuwen, woonende op den Nieuwen Rijn, verges met Pieter de Milican, syn swager, met Jannetje Cousein, j.d. van Leyden enz "
b „Cornelia de Moll, j.d. van Leyden, verges met Dirckje Pieters, haer schoonsuster, ondertr den 23sten Oktober 1671 te Leiden met Jan Wijbransz Stouthart, metselaar, verges met zijn moeder Annetje Gijsberts
c „Jaepje de Moll, j.d. van Leyden, verges met Dirckie Pieters, haer bekende, ondertr l November 1680 met Pieter de Melicam, wedr van Susanna Cornilie", (zie a )
We komen thans tot de volgende generatie, de kinderen van Johannes de Mol
uit 1e huwelijk met Dirckje van Leeuwen en uit 2e huw met Jannetje Cousein (bij de doopen staat Toussain), nl
1 Marya de Mol, ged 3 Jan 1672 Leiden (peten zijn Abraham de Croy, Annetje van Starreveld, Niesje van Leeuwen, Jacomyntje Veneel) Zij overlijdt jong
2 Maria de Mol, ged 14 Maart 1673, Leiden
3 Jacobus de Mol, ged 21 October 1674, Leiden, (peten Abraham de Kroy, Annetje v Starrevelt en Jaepje de Moll)
4 Pieter de Mol, ged 1677 (Den doop vonden we niet, maar het voogdenboek der Weeskamer vermeldt
„hendrick van Abcoude, loodgieter is in plaatse van Jan de Mol, die insolvent is, voogt gestelt over Pieter, out 23 jaaren off daer omtrent, naergelate weeskint van Jan de Mol, gewonnen bij Dirckie Pieters van Leeuwen. Comparerende hebben de voogdy aangenomen en aan weesmeester op den 1 Maart 1700 den eedt gedaan")
5 Anna de Mol, ged 7 Januari 1681 Leiden (peten Pieter de Melicam, Jaepje de Mol) Zij overlijdt jong
6 Dirk de Mol, ged 17 Maart 1682, Leiden (peten idem)
7 Anna de Mol, ged 2 Nov 1684, Leiden (peet Jaepje de Mol)
8 Katharma de Mol, ged 7 Sept 1687 Leiden (peten Pieter de Melicam, Pieternelletje van Poelgeest, Katha Geschier) en
9 Lydia de Mol, ged 15 Febr 1691, Leiden (peten Jan Toussain en Maria Toussain) Zij sterft jong
10 Lydia de Mol, ged 23 Oct 1692, Leiden (peten Pieter van Deyl en Stijnt gen Toesseyn) Zij sterft jong
11 Lydia de Mol, ged l Dec 1691, Leiden (peter Dirk van Heyningen, Jan Toussain, Rachel Sonderland)
12 Christine de Mol, ged 15 Sept 1697 Leiden (peten Gerrit Toesseyn en Jaepje de Mol)
De voorlaatste Lydia de Mol, ondertrouwt 3 Juli 1717 te Leiden met Assuerus van Geldermalsen, Dirkszoon, van Leiden Het geslacht zet zich voort in:
A Jacobus de Mol (3), die in Haar lem huwt met Lijsbet Molenaar en in den Briel begraven wordt den 5den Juli 1731 De weduwe van Jacob Mol (!), geswoore bier en wynwerker, krijgt bij Raadsresolutie van 29 Juli 1731 van den opvolger 100 gulden uitgekeerd
Hun kinderen zijn
a hendrik de Mol, ged 2 Jan 1701 te Haarlem
b Johannes de Mol, ged l Febr 1703 te Leiden (peten Jan de Mol en Anna
de Mol). Hij sterft jong.
c. Dirckje de Mol, ged. 10 Aug. 1704 te Brielle.
d. Arent de Mol, ged. 11 April 1706 te Brielle.
e. Johannes de Mol, ged. 4 Maart 1708 te Brielle.
