OVER DEZE WEBSITE  |   GASTENBOEK  |   AANRADERS  |   DISCLAIMER  

Tekst   Foto's
HOME     HAARLEMMERMEER      DORPEN     T OUDE BUURTJE     PERSONEN     ZOEKPLAATJES     FOTOALBUMS     FILMS    
»  Droogmakingsplannen 17e Eeuw
»  Droogmakingsplannen 18e Eeuw
»  Droogmakingsplannen 19e Eeuw
»  Cruquius, Nicolaas Samuel
»  1839-52 de Droogmaking
»  1845 Bouw Gemaal Leeghwater
»  1850 de Polderjongen
»  1852 Verkaveling en Inrichting
»  1854 Tochtje door nieuwe Polder
»  1858-60 Gedenkpenningen Droogmaking
»  1852-70 de Kolonisatie
»  1870-90 de Landbouwcrisis
»  1890-1920 Economisch Herstel
»  1920-45 begin verstedelijking
»  1940-45 Onderduikers in Haarlemmermeer
»  Deel 1: Fam Bogaard
»  Deel 2: Fam Bogaard Vervolg
»  Deel 3: Fam Breyer
»  1945-75 Sterkere Verstedelijking
»  Boerderij namen

 NICOLAAS SAMUEL CRUQUIUS.

door: Cor Wies 
Hoofddorp, februari 2004

Naar aanleiding van het feit dat het dit jaar (JW: 2004 dus) precies 250 jaar geleden is dat Nicolaas Samuel Cruquius overleden is, wil ik een stukje schrijven over wie Cruquius eigelijk was en wat hij voor de Haarlemmermeer betekend heeft.

Natuurlijk kent iedereen het stoomgemaal “de Cruquius”. Dit stoomgemaal was één van de drie stoomgemalen die het Haarlemmermeer drooggemalen heeft. De andere twee zijn “de Leeghwater” en “de Lynden”. Het oudste gemaal is “de Leeghwater” wat onder andere gediend heeft als proefgemaal voor de later te bouwen “Cruquius”en “Lynden”. Het is vernoemd naar Jan Adriaanz. Leeghwater, Ingenieur en Molenmaker uit de Rijp. Leeghwater is vooral bekend, wat betreft de Haarlemmermeer, om zijn “Haarlemmer Meer-boek” waarvan de eerste druk al in 1641 uitkwam. Van dit boekje zijn tot en met 1838 17 verschillende drukken verschenen!
“de Lynden” is vernoemd naar de 19e eeuwse  hoofdadministrateur der Domeinen, Frederik Godard Baron van Lynden van Hemmen. Deze Baron had ook een grote interesse voor de waterbouwkunde. Vanuit die interesse kwam hij in 1821 met zijn boek “Verhandeling over de droogmaking van de Haarlemmermeer”. Dit is het eerste plan waarbij ook stoomkracht genoemd word als middel voor het droogmalen van het Haarlemmermeer.
Zo zijn de drie stoomgemalen vernoemd naar drie plannenmakers uit drie verschillende eeuwen, uit de 17e eeuw Jan Adriaanz. Leeghwater, de18e eeuw Nicolaas Samuel Cruquius en de 19e eeuw wordt vertegenwoordigd door Frederik Godard Baron van Lynden van Hemmen.

Maar nu iets over Nicolaus Samuelis Cruquius. Hij werd geboren op 2 december 1678 te Delft. Zijn oorspronkelijke naam was waarschijnlijk Kruik wat later Krukius werd. Zo liet hij zich op 28 maart 1716 aan de Hoge school te Leiden, inschrijven als Krukius, student in de medicijnen geboren te Delft, 1678. In een tijd dat Latijn toch veel gebruikt werd in de wetenschap veranderde zijn naam al gauw in het chiquere Cruquius. Naast zijn studie was hij ook vakkundig landmeter en een begaafde cartograaf.

