Tekst   Foto's
HOME    
uVhH 1931-32 Deel 1
uVhH 1931-32 Deel 2
uVhH 1932-33 Deel 1
uVhH 1932-33 Deel 2
uVhH 1933-34 Deel 1
uVhH 1933-34 Deel 2
uVhH 1934-35 Deel 1
uVhH 1934-35 Deel 2
uVhH 1934 Verslag
uVhH 1935-36 Deel 1
uVhH 1935-36 Deel 2
uVhH 1936-37 Deel 1
uVhH 1936-37 Deel 2
Talpa 1936-37 Deel 1
Talpa 1936-37 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 1
Talpa 1937-38 Deel 2
Talpa 1937-38 Deel 3
Talpa 1938-39 Deel 1
Talpa 1938-39 Deel 2
Talpa 1939-40 Deel 1
Talpa 1939-40 Deel 2
Talpa 1940-41 Deel 1
Talpa 1940-41 Deel 2
Talpa 1941-42 Deel 1
Talpa 1941-42 Deel 2
Talpa 1942-43 Deel 1
Talpa 1942-43 Deel 2
Talpa 1943-
Talpa 1946-
Talpa 1948-
Talpa 1949-
Catalogus Archief Deel 1
Catalogus Archief Deel 2
Catalogus Archief Deel 3
Fam Mol Stam Hekelingen 1
Fam Mol Stam Hekelingen 2
Fam Moll Stam Velp Deel 1
Fam Moll Stam Velp Deel 2
Fam Moll Stam Velp Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 1
Fam Mol Zeeland Deel 2
Fam Mol Zeeland Deel 3
Fam Mol Zeeland Deel 4

 

1e Jaargang No 3                  1 Maart 1937.
 
KORT VERSLAG van de 3e ALGEMEENE VERGADERING van 12 Dec 1936.
Behalve het Bestuur waren aanwezigs Mej A Groeneveld te Apeldoorn en de Heer J.A.Moll te ’s Gravenhage.
In het gezellige antieke zaaltje, vrij gekomen door de vriendelijke bemoeiing van den Heer Mol te Culemborg, aan de Mariaplaats te Utrecht, werd op een prettige wijze de agenda afgehandeld. Tot leden der kascommissie werden benoemd Mej Groeneveld en de Heer J.A.Moll, terwijl Mej. H H Moll te Amsterdam mede daartoe uitgenoodigd zal worden.
De Secretaris deed mededeelingen van een genealogie Mol, die zeer belangrijk is voor de studie der erfelijkheid.
 
Als nieuw lid meldde zich aan:
Dhr Dr G.L.Th.Moll, Karlsstr 84, Darmstadt (St.Weckesheim),
en als donateurs (trice):
Mevr W G.Schreuder-van der Wal, Avenue Concordia 77, Rotterdam
Dhr N. van der Wal, de Vriesstraat 76, Delft,
Dhr J.W.van der Wal, Celebeslaan 37, Hilversum.
(allen van St. Achterhoek).
We vermelden hierbij, dat de aanwerfster dezer drie donateurs is Mej. Johanna? Moll te Amsterdam.
 
Een verblijdend teeken is zeer zeker, dat aan velen oprechte dank moet worden betuigd voor vermeerdering van genealogische gegevens. We noemen met respect:
De vele courantenknipsels uit de Zaanstreek en de belangrijke protocollen van Wormer notarissen, waardoor het geslacht Mol uit Jisp verdiept werd. (van de Heeren G J Honig uit Zaandijk en S.Lootsma uit Zaandam.)
 
De Heer L. Moll uit Harderwijk zond een Nieuwsblad van Huizen, waarin een lijvig en mooi artikel over Ds. Joannes de Mol uit Loosdrecht.
 
De Heer Jos.Moll uit Delft zond talrijke notities uit het Deventer archief, waardoor de stam Achterhoek verbeterd werd en een courantenartikel over de lezing van den archivaris van het Pacific Instituut te Leiden, den heer J Th Moll te A’dam.
 
We danken den Heer J A Moll te ’s Gravenhage voor een citaat uit het Handelsblad van 10 Juli 1836, dat melding maakt van een vertoog van Prof. Gerrit Moll van 12 Febr 1836 over het nut van afleiders bij onweer.
 
Dien Heer, zoo mede de Heeren J H M Moll te Culemborg W vd Ploeg te Oud Vossemeer, A Roels te Rucphen danken wij voor de vele notities en advertenties. De Heer H Moll te Huizen en de Gemeentesecretaris van Rolde ga ven welwillend inlichtingen uit den Burg.Stand en de mutaties in 1936.
 
Den Heer Stuurman te Oegstgeest danken wij voor het contact met den Archivaris der Waalsche Gemeente te Leiden den heer W D H Rosier. de talrijke fiches Mol(l), de Mol(l); werden voor ons toegankelijk en geheel nieuwe stammen in Holland en Sachsen werden daardoor bekend. Van groootere beteekenis is echter de brug, die door zijn vriendelijke bemoeiing geslagen is met het Gemeente Archief te Leiden.
 
Lof zij verder gebracht aan onzen vriend; den Heer A Kreiken te Rotterdam, Oud-hoofd der school, die zoo welwillend is, vele dagen door te brengen op het Gemeente archief aldaar en met een ware vloed van notities jarenlange hiaten aanvult en verbeteringen in bekende stammen aanbrengt; een geweldige versterking van de Mol(l) genealogie is de beteekenis van die zeer vriendelijke daad, waarvoor wij hem oprecht dankbaar zijn!
 
Het aangenaam contact met den heer Wernekinck te Berlijn verschafte ons vele uittreksels en notities uit de kerk- en rechtsboeken van Munster, waardoor de Munstersche stam Moll werd teruggebracht tot den Korbachschen stam en talrijke aanwinsten geboekt mochten worden. Door de vriendelijke hulp van Dhr Domankanzleidirektor F Bott, verschafte het Furstl. Wallerstein-Archiv in Z.Beyeren ons een fijne aanvulling van de genealogie Moll uit het begin van de 15e eeuw.
 
We danken Dr.Fr.Moll te Berlijn voor het interessante werk van Dr. Franz Moll:"Lustiger Liederabend zur Laute", voor het mooie geschilderde portret van den schilder Carl Moll, en het veelzeggende typische bankbiljet van 3 Millioen Mark (!) uitgegeven door de firma Moll in Chemnitz.
 
De Heer H.J.E Moll te Ambon zond een uitvoerig verslag van de eind Aug in Ambon plaats gehad hebbende plechtigheid, toen vele gedecoreerde Ridders der Mil. Willemsorde met de Dragers van het Kruis voor Moed en Trouw en de Eervol Vermelden samenkwamen en de Heer Moll, als Voorzitter van het ridderfeestcomite het welkom uitsprak.
 