 
We komen op hendrik en Arent (a en d) terug, maar vervolgen eerst de kinderen van:
B. Dirk de Mol (6). Deze zet de traditie van metselaarschapvoort. Hij levert tevens tegels en steenen. Hij huwt in den Briel den 25 Sept. 1707 met Geertje de Goyer, ged. 25 Mei 1683, Brielle, overl. 7 Juni 1763 te Brielle, dochter van Mattheus Jorissen de Goyer en Lijsbeth Robbrechts van Duyn, die 8 Nov. 1682 te Brielle huwden. Dirk overlijdt 20 Mei 1743 te Brielle. Zijn geslacht zet zich voort in den zoon, Johannes de Mol, ged. 22 Juli 1708, den Briel, overl. 11 Febr. 1771 ibidem. Ook hij is metselaar. Hij huwt 17 April 1736, Brielle, met Dingenom van Toledo en ten 2en male, 18 Juni 1769, Brielle, met Maria van Hamelen. Van de 10 kinderen uit dit huwelijk huwt slechts Floris de Mol, ged. 8 Nov. 1743, Brielle, overl. 8 Oct. 1803 aldaar. Ook hij is Mr. metselaar. Hij huwt 3 Juni 1770 te Brielle met Johanna van Hulst.
Met de kinderen uit dit huwelijk gaat dit geslacht de Mol uitsterven, daar slechts één van de 5 kinderen, een dochter, Dina de Mol, ged. 25 April 1778, huwt en wel 5 Febr. 1804 in den Briel met Philips Frans Laging.
De Haarlemsche tak van dit geslacht de Mol stamt van 2 zonen: hendrik de Mol, ged. 2 Jan. 1701 te Haarlem en Arent de Mol, ged. 11 April 1706 te Brielle (zie boven).
hendrik de Mol huwt 31 Mei 1722 te Haarlem met Neeltje Ferrée. Van de 9 kinderen uit dit huwelijk huwt één zoon Jacobus de Mol, ged. 11 Dec. 1722 Haarlem, getrouwd 8 Mei 1746 te Haarlem met Anna Catharina Joosten te Doesburg: één dochter. Anna Geertruida de Mol, ged. 10 Maart 1747, overlijdt na 2 maanden.
Arent de Mol huwt 15 Aug. 1728 te Haarlem met Lijsbeth Vervinch en ten 2en male 10 Sept. 1741 te Haarlem met Geertruyd Capperveld.
Diens zoon, Abraham de Mol, ged. 8 Maart 1736 te Haarlem, begraven 21 Januari 1791 aldaar, huwt ten eerste 4 Maart 1764 te Haarlem met Willemijntje van Vonderen (begraven 28 Dec. 1764), daarna 30 Juni 1765 te Haarlem met Jansje van Watering (begr. 24 Sept. 1772, Haarlem), ten slotte 17 Januari 1773 te Haarlem met Geertruid van Strijp.
De dochter van Abraham de Mol uit het 1e huwelijk, Willemijntje de Mol, ged. 25 December 1764 te Haarlem en overl. 24 Sept. 1840 te Utrecht, wordt ten slotte de stammoeder van het geslacht de Mol Moncourt. Het geslacht de Mol, waaruit zij spruit, en dat we hebben kunnen vervolgen gedurende drie eeuwen, stamt dus uit Gent, verplaatste zich vóór 1600 naar Leiden, heeft 2 takken: den Briel en Haarlem, waarvan de laatste de directe band vlocht met het geslacht Moncourt. Zeer waarschijnlijk is de Gentsche voorvader, wiens beroep van metselaar gedurende 200 jaren werd voortgezet door de nazaten, vermaagschapt aan de talrijke Mollen en de Mollen, die uit Poperingen, IJperen, Bailleul, Hontschoten, Gent in grooten getale naar Leiden trekken en bijna allen wevers zijn. Reeds vanaf 1200 zijn vele naamdragers gedocumenteerd in de genoemde plaatsen als wever. Over de redenen tot dien trek naar Leiden citeeren we uit Posthumus: „Bronnen tot de Geschiedenis van de Leidsche Textielnijverheid. Bd. III 1574-1610";
„De faam van Leidens oudere bloei is voor de opkomst van Leiden na ’t beleg 1574 van het grootste gewicht geweest, daar haar naam in de zeventiger en tachtiger jaren der 16e eeuw een groote aantrekkingskracht op de talrijke buitenlandsche vluchtelingen, in hoofdzaak textiel-ondernemers en -arbeiders heeft uitgeoefend. Leiden was door haar als textielstad in geheel Europa bekend geworden en de vluchtelingen en andere immigranten hadden dus de zekerheid, hier een milieu aan te treffen, waarin zij tal van aanknoopingspunten voor hun bedrijf zouden kunnen vinden."