Als mens was hij niet altijd even makkelijk, getuige een brief uit 1712. Het was tijdens het maken van een kaart van Delftland dat hij een verbolgen brief kreeg van één van zijn Meester-plaatssnijders, die niet tevreden was over het uitbetalen van zijn overuren. En citaat uit de brief:
“Ik vrage waarom dat UE. Mij onthout mijn arbijtsloon voor het overwerken, dat UE. mij soo seker hebt belooft. Toen ik de twede winter ’s avonds ten agt uuren op mijn tijt uytschijde, omdat UE. ,meneer Kruikius, mij voor het overwerken nog geen stuiver had betaalt, doen sijde UE. ,dat ik weder als vooren –dat was tot half 10 of 10 uuren- sou werken ;dat mij het overwerken soude betalen…..Dan, mijnheer Kruikius dat UE. ons soo mishandelt heeft, is ontstaan, omdat UE. ons niet heeft getracteert als Meester-plaatsnijders, gelijk wij zijn,….
Maar min of min als waaren wij de leerjongens en gij als meester, soo strikt hebben wij ons moeten aan U onderwerpen in alles….. Voldoet mij dan, heer Kruikius, want het past een eerlijk man, dat hij sijn woort hout, en een christen vooral, dat men een arbeyder sijn loon niet onthout”.

Cruquius was zijn loopbaan begonnen als particulier (zelfstandig) landmeter. Het is in deze functie, dat hij in 1720 een opdracht krijgt van de burgemeester van Leiden, Johan van de Bergh. Cruquius werd gevraagd om een oplossing te vinden voor de slechte staat van het water in de Leidse grachten. Hij zag de oplossing in een uitwateringssluis bij Katwijk zodat er een sterkere spoeling van de grachten zou ontstaan. Tevens zou deze uitwatering kunnen dienen als extra waterlozing voor het geval dat het Haarlemmermeer drooggemalen zou worden. Juist op dat droogmalen van het Haarlemmermeer rustte in die tijd een taboe omdat de drie grote steden (Haarlem, Leiden en Amsterdam) hun scheepvaartbelangen daardoor in het gedrang zagen komen. Ook het Hoogheemraadschap van Rijnland zag dan zijn grootste wateropvanggebied komen te vervallen.
De uitwateringssluis bij Katwijk was zo ongeveer het stokpaardje van Cruquius wat het droogmalen van het Haarlemmermeer betrof. Zo verrichte Cruquius vanaf 1729  in de boezemwateren van Rijnland, in het Y en in de Noordzee bij Katwijk, waterpassingen en peilingen. Door die paar jaar onderzoek kwam hij tot de conclusie dat de meest gunstige lozing van Rijnland bij Katwijk was. Zo als hij het zelf stelde; “Eéne sluys aan de Noordzee soude tot waterlosing soveel dienst doen als 6 of 7 aan het Ye”.
Hij was zo overtuigd van het nut van een ruime uitwateringssluis bij Katwijk dat hij stelde dat deze droogmaking (Haarlemmermeer) te eene male onmogelijk zou zijn zonder deze sluizen. Deze sluizen zijn overigens later ook gebouwd als ontsluiting van Rijnland. 

Uit: Om de Macht over het Water - De Nationale Waterstaatsdienst tussen staat en Samenleving 1798-1849 door Toon Bosch

Op het gebied van waterbouwkunde was hij zijn tijd ver vooruit. Vooral op het gebied van metingen en statistieken van het weer was hij een voorloper. Zo schreef hij op 14 oktober 1725 een brief aan zijn leermeester Professor Lulofs; “om er op aan te dringen, dat in belang van de voorzorgen voor hooge watervloeden en watersnood, gestadig overal in het land waarnemingen zullen worden gedaan en opgetekend, ontrent waterstanden, windrichting, temperatuur, regenval, enz., enz”.
De eerste waarnemingen dateren echter pas van 1733 en werden verricht door Cruquius te Spaarndam, niet in opdracht maar meer als hobby. In 1735 werden in het gemeenlandshuis (huis Zwanenburg) te Halfweg met steun van Cruquius  al drie keer daags gegevens vastgelegd betreffende temperatuur, luchtdruk, windrichting en windkracht, neerslag en luchtgesteldheid. Het waren wel de eerste aaneengesloten reeks van meteorologische gegevens in Nederland. Het pas in 1854, nu ook 150 jaar oud, opgerichte KNMI heeft dan ook dankbaar gebruik gemaakt van deze gegevens.