Van den Heer Fr Oudschans Dentz te den Haag ontvingen we in dank een excerpt uit Paul Krugers "Amptelike briewe" 1851-’77 over Cornelis Moll, den Gouverneur Secretaris en Landdrost van Waterberg, Weesheer en Volksraadslid, die in 1857 de eerste Staatscourant uitgaf, Uit een mededeeling in een jarenlang ouden brief van den Heer M Moll, Tandarts te Oosterbeek, kon nu vastgesteld worden, dat zijn geslacht behoort tot het bekende geslacht Moll, dat in den "baaszeilemaker" Cornelis Moll zijn stamvader heeft. Immers bovengenoemde Cornelis Moll Zv: Ds Cornelis Johannes Moll, predikant te Swellendam, was gehuwd met Caroline Bingham, de grootmoeder van den tandarts.
(We plaatsen deze mededeeling iets uitvoeriger omdat ze zoo duidelijk bewijst, hoe een simpele notitie van het grootste belang kan zijn voor den genealogischen arbeid. Dat toch ieder zijn vondsten inzende!)
 
Aan Mej Dr J Keijman te Utrecht zij hartelijk dank gebracht voor HEd. vriendelijke bemiddeling, door welke wij in staat gesteld zijn, rustig thuis door te werken de vele banden van de Nederlandsche Mercurius 1756-1806; die tal van gegevens bevatten omtrent de sterfgevallen in Amsterdam en nog vele andere wetenswaardigheden omtrent de Mollen.
 
Wij eindigen deze lange lijst van dankbetuigingen, die voor ons een sterk bewijs zijn van de belangstelling in ons werk en het in ondergeteekende gestelde vertrouwen.
W H Moll.
 
En ten slotte betuigen wij onzen oprechten dank aan Mevrouw de Wed. Moll-Krentel te Cormondreche (Zw.) die zoo vriendelijk was ons een der gedichten van wijlen haar echtgenoot Ds.henri Gotthold_ Moll te zenden. Dit nieuwjaarsgedicht dat de 12 Apr 1936 gestorven Ds. Moll dichtte, laten we in eerbiedige hulde om haar buitengewone schoonheid in vorm en inhoud volgen en voegen den wensch erbij, dat meer menschen waren als Ds. Moll was, zoo rijk door eenvoud en prachtige levensmoraal en zoo getrouw aan hun plicht jegens en liefde voor hun medemenschen!
Men luistere slechts :
L’ETOILE
Plaignez les vagabonds. le long, des grands,chemins,
Sans feu ni lieu, loges comme a la belle etoile;
 
Plaignez les malheureux qui vont, crispant leurs mains
Se lamentant toujours de leur mauvaise etoile,
 
Mais n’enviez jamais ces favoris du sort
Se vantant d’etre nes sous une bonne etoile,
 
Ni ces heureux, dont le succes est le ressort
Et qui font de la vie une marche a l’etoile.
 
Le bonheur, ici-bas, n’est pas d’etre puissant
Ou riche ou fort ni de briller comme une etoile,
 
C’est, d’aller au devoir familier ou pressant
Guide sur le chemin comme par une etoile.
H.G.Moll, pasteur (1866-1936)
Nouvel-An 1937
 
BURGERLIJKE STAND
Vooraf ga de rectificatie van een slordige mededeeling in No 2, waarvoor openlijk excuus wordt aangeboden.
De ouders van den Heer J.L.H Moll te Leiden, die 6 Aug. 1936 slaagde voor het Staatsexamen, zijn: henri Joseph Elias Moll en Willemine henriette van Alsté.
 
Geboren: Neede, 10 Maart 1936 Garrit Jan, Zv:  Garrit Mol en
Gerritdina Hermina Reinderink (St.Achterhoek)
Geboren: Enschede, 21 Maart 1936. Maria Christina, Dv:  hendrik Jan Lambertus Mol en Christina Thomassen (St.Achterhoek)
Geboren: Huizen, 25 April 1936. Sietse, Dv:  Pietcr Moll en Wilhelmina de Jong.(St Achterhoek)
Geboren: Huizen, 14 Mei 1936. Willem, Zv:  Willem Rebel en Adriaantje Moll (St.Achterhoek)
Geboren: Rucphen, 22 Aug 1936. Antonetta Anna Catharina, Dv: Johannes Mol en Antonetta van Dijk (St.Oudenbosch)
 
Gehuwd: Huizen, 8 Feb 1936. Willem Rebel, Zv: Willem Rebel en Anthonia Rebel en Adriaantje Moll, Dv:  Klaas Moll en Pietertje Rebel(St.Achterhoek)
Gehuwd: Winterswijk, 15 Juni 1936. Jan Willem Mol, Zv:  Arend Jan Mol en hendrika Maria Daalwijk en hendrika Johanna Gijsbers (St.Achterhoek)
Gehuwd: Huizen, 15 Juli 1936. Klaas Moll, Zv: Jacob Moll en Jannetje Bout en Geertje den Oude, Dv: Andries den Oude en Tijmentje Kos(St.Achterhoek)
Gehuwd: Arnhem, 19 Aug 1936: Ir.Gustaaf Alexander de Mol, Zv:  Leendert Jacob de Mol en Catharina de Kille en Johanna henriette Mulder (St.Amsterdam)
 
Overleden: Huizen, 19 Mei 1936. Gerrit Moll, 72 jaar, schilder, Zv:  Jacob Moll en hendrikje Koning echtgen. v. Naatje Barmentlo (St.Achterhoek)
Overleden: Rotterdam, 12 Juli 1936. hendrikus Moll, 49 jaar, Zv: Willem Moll en Aaltje Roelofsen, echtgen v. Trijntje Jacoba van den Berg (St.Velp)
Overleden: Huizen, 14 Sep 1936. Pieter Knop, 59 jaar, Zv: Marcus Knop en Aaltje Wiesenekker, echtgcn.v.hendrikje Moll (St.Achterhoek)
Overleden: Huizen, 18 Nov 1936. Hermina Moll, 21 jaar, ongeh.Dv: hendrik Moll en Rijkje Zeeman (St.Achterhoek)
Overleden: Sirjansland, 27 Dec 1936. Pieter Mol, 64 jaar, landbouwer, Zv:  Willem Mol en Pieternella van Nieuwenhuijsen (St.Scherpenisse)
Overleden: Dordrecht, 16 Feb 1937. Lena de Zeeuw,, 66 jaar, echtgen.v.Bastiaan Mol.(St.’sGravendeel)
Overleden: Dordrecht, 19 Feb 1937. Thalea Dorothea van der Schroeff, oud 74 jaar, echtgen.v. Mr.Jan Jacob Moll, Zv:  Dr.Jacob Anthonie Moll en Wendelina Elisabeth Bonebakker
(St.Giethoorn.Blokzijl)
 
Geslaagd: Amsterdam, 30 Juni 1936. Eindex. 5 j. H.B.S. Hector Frederik Moll, Zv: Jacob Theodoor Moll en Elisabeth Emma Santman (St.Giethoorn-Blokzijl)
Geslaagd: Heerlen, 10 Dec 1936. Dipl. Kraamverzorgster: Maria Mol, Dv:  Johannes henricus Maria Mol en Adelaïde Justine Johanna van Essen(St.Wamel)
Geslaagd: Amsterdam, 18 Feb 1937. Bevorderd tot Arts:
de Heer Marcel Johan Marie Mol, geb.te Breda, Zv: Cornelis Mol en Maria Louisa Leonarda Koremans (St.Prineehhage).
Gepromoveerd: Utrecht, 7 Dec 1936. tot Doctor in de Wis- en Natuurkunde op proefschrift "De Schimmelproef": Mej. Wilhelmina Adolfina Mol, geb.te Goes, Dv: Dirk Mol en Aafje Haringhuizcn (St.Venhuizen)
 
Jeanne IJvonne Mol, 11 jaar, Dv:  wijlen Machiel Jacobus Mol en Woutrina Gerarda van Peelen (St. Scherpenisse), wonende te Dordrecht, behaalde bij 727 mededingers den eersten prijs in den scholenwedstrijd in het maken van een opstel, uitgeschreven door de Ned.Ver.tot bescherming van dieren, afd.Dordrecht.
 