„Kort na het beleg komen de naar Engeland(*) gevluchte Vlaamsche baaien sajetdrapiers, die reeds 1577 zich in Leiden vestigen, dan honderden vluchtelingen uit de Z. Nederlanden. De baainering, georganiseerd 1578, de saainering krijgt een looihal 1583. Reeds in 1581 waren op een bevolking van 12000 personen, 1100 volwassen mannen van buiten Leiden, hiervan 26% uit de Z. Nederl. De baainering kreeg aanwas door de vestiging der reederij van lakens, in den trant van Belle (Bailleul) 1585."
(*) Merken we hierbij op, dat het hoogst belangrijk werk van W. J. C. Moens „The marriage, baptismal and bural registers, 1571-1874 and monumental inscriptions of the Dutch Reformed Church, Austin Friars, London", uitgegeven 1884, onder de vele notities Mol ook noemt: het huwelijk 24 Augustus 1581 van Cornelis de Mol van Gent en Mayken Herremans „uit Haarlem (in een andere opgave vonden we: „uit Gorcum").
De Moncourts nu stammen van een Pierre Moncourt, die ±1598 in Valenciennes huwt met Jehenne Venchant (Vicha). Van de zes kinderen noemen we Jacques Moncourt, ged. 28 Juni 1601, Valenciennes, passementwerker (!), huwend 5 Juli 1625 te Leiden(!) met Catelyne du Trie, van Waterloo.
We zien hier weer den trek uit Vlaanderen en N Frankrijk der wevers naar Leiden, dien we boven bespraken.
Van de 5 kinderen, die alle in Leiden gedoopt worden, huwt Jean Moncourt, ged. 17 Sept. 1628 te Leiden, den 27 Nov. 1658 te Leiden met Jannetje Jansdr. uit Leiden. Wederom noemen we van de 5 kinderen Benjamin Moncourt, warstenmaker (warpenwerker), die 27 Juni 1686 te Leiden huwt met Martha Theunis (wed. G. A. Schout).
Uit dit huwelijk noemen we van de 5 kinderen, dus in de 4e generatie: Benjamin Moncourt Jr., die 9 Nov. 1768 te Leiden sterft en 5 Juli 1721 te Leiden huwt met Agnietje Goddenius. Hij is ook textielwerker, nl. rokjeswerker. Hun eene zoon Benjamin is onderwijzer, de andere zoon (het 6e kind), Jacob Moncourt, geb. 14 Juni 1734 te Leiden, overl. 20 Nov. 1792, Leiden, rokjeswerker, huwt 15 April 1752 te Leiden Marytje Lagelie, geb. 18 Maart 1731, Leiden, overl. 5 Dec. 1801, Leiden, dochter van Stoffel Lagelie en Elsje Copijn. Hun wordt geboren Jacobus Christoffel Moncourt, geb. 28 April 1764, Leiden, overl. 2 April 1825, Utrecht, onderwijzer te Utrecht, huwende 30 April 1786 te Haarlem met Willemina de Mol, ged. 25 Dec. 1764, Haarlem, overl. 24 September 1840, Utrecht, dochter van Abraham de Mol en Willemina van Vonderen. (Zie boven).
Dit huwelijk werd met 12 kinderen gezegend. De eerste zoon (het derde kind) Salomon Sieuwert Moncourt, geb. 22 Maart 1791, Cudelstaart (Z.H.), werd den 27sten Maart gedoopt. De bevestiging van dien doop luidt echter als volgt: „Ik onderget., predikant van Uythoorn en Cudelstaart betuyge, dat uyt het Doopboek derzelven kerke blijkt, dat op den 22.sten Maart 1791 ’s morgens circa 10 uren geboren en den 27sten Maart gedoopt is: een kint genaamd Salomon Sieuwert de Mol(l), waarvan de vader is Jakobus Christoffel Moncourt en de moeder Willemina de Mol. Get. de vader. Cudelstaart 23/3 1811, w.g. Abraham Campen."
Salomon Sieuwert was onderwijzer; hij overleed 18 April 1831 te Woudsend bij Sneek en huwde 31 Maart 1811 Niesje Stoffelt, geb. 3 Sept. 1789, W. b. Duurstede, overl. 19 Nov. 1857, Groningen, dochter van Jacob Loffelt en Arnolda van Coevorden.