Buiten het vervaardigen en inmeten van landkaarten was hij ook een verdienstelijke Sterrenkundige. Zo schreef hij verschillende boeken met de titels: “Loop en Plaats der Planeten, uyt den Aardbol, voor het jaar 1729”.(Waarin de schijnbare loop van Jupiter, Mars, Venus, Mercurius en Saturnus werd beschreven), “Aurora enVesper, den opgang en ondergang der Zonne”  in 1735 en “Tegenwoordige miswijzing der Compassen rondom den Aardbol” in 1738.

Op 14 februari 1733 ging Cruquius over van het Hoogheemraadschap van Delftland naar het Hoogheemraadschap van Rijnland. Bij Rijnland werd hij benoemd als waterstaatkundig opzichter en Ingenieur, belast met het toezicht op de uitwateringssluizen van het Spaarne.
In 1742 krijgt Cruquius een opdracht van Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rijnland om een droogmakingplan voor het Haarlemmermeer te maken. Dat was in de tijd dat Rijnland inzag dat de voordelen van het Haarlemmermeer niet meer opwogen tegen de nadelen.
Bij deze opdracht kreeg Cruquius de hulp van Jan Noppen, opziener van Rijnland te Halfweg, en Melchior Bolstra, landmeter en kartograaf van Rijnland. Met zijn drieën ontwierpen ze het meest uitgewerkte en best gedocumenteerde plan uit de 18e eeuw. De bedoeling was om het Kager- en Spieringmeer buiten de omdijking te laten. Voor de droogmaking dachten ze 112 molens nodig te hebben en natuurlijk kwam Cruquius zijn stokpaardje weer naar voren namelijk de uitwateringssluizen bij Katwijk. De Topografische kaart bij dit plan is bekend als de Bolstra-kaart.

Bij het 200ste geboortejaar van Cruquius in 1878 heeft de Abbeneser Hoofdonderwijzer P.Boekel een ingezonden verhaal laten plaatse in het Weekblad van Haarlemmermeer. Hierin beschrijft hij geromantiseerd de plannenmakerij van de drie bovengenoemde plannenmakers bij Cruquius thuis.

Cruquius zijn standplaats was het Gemeenlandshuis te Spaarndam, waar hij tot zijn dood is blijven wonen. Cruquius is nooit getrouwd geweest, wel heeft zijn moeder en een zuster bij hem ingewoond. Na zijn overlijden op 5 februari 1754 ging tweederde van de erfenis naar zijn nog in leven zijnde zuster, Aafje Cruquius wed. van D. Brouwer of aan haar kinderen. Éénderde ging naar zijn huishoudster Mej. Johanna van Duynen. Cruquius is begraven in de Hervormde kerk te Spaarndam. Als aandenken is er toen een gedenkraam van glas in lood geplaatst.

Dat Cruquius een veelzijdig mens was, was te lezen op zijn grafsteen. Zo was hij o.a. geadmitteerd (toegestaan) Landmeter, Candidatus  Medicinae, examinateur der Oost-Indische stuurlui te Delft, lid van het Konstgenootschap te Haarlem, lid van de Koninklijke sociëteit der Wetenschappen te Londen, Toeziener van Rijnland en schout te Spaarndam. Het graf van Cruquius is een verhaal apart. 10 februari 1752, twee jaar voor zijn dood, koopt hij alvast een begraafplaats (no.44) in de Hervormde kerk te Spaarndam. In de kerkarchieven is nog een kostenoverzicht van zijn grafkelder. Zo betaalde hij aan C.Heemskerk, steenkoper, f38, - en 3 stuivers. Klaas van Warmerdam, Metselaar, ontving 30 gulden 10 stuivers en 8 cent. Job Akerboom en Willem van Veen ontvingen 6 gulden 11 stuivers en 4 cent voor twee vrachten stenen. Aan de kerk moest voor een dubbele begraafplaats 24 gulden 15 stuivers en 4 cent betaald worden, zodat het graf in totaal bijna f100, - kostte. Ook de tekst op de grafsteen  (door W.de Hengst) is in 1752 gemaakt, waarschijnlijk omdat Cruquius dan de tekst zelf nog kon bepalen!