We laten nu eenige vruchten van studie der laatste maanden volgen:
Nr 1 is de vertaling uit het Latijn, van de oudst bekende oorkonde Mol in Holland;
Nr 2 zijn de origineele teksten van 5 oorkonden, die niet te moeilijk zijn om ze te begrijpen en verwijzen naar Dordrecht.
Nr 3 is een bijzondere notitie omtrent Jan Mol, broer van den weeskamersecretaris Cornelis Mol en oom van den bekenden opperkoopman Aarnout Mol(l) van Ceijlen en dan volgt een schuldbrief aan denzelfden Jan Mol.
 
Nr 1 is de vertaling uit het Latijn, van de oudst bekende oorkonde Mol in Holland;
1. In naam der heilige en ondeelbare Drie-eenheid!
Wat betreft degenen, die met vrome toewijding bij wettige schenking de kerk Gods tot erfgenaam benoemen van hun tijdelijke goederen, zonder twijfel moet men in acht nemen, (wat de medeerfgenamen bepalen.....)
Daarom heb ik, Arnoldus Scapekin, terwille van God en ter genezing van mijn ziel, vrijwillig aan het kapittel van de gezegende Johannes den Dooper te Utrecht gegeven eenige hoorigen van mij, mannen en vrouwen, zonder voorbehoud van eenig recht voor mij of mijn nakomelingen op hen, echter op deze voorwaarde, dat zoowel zij als hun erfgenamen voor altijd het recht van dienstmannen van dat kapittel zouden genieten; want aan niemand zullen zij gehoorzaamheid verschuldigd zijn, behalve aan genoemd kapittel en aan de proost van dat kapittel.
Verder, dat, indien soms een van hen komt te overlijden zonder kinderen of wettig erfgenaam, hij die hem het naast staat in bloedverwantschap, hem als erfgenaam zal opvolgen.
De namen nu en de hoofden der familie’s, die ik gegeven heb, zijn de volgende: Elmar en zijn zoons, Timoek en zijn zoons, Hildegardus en zijn zoons, Theodericus met zijn vrouw en hun kinderen, Stephanus en zijn zoons, Geluoth en zijn zoons, Arnoldus Mol met zijn vrouw en hun kinderen., Wolfram en zijn vrouw en hun zoons.
Opdat deze schenking geldig en onverzwakt blijft, hebben we ervoor gezorgd, dat ze gedaan werd in tegenwoordigheid van de getuigen die hieronder genoemd zijn en dat ze bekrachtigd en versterkt werd door het eigen zegel van genoemd kapittel en van den proost.
Getuigen zijn de volgende personen: Wilhelmus de Scalewie en Egidius zijn zoon, henricus de Loureslote en zijn broer Gerardus Splinter, henricus de Abbeukeewolde, Walterus de A en Theodoricus zijn zoon, Fredericus de Hurst en Bernardus zijn broer, Hermannus schout de Wortheue en Godescaleus zijn broer, Arnoldus de Everikesterp en zijn 2 schoonzoons Johanncs de Aldwie en Giselbertus, ook Theodericus de Turri Albertus Pil en zijn broer Theodericus Reigere en Gerardus Blome.
En dit is gedaan in tegenwoordigheid van Albertus, proost van het kapittel van St.Jan, de deken Gerardus en verder de kapittel broeders Helmerinus?, henricus de Wereend?, Marsilius, Godefridus, Balduinus?, Jacobus en nog vele anderen, zoowel geestelijken als leken.
In het jaar des Heeren 1186 onder de regeering van den geliefden hendrik, Zv: Keizer Frederik en tijdens het voorspoedige bewind van Balduinus over Utrecht.
(Dr. Muller "Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301;
1924. Utrecht Deel X?/111 (p.458-59))
 
Nr 2 zijn de origineele teksten van 5 oorkonden, die niet te moeilijk zijn om ze te begrijpen en verwijzen naar Dordrecht.
II. Wi Willaem grave van henegouwen van Holland Maken kont dat wi ghewaren ende ghewen Florijs Moll, vri te sine cyghen vier morghen lands legyhende op Scieven die Willaem Clays Heerkuns soen waren ende ons anequamen vri bi rechte ende vonnesse der welgheboorne hiemraden van Schieland van morghengelde, dat deze Willaems inghenomen hadde ende onders onghaeld dat opt voersz land liep ende van onsen weghen daar voren uijt gheleyd waerd bij Dieric van der Made onsen bailiu van Delfland en van Schieland, van wilken ghelde voerse Florus voersz. betaeld heuet dit morghen gheld ende dat ongheld dat van onsen weghen dair voren uit gheleyd was.
Ende daeromme so ghewen wie hem dit voorseyde land ende ghewarent hem vri tyeghens elken manne . Item ghewen wi hem vri vier morghen lands leggende op Schieuene die Scot Vries waren ende ons anequamen vri by rechte ende vonnesse onser welgheboorne hiemraden van Schieland alse van onghelde dat van onsen weghen daer voer uyt gheleyt was bi Janne van Rosenburch die onsc baeliu was van Delfland en van Schieland wilc land voersz. Florys voersz. cofte tyeghens Jan van Rosenburch om dartigh scellingh holl. ende al betaeld hewet, daer ons Jan voersz. goede reke ninghe of ghedaen heuet. Ende dit land voernoemd ghewaren wi desen Florus vri eyghens elken manne.
In orkonde desen brieve gheghewen in die Haghe des dinxendaghes na Sinte Mardius daghe int Jaer ons heren 1322.
Wi Willaem grave ombieden onsen bailiu van Scieland ende onsen scoute die aldaer nu syn of hier na wesen zellen dat ghi van al sulken lande als Flrys Mo ghecoft heuet daen onse opene brieve of hevet niemant of gheen rechten doet daer of van enighen an sprake of van enighen commer die daer op mocht hebben gheweset of ghemacet was voer dese tyt want het ons toe ghewiset es ende anghecomen vri bi rechte ende vonnesse onser welgheboerne hiemraden van Scieland.
Gheghewen des dinxend, voer Meydach 1322,
(April)
 
Wi Willaem Grave maken cond dat ons Florys Mol opghedraeghen heuet tonsen eyghen enen sate van twintigh morghen lands leyghende op sciev ene dat Claerbouts Sate hiet ende 4 morghen lande leyghende op Sciev ene die Clays Heerkyns soens waren, wilken 4 morghen wi desen Florys gheghewen hadden owermids onghelde dat hi daer vore betaalde, daert ons of aneghehecomen was vri bi rechte ende vonnes onser welgheboerne hyemradenen van Scieland bi Dierixtide van der Maede doe hi onse bailiu was van Delfland ende van Scieland, welke voorscyde Sat ende land alst voersz. es wi weder verlient hebben desen Florys Mol voers van ons te houden te lene.
In diser manieren dattet comen mack op siene kinder kinderen daer hiet bewyst ende voirt daer na op dese naesten toe comende van der zuaert zide van wittachtigher boirte binnen achter zusterkinder niet te versterven.
In oirkonde gheghewen in die Haghe des manendaghes op Sinte Michielsdach int Jaer 1326.
per Wilhelmum camerlinc.
 