De andere broers en zusters heetten Moncourt!
Maar van nu af aan heeten de kinderen van Salomon Sieuwert Moncourt (?de Mol?) en Niesje Stoffelt en in alle verdere generaties tot heden ten dage de nazaten „de Mol Moncourt", met vooropzetting van den naam der stammoeder, volgens Engelsch gebruik.
Een kleinzoon is de bekende medestichter der Vrije Universiteit, Ds. Jacobus Christoffel de Mol Moncourt, 1856-1915.
 
MOLL-SOLINGEN
Omtrent het geslacht Moll uit Solingen en Wettera.d. Ruhr zijn ons latere mededeelingen verschaft, die meer licht geven over deze belangrijke familie. Men zoekt nog steeds naar verband tusschen dit geslacht en dat van Lennep (Düsseldorf), de sedert 1400 bekende lakenfabrikanten. Vergeten mag men niet, dat de Mollen uit Lennep sedert oudsher luthersch en de slijpers Moll uit Solingen gereformeerd waren en zijn.
Solinger Moll’s trokken als slijpers ongeveer 1685 naar Shotley Bridge bij New castle upon Tyne. In den loop der tijd veranderde daar hun naam in „Mohl", „Mole"; 1830 treffen we zelfs de schrijfwijze „Mohll" aan. De kern van den naam en zijn beteekenis geraakten meer en meer in vegetelheid.
De oudste is wel Johann Moll Sr., die ongeveer 1590 in Solingen geboren is, er 26 Febr. 1665 overlijdt en 6 Dec. 1623 vermeld wordt als handwerkersleerling der slijpers. Zijn zoon Johann Jr. woonde op de papermolen op de Wupper en was gehuwd met Sofia Soeters, die 29 Maart 1702 in Solingen sterft.
Uit dit huwelijk zijn 5 zonen bekend: Johann, Andreas, Wilhelm, Klemens en Hermann. Andreas Moll, 1654 geboren, huwt 13 Mei 1695 te Amsterdam met Maria Koenen uit Brugge en 12 Mei 1709 aldaar met L. Keijzer. De derde zoon, Klemens, gedoopt 1 Nov. 1659, Solingen, overl. 16 April 1709, Solingen, die „zur Eich" woont en 1683, 1687 en 1692 als slijper vermeld wordt, huwde 8 Juni 1681 met Anna Wipper. De zoon Hermann trekt als leider der ambachtslieden naar Engeland. Hij wordt 6 Dec. 1716 te Ebchester (Durham) begraven.
Van den oudsten zoon Johann kennen we de volgende kinderen: 1. Johann Peter Moll, burgemeester, rechter en schepen van Lüttringhausen (hier naderen we Lennep!) die 1720 huwt met Martha Christiana Moll, geb. 20 Maart 1702, Weiszenstein, overl. 12 April 1758, Lüttringhausen, dochter van den domine in Leucopetram (= Weiszenstein) in Saksen, Wennemar Moll en Maria Elisabeth Eckart. 2. Johann Wilhelm Moll, ged. 26 April 1699, Solingen, koopman, overl. 17 Aug. 1781, Mühlheim a. Rh. Hij huwde er met Elisabeth Langmanns.
Interessant is, dat bij zijn doop peet zijn: niet alleen Wilhelm Moll (oom), Agnesa Willems, maar ook Wilhelm Herder, welken naam we allen kennen als we denken aan onze tafelmessen.
Een derde kind Anna Margaretha Moll huwt eerst met Johannes Ascheuer, dan met Johann Abraham Weyersberg, den voorvader van den bekenden vorscher Dr. Albrecht Weyersberg.
In dezelfde (3e) generatie treffen we een Johannes Moll, zoon van Wilhelm Moll (2e gen.), die met zijn vrouw Gertraut Marcus naar Pensylvanië trekt en welk echtpaar een kind laat doopen Johannes Wilhelm Moll, den 25 Mei 1750 te Ruhrort, bij welks doop staat gevoegd: .,gedoopt op de reis naar Pensylvanië".
Van Klemens Moll en Anna Wipper, die 8 kinderen moeten gehad hebben, kennen we slechts Isaak Moll, ged. 17 Oct. 1698, Eich bij Solingen, overl. 3 Aug. 1738 te Wetter, 1728 vermeld als Mr. slijper, in 2en echt gehuwd 17 Oct. 1731 te Wetter met Anna Elisabeth Pohl.