Bij het ophogen van de kerkvloer in 1804 bleek de grafkelder zo slecht dat hij volgegooid werd met zand. 20 jaar later in 1824 zocht de heer Jan Kros, opziener van Rijnland, een begraafplaats voor zijn moeder. Zijn oog was gevallen op het oude graf van Cruquius, waarbij hij de kosten voor herstel van de grafkelder zou betalen. Wel moesten de overblijfselen van Cruquius in de grafkelder blijven. Die werden bij elkaar gezocht en in een kistje terug geplaatst. Op 8 juni 1824 werd Pietronella Kros-den Bouwmeester, wed. van S.Kros, in de kelder bijgeplaatst.*

In 1912 kreeg het polderbestuur van de Haarlemmermeerpolder een schrijven van de kerkvoogden der Nederduitsch Hervormde Gemeente te Spaarndam voor een bijdrage in de restauratie van het graf van Cruquius. Om het bestuur over de streep te trekken werd er bij vermeld dat het Hoogheemraadschap van Rijnland al f400, - had toegezegd.
Het dagelijkse bestuur stelde f150, - beschikbaar voor de restauratie van het gedenkraam. De restauratie werd gedaan door den Stichtschen Glashandel uit Utrecht en werd in juli 1913 bij een eenvoudige plechtigheid onthuld. In aanwezigheid van een kleine kring genodigden, waaronder Dijkgraaf G.C.Everwijn Lange en secretaris P. van Ouwerkerk van de Haarlemmermeerpolder, werd door predikant-kerkvoogd S.A.Baljon een passend woord gesproken. Dat het gerestaureerde gedenkraam geen kopie van het origineel is, verraad het wapen van de haarlemmermeerpolder wat pas van 1856 is.  

Voor zo een groot waterbouwkundige als Cruquius, is het jammer dat hij geen enkel plan tot uitvoering heeft zien komen. Zijn plannen zijn wel vaak de basis geweest van latere uitgevoerde plannen, zoals de inpoldering van het Haarlemmermeer, de aanleg van de Noordzeesluis te Katwijk en de doorgraving van den Hoek van Holland.
Als u het gedenkraam zelf wil gaan bekijken kan dat iedere zondagochtend om 10 uur tijdens of na de dienst, in de Hervormde kerk te Spaarndam.

*De gegevens uit het kerkarchief zijn mij verstrekt door dhr. Willem van Warmerdam, lid van de Historische werkgroep Spaarndam, mijn dank hiervoor.


 
NIEUW TOEGEVOEGDE FOTO
v.l.n.r. 1. Jan Passies. 2. Jan van Nieuwkoop (dus niet Dirk). 3. Leen van de Lee. 4 Bep van de Lee. 5. Vera Huiberts. 6 Gretha de Gier. Namen komen uit eigen archief, ik heb zelf meegespeeld, ben in bezit van tekst, rolverdeling en foto’s. Jan, ik neem binnenkort wel contact met je op. Hartelijke groet - Piet [Commentaar Jan: Hoi Piet, Hartelijke dank voor de aan
Piet Gorter
MEER OVER DEZE FOTO >>  

 
WAT WEET U VAN DEZE FOTO?
Als u iets weet over deze foto klik dan op "Meer over deze foto" en geef uw informatie door!

MEER OVER DEZE FOTO >>  

© Jan Wies 2017 | j.wies@planet.nl | Kruislaan 28, 2131WD Hoofddorp | telefoon: 023 5636680 Gesponsord door Clic2connect