Wi Willaem. grave maken cond dat wi alsule goet als ons Florys Mol onse tolmaer van Dordrecht was in sinen lesten line bewysde ende besprac rorende ende onrorende huzinghe ende land soe waer dat gheleghen es vercoft hebben voir eyghene Ysebrande Danekins sone Clays Danikyns ende Pieter Boudekins sone ende ghewen heme daer of ene vry ghifte mit desen brieve ende beloven hem dat te ghewaren als men een recht eyghen sculdich es te waerne him ende allen denghenen ende elken besonder diet tieghens him ghecoft hebben of diet hier namaels copen zullen.
In oirkonde gheghewen in die Haghe des Woensdaghes na Sinte Lambrechtsdaech int jaer ons heren 1329.
 
Wi Willaem grave maken condt dat eene zate landts van twintigh morgen leggende op Scievene die clairbouts zate hiet, ende vier morghen landts leghende op Scievene die Clays Heerkyns soons waren ons anquamen in die quade tyd vri bi rechte ende vonnesse onser welgheboren Hyemraden van Scielandt, alse voir ongheld datter onse Bailjuwen voir uytleyden van diken ende van wateringen dair niemant niet voir ende de noch doen en wilde; dat onse Bailjue van onsen wegen over eyghen vercofte, dair Florys die Mol anequam met wittigen coepe alse recht was ende dair na droech ons die zelve Florys dat voirschreve land op ’t onsen eyghen. ende ontfenct van ons weder te leene, ende omdat Florens die Mol dort gebleven es, ende sine erfname von sinen erfliken goede al ontervet hevet overmits zyn testament dat hi ghemaekt hevet ons, ende anderen, toe hebben wi sinen rechten erfname alse Isebrand Damekynssone ende Pieter Boudyns sone sulke gratie gedaen dat wi hun die voirschreven vier en twintigh morgen lands geghewen hebben ende gheven te haren vrien eyghen met dese opene brieve
bezeghelt met onsen seghelen ghegheven in die Haeghe op ten Jaersdagh int jaer 1329,
 
Nr 3 is een bijzondere notitie omtrent Jan Mol, broer van den weeskamersecretaris Cornelis Mol en oom van den bekenden opperkoopman Aarnout Mol(l) van Ceijlen en dan volgt een schuldbrief aan denzelfden Jan Mol.
III. Extract uyt het Testament van Jan Mol, in syn leven koopman ten dienste der O.Compagnie en Gijsberta de Ridder, den 17 Juni 1661, tot Sinkan op ’t Eylant Formosa, voor dem Sects.Paulus Osseweyer en de getuygen gepasseert.
Wyders justitueren zy testateuren malkanderen dat is den eerst aflyvigen den langst Levende tot universele erfgenaem in alle aard nagelaten goederen. roerende als onroerende. gene uytgesondert. Zoo hier als elders, waar ’t ook soudt mogen wesen.
Geextrageerd uyt originele testament endeaccordeerd
Batavia 16/26 februarl 1687 in admissionem van my Michiel Balde, Notars.
 
Ik ondergesz. bekenne by desen wel ende deugdelyk schuldig te wesen aen den coopman Sr.Jan Mol, ofte syne actis schrijvende de somme van een hondert rycxd: sware dubbelde stuyvers yder spruytende eer sake van deugdelyke geldende en aengetelde by my, in desen mynen bedroefden stand, als verwonnen van den groot manderyn koninge met over groote vergenoeginge in Spaic? van dubbelde stuyvers dankbaarlijk genote en ontfangen, sondcr welker ontfang en genot ik in grooten nood en armoede soude hebben moeten vallen, welke voorsz. somme ik eigelyke spaar (met godes hulpe) op Batavia ofte elders in ’s comp.plaatsen gekomen zynde, belove te sullen restibueren, voldoen en betalen, tot naerkominge deses biede ik mijn persocn en genadelijk alle myne goederen, hebbende er toekomende gene van dien uytgesondert en nog specialyk alle mijne alreeds verdiende en nog te verdienen gages den voersz. Sr Mol daer op atsignerende by dese versoekende dengene die macht hebben de aen my te betalen sulke betalinge aen den Sr. Mol in mynen name gelieven te doen, daer tot by dese authoriseerende in oir conden, geteekend den 26 May 1661; was getekent Leonard Verhagen, op gac cam gelegen op ’t eyland Formosa, ons present als getuygen was onderhoud A. van winschen, ecclesiastes en Cornelius pruys, Op de volgende zyde stond Waarde en zeer lieve nicht Juffrouw, Juffrouw Anna de Vlaming van Outshoorn,
Ued. siet uit dese myne ommestaende obligatie, in wat een ellendigen stant mynen vrint Sr. Mol my dese penninge heeft verstrekt, sonder welker betoonde vrintschap wy armelyk en sober met ryst, sout en water soude hebben moeten behelpen, vermits door order van gouv, met alle duytsen moetende sonder omsicht en verwachting naar Laulang trekken, door overrompeling der vyanden niet van ’t myne hebben kunnen behouden, als een kleet, versoekende en biddende daeromme, dat Ued. de scmme van penningen aan de Sr. Mol, in kas ik voor            de betalinge, kwam te sterven, gelieve te voldoen en vergoeden, verbindende tot versekeringe van UEd. uitgeschoote penningen, sodanige gelden en effecten, als mynenthalven op de weeskamer wegens d’erffenisse van myn grootmoeders wegen, van ’s vaderszijde tot Rotterdam berustende zyn, UEd.daarop adsignetende by dezen authoriseerende d’Eerw.weesmeesterem van Rotterdam voersz, gelyke somma van hondert Ryksd. aen UEd.te restitueren, waer aen my vrintschap geschieden sal; daer op my so in leven als sterven geruststellende, verblyve waerde en seer lieve nichte,
UEd. genegen neef(was geteekend)
Leonard. Saccam 26/5 1661

 

1e Jaargang no 4.                     3 Juni 1937
 
KORT VERSLAG VAN DE 4e ALGEMEENE VERGADERING VAN 22 Mei 1937.
Aanwezig waren behalve het Bestuur: Mej. W.M.Moll te A’dam en de Heeren J.A.Moll den Haag en W.J.Mol te Zwijndrecht. De respectieve verslagen werden uitgebracht en decharge van den Penningm. had plaats. Dank werd gebracht aan de Kascommissie. Het Bestuur werd herkozen. Als bedrag voor contributie van leden voor 1938 werd vastgesteld drie of meer gulden.
De Secretaris.
 
Als nieuw lid werd ingeschreven:
de Heer Willem Johannes Mol, Bruinelaan 42, Zwijndrecht (St.Scherpenisse) (aanwerver de Heer H Moll, Dordrecht).
Als begunstiger:
de Heer Dr.P C Boeren, v.Slichtenhorststr. 26,Nijmegen.
 
Met grooten dank vermelden we de namen dergenen, die zich bereid verklaarden en dit ook met de daad bewezen, berichten of advertenties omtrent naamgenooten, in te zenden;
de Heeren Dr. P.C.Boeren, A.F.M. Roels, W.vd Ploeg, J.Th. Moll, Dr. Fr. Moll, J.L.H. Moll, A Stuurman, W.J. Moll, H Moll, T Moll, H.J.E. Moll, G van der Zanden, J.A.Moll, J.H.M. Mol en Dr N Moll, Staatsanwalt te Gustrow.
 
We danken Mevr.E.A.Rosenthal te Hanau a Main, voor de inzending van de genealogische gegevens van haar geslacht (Solingen);
 
den Eerw. Heeren Ds.Th.Moll te Untergröningen en Ds. G.Moll te Niederhofen voor dito (St Fichtenberg-Mittelrot) en voor de belangrijke notities omtrent Ottendorf-Untereisesheim;
 
den Hr.M.Moll te Texas voor zijn vriendelijke bemiddeling met den Heer J.M. Moll te Centerville (St.Scherpenisse),
 
en ontvingen met dankzegging van den Zeergel.Heer J.Th.Moll: 2 overdrukken uit Tijdschr.Kon.Ned.Aardr.Gen.van recensies van zijn hand, van den Heer H.J.E. Moll: een tweetal notulen van den Ambonraad, een register op de geslachtsnamen in M.Balen "Beschrijvinge der stad Dordrecht" (1677), het 77.Jaarverslag der weesinr. te Soerabaija (1935),
 
van den Heer G.N. de Weille te Amersfoort het hoogst leerzame en met zorg samengestelde boekwerk: "Het geslacht De Weille" van H.J. en G.A. de Weille, 1936. (verwant aan Dr. W.E. de Mol te Amsterdam)
 
van den Heer Fr. Oudschans Dentz 2 ex. van Dr. H.C.Rogge: "Willem Moll" en een Surinaamsche Courant
 
en van den Heer J.A.Moll de diss. van C H Moll, A’dam 1885 "Over vreemde lichamen in de luchtwegen".
 
Burgerlijke Stand
Geboren: Centerville (ITexas) 11 Oct 1936 Michell Cary Moll, Zv: Johannes Machiel Moll en Merille Gindratt. (Zv: Leendert Machiel Mol en Neeltje van de Vrede (St.ScHerpenisse)
Geboren: Rucphen, 16 Maart 1937 August, Zv: hendrik Verstijlcn en Francyna Mol, (Dv: Petrus Mol on Cornelia Roks) (St.Roosendaal-Oudenbosch)
Geboren: Oegstgeest, 17 April 1937, Arno, Zv: Jan Bogaards en Hermine hendrika Mol, (do.van Herman Mol en Elisabeth Claassen) (St.Gorinchem).
Geboren: Oud Gastel, Maart 1937 Antoinetta Petronella Johanna. Dv: Johannes Aarts en Elisabeth Mol, (Dv Jacobus Mol en Antonetta Oonincx) (St.Oudenbosch)
Geboren: Etten, 11 Dec 1936 Adriana Jeanetta Gerarda Mol, Dv: Dimphena Catharina henrica van Steen en Petrus Gerardus Mol, Zv: Adrianus Mol en Adriana van de Wijngaart (St.Princenhage)
 
Gehuwd: Rucphen, 7 Octobcr 1936: Marinus Mol, Zv: Jacobus Mol en Maria de Bruijn en wedn van Maria Petronella Hoeren
en Adriana Cornelia Oostvogels, Dv Petrus Oostvogels en Johannes van den Broek en wed.van henricus Broos. (St.Roosendaal-Oudenbosch).
 
Overleden: Berkhout (N.H.) 21 April 1937, Heertje Mol, 63 jaar., kassier v/d Coöp. Boerenleenbank, Zv: Cornelis Mol en Elisabeth Pater en echtg.v.Aaltje Veld. (St.Venhuizen)
Overleden: Rucphen, 16 Maart 1937, Cornelis Petrus Jochims, 67 jaar, weduwnaar van Johanna Mol, Dv: Cornelis Mol en Adriana van Hal,(St.Oudenbosch)
Overleden: Nijmegen, 8 Maart 1937: Lambertus Antonius Moll, 66 jaar, Directeur "N.V. L.A.Moll", Auto Maatschappy, Zv: Jacobus Moll en Maria Johanna Hagen, echtg.van Gijsbertina hendrika Rijnbende, (St. Velp).
Overleden: Breda, 8 Maart 1937, Jonkvr. Anna Catharina Adriana Sara Maria Graafland, 84 jaar, weduwe van Jacobus Adrianus Christianus Herbertus van Moll en Dv: Jhr.Mr.Johan Graafland en Anne Engelberta Florisza van Bronckhorst (St.Duizel).
Overleden: St.Philipsland, 27 Jan 1937 Pieternella Loetje Verwijs, 71 jaar, Dv: Willem Verwijs en Jacomina Knulst en echtgenoot van Johannes Mol, Zv: Cornelis Mol en Jannetje den Braber. (St.Scherpenisse).
Overleden: Overschie, 10 April 1937: Burgina van Genderen, 80 jaar, Dv: Gijsbertus van Genderen en Geertrui Villerius en weduwe van Simon Mol, Zv: Jacob Mol en Krijntje van Gelderen, (St. Spijkenisse).
Overleden: Bandoeng, 25 Dec 1936: Antje Moll, 48 jaar, Dv: Popko Moll en Wilhelmina Elisabeth Ernst, en echtg. van Josef Carel Leonard Berg. (St. Velp).
Overleden: Weesp, 12 Feb 1936: Johanna SÖderland-Mol, 72 jaar, echtgen.van Franz Oscar Soderland, Dv: hendrik Mol en Aagjen IJserman. (St.Kampen).
 
ANDERE BERICHTEN:
’s Gravendeel, 8 Mei 1937 herdachten Teunis Mol, Zv: Jan Mol en Jaapje Visser en Elisabeth de Geus, Dv: Jakob de Geus en Sijgje Uitterlinden hun 40 jarige echtvereeniging. (St. ’s Gravendeel).
 
Rotterdam, 21 April 1957, legde na zesendertig jaar de praktijk van arts te hebben uitgeoefend te Rotterdam, Dr. Gabriel Hermanus Moll van Charante, Zv: Jacob Moll van Charante en Maria Hartogh Heys, deze onder geweldig veel bewijzen van waardeering en hoogachting neer. (St.Wageningen).
 
Utrecht, 19 Maart 1937, Tot bijzonder hoogleeraar is door het Curatorium van den leerstoel voor de "leer der physische waarnemingsmethoden" aan de Univ.te Utrecht benoemde Prof. Dr. Willem Jan Henri Moll te Soesterberg, oud buitengewoon hoogleeraar te Utrecht, Zv: Ds.Pieter Moll en Jacoba Maria Boomkamp (St.Giethoorn-Blokzijl)
 
Haarlem, 21 April 1937, Een belangrijke rede over "de veredeling der bolgewassen" hield hier Dr. Willem Eduard de Mol te Amsterdam, de wetenschappelijke expert in het chromosomen-onderzoek.[St. Amsterdam).
 
Amsterdam, 5 Maart 1937, Een lezing over: "Hoe de geluidsfilm tot stand komt" hield de alom bekende Directeur van Multifilm te Haarlem, de Heer Jan Cornelis Mol, Zv: Cornelis Mol en Maartje Nobel.(St.Venhuizen).
 
Tot Resident van Bali en Lombok werd 8 Mei 1937 benoemd de Heer Henri Joseph Elias Moll, ass.res. 1e kl. van Ambon, Zv: henri Coert Moll en Elisa Mathilde Pfeiffer, onze Oud-vertegenwoordiger voor Nederl.O.Indie.(St.Achterhoek)
 
Geslaagd voor Artsexamen Amsterdam, 18 Feb 1937: de Heer Marcel Johan Marie Mol Zv: Cornelis Molen Maria Louisa Leonarda Koremans (St.Princenhage).
 
De Heer T. Moll te Huizen exposeerde in de Kon. Kunstzaal Kleykamp te Den Haag van 17 April tot 9 Mei schilderijen, portretten en figuurstukken, welke expositie door Cornelis Veth alleszins de moeite van het zien en waardeeren waard gekeurd werd. (St. Achterhoek).
 
CORNELIS MOLL.
Onder ’n verzameling oude portretten die nalentschap van een bekende pretoriase familie, wat die kinders helaas nie meer kon herken nie, werd onlangs bovenstaande portret ontdek. Ons laat die versameling af en toe aan ou Pretoriane sien. en op die wijse het ons reeds verskeid belangwekkende ontdekkinge daaronder gedaan.
"Brandwag"-lesers sal hul bv. die unieke bakkebaard-portret nog herinner van genl.de la Rey, wat ons enige tijd gelede gepubliseer het. Tans is het weer die portret van Cornelis Moll, wat ons h...? hier laat sien, een man wat in die ondoe van die Republiek een nie onbelangrijke rol vervul het benoor, de Vaalrivier. Die oorspronkelike sal een daguerrotiep gewees het op glas, wat naderhand gebreek ’t, en bij die oorneme van hier die kopie slag aanmekaar geset werd, sodat daar allerlei verwikkelinge ontstaan is met opsig tot die base, Seun van Cornelis Moll van Neudamm, werd die origineel van ons portret, ook Cornelis geheete, gebore in 1810 te Kaapstad. Daar het hij sijn opleiding ontvang, om in 1821, op nog maar elfjarige leeftijd, klerk te worde van een bekende adcokaat, en later in diens te tree bij een drukkerij aldaar. Verskeie jare is op die wijse ongemerk verbijgegaan, tot dat hij op die manlike leeftij in die huwelijk getree is met Josephine Elisabeth Vervoert, en na die koorde weggetrek ’t.
Die toeval het Moll, op sijn trek in aanraking gebring met genl. W.J.Pretorius, wat toen vir die tweede maal op weg was naar Natal. Hulle het deur die Vrijstaat saam gereis in een geselskap en daar is tussen die twee manne ’n vrindskap ontstaan wat deur heel verdere lewe heen geduur’t, Moll het vervolgens die Winkommande van 1838-39 meegemaak, en sig daarna metterwoon neergelaat in Pietermarizburg, waar hij die uitgever en eienaar geword’t van die eerste koerant wat in Natal "De Nataliër" (28 Maart 1844) ’n weekblad wat opgestel werd deur ’n Fransman, Mons.C.E.Boniface.
Later (27 Nov.1864) werd door Moll uitgegee "The Patriot" met Arthur Walker als editeur en nog later hier die koerant - wat die opvolger was - van "De Natalier"- opnieuw herdoop als die "Natal Patriot". Toen in 1848 die Engelse hul eindelik meester gemaak’t van Natal, is Moll daar weggetrek met sij gesin en sijn drukpers en het hem neerggelaat ,te Potchef stroom, waar hij aanstonds "De Staatscourant" uitgegee’t.
Die eerste oplaag van hierdie half offisiele niewsblad het verskijn op 25 Sept. 1857, en werd gedrukdeur sij seun (Cornelis Petrus Moll Jr.
Dit was ’n kleine algemene weekblad, wat gewij was hoofsakelik aan die politiek van die dag, maar ook ambtelike meedelinge en bekendmakinge bevat’t. Die blad werd gedruk op ’n kleine handpers waar allerlei interes sante avent verhaal word gedurende die latere Burgeroorlog en ook nog voor die tijd, wat ons een dag miskien hier sal oorvertel. Die pers werd in beweging gebring deur handarbeid en daarbij het te pas gekom veral voorsegde C.P.Moll en Daantje Immelman.
Hul drukpapier moes uit Natal betrok word en aangesien dit -evenals vele jaren later - per ossewa geskied ’t, het ’t meermale voorgekom dat die koerant nie kon uitgegee word nie, of gedruk moes word op die bekende blove "foolscap" papier van die dal.
In 1857 werd Cornelis Moll deur Pres.M.W.Pretorius benoem tot Goewernementssekretaris. Dit was een roerige tijd en Moll had sijn hande meer dan vol, hoofsakelik met die onenigheid wat teweeggebreng werd deur een uitspraak van die Hooggeregshof (1855), waardeur ’n agttal Volksraadslede van Lijdenburg skuldig verklaar werd aan oortreding van die Grondwet. Sodoende is die Republiek Lijdenburg totstantgekom (16 Dec 1856). Twee jaar later werd die bekende grondwet van 1858 aangeneem en in 1860 tet eers die Volksraad vir heel Transvaal weer te Pretoria vergader.
Tot 1858 is Moll Goewernementssekretaris geblij, daarna was hij een tijdlang landdros van Potchefstroom en nog later Staatsprokureur. In die burgelike beroeringe van die sestiger jare het hij ’n werkdadige aandeel geneem als offisier aan die kant van die Schoemanpartij, en na die oorlog, in 1863 is hij opniew Staatsprokureur geword. Na die oorlog van 1864 werd hij Landdros van Pretoria en Weesheer, welke eersgenoemde betrekking hij in 1867 neergele’t en 1869 werd hem op sijn versoek eervol ontslag verleen uit die staatdiens. Later het hij egter nog die Pretoria distrik in die volksraad verteenwoordig (1875) en ons vind bovendien dat hij spesiale Commissaris, Landdros en Naturelkommissaris was van Waterbcrg gedurende die Engelse regime (1877-1880).
In 1867 is hem te Pretoria sijn eerste egtgenoote ontval, en in 1873 is hij getroud met Helena Geertruida C. Waldek. Uit die eerste huwelik is vier kinders gebore, en uit die tweede vijf seuns en twee dogters. Als Landdros van Waterberg het hij gewoon te Nijlstroom, en daar het die dood hem ook gevinde in 1880, 25 April op die toegestane "driemaal twintig jaar en tien": 70 jarige leeftijd.
Naschrift. Bovenstaand belangrijk opstel uit "Die Brandwag" van 25 Mei 1920, bl.348, danken wij, door vriendelijke bemiddeling van den Heer Fr. Oudschans Dentz, den Haag, aan den Heer Drs.Niemaber, lector aan de Witwatersrand Universiteit, die hiervan een copie zond.
Wat den inhoud betreft, is er in genealogisch opzicht nog al wat over te zeggen: belangrijk is nl. de totale afwijking met "Geslachtregisters van oude Kaapsche familien" van de hand van C.C. de Villiers. Gingen de Afrikaners maar eens in op onze vragen om inlichtingen, dan zou een degelijk contact licht brengen in deze duistere zaak maar welke moeite wij ook deden, jaren lang, nooit kwamen of komen antwoorden in op tal van brieven.
 W.H. Moll
 
LAMBERTUS ANTONIJ MOLL. (in memoriam)
Lambertus Antonij Moll, geb. 23 April 1871 te hengelo (0), als Zv: Jacobus Moll en Maria Johanna Hagen, overleed 8 Maart 1937 te Nijmegen.
Nu eens weer geen Moll-wetenschapsmensch, maar een zuivere practicus technicus: als schoolleerling met weinig ambitie, zonder aspiraties naar studie, van de lagere school naar een kostschool in Lochem, eindelijk in de practijk te Deventer. Zijn vader, architect, later directeur der Metaalwarenfabriek te Nijmegen, bracht hem op 19-jarigen leeftijd bij den degelijken, flinken smid Franssen te Deventer, waar hij het smidswerk van meet af aan zou leeren, en een tehuis kreeg bij de moeder van ondergetk., Mevrouw W H Moll-Arentse. Hij zou in de drie moderne talen onderwezen worden door de oudste dochter, thans Mevrouw W.M. van der Zanden-Moll. Deze beslissing van zijn vader is Moll ten zegen geweest. Groot respect had de jonge man, die op zijn vijfde jaar zijn moeder verloren had en met zijn stiefmoeder niet in prettige harmonie leefde, die al veel rondgezworven had, voor de uitnemende, beste moeder van het gezin in Deventer. Hij voelde zich geheel thuis, waardeerde de hartelijke en sympathieke wijze, waarop hij mede opgenomen werd in het gezin, ten volle. Hard werkte hij overdag in de smidse en al was hij voor zijn leerares geen gemakkelijke leerling, de lessen in de talen zelf vond hij heerlijk.
Na een paar jaren echter moest hij verder in de practijk. Noode verliet hij Deventer, dankbaar scheidde hij nog in zijn laatste levensjaren herdacht hij in groote eerbied, de liefde en toewijding, in Deventer ontvangen. Van Deventer ging hij naar Tiel.
Hij vestigde later in Nijmegen eerst een rijwielzaak, later een autobedrijf in 1897, in een bescheiden pand aan de van Welderenstraat. Hij had begrepen, dat de verschijning van de auto "een ware revolutie op verkeersgebied" beteekende en daardoor een ongekend perspectief werd geopend. Allengs breidde zich zijn zaak enorm uit en nam een groote vlucht. In den loop der jaren stichtte hij filialen te Arnhem, Tiel, Hengelo en Enschede. Toen de ruimte te klein werd, werd het bedrijf overgeplaatst naar de St. Annastraat, waar een groot en modern gebouwencomplex verscheen.
In 1919 werd de firma voortgezet in een NV., doch Moll bleef de directie voeren met diep inzicht en groote ervaring. Juist dit laatste, dat heeft Moll weer bewezen in zijn leven, is onmisbaar voor ieder ambt en bedrijf. Moll KENDE ieder onderdeel van rijwiel of auto, wist de techniek tot in de kleinste details, verstond het werk van al zijn arbeiders en zijn personeel, vanaf dat van den jongsten knecht. Daardoor was hij in werkelijkheid de ziel van het bedrijf en wist hij in alle punten raad. Moll was niet de "baas" met theoretische kennis, de "mijnheer", die zijn handen liever niet vuil maakt en alleen maar goed praten kan. Moll was de "selfmade" man, die wist van aanpakken, een energieke wil toonde en steeds groote eenvoud betrachtte.
In alle kringen van den autohandel hier in Holland of over de grenzen, genoot hij dus groote bekendheid. Het automobielbedrijf "N.V. L.A.Moll" nam onder zijn leiding een groote vlucht. In Nijmegen zelf was Moll een zeer geziene en bekende figuur.
Lambertus Anthonij Moll huwde 7 Jan 1908 met Gijsbertina hendrika Rijnbende. Uit dit huwelijk sproten 6 kinderen, waarvan thans 4 zonen leven.
Onder zeer groote belangstelling uit vele kringen werd zijn stoffelijk overschot den 12 Maart op "Rustoord" te Nijmegen ten grave gedragen.
De woordenm die daar gesproken werden door de Directie der N.V. en den Dir. van den Gem. Reinigingsdienst te Amsterdam, waren in den geest van den overledene: eenvoudige en weinige. Immers Anton Moll was de man van de daad.
We halen hier de kerngedachte aan: "Anton Moll was doorgedrongen "in de problemen van het leven en had den daarvoor noodigen zwaren strijd "met eere doorstaan".
Van harte wenschen wij van deze plaats de treurende weduwe de zoo noodige berusting, den zonen: dat zij de voetsporen van hun besten vader mogen drukken !
W.H. Moll
(Nijmeegsche Courant, Algem.Handelsblad en eigen ervaring.)
 
 
Twee Respectabele Naamdragers
I: Onder de vele stammen van naamgenooten in Noord Brabant treffen we dien aan van Valkenswaard. De naam van deze plaats luidde vroeger "verckensweerde" = varkensweide en heeft dus niets te maken met valk.
Toch woonde hier tot het vorige jaar de laatste Valkenier Mollen van hetzelfde geslacht; dat reeds eenige eeuwen in Valkenswaard woonde.
Karel Theodorus Mollen, geboren aldaar 4 Juli 1854 als Zv: Adriaan Mollen en Anna Elisabeth Sebilla Mohr en weduwnaar van Ellsabeth Maria Pander, overleed aldaar l Januar* 1936.
Zijn beroep was dat van horlogemaker - een echt Brabantsch uurwerkmaker - en hij gold op dit gebied voor een bekwaam vakman. Zijn heele leven woonde hij op dezelfde plaats, had maar kort school gegaan, maar sprak vloeiend de drie moderne talen.
Met Mollen is een laatste afstammeling van een eeuwenoud geslacht van valkeniers en daarmede een groot stuk romantiek heengegaan.
Twee zonen en een dochter zijn de nu nog levende kinderen Mollen, de zoons echter zijn geen valkenier..
De vader Adriaan Mollen, leerling van den bekenden valkenier Jan Bots, was als jongeling naar Engeland gegaan om zich in het bedrijf te volmaken; hij ging te voet (35 marschdagen van elf uren loopens! bepakt met alle valkeniersattributen) in 1833 van V: naar Weenen en was eenige jaren valkenier aan een der prinselijke hoven in Oostenrijk.
In 1850 werd hij als zoodanig door koning Willem II op het Loo aangesteld. Na den dood van Prins Alexander (1852) werd de koninklijke valkenjacht op het Loo opgeheven en Adriaan Mollen op pensioen gesteld, welk jaargeld hij tot zijn dood 27 Juli 1896 genoot.
Van de Hollandsche Looclub bestaat een schilderij van J.B. Sonderland, waarop A.Mollen als valkenier fungeerend te paard stijgt.
Paulus Mollen, diens broer, was eveneens valkenier bij die Loo-hawking club in Engeland. De oudste voorvader-valkenier was wel Pierre de Mol, groot-valkenier van den koning der Nederlanden, in 1565 naar Duitschland gezonden, om aan den keizer voor de Hertogin roofvogels te brengen en die in 1569 door den hertog van Alva naar den keizer en den aartshertog Karel eveneens valken moest brengen.
Karel Theodoor Mollen heeft alle aanbiedingen van hooge personen uit Oostenrijk, Spanje, om hofvalkenier te worden, afgeslagen. Hij kon zoo lang niet weg uit Valkenswaard, dat hij lief had. Heel wat valken heeft hij gevangen en afgericht. Of ze hem echter zooveel opbrachten als in de Middeleeuwen voor een afgerichte valk betaald werd, betwijfelen we zeer. Immers Sultan Saladin weigerde een bod van 1000 gouden ducaten voor een witten valk, dien koning Philips August van Frankrijk hem wilde afkoopen.
De valkenheide van Valkenswaard is door de ontginningsmij. reeds lang in bouwland en bosch veranderde De oude loerhut der wereldberoemde valkeniers Mollen heeft men uit piëteit langen tijd intact gelaten; ook die zal nu wel tot het verleden behooren.
(Deutsche Jagerzeitung S.B.81 Het Leven, 1911, 28 Nov. de Nederlanden, 1924, 8 Aug. Prof.Dr.A.E.M.Swaen, Verslag Kon. Oudh.k.genootschap 1925 Amsterdam. "de Telegraaf" 1933 Dec.1936 Jan.)
 
II Daar de familienaam bij dezelfde Brabantsche geslachten In rijke variatie voorkomt als Mollen - Molle - van Mollen - van Mol - van Moll -Mol - de Mol is samenhang met het geslacht van Mol(l) uit Duizel niet onmogelijk. uit deze familie noemen we ook een tachtigjarige, die eveneens met eere vermeld dient te worden, n.l.: Dr. Franciscus Daniel Agatha Catharina van Moll, geb 25 Nov.1849 te Weert, als Zv: den koopman Daniel Hubertus van Moll en Christina Francisca Geertruida Heuvelmans en overleden 6 Aug 1930 te Arnhem,
Na zijn gymnasiale opleiding te den Bosch, aanvankelijk bestemd voor den militairen geneesk.dienst, studeerde hij medicijnen te Utrecht (ingeschr. 11 Sept.1867), ook te Amsterdam en promoveerde te Utrecht, Magna cum laude (!) 21 Oct 1874 na verdediging van het proefschrift "over de normale incongruentie der netvliezen". 31 Oct 1870 had hij den mil. geneesk.dienst met eervol ontslag verlaten.
In 1874 vestigde hij zich te Rotterdam als oogarts. In 1879 opende hij er een polikliniek voor ooglijders en 10 jaren later werd door zijn opwekking het Rotterd. Sanatorium opgericht. In 1902 riep hij het Nederl. Oogheelkundig Gezelschap in het leven, het eerste genootschap van specialisten in Nederland. In 1903 werd hij met Kapteijn en Hers tot lid van de Centrale Commissie benoemd en daarin deed hij zich als krachtig voorstander van de nieuwe richting kennen en deed hij zijn best, om de behartiging van de beroepsbelangen en de verhouding tot het tijdschrift te regelen.
Gedurende vele jaren had hij zitting in de Rotterdamsche Gemeenteraad en was hij lid van de Provinciale Staten. Langen tijd was hij voorzitter van de Academie voor beeldende kunsten en technische wetenschappen te Rotterdam, Voorzitter van de vier jaarlijksche schilderijen-tentoonstelling, Voorzitter van de Vereeniging voor Vakteekenonderwijs.
In 1921, reeds over de 70 jaren oud, kwam Dr.van Moll te Arnhem en deed er reeds spoedig van zijn belangstelling voor het Nijverheidsonderwijs blijken. Door zijn bemoeiing ging "Kunstoefening" een nieuw tijdperk van bloei tegemoet. Als Voorz. van het bestuur ervan heeft Dr.van Moll voortdurend geijverd om aan de school van het Genootschap die p1aats te bezorgen, die haar toekwam, n.l. te worden tot Middelbare Kunstnijverheids-school.
Dr. van Moll was een groot kunstverzamelaar en bezat een kostbare verzameling van Rembrandt-etsen. Op maatschappelijk terrein deed hij zich kennen als een gulle, steeds bereidwillige persoonlijkheid. Bij gelegenheid van zijn gouden jubileum als Arts vielen hem enorm veel blijken van groote sympathie en dankbaarheid, zoowel uit Rotterdam als uit Arnhem, ten deel, en zijn tachtigste verjaardag mocht de jubilaris in dankbare herinnering vieren.
Dr. van Moll’s verdienste voor de oogheelkunde in Holland is groot. Uit de school van Prof. Donders voortgekomen, behoorende tot haar eerste leerlingen, heeft hij de wetenschap belangrijk vooruit gebracht en is zijn practijk tot zegen van talloozen geweest. Daarnaast bewees de algemeene achting en hooge waardeering, hoe belangrijk zijn beteekenis was als lid der Gemeenschap. Sinds 1901 was Dr.van Moll Officier van de Oranje Nassau-orde. In eerste echt verbond hij zich met Jenetta Gerarda de Jongh. Uit dit huwelijk werden 9 kinderen geboren. Na het overlijden van zijn eerste echtgenoote (11 Juni 1931) huwde hij in 1895 ten tweeden male met Maria Margaretha Ravenswaay, die 11 Aug. 1930 te Arnhem overleed.
Twee dagen te voren was Dr. van Moll onder vele bewijzen van belangstelling te Oud Kralingen begraven.

(Rotterd.Courant, Arnh.courant Geneesk. Gids II -.339)

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Sponsored by Clic2connect