De laatste zoon, Hermann Moll (2e gen.), die naar Engeland trekt, is vader van den beroemden cartograaf en bewerker van den „Atlas Minor", kopergraveerder Hermann Moll, overl. 22 Sept. 1732, St. Clements Danes (Middlesex) en van Catharina Moll, die 1711 huwt met Johann Engels uit Solingen, zoon van Johann Engels en Katharina Ascheuer.
Kinderen van Joh. Wilh. Moll (3e gen.) Elisabeth Langmanns zijn: Johann Andreas Moll, ged. 26 April 1745, Mühlheim, koopman in tabak, gehuwd 8 Febr. 1781, Mühlheim met Maria Christina Bersinger, Anna Catharina Moll, geh. met Matthias Pohl en Johann Heinrich Moll, ged. 15 Dec. 1743, Mühlheim, Diakonus der geref. gemeente, huwt 25 Juni 1781 met Anna Catharina Wilhelmina Klein.
In dezelfde 4e generatie zijn kinderen van Isaak Moll en Anna Elisabeth Pohl: Caspar Heinrich Moll, ged. 2 Oct. 1732, Wetter, overl. 29 Jan. 1803, Schede (bij Wetter), mesfabrikant in Wetter en pachter van een landgoed in Schede, 2 maal gehuwd: eerst, 27 Aug. 1758 met Anna Catharina Sundermann, dan 17 Febr. 1778 met Catharina Elisabeth Adler, en Caspar Wilhelm Moll, smid in Schede, die 1803 huwt met Anna Catharina Seuthe. Een zoon uit het 1e huwelijk van Isaak Moll is Isaak Moll, messensmid, geh. met Johanna Maria Fink.
In Engeland in de 4e gen. vinden we als nagelaten dochter van den cartograaf Hermann Moll: hendrika Almelia Moll
We zullen niet alle nazaten uit dit belangrijke geslacht noemen, maar gekomen bij de 5e gen. merken we op, dat één gen. in Engeland uitsterft, ééne gen. in Amerika verdwijnt onder de vele onbekenden daar, twee generaties in Mülheim gevestigd blijven en twee in het stamland Wetter.
De Mülheimsche Mollen zijn allen tabakshandelaren en interessant is het feit, dat de Rotterdamsche handelaren en reeders Moll uit den stam Keulen-Paramaribo en deze eigenlijke „Mollen uit Solingen", zoo dichtbij elkaar hun woonplaats hadden.
De belangrijke Wetter-generaties wonen er nog tot den huidigen dag, hoewel in zeer gering aantal: ze bleven eerst de traditie getrouw als smeden, fabrikanten, ook als koopman. En, zijn er nu slechte tijden af en toe voor bedrijven, ook honderd jaren geleden kwam onder de messenslijpers werkeloosheid voor en groeide gras voor de poort der fabriek, daar de werkplaats maanden lang niet betreden werd. De arbeiders waren toen alleen aangewezen op de waterkracht van de rivier en ze moesten in den zomer dikwijls wegens watergebrek, in den winter wegens overvloed van water, het werk staken. Dan komen nevenbedrijven op, als landbouw en veeteelt. Daarbij kwam, dat Napoleon na de verovering van Pruisen 1807, de landen ten W. van de Elbe aan Frankrijk bracht en de gildewetten ophief.
Het bedrijf was daardoor niet meer gebonden aan enkele families, maar ieder, die lust had, kon het leeren. Ofschoon de gildewetten opgeheven waren, hielden de oude slijpers vast aan de traditie en weerden de „wilde" slijpers, die nl. uit een andere familie stamden.
Met het verschijnen van den spoorweg braken betere tijden aan en konden de Solinger producten meer „afzet" vinden.
De fabrikanten Moll uit Wetter hebben zich in de 19e eeuw verplaatst naar Neubeckum (Westfalen), Hannover, Berlijn, Mannheim. In Neubeckum was Gustav Moll, geb. 17 Dec. 1844, Gedern, overl. 8 Mei 1901, Neubeckum, fabrikant; hij huwde 1870 met Friederike Vohwinkel.
Een hunner kinderen is Dr. Gustav Moll,
tot voor eenige jaren, „Geheimer Finanzrat" in Berlijn
© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect